Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2025:7985
2025-01-29
Civiel recht
C/16/578773 / HL ZA 24-194
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Bouwzaak. vermoedt dat de lekkages in de kelder van zijn villa het gevolg zijn van gebreken veroorzaakt bij de bouw van de villa door de aannemer. in verzuim met onderzoeksplicht. wil een deskundigenbericht.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (24.066 tekens)
RECHTBANK Midden-Nederland
Civiel recht
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: C/16/578773 / HL ZA 24-194
Vonnis van 29 januari 2025
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. Ch.P.A.Th. van Goethem,
tegen
[gedaagde]
,
gevestigd te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. B. Altena.
1De procedure
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 15 juli 2024 met producties 1 tot en met 13,
- de akte aanpassing dagvaarding,- de conclusie van antwoord met eis in reconventie en producties 1 tot en met 11,
- de conclusie van antwoord in reconventie,- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 18 december 2024.
1.2
Ten slotte is bepaald dat er een vonnis zal worden uitgesproken.
2De feiten
2.1
[eiser] en [gedaagde] hebben op 14 april 2016 een aannemingsovereenkomst gesloten voor de bouw van een onderkelderde villa voor [eiser] in [woonplaats] . [gedaagde] was de hoofdaannemer en enige contractspartij van [eiser] . [eiser] heeft zelf een hovenier ingeschakeld voor de tuinaanleg.
2.2
[gedaagde] heeft voor het sluiten van de overeenkomst, op 12 april 2016, naast de aannemingsovereenkomst de Algemene Voorwaarden voor Aanneming van werk 2013, herzien op december 2014 en de Garantietermijnen AVA Contract 2013 (hierna: de Garantietermijnen) aan [eiser] toegestuurd via een e-mail.
2.3
Op 5 maart 2018 vond de oplevering van de villa plaats. Hiervan is een opleveringskeuring opgesteld.
2.4
In juni 2022 constateerde [eiser] dat de kelderverdieping vochtplekken op de muren en vloer vertoonde. [eiser] heeft [gedaagde] daar in zijn e-mail van 15 juni 2022 op aangesproken.
2.5
Op 28 juni 2022 is [gedaagde] bij [eiser] langs geweest om de vochtplekken in de kelder te bekijken.
2.6
Op 29 juni 2022 heeft [eiser] in zijn e-mail aan [gedaagde] – voor zover hier van belang – het volgende bericht:
“Ik heb eerst zelf overleg gehad met de hovenier en daar komt het volgende uit naar
voren.
Hij is er absoluut geen fan van om een aantal het verband van het terras te verbreken.
De kans op verzakkingen na het terugplaatsen is 99,99 procent. De enige manier waarop hij garantie kan geven is dat het volledige terras opnieuw gaat (let op, hij zit echt niet om werk verlegen en doet het liever niet). Om schade aan de tuin te voorkomen moet er een rijpad neergelegd worden.
De garantie op verzakking moet dus 100 procent bij jullie liggen voor de komende
jaren en er moeten duidelijke afspraken gemaakt worden als er toch besloten wordt dat
dit de beste optie is.”
2.7
Op 25 augustus 2022 heeft [gedaagde] in zijn e-mail aan [eiser] – voor zover hier van belang – het volgende bericht:
“Zoals aangeboden willen wij graag onderzoeken wat de oorzaak van de lekkage sporen in de kelder kan zijn. Wij bieden aan om nadat een aantal tegels rond de kozijnen door de hovenier zijn verwijdert het detail te onderzoeken met [A] .
Wij horen graag of jullie gebruik willen maken van deze aanbieding.”
2.8
In januari 2023 heeft [eiser] een onderzoek uit laten voeren naar de lekkage door [deskundige] . (hierna: [deskundige] ). [deskundige] heeft hiervan een rapport opgesteld waaruit – voor zover hier van belang – het volgende volgt:
“Tijdens het endoscopisch onderzoek is geen deugdelijke waterkering (wel veel valspecie) waargenomen tussen deze aansluiting. Ook op de waargenomen foto’s welke tijdens de bouwperiode zijn genomen is er geen waterkering waargenomen. Enkel ter plaatse van de naden tussen de betonnen wandelementen is een soort van coating zichtbaar.”
2.9
Dit rapport heeft [eiser] op 10 februari 2023 aan [gedaagde] via een e-mail verstrekt.
2.10
Op 12 april 2024 heeft de advocaat van [eiser] [gedaagde] gesommeerd tot herstel van de gebreken.
2.11
Op 13 mei 2024 heeft [gedaagde] per brief – voor zover hier van belang – het volgende geschreven:
“Op voorhand willen wij de door u omschreven aansprakelijkheid afwijzen en zijn wij in afwachting van de 10-2-2023 gevraagde onderbouwing aan uw dient voor grote mate van waarschijnlijkheid dat het gebrek kan worden toegeschreven aan een omstandigheid die aan ons als aannemer kan worden toegerekend.”
2.12
Per brief van 7 juni 2024 aan de advocaat van [eiser] heeft de advocaat van [gedaagde] – kortgezegd – het gebrek betwist, en zich namens [gedaagde] beroepen op verjaring en verval. Zij heeft in haar brief het volgende geconcludeerd: “Gelet op het voorgaande wijst cliënte de aansprakelijkheid van de hand.”
2.13
De advocaat van [eiser] heeft in de brief van 19 juni 2024 – voor zover hier van belang - het volgende geschreven: “Ik ben voornemens om tot dagvaarding van de aannemer over te gaan en om dit kader een voorlopig deskundigenonderzoek te laten gelasten. In dit kader is cliënt bereid om de aannemer nogmaals de kans te bieden tot behoorlijk gedegen onderzoek waarvan het formuleren van een plan van aanpak onderdeel zal zijn waarbij ook aandacht wordt besteed aan de gevolgschade en het behoorlijk verwijderen en weer deugdelijk aanbrengen van het terras om verzakking te voorkomen.
