Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:1301
2026-04-01
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
UTR 25/4305
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank of het Uwv terecht heeft vastgesteld dat eiseres recht heeft op een WIA-uitkering op grond van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 61%. In de door eiseres overgelegde stukken ziet de rechtbank geen aanknopingspunt voor het oordeel dat de beperkingen die de verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft aangenomen onjuist zijn of dat er beperkingen zijn gemist. Het medisch onderzoek is ook zorgvuldig geweest. De geselecteerde functies vallen binnen de aangegeven beperkingen in de FML. Het beroep is ongegrond.
Citeert (2)
- ECLI:NL:CRVB:2021:1491 Centrale Raad van Beroep 23-06-2021
- ECLI:NL:CRVB:2022:569 Centrale Raad van Beroep 16-02-2022
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (16.810 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/4305
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 april 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. J.E. Jalandoni),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Uwv
(gemachtigde: mr. J.A. Voorn).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank of het Uwv op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) terecht heeft vastgesteld dat eiseres per
19 december 2024 recht heeft op een WIA-uitkering op grond van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 61%. De rechtbank beoordeelt het besluit van het Uwv aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
Conclusie
2. De conclusie is dat eiseres geen gelijk krijgt. Dat betekent dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Voorgeschiedenis en besluitvorming
3. Eiseres werkte als [functie] bij [bedrijf] voor gemiddeld 39,77 uur per week. Op 4 januari 2023 heeft eiseres zich ziekgemeld nadat zij thuis een zwaar ongeval had gehad waarbij zij van de trap is gevallen. Eiseres liep door de val meerdere botbreuken op, waaronder een wervelfractuur, radiusfractuur en een neusfractuur. Door de val heeft eiseres ook psychische klachten gekregen, waaronder herbelevingen van het trauma. Na het einde van de wachttijd van 104 weken heeft eiseres een WIA-uitkering aangevraagd. Om in aanmerking te komen voor een WIA-uitkering moet worden vastgesteld dat eiseres door ziekte en/of gebrek meer dan 35% arbeidsongeschikt is.
4. De primaire verzekeringsarts van het Uwv heeft eiseres onderzocht en beperkingen in arbeid vastgesteld en vastgelegd in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 19 december 2024. De primaire arbeidsdeskundige heeft vervolgens drie functies geselecteerd die eiseres, ondanks haar beperkingen in de FML, nog kan uitvoeren. De primaire arbeidsdeskundige heeft op grond hiervan vastgesteld dat eiseres 61% arbeidsongeschikt is. Omdat dit meer is dan 35% heeft het Uwv met het besluit van 22 januari 2025 (het primaire besluit) een WIA-uitkering aan eiseres toegekend. Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt, omdat zij vindt dat zij helemaal niet meer kan werken.
5. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in wat eiseres aanvoert geen aanleiding gezien om de FML van 19 december 2024 te herzien. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft geconcludeerd dat eiseres de door de primaire arbeidsdeskundige geselecteerde (voorbeeld)functies kan uitoefenen. Met het besluit van 19 juni 2025 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
6. Tegen het bestreden besluit heeft eiseres beroep ingesteld bij de rechtbank. Het Uwv heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
7. De rechtbank heeft het beroep op 28 januari 2026 op een zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het Uwv.
Beoordeling door de rechtbank
Niet horen in bezwaar
8. Eiseres voert aan dat er in bezwaar ten onrechte is afgezien van het houden van een hoorzitting. Uit het bezwaarschrift dat zonder rechtshulpverlener is opgesteld had het Uwv evident kunnen afleiden dat eiseres het oneens was met de beperkingen die zijn vastgesteld. Zo geeft eiseres in het bezwaarschrift uitdrukkelijk aan dat zij geen 20 uur per week kan werken. Het Uwv stelt in het medisch onderzoeksverslag ten onrechte dat eiseres zou hebben afgezien van een hoorzitting. Door een medewerker van het Uwv is telefonisch aan eisers meegedeeld dat een hoorzitting geen toegevoegde waarde zou hebben of woorden van gelijke strekking. Deze mededeling is onzorgvuldig geweest.
9. De rechtbank acht het, gelet op de telefoonnotitie in het dossier van 4 maart 2025, aannemelijk dat het Uwv aan eiseres heeft gevraagd of zij een hoorzitting wilde en dat eiseres daarvan heeft afgezien. Om deze reden slaagt de beroepsgrond niet.
