Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:1444
2026-03-12
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/16/607268 / FV RK 26-480
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
RM voor 5 jaar ondanks dat het verzoek te laat is ingediend
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2021:227 Hoge Raad 12-02-2021
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.876 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/607268 / FV RK 26-480
Datum uitspraak: 12 maart 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedatum] 1939 in [geboorteplaats] ,
hierna: betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
verblijvende bij [verblijfplaats] , locatie [locatie] in [plaats] ,
advocaat: mr. S. Dogan.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank heeft het verzoekschrift met bijlagen 19 februari 2026 ontvangen.
1.2.
De zitting heeft plaatsgevonden op 12 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
[A] , arts;
[B] , kwaliteitsverpleegkundige;
[C] , echtgenote.
2Het verzoek
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van vijf jaren.
3De beoordeling
3.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van vijf jaren. Er is voldaan aan de voorwaarden uit de Wet zorg en dwang. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.
3.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene is gediagnostiseerd met uitgebreide neurocognitieve stoornissen, meest waarschijnlijk de ziekte van Alzheimer. De rechtbank baseert zich hierbij op de medische verklaring van 4 februari 2026.
3.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
3.4.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen.
3.5.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene is voor het uitvoeren van de algemeen dagelijkse levensverrichtingen volledig afhankelijk van anderen. Daarnaast is er sprake van probleemgedrag bij dementie. Betrokkene heeft 24-uurs zorg in nabijheid en professionele behandeling en begeleiding nodig. Voortzetting van het verblijf in een Wzd-geregistreerde accommodatie is daarmee onafwendbaar.
3.6.
Tot slot heeft de rechtbank geconcludeerd dat het verzoek tot het verlenen van een rechtelijke machtiging niet binnen de gestelde termijn is ingediend, zoals bedoeld in artikel 25 lid 3 Wzd. De vorige rechtelijke machtiging gold tot en met 15 februari 2026. Uit het arrest van de Hoge Raad van 12 februari 2021 (ECLI:NL:HR:2021:227) blijkt dat een termijnoverschrijding een opvolgende rechterlijke machtiging niet in de weg hoeft te staan. Het is echter wel zo dat de termijnoverschrijding in mindering moet worden gebracht op de geldigheidsduur van deze rechterlijke machtiging. Om die reden zal de rechtbank deze rechterlijke machtiging in laten gaan vanaf 15 februari 2026. Op deze manier wordt de termijnoverschrijding in mindering gebracht.
4De beslissing
De rechtbank:
4.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1939 in [geboorteplaats] ;
4.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 februari 2031.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2026 door mr. A.G. Bakker, rechter, in aanwezigheid van R. Staal, griffier en op schrift gesteld op 17 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/607268 / FV RK 26-480
Datum uitspraak: 12 maart 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedatum] 1939 in [geboorteplaats] ,
hierna: betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
verblijvende bij [verblijfplaats] , locatie [locatie] in [plaats] ,
advocaat: mr. S. Dogan.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank heeft het verzoekschrift met bijlagen 19 februari 2026 ontvangen.
1.2.
De zitting heeft plaatsgevonden op 12 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
[A] , arts;
[B] , kwaliteitsverpleegkundige;
[C] , echtgenote.
2Het verzoek
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van vijf jaren.
3De beoordeling
3.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van vijf jaren. Er is voldaan aan de voorwaarden uit de Wet zorg en dwang. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.
3.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene is gediagnostiseerd met uitgebreide neurocognitieve stoornissen, meest waarschijnlijk de ziekte van Alzheimer. De rechtbank baseert zich hierbij op de medische verklaring van 4 februari 2026.
3.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
3.4.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen.
3.5.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene is voor het uitvoeren van de algemeen dagelijkse levensverrichtingen volledig afhankelijk van anderen. Daarnaast is er sprake van probleemgedrag bij dementie. Betrokkene heeft 24-uurs zorg in nabijheid en professionele behandeling en begeleiding nodig. Voortzetting van het verblijf in een Wzd-geregistreerde accommodatie is daarmee onafwendbaar.
3.6.
Tot slot heeft de rechtbank geconcludeerd dat het verzoek tot het verlenen van een rechtelijke machtiging niet binnen de gestelde termijn is ingediend, zoals bedoeld in artikel 25 lid 3 Wzd. De vorige rechtelijke machtiging gold tot en met 15 februari 2026. Uit het arrest van de Hoge Raad van 12 februari 2021 (ECLI:NL:HR:2021:227) blijkt dat een termijnoverschrijding een opvolgende rechterlijke machtiging niet in de weg hoeft te staan. Het is echter wel zo dat de termijnoverschrijding in mindering moet worden gebracht op de geldigheidsduur van deze rechterlijke machtiging. Om die reden zal de rechtbank deze rechterlijke machtiging in laten gaan vanaf 15 februari 2026. Op deze manier wordt de termijnoverschrijding in mindering gebracht.
4De beslissing
De rechtbank:
4.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1939 in [geboorteplaats] ;
4.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 februari 2031.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2026 door mr. A.G. Bakker, rechter, in aanwezigheid van R. Staal, griffier en op schrift gesteld op 17 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.