Graag ontvang ik binnen 7 dagen na vandaag uw bevestiging dat door de aannemer voor diens rekening en risico een behoorlijk onderzoek zal worden uitgevoerd door een in overleg met cliënt aan te wijzen deskundige met overleg over omvang van dit onderzoek, nog voor de bouwvakvakantie uit te laten voeren én dat de aannemer op grond van de bevindingen van de deskundige binnen 14 dagen nadien een behoorlijk deugdelijk plan van aanpak tot herstel te leveren inclusief de te treffen maatregelen om verzakking van het terras te voorkomen en om de afwerking aan de binnenzijde te herstellen.”
2.14
In een reactie daarop heeft de advocaat van [gedaagde] in een brief op 25 juni 2024 het volgende geschreven:
“Het voorstel van uw cliënten inhoudende het onderzoek uitvoeren door een externe deskundige die door uw cliënte zal worden aangewezen is op dit moment wat betreft cliënte niet aan de orde. Wat cliënte betreft kan het onderzoek op korte termijn, door hemzelf (en eventueel door onderaannemers gelijk mee te nemen) plaatsvinden.”
2.15
Op 18 juli 2024 heeft de Voorzieningenrechter het verzoek van [eiser] tot het doen leggen van conservatoir beslag op de bankrekening van [gedaagde] toegestaan. De deurwaarder heeft vervolgens beslag gelegd.
2.16
[eiser] heeft het conservatoir beslag opgeheven nadat [gedaagde] een bankgarantie voor een bedrag van € 541.800,00 heeft verstrekt.
3Het geschil
in conventie
3.1
[eiser] vordert het volgende:
I. primair: een verklaring voor recht dat [gedaagde] toerekenbaar tekortschiet onder de overeenkomst van aanneming van werk met [eiser] door de lekkage en gebrekkige uitvoering en dat [gedaagde] hierdoor jegens [eiser] aansprakelijk is voor de hierdoor veroorzaakte (gevolg)schade en kosten van herstel;
II. primair: veroordeling van [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van de door [eiser] geleden en nog te lijden schade van herstelkosten en nakosten, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met de contractuele handelsrente c.q. de wettelijke handelsrente vanaf de dag der eerste sommatie d.d. 12 december 2022 of de datum van dit exploot binnen 5 dagen na datum van het in deze te wijzen vonnis;
III. subsidiair: veroordeling van [gedaagde] tot deugdelijk en compleet herstel aan te vangen binnen 14 dagen na het door UEA te wijzen vonnis conform de door de deskundige (van [eiser] ) geadviseerd herstel en dit herstel binnen 6 maanden na datum vonnis deugdelijk te voltooien inclusief afbouwwerken, op straffe van een dwangsom van € 5.000 per dag voor iedere dag dat [eiser] dit na datum van het te wijzen vonnis nalaat;
IV. primair en subsidiair: beveling van een voorlopig deskundigenonderzoek gericht op het ontstaan, de oorzaak en omvang en vorm van herstel van de lekkages aan de woning van [eiser] met verklaring van de daarvoor aansprakelijke partij;
V. primair en subsidiair: benoeming van een ter zake deskundig arbiter van de Raad van Arbitrage voor in bouwgeschillen dan wel een door de rechtbank te benoemen deskundige, als deskundige aan te wijzen met de bepaling dat beide partijen gezamenlijk de kosten van het voorschot van de deskundige betalen;
VI. primair en subsidiair: veroordeling van [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van € 1.336,06 aan buitengerechtelijke incassokosten conform de Wettelijke Incassokosten (WIK) althans tot een zodanig bedrag alsmede in alle kosten gevallen op dit geding waaronder de kosten van [deskundige] alsmede in de nakosten, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten te rekenen vanaf de datum van het vonnis.
3.2
[eiser] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat [gedaagde] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst, omdat zijn kelder een lekkage bevat waarvoor [gedaagde] verantwoordelijk is op grond van artikel 1.2, dan wel 1.1 van de Garantietermijnen. Hierdoor lijdt [eiser] schade.
3.3
[gedaagde] betwist dat sprake is van een (ernstig) gebrek dat voor haar rekening komt en stelt dat [eiser] in schuldeisersverzuim verkeert, omdat hij heeft verhinderd dat [gedaagde] onderzoek kon doen naar het gebrek.
in reconventie
3.4
[gedaagde] vordert het volgende:
I. veroordeling van [eiser] tot betaling van € 3.373,90, te voldoen binnen 14 dagen na het vonnis;
II. veroordeling van [eiser] om:
a. voor zover de vorderingen van [eiser] worden afgewezen, medewerking te verlenen om de gehele bankgarantie op te zeggen of een verklaring voor beëindiging op te sturen naar de bank onder afgifte van een kopie aan [gedaagde] , dan wel
b. voor zover de vorderingen van [eiser] worden afgewezen, medewerking te verlenen om de bankgarantie te verlagen tot het bedrag waartoe [gedaagde] veroordeeld is en die verklaring te sturen naar de bank onder afgifte van een kopie aan [gedaagde] .
c. binnen 14 dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis te voldoen aan het onder II onder a. en b. gevorderde, zulks op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag, een dagdeel daaronder begrepen, dat [eiser] weigert zijn (decharge) verklaring ter opheffing of verlaging van de bankgarantie te sturen naar de bank en in kopie naar [gedaagde] , met een maximum van € 20.000,00.
d. [gedaagde] vordert een verklaring voor recht dat [eiser] aansprakelijk is voor toekomstige schade die rechtstreeks verband houdt met het conservatoire beslag.
