Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2025:2537
2025-05-22
Strafrecht
593579 HA RK 25-92
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Wrakingszaak. Verzoeker n.o. in wrakingsverzoek. Uit het wrakingsverzoek kan worden afgeleid dat verzoeker het CJIB wil wraken. Het CJIB kan niet worden gewraakt; alleen de behandelend rechter kan worden gewraakt. Voor zover verzoeker heeft bedoeld de rechter te wraken, is hij daarmee te laat want er was al einduitspraak gedaan in de hoofdzaak.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.036 tekens)
Beslissing
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Locatie: Utrecht
Zaaknummer: 593579 HA RK 25-92
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 22 mei 2025
op het verzoek in de zin van artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) van:
[verzoeker] ,
wonende in [woonplaats] ,
(hierna: verzoeker).
1De procedure
1.1.
Verzoeker heeft op 8 mei 2025 een wrakingsverzoek ingediend in de zaak met het zaaknummer AM VERZ 25-2102 11607708 (hierna: de hoofdzaak). In de hoofdzaak was mr. D. Verduijn de behandelend rechter. Op 16 mei 2025 heeft verzoeker een e-mail gestuurd aan de griffier van de rechtbank. De griffier heeft deze e-mail doorgestuurd aan de wrakingskamer.
1.2.
Het wrakingsverzoek is niet op zitting behandeld omdat meteen duidelijk was dat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn verzoek.
1.3.
De uitspraak van de wrakingskamer is bepaald op vandaag.
2Het wrakingsverzoek
2.1.
Op 8 mei 2025 heeft in de hoofdzaak een zitting plaatsgevonden. Tijdens de zitting heeft de rechter mondeling einduitspraak gedaan. Daarna heeft verzoeker gezegd dat hij het CJIB wilde wraken. Op 16 mei 2025 heeft verzoeker een mail gestuurd aan de griffier van de rechtbank. In deze mail verwijst verzoeker naar “Wracking verzoek m.b.t. CJIB DOSSIERS. 8. MEI 2025. Zitting rechtbank Utrecht”.
3De beoordeling
3.1.
In artikel 512 Sv staat dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van de verdachte of het openbaar ministerie kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3.2.
De wrakingskamer onderzoekt in een wrakingsprocedure dus of de onpartijdigheid van de rechter schade lijdt.
3.3.
De wrakingskamer oordeelt dat verzoeker het CJIB niet kan wraken, want alleen een rechter kan worden gewraakt. Het CJIB is geen rechter.
3.4.
Op grond van artikel 4 lid 2 onder d van het wrakingsprotocol van deze rechtbank kan een wrakingsverzoek worden ingediend totdat in de hoofdzaak einduitspraak is of wordt gedaan.
3.5.
Voor zover het de bedoeling van verzoeker was om de rechter te wraken, oordeelt de wrakingskamer dat verzoeker daarmee te laat is. De rechter had namelijk al einduitspraak gedaan toen verzoeker op 8 mei 2025 zei dat hij wilde wraken. En zijn e-mail van 16 mei 2025 is dus ook te laat.
3.6.
De conclusie is dat verzoeker niet-ontvankelijk is in het wrakingsverzoek. Dit betekent dat de wrakingskamer geen inhoudelijk oordeel gaat geven over het verzoek.
4De beslissing
De wrakingskamer:
4.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;
4.2.
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te sturen aan verzoeker, de rechter, andere betrokken partijen, de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkt en de president van deze rechtbank;
Deze beslissing is genomen door mr. J.G. Nicholson, voorzitter, en mr. J.P. Killian en mr. L.C. Michon als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. E.M. Schutte, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2025.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Locatie: Utrecht
Zaaknummer: 593579 HA RK 25-92
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 22 mei 2025
op het verzoek in de zin van artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) van:
[verzoeker] ,
wonende in [woonplaats] ,
(hierna: verzoeker).
1De procedure
1.1.
Verzoeker heeft op 8 mei 2025 een wrakingsverzoek ingediend in de zaak met het zaaknummer AM VERZ 25-2102 11607708 (hierna: de hoofdzaak). In de hoofdzaak was mr. D. Verduijn de behandelend rechter. Op 16 mei 2025 heeft verzoeker een e-mail gestuurd aan de griffier van de rechtbank. De griffier heeft deze e-mail doorgestuurd aan de wrakingskamer.
1.2.
Het wrakingsverzoek is niet op zitting behandeld omdat meteen duidelijk was dat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn verzoek.
1.3.
De uitspraak van de wrakingskamer is bepaald op vandaag.
2Het wrakingsverzoek
2.1.
Op 8 mei 2025 heeft in de hoofdzaak een zitting plaatsgevonden. Tijdens de zitting heeft de rechter mondeling einduitspraak gedaan. Daarna heeft verzoeker gezegd dat hij het CJIB wilde wraken. Op 16 mei 2025 heeft verzoeker een mail gestuurd aan de griffier van de rechtbank. In deze mail verwijst verzoeker naar “Wracking verzoek m.b.t. CJIB DOSSIERS. 8. MEI 2025. Zitting rechtbank Utrecht”.
3De beoordeling
3.1.
In artikel 512 Sv staat dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van de verdachte of het openbaar ministerie kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3.2.
De wrakingskamer onderzoekt in een wrakingsprocedure dus of de onpartijdigheid van de rechter schade lijdt.
3.3.
De wrakingskamer oordeelt dat verzoeker het CJIB niet kan wraken, want alleen een rechter kan worden gewraakt. Het CJIB is geen rechter.
3.4.
Op grond van artikel 4 lid 2 onder d van het wrakingsprotocol van deze rechtbank kan een wrakingsverzoek worden ingediend totdat in de hoofdzaak einduitspraak is of wordt gedaan.
3.5.
Voor zover het de bedoeling van verzoeker was om de rechter te wraken, oordeelt de wrakingskamer dat verzoeker daarmee te laat is. De rechter had namelijk al einduitspraak gedaan toen verzoeker op 8 mei 2025 zei dat hij wilde wraken. En zijn e-mail van 16 mei 2025 is dus ook te laat.
3.6.
De conclusie is dat verzoeker niet-ontvankelijk is in het wrakingsverzoek. Dit betekent dat de wrakingskamer geen inhoudelijk oordeel gaat geven over het verzoek.
4De beslissing
De wrakingskamer:
4.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;
4.2.
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te sturen aan verzoeker, de rechter, andere betrokken partijen, de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkt en de president van deze rechtbank;
Deze beslissing is genomen door mr. J.G. Nicholson, voorzitter, en mr. J.P. Killian en mr. L.C. Michon als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. E.M. Schutte, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2025.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.