Beoordelingskader arbeidsongeschiktheid
10. Eiseres heeft recht op een WIA-uitkering als zij ten minste 35% arbeidsongeschikt is. De mate van arbeidsongeschiktheid wordt berekend door het loon dat eiseres als [functie] verdiende te vergelijken met het loon dat zij kan verdienen in passende functies. Deze beoordeling is gebaseerd op een verzekeringsgeneeskundig en een arbeidskundig onderzoek.
11. Bij het beoordelen van de zaak stelt de rechtbank voorop dat het Uwv zijn besluiten over arbeidsongeschiktheid in principe mag baseren op rapporten van zijn verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen. Deze rapporten moeten wel aan een aantal eisen voldoen: zij moeten op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, ze mogen geen tegenstrijdigheden bevatten en de conclusies moeten logisch voortvloeien uit de rapporten. Het is aan eiseres om aannemelijk te maken dat de rapporten die over haar zijn opgesteld niet aan deze eisen voldoen. Om aannemelijk te maken dat de gegeven medische beoordeling onjuist is, is in principe een rapport van een arts nodig. Dit brengt mee dat de manier waarop eiseres zelf haar gezondheidsklachten ervaart, hiervoor onvoldoende is.
12. Van belang is verder dat het in deze zaak gaat om een beoordeling van de arbeidsongeschiktheid van eiseres per het einde van de wachttijd van de WIA, in dit geval 19 december 2024. Het gaat dus om de medische situatie van eiseres op die datum, de zogenoemde datum in geding.
Is het medisch onderzoek zorgvuldig geweest?
13. Eiseres voert aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig is geweest, omdat er geen spreekuur bij de verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft plaatsgevonden en geen informatie is opgevraagd bij de behandelend sector. Eiseres voert aan dat informatie bij de behandelend sector moest worden opgevraagd, omdat de primaire verzekeringsarts de bevindingen van de bedrijfsarts niet heeft opgevolgd. Zo heeft de verzekeringsarts tot een verbetering van de belastbaarheid van eiseres ten opzichte van het actuele oordeel geconcludeerd zonder die bevindingen te baseren op informatie van de behandelend sector.
14. Uit vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep volgt dat uit het feit dat eiseres in de fase van de heroverweging in bezwaar niet opnieuw fysiek door een verzekeringsarts bezwaar en beroep op een spreekuur is gezien nog niet dat sprake is van een onzorgvuldig medisch onderzoek.De verzekeringsarts bezwaar en beroep motiveert in zijn rapportage dat geen spreekuur heeft plaatsgevonden, omdat er voldoende medische gegevens voorhanden waren. Dat rechtbank kan dat oordeel volgen, gelet op het feit dat de primaire verzekeringsarts eiseres heeft onderzocht op het spreekuur van 28 november 2024 en medische informatie van onder meer een psycholoog, fysiotherapeut en revalidatiearts bij de verzekeringsgeneeskundige beoordeling zijn betrokken. Eiseres heeft niet gesteld dat medische informatie is gemist.
15. Dat geen informatie is opgevraagd bij de behandelend sector maakt het medisch onderzoek ook niet onzorgvuldig. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep zijn er twee situaties waarin informatie bij de behandeld sector kan worden opgevraagd. Een van die situaties is dat is gesteld of gebleken dat rond datum in geding sprake is van een behandeling of het inzetten van een behandeling die een beduidend effect zou kunnen hebben op de mogelijkheden tot het verrichten van arbeid. Die situatie is in het geval van eiseres niet aan de orde, omdat eiseres de behandeling bij het CIR (clinics in revalidatie), een expertisecentrum chronische pijn, ten tijde van het spreekuur bij de primaire verzekeringsarts, en dus ook op datum in geding, reeds had afgerond. De andere situatie is wanneer de behandelend sector een beredeneerd afwijkend standpunt heeft. Van een beredeneerd afwijkend standpunt blijkt niet uit de aanwezige informatie. De primaire verzekeringsarts heeft tot een verbetering van de belastbaarheid ten opzichte van het oordeel van de bedrijfsarts geconstateerd, omdat eiseres in de zomer van 2024 een behandeling bij het CIR heeft gevolgd en afgerond, waardoor de beperkingen van eiseres enigszins verminderd zijn. De rechtbank kan dat oordeel volgen. Om deze reden slaagt de beroepsgrond niet.