3.5
[gedaagde] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat [eiser] conservatoir ten laste van [gedaagde] heeft gelegd op haar bankrekening. Ter opheffing van het beslag heeft [gedaagde] een bankgarantie verstrekt. Volgens [gedaagde] was het conservatoir beslag onrechtmatig, omdat er voor een te hoog bedrag beslag is gelegd.
3.6
[eiser] betwist dat het conservatoir onrechtmatig was.
4De beoordeling
in conventie en reconventie
De lekkage is een ernstig gebrek
4.1
Uit artikel 1.1 van de Garantietermijnen AVA Contract 2013 volgt dat de garantietermijn voor gebreken na oplevering 6 jaar betreft. Voor ernstige gebreken die de hechtheid van de constructie of een wezenlijk onderdeel daarvan aantast, bedraagt de garantietermijn 10 jaar (artikel 1.2 van de Garantietermijnen).
4.2
Er is sprake van een villa voorzien van een kelder met leeffunctie. [eiser] mag verwachten dat die kelder waterdicht is. Op de foto’s die bij het rapport van [deskundige] zijn gevoegd, is duidelijk te zien dat de kelder lekkage vertoont die zich uit in vochtschades
aan de bovenzijde in de fitnessruimte, de logeerkamer, de gang en in de bioscoopruimte. Een lekkage in een kelder met leeffunctie is een ernstig gebrek, omdat dit de kelder ongeschikt maakt voor die bestemming. Naast dat een lekkage de leefruimte aantast, levert een lekkage ook gezondheidsrisico’s op vanwege schimmelvorming. Dit betekent dat als blijkt dat het gebrek onder de verantwoordelijkheid van [gedaagde] valt, hierop de garantietermijn uit artikel 1.2 van tien jaar geldt.
De oorzaak van de lekkage is onduidelijk
4.3
Volgens [eiser] is [gedaagde] tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst, omdat de oorzaak van de lekkage gelegen ligt in de onjuiste uitvoering van de werkzaamheden door [gedaagde] . [eiser] legt aan zijn stelling het deskundigenrapport van [deskundige] ten grondslag. [deskundige] heeft in haar rapport geconcludeerd dat de lekkage komt door het ontbreken van een deugdelijke waterkering. Echter, uit de foto’s die [gedaagde] heeft overgelegd (productie 7 bij de conclusie van antwoord van [gedaagde] ) volgt volgens haar dat er wel een waterkering is aangelegd. [gedaagde] heeft ook aangevoerd dat de oorzaak van het gebrek gelegen kan zijn in de drainage die de hovenier niet of niet goed heeft aangelegd en waarvoor zij dus niet verantwoordelijk is. Daarmee heeft [gedaagde] de conclusie van [deskundige] gemotiveerd weersproken. Het rapport van [deskundige] is daarmee onvoldoende onderbouwing van de stelling van [eiser] dat de lekkage in de kelder een gebrek is waarvoor [gedaagde] verantwoordelijk is.
4.4
Op dit moment is dus nog onduidelijk wat de oorzaak van het gebrek is. Er zal dus nog onderzoek naar het gebrek moeten worden gedaan. Artikel 7:759 lid 1 BW bepaalt dat als het werk na oplevering gebreken vertoont waarvoor de aannemer aansprakelijk is, de opdrachtgever, tenzij zulks in verband met de omstandigheden niet van hem kan worden gevergd, aan de aannemer de gelegenheid moet geven de gebreken binnen een redelijke termijn weg te nemen. Situaties waarin dit niet van de opdrachtgever kan worden gevergd zijn met name als de noodzakelijke herstelwerkzaamheden groot ongerief voor de opdrachtgever zouden meebrengen, als in verband met de gebleken onbekwaamheid van de aannemer geen goed resultaat van de herstelwerkzaamheden is te verwachten, als niet valt aan te nemen dat het herstel binnen redelijke termijn kan worden voltooid of als er sprake is van een verstoorde verhouding.
Geen schuldeisersverzuim aan zijde van [eiser] / wel verzuim aan zijde van [gedaagde]
4.5
Uit de correspondentie tussen [eiser] en [gedaagde] (productie 5 bij dagvaarding) is het volgende gebleken. [gedaagde] wilde de oorzaak van de vochtplekken in de kelder samen met een onderaannemer komen onderzoeken en als uit dat onderzoek zou blijken dat zij verantwoordelijk is voor dat gebrek, het gebrek herstellen. [gedaagde] heeft ook aangegeven dat voor het onderzoek noodzakelijk was dat er enkele terrastegels verwijderd moesten worden. [eiser] heeft gezegd daaraan mee te willen merken, mits [gedaagde] 100% garantie zou geven op het gehele terras als er eventueel een verzakking van het terras zou plaatsvinden. [eiser] had namelijk navraag gedaan bij de hovenier en die had gezegd dat er bijna 100% kans zou zijn op verzakking als [gedaagde] haar onderzoek-/herstelwerkzaamheden zou uitvoeren. Volgens [gedaagde] was een vergaande maatregel niet nodig en zij is daarom niet akkoord gegaan met de door [eiser] gestelde voorwaarde voor het onderzoek. [eiser] weigerde vervolgens [gedaagde] onderzoek te laten doen.
4.6
[eiser] stelt dat niet van hem kon worden gevergd om [gedaagde] onderzoek te laten doen, omdat [gedaagde] geen garantie wilde geven op het terras in het geval dat zou verzakken. [gedaagde] ziet dit anders en stelt dat [eiser] door haar te weigeren onderzoek te verrichten, in schuldeisersverzuim is komen te verkeren.
