Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2025:1932

2025-02-11 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht UTR 23/1717
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2025-02-11
Publicatiedatum
2025-04-23
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
UTR 23/1717
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

WIA - deskundige gevolgd - gegrond.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (19.910 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND


Zittingsplaats Utrecht


Bestuursrecht


zaaknummer: UTR 23/1717


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 februari 2025 in de zaak tussen



[eiser] , uit [plaats] , eiser
(gemachtigde: mr. C. de Vries),


en




de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv), verweerder
(gemachtigde: mr. J.H. Swart).





Inleiding


1.1.
Eiser heeft gewerkt als orderpikker bij Randstad van 5 oktober 2020 tot 14 oktober 2020 voor 40 uur per week. Na de beëindiging van zijn dienstverband ontving eiser een uitkering op grond van de Werkloosheidswet. Op 1 februari 2021, heeft hij zich ziekgemeld bij het Uwv. Vanaf 3 mei 2021 is aan eiser een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) toegekend.



1.2.
In het kader van de eerstejaars ZW-beoordeling heeft een medisch en een arbeidsdeskundig onderzoek plaatsgevonden. Een verzekeringsarts van het Uwv heeft eiser onderzocht en vastgesteld wat de arbeidsbeperkingen van eiser zijn. Daarna heeft een arbeidsdeskundige vastgesteld dat eiser niet geschikt is voor de maatgevende arbeid als orderpikker, maar dat er drie andere functies zijn die eiser zou kunnen uitoefenen. Daaruit is naar voren gekomen dat eiser op 31 januari 2022 meer dan 65% kan verdienen van het loon dat hij verdiende in zijn functie voordat hij ziek werd. Het Uwv heeft op 5 mei 2022 besloten de ZW-uitkering per 6 juni 2022 te beëindigen. Eiser heeft tegen dat besluit bezwaar gemaakt.



1.3.
Naar aanleiding van het bezwaar van eiser hebben een verzekeringsarts bezwaar en beroep en een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep opnieuw naar de zaak gekeken. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeert dat de beperkingen door de primaire verzekeringsarts juist zijn vastgesteld. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep ziet ook geen aanleiding om af te wijken van het oordeel van de primaire arbeidsdeskundige. Met de beslissing op bezwaar van 9 februari 2023 (het bestreden besluit) is Uwv bij de beëindiging van de ZW-uitkering gebleven.



1.4.
Eiser is in beroep gegaan tegen het bestreden besluit. Het Uwv heeft op beroep gereageerd met een verweerschrift en een rapport van zijn verzekeringsarts bezwaar en beroep.



1.5.
De rechtbank heeft het beroep behandeld op de zitting van 6 juli 2023. Eiser is verschenen, vergezeld door zijn partner en bijgestaan door zijn gemachtigde. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.



1.6.
Na de zitting heeft de rechtbank het onderzoek heropend en [verzekeringsarts] , verzekeringsarts (hierna: [verzekeringsarts] ), en [psychiater] , psychiater (hierna: [psychiater] ), als deskundigen benoemd voor het instellen van een (verzekeringsgeneeskundig) onderzoek. De deskundigen hebben onderzoek verricht en op 5 juni 2024 een deskundigenrapport uitgebracht waarbij de vragen van de rechtbank zijn beantwoord. De rechtbank heeft partijen in de gelegenheid gesteld op dit rapport te reageren. Eiser heeft niet gereageerd. Het Uwv heeft in reactie op het deskundigenrapport een rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 2 juli 2024 en een rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 4 juli 2024 overgelegd.



1.7.
De rechtbank heeft naar aanleiding van het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep de deskundigen gevraagd om een reactie. Op 5 augustus 2024 hebben de deskundigen een aanvullend deskundigenrapport uitgebracht. Eiser heeft aangegeven daarover geen opmerkingen te hebben. Het Uwv heeft op het aanvullend deskundigenrapport gereageerd met een rapport van zijn verzekeringsarts bezwaar en beroep van 11 oktober 2024.



1.8.
De rechtbank heeft partijen vervolgens gevraagd of zij gehoord wensen te worden op een tweede zitting. Nadat eiser heeft aangegeven een tweede zitting te wensen, heeft de rechtbank het beroep op 16 december 2024 op zitting behandeld. Op de zitting was eiser, samen met zijn partner en zijn gemachtigde aanwezig. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door [A] .