Is de medische beoordeling juist?
16. Eiseres voert aan dat haar beperkingen in de FML te optimistisch zijn weergegeven, omdat slechts beperkte fysieke en psychische klachten zijn aangenomen en ten onrechte gesteld wordt dat eiseres 4 uur per dag en 20 uur per week kan werken. Daarnaast voert eiseres aan dat niet alle klachten zijn vertaald naar beperkingen in de FML, terwijl de primaire verzekeringsarts de klachten die eiseres tijdens het spreekuur naar voren heeft gebracht als een reële klachtenpresentatie heeft aangemerkt die voldoende aansluit bij de medische bevinden. Klachten die niet zijn vertaald naar beperkingen zijn volgens eiseres onder meer concentratieproblemen, vergeetachtigheid, moeite met geluid en drukte en niet tegen fel licht kunnen. Ook is haar beperking met fietsen en daarmee vervoer van en naar het werk niet genoemd. Omdat niet alle klachten zijn vertaald naar beperkingen, is de FML volgens eiseres onvolledig en zijn de geselecteerde functies niet passend. Ter onderbouwing van het standpunt dat de medische beoordeling onvolledig en onjuist is, heeft eiseres op 16 januari 2026 medische stukken ingebracht. Het betreft stukken van onder andere de afdeling orthopedie, de spoedeisende hulp, het expertisecentrum chronische pijn en CareDate (psycholoog).
17. De rechtbank is van oordeel dat eiseres met de overgelegde medische stukken niet aannemelijk heeft gemaakt dat haar beperkingen door de verzekeringsarts bezwaar en beroep zijn onderschat. De medische stukken zien voor een belangrijk deel op de datum rond het ongeval, terwijl de verzekeringsarts eiseres ruim 1,5 jaar na het ongeval op
28 november 2024 op het spreekuur heeft gezien en op dat moment de revalidatiebehandeling al was afgerond. In de door eiseres overgelegde stukken ziet de rechtbank geen aanknopingspunt voor het oordeel dat de beperkingen die de verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft aangenomen onjuist zijn of dat er beperkingen zijn gemist. De rechtbank stelt vast dat alle door eiseres genoemde klachten zijn vertaald naar beperkingen in alle rubrieken van de FML. Zo is eiseres aangewezen op een rustige werkomgeving en werk waarbij wisselende uitvoeringsomstandigheden, taakinhoud, storingen en onderbrekingen geen wezenlijk onderdeel van de functie vormen, kan eiseres ongeveer vier uur per dag met toetsenbord en/of muis werken, met het hoofd naar rechts tot circa 30 graden roteren en links tot circa 45 graden, ongeveer een uur op de werkdag lopen, niet s ‘nachts werken en niet meer dan 4 uur per dag en 20 uur per week. Hieruit volgt dat zowel voor de lichamelijke als de psychische klachten, waaronder concentratieproblemen, beperkingen zijn aangenomen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeert dat de primaire verzekeringsarts rekening heeft gehouden met de nog ervaren klachten en belemmeringen en ziet geen aanleiding om verdergaande beperkingen aan te nemen. De rechtbank volgt de conclusie van de verzekeringsarts bezwaar en beroep, omdat er geen aanknopingspunten zijn dat het medisch onderzoek onjuist is. Het Uwv heeft de FML van 19 december 2024 daarom aan het bestreden besluit ten grondslag mogen leggen. De beroepsgrond slaagt niet.
De arbeidskundige beoordeling
18. Eiseres voert aan dat de geduide functies haar belastbaarheid overschrijden en om die reden niet geschikt zijn. De belastbaarheid bij de functie van schadecorrespondent (SBC-code 516080) wordt volgens eiseres overschreden op het gebied van concentreren, omgevingsgeluid, prikkels en werken met toetsenbord en muis. Ook zal haar hoofd langdurig gefixeerd zijn op het beeldscherm. De oplossing van de arbeidsdeskundige dat eiseres haar lichaam kan roteren met de bureaustoel is geen duurzame oplossing. De functie van archiefmedewerker (SBC-code 553020) is volgens eiseres om dezelfde redenen niet geschikt met in aanvulling daarop dat wekelijks face to face feedback plaatsvindt, wat vanzelfsprekend de kans op conflictsituaties met zich meebrengt. De functie van telefonist (centrale), medewerker callcenter (inboud) met SBC-code 315174 vereist, in aanvulling op het voorgaande, volgens eiseres een te hoog handelingstempo en klantencontact met boze klanten.
19. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft aan de hand van de FML en met gebruikmaking van het Claimbeoordelings- en Borgingsysteem (CBBS) drie functies geselecteerd die eiseres ondanks haar beperkingen kan uitoefenen. Het gaat om de functies schadecorrespondent (SBC-code 516080), archiefmedewerker (SBC-code 553020) en telefonist (centrale), medewerker callcenter (inboud) (SBC-code 315174). De arbeidskundige bezwaar en beroep mocht bij de selectie van voorbeeldfuncties uitgaan van de FML van 19 december 2024. Voor zover eisers aanvoert dat de functies haar belastbaarheid overschrijden en daarom niet geschikt zijn, overweegt de rechtbank dat de functies binnen de aangegeven beperkingen in de FML vallen. Dat geldt dus ook voor de beperkingen die zijn aangenomen voor het omgaan met conflicten en het werken met toetsenbord en muis. Zo kan eiseres volgens de FML conflicten met agressieve of onredelijke mensen uitsluitend in telefonisch of schriftelijk contact hanteren en dat is het geval bij de functie van telefonist.
20. Op items 1.8.1 (afleiding door anderen) en 4.15.1 (hoofdbewegingen) in de FML zijn signaleringen voor (een aantal van) deze functies opgenomen. De functies zijn volgens de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep geschikt omdat eiseres haar lichaam kan draaien met de bureaustoel in plaats van te draaien met het hoofd, thuiswerken tot de mogelijkheden behoort en de bureaus gescheiden worden door halfhoge schermen. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft dit naar het oordeel van de rechtbank voldoende gemotiveerd in zijn rapportage en in het aanvullend verweerschrift. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft de hiervoor genoemde functies dan ook aan de berekening van het arbeidsongeschiktheidspercentage van eiseres ten grondslag mogen leggen. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
21. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het Uwv terecht heeft beslist dat eiseres 61% arbeidsongeschikt is en dat de beslissing op bezwaar in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.R. van Es-de Vries, rechter, in aanwezigheid van mr. S.N. van Ooijen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 1 april 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Artikel 5 Wet WIA.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 23 juni 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1491.
Uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, ECLI:NL:CRVB:2022:569.
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/4305
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 april 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. J.E. Jalandoni),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Uwv
(gemachtigde: mr. J.A. Voorn).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank of het Uwv op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) terecht heeft vastgesteld dat eiseres per
19 december 2024 recht heeft op een WIA-uitkering op grond van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 61%. De rechtbank beoordeelt het besluit van het Uwv aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
Conclusie
2. De conclusie is dat eiseres geen gelijk krijgt. Dat betekent dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Voorgeschiedenis en besluitvorming
3. Eiseres werkte als [functie] bij [bedrijf] voor gemiddeld 39,77 uur per week. Op 4 januari 2023 heeft eiseres zich ziekgemeld nadat zij thuis een zwaar ongeval had gehad waarbij zij van de trap is gevallen. Eiseres liep door de val meerdere botbreuken op, waaronder een wervelfractuur, radiusfractuur en een neusfractuur. Door de val heeft eiseres ook psychische klachten gekregen, waaronder herbelevingen van het trauma. Na het einde van de wachttijd van 104 weken heeft eiseres een WIA-uitkering aangevraagd. Om in aanmerking te komen voor een WIA-uitkering moet worden vastgesteld dat eiseres door ziekte en/of gebrek meer dan 35% arbeidsongeschikt is.
4. De primaire verzekeringsarts van het Uwv heeft eiseres onderzocht en beperkingen in arbeid vastgesteld en vastgelegd in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 19 december 2024. De primaire arbeidsdeskundige heeft vervolgens drie functies geselecteerd die eiseres, ondanks haar beperkingen in de FML, nog kan uitvoeren. De primaire arbeidsdeskundige heeft op grond hiervan vastgesteld dat eiseres 61% arbeidsongeschikt is. Omdat dit meer is dan 35% heeft het Uwv met het besluit van 22 januari 2025 (het primaire besluit) een WIA-uitkering aan eiseres toegekend. Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt, omdat zij vindt dat zij helemaal niet meer kan werken.
5. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in wat eiseres aanvoert geen aanleiding gezien om de FML van 19 december 2024 te herzien. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft geconcludeerd dat eiseres de door de primaire arbeidsdeskundige geselecteerde (voorbeeld)functies kan uitoefenen. Met het besluit van 19 juni 2025 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
6. Tegen het bestreden besluit heeft eiseres beroep ingesteld bij de rechtbank. Het Uwv heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
7. De rechtbank heeft het beroep op 28 januari 2026 op een zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het Uwv.
Beoordeling door de rechtbank
Niet horen in bezwaar
8. Eiseres voert aan dat er in bezwaar ten onrechte is afgezien van het houden van een hoorzitting. Uit het bezwaarschrift dat zonder rechtshulpverlener is opgesteld had het Uwv evident kunnen afleiden dat eiseres het oneens was met de beperkingen die zijn vastgesteld. Zo geeft eiseres in het bezwaarschrift uitdrukkelijk aan dat zij geen 20 uur per week kan werken. Het Uwv stelt in het medisch onderzoeksverslag ten onrechte dat eiseres zou hebben afgezien van een hoorzitting. Door een medewerker van het Uwv is telefonisch aan eisers meegedeeld dat een hoorzitting geen toegevoegde waarde zou hebben of woorden van gelijke strekking. Deze mededeling is onzorgvuldig geweest.
9. De rechtbank acht het, gelet op de telefoonnotitie in het dossier van 4 maart 2025, aannemelijk dat het Uwv aan eiseres heeft gevraagd of zij een hoorzitting wilde en dat eiseres daarvan heeft afgezien. Om deze reden slaagt de beroepsgrond niet.
Beoordelingskader arbeidsongeschiktheid
10. Eiseres heeft recht op een WIA-uitkering als zij ten minste 35% arbeidsongeschikt is. De mate van arbeidsongeschiktheid wordt berekend door het loon dat eiseres als [functie] verdiende te vergelijken met het loon dat zij kan verdienen in passende functies. Deze beoordeling is gebaseerd op een verzekeringsgeneeskundig en een arbeidskundig onderzoek.
11. Bij het beoordelen van de zaak stelt de rechtbank voorop dat het Uwv zijn besluiten over arbeidsongeschiktheid in principe mag baseren op rapporten van zijn verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen. Deze rapporten moeten wel aan een aantal eisen voldoen: zij moeten op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, ze mogen geen tegenstrijdigheden bevatten en de conclusies moeten logisch voortvloeien uit de rapporten. Het is aan eiseres om aannemelijk te maken dat de rapporten die over haar zijn opgesteld niet aan deze eisen voldoen. Om aannemelijk te maken dat de gegeven medische beoordeling onjuist is, is in principe een rapport van een arts nodig. Dit brengt mee dat de manier waarop eiseres zelf haar gezondheidsklachten ervaart, hiervoor onvoldoende is.
12. Van belang is verder dat het in deze zaak gaat om een beoordeling van de arbeidsongeschiktheid van eiseres per het einde van de wachttijd van de WIA, in dit geval 19 december 2024. Het gaat dus om de medische situatie van eiseres op die datum, de zogenoemde datum in geding.
Is het medisch onderzoek zorgvuldig geweest?
13. Eiseres voert aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig is geweest, omdat er geen spreekuur bij de verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft plaatsgevonden en geen informatie is opgevraagd bij de behandelend sector. Eiseres voert aan dat informatie bij de behandelend sector moest worden opgevraagd, omdat de primaire verzekeringsarts de bevindingen van de bedrijfsarts niet heeft opgevolgd. Zo heeft de verzekeringsarts tot een verbetering van de belastbaarheid van eiseres ten opzichte van het actuele oordeel geconcludeerd zonder die bevindingen te baseren op informatie van de behandelend sector.