4.7
De rechtbank oordeelt als volgt. Onderscheid moet worden gemaakt tussen de twee verplichtingen die [gedaagde] als opdrachtgever heeft. Zij zal namelijk bij de constatering van een gebrek eerst onderzoek moeten doen naar dat gebrek (1e verplichting) en, als blijkt dat dit gebrek haar verantwoordelijkheid is, het gebrek moeten herstellen (2e verplichting). In dit stadium van de procedure zal eerst moeten worden bekeken of [gedaagde] is tekortgeschoten in haar onderzoeksplicht en om die reden in verzuim verkeert.
4.8
Het belang van [eiser] bij behoud van zijn garantie betreffende het terras is begrijpelijk. Het gaat om een groot terras bij een kapitale villa. Omdat het onderzoek door [gedaagde] tot gevolg zou kunnen hebben dat de door de hovenier afgegeven garantie zou vervallen, is het begrijpelijk dat [eiser] aan zijn instemming met het onderzoek van [gedaagde] een garantie verlangde tegen verzakking. Op dat meermaals door [eiser] gedane verzoek is [gedaagde] niet constructief ingegaan. Op de ingebrekestelling van 12 april 2024 (productie 7 bij de dagvaarding) van [eiser] aan [gedaagde] komt een afwijzende reactie (productie 9 bij de dagvaarding) waarin iedere aansprakelijkheid van de hand gewezen en het verzoek van [eiser] om een garantie als onwerkbaar van de hand wordt gewezen. Kortom, gedurende twee jaar zijn partijen niet in staat gebleken een werkbare afspraak te maken over de nadelige gevolgen voor [eiser] van het vervallen van de garantie van het terras. Van [gedaagde] had mogen worden verwacht dat zij de op zich terechte zorg van [eiser] voor de verzakking van het terras serieus zou nemen, en daarvan zou hebben doen blijken door het doen van een redelijk en constructief voorstel. Door haar opstelling heeft zij daar geen blijk van gegeven. Integendeel, [gedaagde] heeft bij gebreke van verdere medewerking van [eiser] aangegeven terug te zullen vallen op de contractuele bewijsregeling en haar aansprakelijkheid op principiële gronden bestreden. Uit deze feiten blijkt dat de verhouding tussen partijen inmiddels ernstig is verstoord. Dit sluit aan op de opmerking van de advocaat van [gedaagde] in zijn e-mail van 6 juli 2023 waarin hij oppert dat het beter is het onderzoek uit handen te geven. Onder deze omstandigheden kan en kon het redelijkerwijs niet meer van [eiser] worden verwacht, [gedaagde] in de gelegenheid te stellen de schade oorzaak te onderzoeken. [gedaagde] is dus tekortgeschoten in haar onderzoeksplicht en verkeert, na de ingebrekestelling van 12 april 2024, ten aanzien van die verplichting in verzuim.
4.9
Dit betekent dat de rechtbank toekomt aan de beoordeling van de vraag of er sprake is van een gebrek waarvoor [gedaagde] verantwoordelijk is.
De rechtbank is van plan een deskundige te benoemen
4.10
Omdat het uit het door partijen gevoerde debat voor de rechtbank niet duidelijk is geworden of de lekkage in de kelder een gebrek is waarvoor [gedaagde] verantwoordelijk is, kan de rechtbank ook niet beoordelen of [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. De rechtbank overweegt daarom om een deskundige te benoemen en hem/haar de volgende vragen te stellen:
Wat is de oorzaak van de lekkage(s) en de vochtplekken in de kelder?
Duidt die oorzaak op een constructief gebrek van de kelder en zo ja, wat is dat gebrek?
Als er sprake is van een constructief gebrek, op welke wijze kan dat gebrek duurzaam worden hersteld?
Wat zijn, op grond van (bij voorkeur drie) door u op te vragen offertes voor het uitvoeren van die herstelwerkzaamheden, de redelijke herstelkosten?
Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling?
4.11
De rechtbank stelt voor één deskundige te benoemen die arbiter is bij de Raad voor Arbitrage voor bouwgeschillen om de hiervoor genoemde vragen te beantwoorden. De zaak wordt verwezen naar de rol om partijen in de gelegenheid te stellen bij akte op dit voorstel te reageren, zich uit te laten over het specialisme van de deskundige en vragen voor te stellen die de deskundige naar hun mening zou moeten beantwoorden. Alleen als partijen het eens zijn over de persoon van de te benoemen deskundige, kunnen zij een specifieke deskundige voorstellen.
4.12
De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt in de wet dat het voorschot op de kosten van de deskundige door de eisende partij moet worden betaald. Dit voorschot moet daarom door [eiser] worden betaald.
4.13
In het eindvonnis zal de rechtbank beslissen wie van partijen uiteindelijk de kosten van de deskundige moet betalen.
4.14
De rechtbank gaat ervan uit dat partijen in onderling overleg overeenstemming bereiken over de persoon die als deskundige gaat optreden. Voor zover partijen daarover geen overeenstemming kunnen bereiken zal de rechtbank een eigen deskundige benoemen.
4.15
De rechtbank zal de zaak naar de rol verwijzen, zodat partijen zich hierover bij akte kunnen uitlaten. Partijen moeten de concept-akte uiterlijk een week vóór de roldatum naar elkaar toesturen, zodat zij in hun definitieve akte op de akte van de wederpartij kunnen reageren.
4.16
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
5De beslissing
De rechtbank
5.1
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 12 februari 2025 om beide partijen in de gelegenheid te stellen een akte in te dienen waarin zij zich uitlaten over het aangekondigde deskundigenbericht,
5.2
bepaalt dat partijen elkaar uiterlijk een week vóór de genoemde roldatum de concept-akte moeten toesturen, zodat zij ieder in hun eigen akte nog kunnen reageren op de standpunten van de wederpartij,
5.3
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.M.M. Steenberghe en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2025.