Het geschil


2. Volgens het Uwv zijn de arbeidsbeperkingen juist vastgesteld en kan eiser met deze beperkingen de voorbeeldfuncties verrichten. Eiser is het hier niet mee eens. Hij stelt dat de rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep een onrealistisch beeld weergeven van zijn werkelijke beperkingen. De klachten die hij heeft aan zijn hand en arm zijn onderschat. Ook zijn onvoldoende beperkingen opgenomen voor het reguleren van emoties. De geselecteerde functies zijn niet passend, omdat voor alle functies beide handen moeten worden gebruikt, terwijl hij zijn linkerhand nauwelijks kan gebruiken en zijn rechterhand overbelast is.





Beoordeling door de rechtbank


3. De rechtbank beoordeelt, aan de hand van de standpunten van eiser, of Uwv terecht heeft de ZW-uitkering van eiser per 6 juni 2022 heeft beëindigd.



3.1.
De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep gegrond is. Zij volgt daarin het oordeel van de door haar ingeschakelde deskundigen, op basis waarvan eiser verdergaand beperkt moet worden geacht dan door het Uwv is aangenomen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.



De medische beoordeling.


4. De klachten van eiser zijn begonnen met een ongeval met zijn linkerhand. Door het feit dat behandelingen en revalidatie niet hebben geleid tot een verbetering, en eiser nog altijd forse beperkingen ervaart, hebben zich psychische klachten ontwikkeld.

5. De verzekeringsartsen van het Uwv hebben na eigen onderzoek en bestudering van de informatie van de behandelaars van eiser geconcludeerd dat geen sprake is van geen benutbare mogelijkheden. Er gelden beperkingen voor de linkerhand, vanwege een doorgemaakte fractuur. En voor psychische klachten, namelijk ervaren stress en boosheid vanwege onduidelijkheid vanuit instanties en geen perspectief ten aanzien van de klachten die eiser heeft. Deze beperkingen zijn vastgelegd in de functionele mogelijkhedenlijst (fml) van 30 januari 2022.

6. [psychiater] heeft eiser onderzocht en kennis genomen van de stukken. Zij concludeert dat bij eiser ten tijde van het onderzoek en op datum in geding sprake is van een persisterende aanpassingsstoornis, met een gemengde stoornis van emoties en gedrag met cluster B trekken. Daarnaast worden er aanwijzingen gezien voor een persoonlijkheidsstoornis. [verzekeringsarts] komt op basis van eigen onderzoek en het onderzoek van [psychiater] tot de conclusie dat eiser op de datum in geding forsere beperkingen heeft in het persoonlijk en sociaal functioneren dan door het Uwv is aangenomen op basis van de aanpassingsstoornis. Volgens deze deskundigen kwamen de specifieke kenmerken van de persoonlijkheidsstoornis versterkt tot expressie door de stressvolle omstandigheden van het ongeval dat eiser heeft meegemaakt, en de consequenties daarvan op zijn algemeen en beroepsmatig functioneren. Daarbij is sprake van een ontbrekend perspectief ten aanzien van herstel en van zijn verdienvermogen. Omdat de aard van de psychische klachten gelijkluidend is aan die op de datum in geding, wordt aangenomen dat deze classificatie ook op 6 juni 2022 van toepassing zal zijn geweest. Daarnaast neemt [verzekeringsarts] aanvullende beperkingen aan ten aanzien van gebruik van de linker bovenste bewegingsketens voor wat betreft omgevingseisen (koudetolerantie, trillingsbelastingen, voorkomen van stoten en druk). Op een extra aantal items moet eiser beperkt worden geacht met betrekking dynamische- en statische handelingen. Daarnaast dient in de belastbaarheid rekening gehouden te worden met negatieve invloed op (volgehouden) aandacht, concentratie en reactiesnelheid als gevolg van de emotionele slaapstoornis van eiser. Hiermee wordt aldus de deskundig verzekeringsarts rekening gehouden in de aangegeven belastbaarheid. De energetische beperkingen zijn niet van dien aard dat er aanleiding is om de duurbelastbaarheid in arbeid te beperken.

7. De verzekeringsarts bezwaar en beroep van het Uwv, heeft in het rapport van de deskundigen aanleiding gezien om aanvullende beperkingen aan te nemen in de rubriek sociaal functioneren ten aanzien van klant- en patiëntencontact (items 2.12.1 en 2.12.2) en in de rubriek dynamische handelingen voor de tastzin, die in top van 3e vinger links wordt beperkt (item 4.5.). Daarom heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep een nieuwe fml opgesteld op 3 juli 2024.

