Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:1134
2026-01-21
Civiel recht; Ondernemingsrecht
C/16/603227 / HL ZA 25-300
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Incidentele vordering tot onbevoegdheid van rechtbank. Hoofdvordering is nietig verklaren dan wel vernietigen van besluiten van VvE. VvE stelt dat rechtbank onbevoegd is en de hoofdvordering moet worden doorverwezen naar kantonrechter. Rechtbank wijst de incidentele vordering af en acht zich bevoegd.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (7.438 tekens)
RECHTBANK Midden-Nederland
Civiel recht
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: C/16/603227 / HL ZA 25-300
Vonnis in incidenten van 21 januari 2026
in de zaak van
[procesdeelneemster 1]
,
te [plaats 1] ,
eisende partij in de hoofdzaak,
eisende partij in het incident voorlopige voorziening, verwerende partij in het incident exceptie absolute onbevoegdheid,
advocaat: mr. P.M. Jongeling,
tegen
1VERENIGING VAN EIGENAARS [.] [..] ,
te [plaats 2] ,2. [procesdeelnemer 3],
te [plaats 2] ,
gedaagde partijen in de hoofdzaak,
eisende partij in het incident exceptie absolute onbevoegdheid, verwerende partij in het incident voorlopige voorziening,
advocaat: mr. P.M. Jacometti.
Partijen zullen hierna [procesdeelneemster 1] , de VvE en [procesdeelnemer 3] zullen samen VvE c.s. (vrouwelijk enkelvoud) worden genoemd, en ieder apart de VvE en [procesdeelnemer 3] .
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding, met een provisionele vordering ex artikel 223 Rv van [procesdeelneemster 1] ,
de incidentele conclusie houdende exceptie van absolute onbevoegdheid, tevens antwoord in incident provisionele vordering ex artikel 223 Rv van VvE c.s.,
de conclusie van antwoord in het incident exceptie van absolute onbevoegdheid van [procesdeelneemster 1] .
1.2.
Daarna is beslist dat een vonnis in de incidenten zal worden uitgesproken.
2Waar gaat de zaak over
2.1.
[procesdeelneemster 1] is als appartementseigenaresse lid van de VvE. [procesdeelnemer 3] is bestuurder van de VvE. Kort gezegd vordert [procesdeelneemster 1] in de hoofdzaak het volgende. [procesdeelneemster 1] wil dat de rechtbank een aantal besluiten van de VvE nietig verklaart, dan wel dat de rechtbank die besluiten vernietigt. Daarnaast wil [procesdeelneemster 1] dat de rechtbank aan haar een machtiging verleent om [procesdeelnemer 3] als bestuurder te ontslaan en een nieuw bestuur te benoemen.
2.2.
Bij de dagvaarding heeft [procesdeelneemster 1] provisioneel gevorderd dat de rechtbank alvast twee besluiten (no. 24 en no. 25) schorst of opschort. Dat gaat kort gezegd over de beslissing om € 200,00 per persoon te betalen aan eigenaars die deel willen zijn van de commissie die de eindbalans en de exploitatierekening van de VvE over 2025 controleert, en de beslissing dat een kascommissie wordt benoemd waarin (zo begrijpt de rechtbank) de hiervoor genoemde leden in deelnemen. VvE c.s. vindt dat de provisionele vordering moet worden afgewezen.
2.3.
VvE c.s. vindt dat de rechtbank absoluut onbevoegd is om van de vorderingen in de hoofdzaak kennis te nemen. Dat is volgens VvE c.s. alleen de kantonrechter, en de vorderingen moeten (zo voert VvE c.s. aan) bovendien niet bij dagvaarding worden gevorderd maar bij verzoekschrift worden ingediend. [procesdeelneemster 1] vindt dat de rechtbank wel bevoegd is.
2.4.
De rechtbank wijst beide incidentele vorderingen af. Die oordelen worden hierna uitgelegd.
3De beoordeling
3.1.
De rechtbank acht zich bevoegd om de vorderingen van [procesdeelneemster 1] te beoordelen. [procesdeelneemster 1] roept namelijk (zo leest de rechtbank die vorderingen) eerst de nietigheid in van bepaalde besluiten van de VvE. De rechtsbasis daarvoor is artikel 2:14 BW, waarover de rechtbank bevoegd is te beslissen. Voor zover die besluiten niet nietig zijn, vordert [procesdeelneemster 1] (de rechtbank leest: subsidiair) dat de rechtbank die besluiten vernietigt. De rechtsbasis daarvoor is artikel 5:130 BW, waarvoor (zo stelt VvE c.s. terecht) de kantonrechter bevoegd is en een dergelijke eis bij verzoekschrift moet worden ingediend. Maar naar het oordeel van de rechtbank blijft het belangrijkst het inroepen van de nietigheid. In het kader van doelmatigheid en procesorde zal de rechtbank ook beslissen, wanneer in de hoofdzaak de besluiten niet nietig zijn, of de besluiten vernietigd kunnen worden. Genoemde doelmatigheid en procesorde gaan in dit geval vóór de omstandigheid dat dergelijke eisen op zichzelf voor de kantonrechter bij verzoekschrift moeten worden ingediend. De incidentele vordering tot exceptie van absolute onbevoegdheid van VvE c.s. wordt daarom afgewezen.