Civiel recht
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: C/16/578773 / HL ZA 24-194
Vonnis van 29 januari 2025
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. Ch.P.A.Th. van Goethem,
tegen
[gedaagde]
,
gevestigd te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. B. Altena.
1De procedure
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 15 juli 2024 met producties 1 tot en met 13,
- de akte aanpassing dagvaarding,- de conclusie van antwoord met eis in reconventie en producties 1 tot en met 11,
- de conclusie van antwoord in reconventie,- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 18 december 2024.
1.2
Ten slotte is bepaald dat er een vonnis zal worden uitgesproken.
2De feiten
2.1
[eiser] en [gedaagde] hebben op 14 april 2016 een aannemingsovereenkomst gesloten voor de bouw van een onderkelderde villa voor [eiser] in [woonplaats] . [gedaagde] was de hoofdaannemer en enige contractspartij van [eiser] . [eiser] heeft zelf een hovenier ingeschakeld voor de tuinaanleg.
2.2
[gedaagde] heeft voor het sluiten van de overeenkomst, op 12 april 2016, naast de aannemingsovereenkomst de Algemene Voorwaarden voor Aanneming van werk 2013, herzien op december 2014 en de Garantietermijnen AVA Contract 2013 (hierna: de Garantietermijnen) aan [eiser] toegestuurd via een e-mail.
2.3
Op 5 maart 2018 vond de oplevering van de villa plaats. Hiervan is een opleveringskeuring opgesteld.
2.4
In juni 2022 constateerde [eiser] dat de kelderverdieping vochtplekken op de muren en vloer vertoonde. [eiser] heeft [gedaagde] daar in zijn e-mail van 15 juni 2022 op aangesproken.
2.5
Op 28 juni 2022 is [gedaagde] bij [eiser] langs geweest om de vochtplekken in de kelder te bekijken.
2.6
Op 29 juni 2022 heeft [eiser] in zijn e-mail aan [gedaagde] – voor zover hier van belang – het volgende bericht:
“Ik heb eerst zelf overleg gehad met de hovenier en daar komt het volgende uit naar
voren.
Hij is er absoluut geen fan van om een aantal het verband van het terras te verbreken.
De kans op verzakkingen na het terugplaatsen is 99,99 procent. De enige manier waarop hij garantie kan geven is dat het volledige terras opnieuw gaat (let op, hij zit echt niet om werk verlegen en doet het liever niet). Om schade aan de tuin te voorkomen moet er een rijpad neergelegd worden.
De garantie op verzakking moet dus 100 procent bij jullie liggen voor de komende
jaren en er moeten duidelijke afspraken gemaakt worden als er toch besloten wordt dat
dit de beste optie is.”
2.7
Op 25 augustus 2022 heeft [gedaagde] in zijn e-mail aan [eiser] – voor zover hier van belang – het volgende bericht:
“Zoals aangeboden willen wij graag onderzoeken wat de oorzaak van de lekkage sporen in de kelder kan zijn. Wij bieden aan om nadat een aantal tegels rond de kozijnen door de hovenier zijn verwijdert het detail te onderzoeken met [A] .
Wij horen graag of jullie gebruik willen maken van deze aanbieding.”
2.8
In januari 2023 heeft [eiser] een onderzoek uit laten voeren naar de lekkage door [deskundige] . (hierna: [deskundige] ). [deskundige] heeft hiervan een rapport opgesteld waaruit – voor zover hier van belang – het volgende volgt:
“Tijdens het endoscopisch onderzoek is geen deugdelijke waterkering (wel veel valspecie) waargenomen tussen deze aansluiting. Ook op de waargenomen foto’s welke tijdens de bouwperiode zijn genomen is er geen waterkering waargenomen. Enkel ter plaatse van de naden tussen de betonnen wandelementen is een soort van coating zichtbaar.”
2.9
Dit rapport heeft [eiser] op 10 februari 2023 aan [gedaagde] via een e-mail verstrekt.
2.10
Op 12 april 2024 heeft de advocaat van [eiser] [gedaagde] gesommeerd tot herstel van de gebreken.
2.11
Op 13 mei 2024 heeft [gedaagde] per brief – voor zover hier van belang – het volgende geschreven:
“Op voorhand willen wij de door u omschreven aansprakelijkheid afwijzen en zijn wij in afwachting van de 10-2-2023 gevraagde onderbouwing aan uw dient voor grote mate van waarschijnlijkheid dat het gebrek kan worden toegeschreven aan een omstandigheid die aan ons als aannemer kan worden toegerekend.”
2.12
Per brief van 7 juni 2024 aan de advocaat van [eiser] heeft de advocaat van [gedaagde] – kortgezegd – het gebrek betwist, en zich namens [gedaagde] beroepen op verjaring en verval. Zij heeft in haar brief het volgende geconcludeerd: “Gelet op het voorgaande wijst cliënte de aansprakelijkheid van de hand.”
2.13
De advocaat van [eiser] heeft in de brief van 19 juni 2024 – voor zover hier van belang - het volgende geschreven: “Ik ben voornemens om tot dagvaarding van de aannemer over te gaan en om dit kader een voorlopig deskundigenonderzoek te laten gelasten. In dit kader is cliënt bereid om de aannemer nogmaals de kans te bieden tot behoorlijk gedegen onderzoek waarvan het formuleren van een plan van aanpak onderdeel zal zijn waarbij ook aandacht wordt besteed aan de gevolgschade en het behoorlijk verwijderen en weer deugdelijk aanbrengen van het terras om verzakking te voorkomen.
