Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2025:2744

2025-04-11 Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht UTR 24/4721
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2025-04-11
Publicatiedatum
2025-06-05
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
UTR 24/4721
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

BNT UHT. Pkv na intrekking beroep. 8:57

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.170 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND


Zittingsplaats Utrecht


Bestuursrecht


zaaknummer: UTR 24/4721


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 april 2025 in de zaak tussen



[eiser] , uit [plaats] , eiser,
(gemachtigde: mr. Y.N. Teke-Bozkurt),


en




Dienst Toeslagen, verweerder,
(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ).




Inleiding


Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld op 11 juli 2024, omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag om aanvullende compensatie voor werkelijke schade bij de Commissie Werkelijke Schade. Bij brief van 5 december 2022 is de ontvangst van de aanvraag bevestigd door verweerder.

Op 22 juli 2024 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.



De rechtbank heeft het beroep op 18 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder.





Overwegingen

1. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.

2. De gemachtigde van eiser heeft ter zitting verklaard dat verweerder inmiddels een besluit heeft genomen en dat hij geen procesbelang meer heeft in deze procedure. Dit besluit heeft eiser afgelopen januari ontvangen. De gemachtigde van verweerder heeft verklaard dat het besluit op 31 januari 2024 is genomen en dat eiser recht heeft op een proceskostenvergoeding, omdat het beroep niet tijdig terecht is ingesteld. Er zijn verder geen gronden gericht tegen het alsnog genomen besluit.

3. De rechtbank stelt vast dat verweerder met het besluit van 31 december 2024 alsnog heeft beslist op de aanvraag van eiser. Dit betekent dat het procesbelang van eiser bij het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit is komen te vervallen.

4. De rechtbank zal daarom het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk verklaren.

5. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten, omdat het beroep niet tijdig terecht is ingesteld. Deze kosten worden met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht en onder verwijzing naar de uitspraak van deze rechtbank van 4 september 2023 als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 1 punt op (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor de zitting, met een waarde per punt van € 907,-), bij een wegingsfactor 0,5. Toegekend wordt € 907,-.



Beslissing


De rechtbank

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 907,-.


Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 april 2025.






de griffier is verhinderd de uitspraak


te ondertekenen











griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een hogerberoepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.



Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.


Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.


ECLI:NL:RBMNE:2023:4482.