Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:1651
2026-04-08
Civiel recht
C/16/606630 / HL ZA 26-37
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verstek. Aannemingsovereenkomst. Omzetting naar vervangende schadevergoeding.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (6.558 tekens)
RECHTBANK Midden-Nederland
Civiel recht
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: C/16/606630 / HL ZA 26-37
Vonnis van 8 april 2026
in de zaak van
[eiser]
,
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. N. Weel,
tegen
[gedaagde] B.V.,
te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.
1De procedure
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 26 januari 2026 met producties 1 tot en met 13;
- het tegen [gedaagde] verleende verstek.
1.2
Ten slotte is bepaald dat er een vonnis zal worden uitgesproken.
2De kern van de zaak
2.1
[eiser] heeft [gedaagde] opdracht gegeven om werkzaamheden uit te voeren aan de gevel zijn woning. [eiser] stelt dat [gedaagde] – ondanks sommaties – het werk niet goed heeft uitgevoerd. [eiser] heeft daarom de verbintenis tot nakoming omgezet in een verbintenis tot betaling van vervangende schadevergoeding. In deze procedure vordert hij betaling daarvan, vermeerderd met rente en kosten. De rechtbank wijst deze vorderingen grotendeels toe.
3De beoordeling
Tegen [gedaagde] is verstek verleend
3.1
[gedaagde] is in deze procedure niet verschenen. Tegen haar is daarom verstek verleend. Dat betekent dat de vorderingen worden toegewezen, tenzij de rechtbank vindt dat deze onrechtmatig of ongegrond zijn.
De vorderingen worden grotendeels toegewezen
3.2
De vorderingen komen de rechtbank niet onrechtmatig op ongegrond voor en zullen worden toegewezen, met uitzondering van het onderstaande.
3.3
De gevorderde verklaring voor recht wordt toegewezen, met dien verstande dat ten opzichte van de letterlijke tekst uit het petitum de volgende aanpassingen worden aangebracht:
niet de overeenkomst zelf is (op grond van artikel 6:87 BW) omgezet, maar de daaruit voor [gedaagde] voortvloeiende verbintenissen;
deze verbintenissen zijn niet omgezet in een vordering tot betaling van vervangende schadevergoeding, maar in een verbintenis tot betaling daarvan.
3.4
De wettelijke rente over de buitengerechtelijke incassokosten wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding.
3.5
De gevorderde verklaring voor recht wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard, de overige vorderingen wel.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
3.6
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
155,67
- griffierecht
€
1.414,00
- salaris advocaat
€
1.290,00
(1 punt × € 1.290,00)
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
3.048,67
3.7
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
4De beslissing
De rechtbank
4.1
verklaart voor recht dat [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de (koop-/)aannemingsovereenkomst en dat de daaruit voor [gedaagde] voortvloeiende verbintenissen rechtsgeldig zijn omgezet in een verbintenis tot betaling van vervangende schadevergoeding;
4.2
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen:
€ 89.236,06 inclusief btw ter zake van vervangende schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 12 januari 2026 tot de voldoening;
€ 2.669,62 inclusief btw aan expertisekosten;
€ 2.049,81 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 26 januari 2026 tot de voldoening;
4.3
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 3.048,67, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
4.4
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
4.5
verklaart de veroordelingen onder 4.2 tot en met 4.4 uitvoerbaar bij voorraad;
4.6
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr G.J. Baken en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026.
45353
Civiel recht
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: C/16/606630 / HL ZA 26-37
Vonnis van 8 april 2026
in de zaak van
[eiser]
,
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. N. Weel,
tegen
[gedaagde] B.V.,
te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.
1De procedure
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 26 januari 2026 met producties 1 tot en met 13;
- het tegen [gedaagde] verleende verstek.
1.2
Ten slotte is bepaald dat er een vonnis zal worden uitgesproken.
2De kern van de zaak
2.1
[eiser] heeft [gedaagde] opdracht gegeven om werkzaamheden uit te voeren aan de gevel zijn woning. [eiser] stelt dat [gedaagde] – ondanks sommaties – het werk niet goed heeft uitgevoerd. [eiser] heeft daarom de verbintenis tot nakoming omgezet in een verbintenis tot betaling van vervangende schadevergoeding. In deze procedure vordert hij betaling daarvan, vermeerderd met rente en kosten. De rechtbank wijst deze vorderingen grotendeels toe.
3De beoordeling
Tegen [gedaagde] is verstek verleend
3.1
[gedaagde] is in deze procedure niet verschenen. Tegen haar is daarom verstek verleend. Dat betekent dat de vorderingen worden toegewezen, tenzij de rechtbank vindt dat deze onrechtmatig of ongegrond zijn.
De vorderingen worden grotendeels toegewezen
3.2
De vorderingen komen de rechtbank niet onrechtmatig op ongegrond voor en zullen worden toegewezen, met uitzondering van het onderstaande.
3.3
De gevorderde verklaring voor recht wordt toegewezen, met dien verstande dat ten opzichte van de letterlijke tekst uit het petitum de volgende aanpassingen worden aangebracht:
niet de overeenkomst zelf is (op grond van artikel 6:87 BW) omgezet, maar de daaruit voor [gedaagde] voortvloeiende verbintenissen;
deze verbintenissen zijn niet omgezet in een vordering tot betaling van vervangende schadevergoeding, maar in een verbintenis tot betaling daarvan.
3.4
De wettelijke rente over de buitengerechtelijke incassokosten wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding.
3.5
De gevorderde verklaring voor recht wordt niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard, de overige vorderingen wel.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
3.6
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
155,67
- griffierecht
€
1.414,00
- salaris advocaat
€
1.290,00
(1 punt × € 1.290,00)
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
3.048,67
3.7
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
4De beslissing
De rechtbank
4.1
verklaart voor recht dat [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de (koop-/)aannemingsovereenkomst en dat de daaruit voor [gedaagde] voortvloeiende verbintenissen rechtsgeldig zijn omgezet in een verbintenis tot betaling van vervangende schadevergoeding;
4.2
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen:
€ 89.236,06 inclusief btw ter zake van vervangende schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 12 januari 2026 tot de voldoening;
€ 2.669,62 inclusief btw aan expertisekosten;
€ 2.049,81 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 26 januari 2026 tot de voldoening;
4.3
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 3.048,67, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
4.4
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
4.5
verklaart de veroordelingen onder 4.2 tot en met 4.4 uitvoerbaar bij voorraad;
4.6
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr G.J. Baken en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026.
45353