Graag ontvang ik binnen 7 dagen na vandaag uw bevestiging dat door de aannemer voor diens rekening en risico een behoorlijk onderzoek zal worden uitgevoerd door een in overleg met cliënt aan te wijzen deskundige met overleg over omvang van dit onderzoek, nog voor de bouwvakvakantie uit te laten voeren én dat de aannemer op grond van de bevindingen van de deskundige binnen 14 dagen nadien een behoorlijk deugdelijk plan van aanpak tot herstel te leveren inclusief de te treffen maatregelen om verzakking van het terras te voorkomen en om de afwerking aan de binnenzijde te herstellen.”
2.14
In een reactie daarop heeft de advocaat van [gedaagde] in een brief op 25 juni 2024 het volgende geschreven:
“Het voorstel van uw cliënten inhoudende het onderzoek uitvoeren door een externe deskundige die door uw cliënte zal worden aangewezen is op dit moment wat betreft cliënte niet aan de orde. Wat cliënte betreft kan het onderzoek op korte termijn, door hemzelf (en eventueel door onderaannemers gelijk mee te nemen) plaatsvinden.”
2.15
Op 18 juli 2024 heeft de Voorzieningenrechter het verzoek van [eiser] tot het doen leggen van conservatoir beslag op de bankrekening van [gedaagde] toegestaan. De deurwaarder heeft vervolgens beslag gelegd.
2.16
[eiser] heeft het conservatoir beslag opgeheven nadat [gedaagde] een bankgarantie voor een bedrag van € 541.800,00 heeft verstrekt.
3Het geschil
in conventie
3.1
[eiser] vordert het volgende:
I. primair: een verklaring voor recht dat [gedaagde] toerekenbaar tekortschiet onder de overeenkomst van aanneming van werk met [eiser] door de lekkage en gebrekkige uitvoering en dat [gedaagde] hierdoor jegens [eiser] aansprakelijk is voor de hierdoor veroorzaakte (gevolg)schade en kosten van herstel;
II. primair: veroordeling van [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van de door [eiser] geleden en nog te lijden schade van herstelkosten en nakosten, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met de contractuele handelsrente c.q. de wettelijke handelsrente vanaf de dag der eerste sommatie d.d. 12 december 2022 of de datum van dit exploot binnen 5 dagen na datum van het in deze te wijzen vonnis;
III. subsidiair: veroordeling van [gedaagde] tot deugdelijk en compleet herstel aan te vangen binnen 14 dagen na het door UEA te wijzen vonnis conform de door de deskundige (van [eiser] ) geadviseerd herstel en dit herstel binnen 6 maanden na datum vonnis deugdelijk te voltooien inclusief afbouwwerken, op straffe van een dwangsom van € 5.000 per dag voor iedere dag dat [eiser] dit na datum van het te wijzen vonnis nalaat;
IV. primair en subsidiair: beveling van een voorlopig deskundigenonderzoek gericht op het ontstaan, de oorzaak en omvang en vorm van herstel van de lekkages aan de woning van [eiser] met verklaring van de daarvoor aansprakelijke partij;
V. primair en subsidiair: benoeming van een ter zake deskundig arbiter van de Raad van Arbitrage voor in bouwgeschillen dan wel een door de rechtbank te benoemen deskundige, als deskundige aan te wijzen met de bepaling dat beide partijen gezamenlijk de kosten van het voorschot van de deskundige betalen;
VI. primair en subsidiair: veroordeling van [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van € 1.336,06 aan buitengerechtelijke incassokosten conform de Wettelijke Incassokosten (WIK) althans tot een zodanig bedrag alsmede in alle kosten gevallen op dit geding waaronder de kosten van [deskundige] alsmede in de nakosten, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten te rekenen vanaf de datum van het vonnis.
3.2
[eiser] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat [gedaagde] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst, omdat zijn kelder een lekkage bevat waarvoor [gedaagde] verantwoordelijk is op grond van artikel 1.2, dan wel 1.1 van de Garantietermijnen. Hierdoor lijdt [eiser] schade.
3.3
[gedaagde] betwist dat sprake is van een (ernstig) gebrek dat voor haar rekening komt en stelt dat [eiser] in schuldeisersverzuim verkeert, omdat hij heeft verhinderd dat [gedaagde] onderzoek kon doen naar het gebrek.
in reconventie
3.4
[gedaagde] vordert het volgende:
I. veroordeling van [eiser] tot betaling van € 3.373,90, te voldoen binnen 14 dagen na het vonnis;
II. veroordeling van [eiser] om:
a. voor zover de vorderingen van [eiser] worden afgewezen, medewerking te verlenen om de gehele bankgarantie op te zeggen of een verklaring voor beëindiging op te sturen naar de bank onder afgifte van een kopie aan [gedaagde] , dan wel
b. voor zover de vorderingen van [eiser] worden afgewezen, medewerking te verlenen om de bankgarantie te verlagen tot het bedrag waartoe [gedaagde] veroordeeld is en die verklaring te sturen naar de bank onder afgifte van een kopie aan [gedaagde] .
c. binnen 14 dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis te voldoen aan het onder II onder a. en b. gevorderde, zulks op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag, een dagdeel daaronder begrepen, dat [eiser] weigert zijn (decharge) verklaring ter opheffing of verlaging van de bankgarantie te sturen naar de bank en in kopie naar [gedaagde] , met een maximum van € 20.000,00.
d. [gedaagde] vordert een verklaring voor recht dat [eiser] aansprakelijk is voor toekomstige schade die rechtstreeks verband houdt met het conservatoire beslag.