3.2.
De besluiten van de VvE worden niet opgeschort of geschorst. [procesdeelneemster 1] stelt in zijn algemeenheid dat door het uitvoeren van genoemde besluiten feitelijke en financiële situaties ontstaan, die achteraf niet meer zouden zijn terug te draaien. Volgens [procesdeelneemster 1] heeft dat gevolgen voor de hoogte van haar bijdragen, de opbouw en besteding van het reservefonds en de uitvoering van het onderhoudsplan. Maar hoe groot dat belang van [procesdeelneemster 1] zou zijn, welke gevolgen dat precies voor haar heeft en waarom uitvoering van de besluiten haar belangen zodanig schaadt dat opschorting gerechtvaardigd is, legt [procesdeelneemster 1] niet uit. Ook legt [procesdeelneemster 1] niet uit waarom genoemde besluiten niet meer terug te draaien zouden zijn, wanneer de rechtbank in de hoofdzaak de besluiten nietig verklaart of vernietigt. De rechtbank ziet geen reden waarom de beslissing in de hoofdzaak niet zou kunnen worden afgewacht. De incidentele provisionele vordering wordt om genoemde redenen - als onvoldoende onderbouwd - afgewezen.
3.3.
Omdat beide partijen over en weer in de wederzijdse incidentele vorderingen in het ongelijk zijn gesteld, ziet de rechtbank aanleiding om de proceskosten te compenseren. Dat betekent dat iedere partij de eigen kosten draagt.
3.4.
De zaak zal voor conclusie van antwoord in de hoofdzaak van VvE c.s. naar de rol worden verwezen. Iedere verdere beslissing in de hoofdzaak zal worden aangehouden.
4De beslissing
De rechtbank
in het incident provisionele vordering van [procesdeelneemster 1]
4.1.
wijst de vordering af,
in het incident houdende exceptie van absolute onbevoegdheid van VvE c.s.
4.2.
wijst de vordering af,
in beide genoemde incidenten
4.3.
compenseert de proceskosten van partijen, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt,
in de hoofdzaak
4.4.
verwijst de zaak naar de rolzitting van 4 maart 2026 om 11:00 uur, voor het nemen van de conclusie van antwoord van VvE c.s.,
4.5.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken door mr. V. Boots op 21 januari 2026.
RW4211
Civiel recht
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: C/16/603227 / HL ZA 25-300
Vonnis in incidenten van 21 januari 2026
in de zaak van
[procesdeelneemster 1]
,
te [plaats 1] ,
eisende partij in de hoofdzaak,
eisende partij in het incident voorlopige voorziening, verwerende partij in het incident exceptie absolute onbevoegdheid,
advocaat: mr. P.M. Jongeling,
tegen
1VERENIGING VAN EIGENAARS [.] [..] ,
te [plaats 2] ,2. [procesdeelnemer 3],
te [plaats 2] ,
gedaagde partijen in de hoofdzaak,
eisende partij in het incident exceptie absolute onbevoegdheid, verwerende partij in het incident voorlopige voorziening,
advocaat: mr. P.M. Jacometti.
Partijen zullen hierna [procesdeelneemster 1] , de VvE en [procesdeelnemer 3] zullen samen VvE c.s. (vrouwelijk enkelvoud) worden genoemd, en ieder apart de VvE en [procesdeelnemer 3] .
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding, met een provisionele vordering ex artikel 223 Rv van [procesdeelneemster 1] ,
de incidentele conclusie houdende exceptie van absolute onbevoegdheid, tevens antwoord in incident provisionele vordering ex artikel 223 Rv van VvE c.s.,
de conclusie van antwoord in het incident exceptie van absolute onbevoegdheid van [procesdeelneemster 1] .
1.2.
Daarna is beslist dat een vonnis in de incidenten zal worden uitgesproken.
2Waar gaat de zaak over
2.1.
[procesdeelneemster 1] is als appartementseigenaresse lid van de VvE. [procesdeelnemer 3] is bestuurder van de VvE. Kort gezegd vordert [procesdeelneemster 1] in de hoofdzaak het volgende. [procesdeelneemster 1] wil dat de rechtbank een aantal besluiten van de VvE nietig verklaart, dan wel dat de rechtbank die besluiten vernietigt. Daarnaast wil [procesdeelneemster 1] dat de rechtbank aan haar een machtiging verleent om [procesdeelnemer 3] als bestuurder te ontslaan en een nieuw bestuur te benoemen.
2.2.
