Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:1299

2026-03-27 Civiel recht; Personen- en familierecht 608801 HA RK 26-55
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2026-03-27
Publicatiedatum
2026-04-01
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Wraking
Zaaknummer
608801 HA RK 26-55
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Wrakingszaak. Verzoeker heeft zijn wrakingsverzoek ingediend na de einduitspraak en dat is te laat. De wrakingskamer verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.098 tekens)
Beslissing





RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND




WRAKINGSKAMER



Locatie: Utrecht
Zaaknummer: 608801 HA RK 26-55




Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van


27 maart 2026


op het verzoek in de zin van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van:





[verzoeker] ,

wonende in [woonplaats] ,
hierna: verzoeker.






1De procedure


1.1.
Verzoeker heeft op 20 maart 2026 om 12:00 uur een digitaal klachtformulier ingediend waarbij hij mr. S. Beukers – Brouwer wraakt. Mr. Beukers - Brouwer (hierna: de rechter) is de behandelend rechter in de zaak met het zaaknummer: C/16/594598 / FL RK 25-665 (hierna: de hoofdzaak).


1.2.
Er is op 20 maart 2026 om 9:31 uur einduitspraak gedaan in de hoofdzaak.



1.3.
De wrakingskamer heeft, gelet op het onderstaande, afgezien van een mondelinge behandeling.



1.4.
De uitspraak is bepaald op vandaag.






2De beoordeling


2.1.
Verzoeker heeft zijn wrakingsverzoek toegelicht in het door hem ingediende klachtformulier van 20 maart 2026. Volgens verzoeker heeft de rechter in de hoofdzaak niet gekeken naar de beweringen en beschuldigingen. Verzoeker is het niet eens met de einduitspraak in de hoofdzaak.



2.2.
In artikel 36 Rv staat dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.



2.3.
Een wrakingsverzoek kan worden ingediend totdat de behandelend rechter einduitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak. Na een einduitspraak eindigt de procedure namelijk en is er dus geen “behandelend rechter” meer zoals wordt bedoeld in artikel 36 Rv.



2.4.
Verzoeker heeft zijn wrakingsverzoek ingediend na de einduitspraak van 20 maart 2026 om 9:31 uur en dat is te laat. De wrakingskamer zal verzoeker daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn wrakingsverzoek.



2.5.
Daarbij merkt de wrakingskamer ten overvloede op dat in de hoofdzaak verplichte procesvertegenwoordiging geldt en in procedures waarin procesvertegenwoordiging verplicht is, ondertekening van een schriftelijk wrakingsverzoek door een advocaat is vereist. Dit betekent dat verzoeker alleen met bijstand van een advocaat een schriftelijk wrakingsverzoek kan indienen.



2.6.
De conclusie van het voorgaande is dat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn wrakingsverzoek.






3De beslissing


De wrakingskamer



3.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;



3.2.
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te sturen aan verzoeker, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, andere betrokken partijen, de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkt en de president van deze rechtbank.


Deze beslissing is genomen door mr. R.C. Stijnen, voorzitter, en mr. C.A.J. van Yperen en
mr. J.F. Haeck als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. D. van Wijk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026.




de griffier de voorzitter







Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.






Zie artikel 2.4.2. onder d van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank.


Zie artikel 2.1.2 van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank.