Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2025:7980

2025-04-29 Strafrecht 1628334824
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2025-04-29
Publicatiedatum
2026-07-14
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
1628334824
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

toekenning van een vergoeding op grond van artikel 530 SV

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (9.866 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht

parketnummer : 16-283348-24
raadkamernummer : 24-030530


Beslissing van de enkelvoudige raadkamer in strafzaken, op het ter griffie van deze rechtbank ingekomen verzoekschrift op grond van het bepaalde in artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv), van




[verzoeker] ,
geboren op [geboortedatum] 2003 te [geboorteplaats] ,
domicilie kiezende ten kantore van diens raadsman, mr. R.I. Takens, advocaat te Amsterdam.
(hierna te noemen: verzoeker).


Procedure
Het verzoekschrift is binnengekomen op de griffie van deze rechtbank op 11 december 2024.


Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.



Het verzoekschrift is in openbare raadkamer behandeld op 15 april 2025. Gehoord zijn de officier van justitie, mr. S.P.M.J. van den Meijdenberg, en de raadsvrouw, mr. D. Bouwmeester, zijnde een kantoorgenoot van mr. Takens. Verzoeker is, alhoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.




Verzoek


Het verzoek strekt er toe dat de raadkamer een vergoeding toekent voor:



de door verzoeker ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de zaak gemaakte reiskosten ten bedrage van € 23,12;


de schade die verzoeker ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden ten bedrage van


€ 3,40;


de kosten van de raadsman in de strafzaak ten bedrage van € 3.600,34;


de kosten van de raadsman voor het indienen en mondeling behandelen van het verzoekschrift.





Standpunt van de officier van justitie


Ter zitting heeft de officier van justitie het eerder ingediende standpunt aangepast. De officier van justitie is van mening dat het verzochte kan worden toegewezen en dat de toe te kennen vergoeding (deels) dient te worden verrekend met de openstaande bedragen zoals vermeld in het overzicht van het CJIB.





Beoordeling


De raadkamer heeft kennis genomen van de inhoud van het dossier in de strafzaak tegen verzoeker als verdachte (met bovengenoemd parketnummer), van voornoemd verzoekschrift, van het schriftelijk standpunt van het Openbaar Ministerie en van het e-mailbericht van de raadsman d.d. 27 januari 2025.



Bij onherroepelijk geworden vonnis van 13 november 2024 is verzoeker door de politierechter in deze rechtbank vrijgesproken.



Het verzoekschrift is op 11 december 2024 ter griffie van deze rechtbank ontvangen, derhalve binnen de in artikel 530 lid 4 jo. 529 lid 2 Sv genoemde termijn van drie maanden. Dat betekent dat verzoeker ontvankelijk is.



Nu de zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, maakt verzoeker aanspraak op een vergoeding van de ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de strafzaak gemaakte reis- en verblijfkosten, de schade die daadwerkelijk geleden is ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting, alsmede een vergoeding in de kosten van een raadsman.



De raadkamer beoordeelt het verzoek en de onderdelen daarvan als volgt.




Reis- en verblijfkosten

De raadkamer is van oordeel dat er, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn om verzoeker een vergoeding van reis- en verblijfkosten toe te kennen ad € 23,12. Deze vergoeding wordt berekend aan de hand van de Wet tarieven in strafzaken en het Besluit tarieven in strafzaken. Dat betekent dat de kosten van tweede klas openbaar vervoer worden vergoed.




Schade ten gevolge van tijdverzuim

De raadkamer is van oordeel dat er, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn om een vergoeding toe te kennen voor de schade die verzoeker heeft geleden ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter zitting ad € 3,40.




Kosten raadsman rechtsbijstand strafzaak

De raadsman heeft verzocht om een vergoeding van de kosten van rechtsbijstand ad € 3.600,34. Hij is daarbij uitgegaan van 7,85 uur tegen een uurtarief van € 350,00, te vermeerderen met 6% kantoorkosten, reiskosten ad € 63,14 (82 km x € 077) en met 21% btw.



In raadkamer heeft de raadsvrouw nader toegelicht dat niet is uitgegaan van de standaardvergoeding van € 0,28 per kilometer, maar van een vergoeding van € 0,77 per kilometer. Zij heeft gesteld dat dit een standaard gehanteerde kilometervergoeding van het kantoor van de raadsman, mr. Takens, betreft, waarmee verzoeker heeft ingestemd. Door de raadsvrouw is gesteld dat dit geen bovenmatige vergoeding is, gelet op de kosten die gemoeid gaan met het gebruik van een auto en zij heeft hierbij ook verwezen naar jurisprudentie.



De raadkamer is van oordeel dat er, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn voor de toekenning van een vergoeding voor kosten van rechtsbijstand van een raadsman in een strafzaak. Bij de beoordeling van de omvang van de toe te kennen vergoeding slaat de raadkamer acht op de aard, de omvang en de feitelijke en juridische complexiteit van de zaak.



De raadkamer overweegt dat de raadsman namens verzoeker voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat alle verrichte en gedeclareerde werkzaamheden met het oog op een behoorlijke verdediging noodzakelijk zijn geweest. De opgegeven kosten worden gestaafd door de overgelegde urenspecificaties en declaraties en het beloop daarvan valt niet als bovenmatig aan te merken. De gevraagde vergoeding zal dan ook worden toegekend.



Uit de declaratie van de raadsman blijkt dat er vanwege de reiskosten een bedrag van € 63,14 in rekening is gebracht bij verzoeker. Het gaat om 82 km á € 0,77 ex btw. Uit de toelichting van de raadsvrouw in raadkamer blijkt dat dit een standaard gehanteerde kilometervergoeding van het kantoor van de raadsman, mr. Takens, is, waarmee verzoeker heeft ingestemd. Door de raadsvrouw is uitvoerig onderbouwd dat dit geen bovenmatige vergoeding is, gelet op de kosten die gemoeid gaan met het gebruik van een auto.



De officier van justitie heeft bij de behandeling van het verzoek in raadkamer aangegeven zich niet langer tegen toewijzing van de reiskostenvergoeding te verzetten.



Gelet op het voorgaande zijn gronden van billijkheid aanwezig voor het toekennen van een vergoeding van € 3.600,34 ter zake van de kosten van de raadsman.




Kosten indienen en mondeling toelichten verzoek

De raadkamer is van oordeel dat aan kosten van de raadsman voor het indienen en mondeling toelichten van het verzoekschrift een vergoeding op zijn plaats is zoals die gewoonlijk wordt toegewezen, te weten € 680,00 (inclusief btw).



In totaal is derhalve op grond van artikel 530 Sv naar het oordeel van de raadkamer, alle omstandigheden in aanmerking genomen, een vergoeding toewijsbaar tot een bedrag van
€ 4.306,86.



De toe te kennen vergoeding kan op grond van artikel 534 Sv (deels) worden verrekend met aan de Staat onherroepelijk verschuldigde en nog niet betaalde geldsommen te zake van strafrechtelijke veroordeling. Uit gegevens van het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) d.d. 10 januari 2025 blijkt dat verzoeker nog een geldboete ad € 204,04 aan de Staat moet betalen, die mogelijk voor verrekening in aanmerking komt. De raadsvrouw heeft in raadkamer nader toegelicht dat verzoeker deze geldboete inmiddels heeft afgelost en dat hij voor de andere openstaande bedragen afbetalingsregelingen heeft getroffen.
De raadkamer is van oordeel dat de geldboete ad € 204,04 niet voor verrekening in aanmerking komt, nu zij slechts beschikt over een gedateerd overzicht van het CJIB en de raadsvrouw in raadkamer heeft gesteld dat de geldboete inmiddels door verzoeker is afgelost. De raadkamer is van oordeel dat de WAHV boetes, zoals genoemd in het CJIB overzicht niet voor verrekening in aanmerking, nu dit geen strafrechtelijke boetes betreffen. Ook de overheidsvorderingen, zoals genoemd in het CJIB overzicht, komen niet in aanmerking komen voor verrekening op grond van artikel 534 Sv.




Beslissing


De raadkamer:




kent toe aan verzoeker ten laste van de Staat een vergoeding ten bedrage van € 4.306,86 (zegge: vierduizend driehonderd en zes euro en zesentachtig eurocent);




beveelt de griffier van deze rechtbank voormeld bedrag aan verzoeker uit te betalen op rekeningnummer [nummer] , t.n.v. [naam] , onder vermelding van [nummer] .



Deze beslissing is gewezen door mr. A.M.M. Lemmen, rechter, als lid van de enkelvoudige raadkamer, in tegenwoordigheid van mr. M.M.H.W. Boelhouwers, griffier en uitgesproken in openbare raadkamer van deze rechtbank van 29 april 2025.










Tegen deze beslissing staat voor verzoeker hoger beroep open, in te stellen ter griffie van deze rechtbank, binnen een maand na betekening van deze beslissing.





Tegen deze beslissing staat voor het openbaar ministerie hoger beroep open, in te stellen ter griffie van deze rechtbank, binnen veertien dagen na deze beslissing.