Bij de dagvaarding heeft [procesdeelneemster 1] provisioneel gevorderd dat de rechtbank alvast twee besluiten (no. 24 en no. 25) schorst of opschort. Dat gaat kort gezegd over de beslissing om € 200,00 per persoon te betalen aan eigenaars die deel willen zijn van de commissie die de eindbalans en de exploitatierekening van de VvE over 2025 controleert, en de beslissing dat een kascommissie wordt benoemd waarin (zo begrijpt de rechtbank) de hiervoor genoemde leden in deelnemen. VvE c.s. vindt dat de provisionele vordering moet worden afgewezen.
2.3.
VvE c.s. vindt dat de rechtbank absoluut onbevoegd is om van de vorderingen in de hoofdzaak kennis te nemen. Dat is volgens VvE c.s. alleen de kantonrechter, en de vorderingen moeten (zo voert VvE c.s. aan) bovendien niet bij dagvaarding worden gevorderd maar bij verzoekschrift worden ingediend. [procesdeelneemster 1] vindt dat de rechtbank wel bevoegd is.
2.4.
De rechtbank wijst beide incidentele vorderingen af. Die oordelen worden hierna uitgelegd.
3De beoordeling
3.1.
De rechtbank acht zich bevoegd om de vorderingen van [procesdeelneemster 1] te beoordelen. [procesdeelneemster 1] roept namelijk (zo leest de rechtbank die vorderingen) eerst de nietigheid in van bepaalde besluiten van de VvE. De rechtsbasis daarvoor is artikel 2:14 BW, waarover de rechtbank bevoegd is te beslissen. Voor zover die besluiten niet nietig zijn, vordert [procesdeelneemster 1] (de rechtbank leest: subsidiair) dat de rechtbank die besluiten vernietigt. De rechtsbasis daarvoor is artikel 5:130 BW, waarvoor (zo stelt VvE c.s. terecht) de kantonrechter bevoegd is en een dergelijke eis bij verzoekschrift moet worden ingediend. Maar naar het oordeel van de rechtbank blijft het belangrijkst het inroepen van de nietigheid. In het kader van doelmatigheid en procesorde zal de rechtbank ook beslissen, wanneer in de hoofdzaak de besluiten niet nietig zijn, of de besluiten vernietigd kunnen worden. Genoemde doelmatigheid en procesorde gaan in dit geval vóór de omstandigheid dat dergelijke eisen op zichzelf voor de kantonrechter bij verzoekschrift moeten worden ingediend. De incidentele vordering tot exceptie van absolute onbevoegdheid van VvE c.s. wordt daarom afgewezen.
3.2.
De besluiten van de VvE worden niet opgeschort of geschorst. [procesdeelneemster 1] stelt in zijn algemeenheid dat door het uitvoeren van genoemde besluiten feitelijke en financiële situaties ontstaan, die achteraf niet meer zouden zijn terug te draaien. Volgens [procesdeelneemster 1] heeft dat gevolgen voor de hoogte van haar bijdragen, de opbouw en besteding van het reservefonds en de uitvoering van het onderhoudsplan. Maar hoe groot dat belang van [procesdeelneemster 1] zou zijn, welke gevolgen dat precies voor haar heeft en waarom uitvoering van de besluiten haar belangen zodanig schaadt dat opschorting gerechtvaardigd is, legt [procesdeelneemster 1] niet uit. Ook legt [procesdeelneemster 1] niet uit waarom genoemde besluiten niet meer terug te draaien zouden zijn, wanneer de rechtbank in de hoofdzaak de besluiten nietig verklaart of vernietigt. De rechtbank ziet geen reden waarom de beslissing in de hoofdzaak niet zou kunnen worden afgewacht. De incidentele provisionele vordering wordt om genoemde redenen - als onvoldoende onderbouwd - afgewezen.
3.3.
Omdat beide partijen over en weer in de wederzijdse incidentele vorderingen in het ongelijk zijn gesteld, ziet de rechtbank aanleiding om de proceskosten te compenseren. Dat betekent dat iedere partij de eigen kosten draagt.
3.4.
De zaak zal voor conclusie van antwoord in de hoofdzaak van VvE c.s. naar de rol worden verwezen. Iedere verdere beslissing in de hoofdzaak zal worden aangehouden.
4De beslissing
De rechtbank
in het incident provisionele vordering van [procesdeelneemster 1]
4.1.
wijst de vordering af,
in het incident houdende exceptie van absolute onbevoegdheid van VvE c.s.
4.2.
wijst de vordering af,
in beide genoemde incidenten
4.3.
compenseert de proceskosten van partijen, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt,
in de hoofdzaak
4.4.
verwijst de zaak naar de rolzitting van 4 maart 2026 om 11:00 uur, voor het nemen van de conclusie van antwoord van VvE c.s.,
4.5.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken door mr. V. Boots op 21 januari 2026.
RW4211