14. Uit vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep volgt dat uit het feit dat eiseres in de fase van de heroverweging in bezwaar niet opnieuw fysiek door een verzekeringsarts bezwaar en beroep op een spreekuur is gezien nog niet dat sprake is van een onzorgvuldig medisch onderzoek.De verzekeringsarts bezwaar en beroep motiveert in zijn rapportage dat geen spreekuur heeft plaatsgevonden, omdat er voldoende medische gegevens voorhanden waren. Dat rechtbank kan dat oordeel volgen, gelet op het feit dat de primaire verzekeringsarts eiseres heeft onderzocht op het spreekuur van 28 november 2024 en medische informatie van onder meer een psycholoog, fysiotherapeut en revalidatiearts bij de verzekeringsgeneeskundige beoordeling zijn betrokken. Eiseres heeft niet gesteld dat medische informatie is gemist.
15. Dat geen informatie is opgevraagd bij de behandelend sector maakt het medisch onderzoek ook niet onzorgvuldig. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep zijn er twee situaties waarin informatie bij de behandeld sector kan worden opgevraagd. Een van die situaties is dat is gesteld of gebleken dat rond datum in geding sprake is van een behandeling of het inzetten van een behandeling die een beduidend effect zou kunnen hebben op de mogelijkheden tot het verrichten van arbeid. Die situatie is in het geval van eiseres niet aan de orde, omdat eiseres de behandeling bij het CIR (clinics in revalidatie), een expertisecentrum chronische pijn, ten tijde van het spreekuur bij de primaire verzekeringsarts, en dus ook op datum in geding, reeds had afgerond. De andere situatie is wanneer de behandelend sector een beredeneerd afwijkend standpunt heeft. Van een beredeneerd afwijkend standpunt blijkt niet uit de aanwezige informatie. De primaire verzekeringsarts heeft tot een verbetering van de belastbaarheid ten opzichte van het oordeel van de bedrijfsarts geconstateerd, omdat eiseres in de zomer van 2024 een behandeling bij het CIR heeft gevolgd en afgerond, waardoor de beperkingen van eiseres enigszins verminderd zijn. De rechtbank kan dat oordeel volgen. Om deze reden slaagt de beroepsgrond niet.
Is de medische beoordeling juist?
16. Eiseres voert aan dat haar beperkingen in de FML te optimistisch zijn weergegeven, omdat slechts beperkte fysieke en psychische klachten zijn aangenomen en ten onrechte gesteld wordt dat eiseres 4 uur per dag en 20 uur per week kan werken. Daarnaast voert eiseres aan dat niet alle klachten zijn vertaald naar beperkingen in de FML, terwijl de primaire verzekeringsarts de klachten die eiseres tijdens het spreekuur naar voren heeft gebracht als een reële klachtenpresentatie heeft aangemerkt die voldoende aansluit bij de medische bevinden. Klachten die niet zijn vertaald naar beperkingen zijn volgens eiseres onder meer concentratieproblemen, vergeetachtigheid, moeite met geluid en drukte en niet tegen fel licht kunnen. Ook is haar beperking met fietsen en daarmee vervoer van en naar het werk niet genoemd. Omdat niet alle klachten zijn vertaald naar beperkingen, is de FML volgens eiseres onvolledig en zijn de geselecteerde functies niet passend. Ter onderbouwing van het standpunt dat de medische beoordeling onvolledig en onjuist is, heeft eiseres op 16 januari 2026 medische stukken ingebracht. Het betreft stukken van onder andere de afdeling orthopedie, de spoedeisende hulp, het expertisecentrum chronische pijn en CareDate (psycholoog).