3.5
[gedaagde] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat [eiser] conservatoir ten laste van [gedaagde] heeft gelegd op haar bankrekening. Ter opheffing van het beslag heeft [gedaagde] een bankgarantie verstrekt. Volgens [gedaagde] was het conservatoir beslag onrechtmatig, omdat er voor een te hoog bedrag beslag is gelegd.
3.6
[eiser] betwist dat het conservatoir onrechtmatig was.
4De beoordeling
in conventie en reconventie
De lekkage is een ernstig gebrek
4.1
Uit artikel 1.1 van de Garantietermijnen AVA Contract 2013 volgt dat de garantietermijn voor gebreken na oplevering 6 jaar betreft. Voor ernstige gebreken die de hechtheid van de constructie of een wezenlijk onderdeel daarvan aantast, bedraagt de garantietermijn 10 jaar (artikel 1.2 van de Garantietermijnen).
4.2
Er is sprake van een villa voorzien van een kelder met leeffunctie. [eiser] mag verwachten dat die kelder waterdicht is. Op de foto’s die bij het rapport van [deskundige] zijn gevoegd, is duidelijk te zien dat de kelder lekkage vertoont die zich uit in vochtschades
aan de bovenzijde in de fitnessruimte, de logeerkamer, de gang en in de bioscoopruimte. Een lekkage in een kelder met leeffunctie is een ernstig gebrek, omdat dit de kelder ongeschikt maakt voor die bestemming. Naast dat een lekkage de leefruimte aantast, levert een lekkage ook gezondheidsrisico’s op vanwege schimmelvorming. Dit betekent dat als blijkt dat het gebrek onder de verantwoordelijkheid van [gedaagde] valt, hierop de garantietermijn uit artikel 1.2 van tien jaar geldt.
De oorzaak van de lekkage is onduidelijk
4.3
Volgens [eiser] is [gedaagde] tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst, omdat de oorzaak van de lekkage gelegen ligt in de onjuiste uitvoering van de werkzaamheden door [gedaagde] . [eiser] legt aan zijn stelling het deskundigenrapport van [deskundige] ten grondslag. [deskundige] heeft in haar rapport geconcludeerd dat de lekkage komt door het ontbreken van een deugdelijke waterkering. Echter, uit de foto’s die [gedaagde] heeft overgelegd (productie 7 bij de conclusie van antwoord van [gedaagde] ) volgt volgens haar dat er wel een waterkering is aangelegd. [gedaagde] heeft ook aangevoerd dat de oorzaak van het gebrek gelegen kan zijn in de drainage die de hovenier niet of niet goed heeft aangelegd en waarvoor zij dus niet verantwoordelijk is. Daarmee heeft [gedaagde] de conclusie van [deskundige] gemotiveerd weersproken. Het rapport van [deskundige] is daarmee onvoldoende onderbouwing van de stelling van [eiser] dat de lekkage in de kelder een gebrek is waarvoor [gedaagde] verantwoordelijk is.
4.4
Op dit moment is dus nog onduidelijk wat de oorzaak van het gebrek is. Er zal dus nog onderzoek naar het gebrek moeten worden gedaan. Artikel 7:759 lid 1 BW bepaalt dat als het werk na oplevering gebreken vertoont waarvoor de aannemer aansprakelijk is, de opdrachtgever, tenzij zulks in verband met de omstandigheden niet van hem kan worden gevergd, aan de aannemer de gelegenheid moet geven de gebreken binnen een redelijke termijn weg te nemen. Situaties waarin dit niet van de opdrachtgever kan worden gevergd zijn met name als de noodzakelijke herstelwerkzaamheden groot ongerief voor de opdrachtgever zouden meebrengen, als in verband met de gebleken onbekwaamheid van de aannemer geen goed resultaat van de herstelwerkzaamheden is te verwachten, als niet valt aan te nemen dat het herstel binnen redelijke termijn kan worden voltooid of als er sprake is van een verstoorde verhouding.
Geen schuldeisersverzuim aan zijde van [eiser] / wel verzuim aan zijde van [gedaagde]
4.5
Uit de correspondentie tussen [eiser] en [gedaagde] (productie 5 bij dagvaarding) is het volgende gebleken. [gedaagde] wilde de oorzaak van de vochtplekken in de kelder samen met een onderaannemer komen onderzoeken en als uit dat onderzoek zou blijken dat zij verantwoordelijk is voor dat gebrek, het gebrek herstellen. [gedaagde] heeft ook aangegeven dat voor het onderzoek noodzakelijk was dat er enkele terrastegels verwijderd moesten worden. [eiser] heeft gezegd daaraan mee te willen merken, mits [gedaagde] 100% garantie zou geven op het gehele terras als er eventueel een verzakking van het terras zou plaatsvinden. [eiser] had namelijk navraag gedaan bij de hovenier en die had gezegd dat er bijna 100% kans zou zijn op verzakking als [gedaagde] haar onderzoek-/herstelwerkzaamheden zou uitvoeren. Volgens [gedaagde] was een vergaande maatregel niet nodig en zij is daarom niet akkoord gegaan met de door [eiser] gestelde voorwaarde voor het onderzoek. [eiser] weigerde vervolgens [gedaagde] onderzoek te laten doen.
4.6
[eiser] stelt dat niet van hem kon worden gevergd om [gedaagde] onderzoek te laten doen, omdat [gedaagde] geen garantie wilde geven op het terras in het geval dat zou verzakken. [gedaagde] ziet dit anders en stelt dat [eiser] door haar te weigeren onderzoek te verrichten, in schuldeisersverzuim is komen te verkeren.
4.7
De rechtbank oordeelt als volgt. Onderscheid moet worden gemaakt tussen de twee verplichtingen die [gedaagde] als opdrachtgever heeft. Zij zal namelijk bij de constatering van een gebrek eerst onderzoek moeten doen naar dat gebrek (1e verplichting) en, als blijkt dat dit gebrek haar verantwoordelijkheid is, het gebrek moeten herstellen (2e verplichting). In dit stadium van de procedure zal eerst moeten worden bekeken of [gedaagde] is tekortgeschoten in haar onderzoeksplicht en om die reden in verzuim verkeert.
4.8
Het belang van [eiser] bij behoud van zijn garantie betreffende het terras is begrijpelijk. Het gaat om een groot terras bij een kapitale villa. Omdat het onderzoek door [gedaagde] tot gevolg zou kunnen hebben dat de door de hovenier afgegeven garantie zou vervallen, is het begrijpelijk dat [eiser] aan zijn instemming met het onderzoek van [gedaagde] een garantie verlangde tegen verzakking. Op dat meermaals door [eiser] gedane verzoek is [gedaagde] niet constructief ingegaan. Op de ingebrekestelling van 12 april 2024 (productie 7 bij de dagvaarding) van [eiser] aan [gedaagde] komt een afwijzende reactie (productie 9 bij de dagvaarding) waarin iedere aansprakelijkheid van de hand gewezen en het verzoek van [eiser] om een garantie als onwerkbaar van de hand wordt gewezen. Kortom, gedurende twee jaar zijn partijen niet in staat gebleken een werkbare afspraak te maken over de nadelige gevolgen voor [eiser] van het vervallen van de garantie van het terras. Van [gedaagde] had mogen worden verwacht dat zij de op zich terechte zorg van [eiser] voor de verzakking van het terras serieus zou nemen, en daarvan zou hebben doen blijken door het doen van een redelijk en constructief voorstel. Door haar opstelling heeft zij daar geen blijk van gegeven. Integendeel, [gedaagde] heeft bij gebreke van verdere medewerking van [eiser] aangegeven terug te zullen vallen op de contractuele bewijsregeling en haar aansprakelijkheid op principiële gronden bestreden. Uit deze feiten blijkt dat de verhouding tussen partijen inmiddels ernstig is verstoord. Dit sluit aan op de opmerking van de advocaat van [gedaagde] in zijn e-mail van 6 juli 2023 waarin hij oppert dat het beter is het onderzoek uit handen te geven. Onder deze omstandigheden kan en kon het redelijkerwijs niet meer van [eiser] worden verwacht, [gedaagde] in de gelegenheid te stellen de schade oorzaak te onderzoeken. [gedaagde] is dus tekortgeschoten in haar onderzoeksplicht en verkeert, na de ingebrekestelling van 12 april 2024, ten aanzien van die verplichting in verzuim.
4.9
Dit betekent dat de rechtbank toekomt aan de beoordeling van de vraag of er sprake is van een gebrek waarvoor [gedaagde] verantwoordelijk is.
De rechtbank is van plan een deskundige te benoemen
4.10
Omdat het uit het door partijen gevoerde debat voor de rechtbank niet duidelijk is geworden of de lekkage in de kelder een gebrek is waarvoor [gedaagde] verantwoordelijk is, kan de rechtbank ook niet beoordelen of [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. De rechtbank overweegt daarom om een deskundige te benoemen en hem/haar de volgende vragen te stellen:
Wat is de oorzaak van de lekkage(s) en de vochtplekken in de kelder?
Duidt die oorzaak op een constructief gebrek van de kelder en zo ja, wat is dat gebrek?
Als er sprake is van een constructief gebrek, op welke wijze kan dat gebrek duurzaam worden hersteld?
Wat zijn, op grond van (bij voorkeur drie) door u op te vragen offertes voor het uitvoeren van die herstelwerkzaamheden, de redelijke herstelkosten?
Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling?
4.11
De rechtbank stelt voor één deskundige te benoemen die arbiter is bij de Raad voor Arbitrage voor bouwgeschillen om de hiervoor genoemde vragen te beantwoorden. De zaak wordt verwezen naar de rol om partijen in de gelegenheid te stellen bij akte op dit voorstel te reageren, zich uit te laten over het specialisme van de deskundige en vragen voor te stellen die de deskundige naar hun mening zou moeten beantwoorden. Alleen als partijen het eens zijn over de persoon van de te benoemen deskundige, kunnen zij een specifieke deskundige voorstellen.
4.12
De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt in de wet dat het voorschot op de kosten van de deskundige door de eisende partij moet worden betaald. Dit voorschot moet daarom door [eiser] worden betaald.
4.13
In het eindvonnis zal de rechtbank beslissen wie van partijen uiteindelijk de kosten van de deskundige moet betalen.
4.14
De rechtbank gaat ervan uit dat partijen in onderling overleg overeenstemming bereiken over de persoon die als deskundige gaat optreden. Voor zover partijen daarover geen overeenstemming kunnen bereiken zal de rechtbank een eigen deskundige benoemen.
4.15
De rechtbank zal de zaak naar de rol verwijzen, zodat partijen zich hierover bij akte kunnen uitlaten. Partijen moeten de concept-akte uiterlijk een week vóór de roldatum naar elkaar toesturen, zodat zij in hun definitieve akte op de akte van de wederpartij kunnen reageren.
4.16
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
5De beslissing
De rechtbank
5.1
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 12 februari 2025 om beide partijen in de gelegenheid te stellen een akte in te dienen waarin zij zich uitlaten over het aangekondigde deskundigenbericht,
5.2
bepaalt dat partijen elkaar uiterlijk een week vóór de genoemde roldatum de concept-akte moeten toesturen, zodat zij ieder in hun eigen akte nog kunnen reageren op de standpunten van de wederpartij,
5.3
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.M.M. Steenberghe en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2025.