17. De rechtbank is van oordeel dat eiseres met de overgelegde medische stukken niet aannemelijk heeft gemaakt dat haar beperkingen door de verzekeringsarts bezwaar en beroep zijn onderschat. De medische stukken zien voor een belangrijk deel op de datum rond het ongeval, terwijl de verzekeringsarts eiseres ruim 1,5 jaar na het ongeval op
28 november 2024 op het spreekuur heeft gezien en op dat moment de revalidatiebehandeling al was afgerond. In de door eiseres overgelegde stukken ziet de rechtbank geen aanknopingspunt voor het oordeel dat de beperkingen die de verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft aangenomen onjuist zijn of dat er beperkingen zijn gemist. De rechtbank stelt vast dat alle door eiseres genoemde klachten zijn vertaald naar beperkingen in alle rubrieken van de FML. Zo is eiseres aangewezen op een rustige werkomgeving en werk waarbij wisselende uitvoeringsomstandigheden, taakinhoud, storingen en onderbrekingen geen wezenlijk onderdeel van de functie vormen, kan eiseres ongeveer vier uur per dag met toetsenbord en/of muis werken, met het hoofd naar rechts tot circa 30 graden roteren en links tot circa 45 graden, ongeveer een uur op de werkdag lopen, niet s ‘nachts werken en niet meer dan 4 uur per dag en 20 uur per week. Hieruit volgt dat zowel voor de lichamelijke als de psychische klachten, waaronder concentratieproblemen, beperkingen zijn aangenomen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeert dat de primaire verzekeringsarts rekening heeft gehouden met de nog ervaren klachten en belemmeringen en ziet geen aanleiding om verdergaande beperkingen aan te nemen. De rechtbank volgt de conclusie van de verzekeringsarts bezwaar en beroep, omdat er geen aanknopingspunten zijn dat het medisch onderzoek onjuist is. Het Uwv heeft de FML van 19 december 2024 daarom aan het bestreden besluit ten grondslag mogen leggen. De beroepsgrond slaagt niet.
De arbeidskundige beoordeling
18. Eiseres voert aan dat de geduide functies haar belastbaarheid overschrijden en om die reden niet geschikt zijn. De belastbaarheid bij de functie van schadecorrespondent (SBC-code 516080) wordt volgens eiseres overschreden op het gebied van concentreren, omgevingsgeluid, prikkels en werken met toetsenbord en muis. Ook zal haar hoofd langdurig gefixeerd zijn op het beeldscherm. De oplossing van de arbeidsdeskundige dat eiseres haar lichaam kan roteren met de bureaustoel is geen duurzame oplossing. De functie van archiefmedewerker (SBC-code 553020) is volgens eiseres om dezelfde redenen niet geschikt met in aanvulling daarop dat wekelijks face to face feedback plaatsvindt, wat vanzelfsprekend de kans op conflictsituaties met zich meebrengt. De functie van telefonist (centrale), medewerker callcenter (inboud) met SBC-code 315174 vereist, in aanvulling op het voorgaande, volgens eiseres een te hoog handelingstempo en klantencontact met boze klanten.
19. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft aan de hand van de FML en met gebruikmaking van het Claimbeoordelings- en Borgingsysteem (CBBS) drie functies geselecteerd die eiseres ondanks haar beperkingen kan uitoefenen. Het gaat om de functies schadecorrespondent (SBC-code 516080), archiefmedewerker (SBC-code 553020) en telefonist (centrale), medewerker callcenter (inboud) (SBC-code 315174). De arbeidskundige bezwaar en beroep mocht bij de selectie van voorbeeldfuncties uitgaan van de FML van 19 december 2024. Voor zover eisers aanvoert dat de functies haar belastbaarheid overschrijden en daarom niet geschikt zijn, overweegt de rechtbank dat de functies binnen de aangegeven beperkingen in de FML vallen. Dat geldt dus ook voor de beperkingen die zijn aangenomen voor het omgaan met conflicten en het werken met toetsenbord en muis. Zo kan eiseres volgens de FML conflicten met agressieve of onredelijke mensen uitsluitend in telefonisch of schriftelijk contact hanteren en dat is het geval bij de functie van telefonist.
20. Op items 1.8.1 (afleiding door anderen) en 4.15.1 (hoofdbewegingen) in de FML zijn signaleringen voor (een aantal van) deze functies opgenomen. De functies zijn volgens de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep geschikt omdat eiseres haar lichaam kan draaien met de bureaustoel in plaats van te draaien met het hoofd, thuiswerken tot de mogelijkheden behoort en de bureaus gescheiden worden door halfhoge schermen. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft dit naar het oordeel van de rechtbank voldoende gemotiveerd in zijn rapportage en in het aanvullend verweerschrift. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft de hiervoor genoemde functies dan ook aan de berekening van het arbeidsongeschiktheidspercentage van eiseres ten grondslag mogen leggen. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
21. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het Uwv terecht heeft beslist dat eiseres 61% arbeidsongeschikt is en dat de beslissing op bezwaar in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.R. van Es-de Vries, rechter, in aanwezigheid van mr. S.N. van Ooijen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 1 april 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Artikel 5 Wet WIA.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 23 juni 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1491.
Uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, ECLI:NL:CRVB:2022:569.