8. De verzekeringsarts bezwaar en beroep motiveert in haar rapport waarom zij zich niet kan vinden in andere of verdergaande beperkingen. Zij geeft onder meer aan dat uit het onderzoek van de deskundigen geen nieuwe medische feiten of omstandigheden naar voren komen over de handproblematiek per datum in geding. De additioneel aangenomen beperkingen voor de linker bovenste bewegingsketen zien op de tweede vinger of hele hand, terwijl het aldus de verzekeringsarts bezwaar en beroep gaat om problematiek van het DIP-gewricht, gecombineerd met een strekbeperking en buigbeperking in het PIP-gewricht van de derde vinger links. Daarnaast ziet zij geen aanleiding om een beperking voor het uiten van de eigen emoties aan te nemen (item 2.7), omdat op basis van het eigen onderzoek in bezwaar en/of het psychiatrisch onderzoek door [psychiater] geen inadequate uitingen van de emoties werden geconstateerd die niet tot op zekere hoogte afgestemd konden worden op het verwachtingspatroon van anderen en daardoor als vreemd door de omgeving zouden worden ervaren. Daarnaast ziet de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen aanleiding voor het aannemen van een beperking in de rubriek sociaal functioneren voor solitair werk (2.12.3.). Er bestaat volgens haar vanuit eisers medische problematiek namelijk geen noodzaak voor een voortdurende en onmiddellijke fysieke aanwezigheid van collega’s of leidinggegevens om medische hulp te kunnen bieden gezien. Daarnaast wordt door [verzekeringsarts] niet duidelijk gemaakt waardoor het omgaan met conflicten (item 2.8) sterk beperkt moet worden. Met de mogelijke diagnose persoonlijkheidsstoornis, cluster B heeft eiser aldus de verzekeringsarts bezwaar en beroep langere tijd gefunctioneerd onder leiding van een leidinggevende en samengewerkt met zijn collega’s. De verzekeringsarts bezwaar en beroep geeft aan op basis van de ernst van de problematiek, de anamnestische gegevens en gedrag van eiser per datum in geding niet te kunnen concluderen dat eiser zich niet dusdanig adequaat gedraagt in conflictueuze situaties dat dit niet onmogelijk is.

9. De rechtbank heeft de deskundigen gevraagd om een reactie op het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 5 juli 2024. In hun rapport van 5 augustus 2024 motiveren de deskundigen dat er geen aanleiding is om terug te komen op de door hen vastgestelde belastbaarheid van eiser. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in haar reactie van 11 oktober 2024 gemotiveerd aangegeven evenmin aanleiding te zien om haar standpunt te wijzigen.

10. De rechtbank stelt vast dat de deskundigen in hun rapportage tot een andere conclusie komen met betrekking tot de geldende arbeidsbeperkingen bij eiser dan de verzekeringsarts bezwaar en beroep van het Uwv. Zij achten eiser op een aantal onderdelen meer beperkt voor arbeid. Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep geldt als uitgangspunt dat de bestuursrechter het oordeel van een onafhankelijke, door hem ingeschakelde deskundige kan volgen indien de door deze deskundige gebezigde motivering hem overtuigend voorkomt (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 28 november 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:2459). Deze situatie doet zich hier voor. Het rapport van de deskundigen geeft blijk van een zorgvuldig psychiatrisch en verzekeringsgeneeskundig onderzoek en is inzichtelijk en consistent. [psychiater] en [verzekeringsarts] hebben naar het oordeel van de rechtbank de problematiek van eiser inzichtelijk, consistent en gemotiveerd en de daaruit voortvloeiende beperkingen beschreven.

11. In de argumentatie van de verzekeringsarts bezwaar en beroep ziet de rechtbank geen reden het rapport van de deskundigen niet te volgen. De deskundigen zijn in hun aanvullend rapport van 5 augustus 2024 gemotiveerd ingegaan op de argumenten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep.



11.1.

Ten aanzien van de beperkingen die zijn aangenomen voor het gebruik van de linkerhand, is toegelicht dat in eerder klinisch onderzoek door onder meer de revalidatiearts [revalidatiearts] werd aangegeven dat er functionele beperkingen bestaan ten aanzien van specifieke handgrepen. De deskundigen geven aan dat het op zich juist is dat het vaststellen van (medische) beperkingen ten aanzien van het verrichten van arbeid is voorbehouden aan een daartoe gecertificeerde verzekeringsarts, maar dat het wel de expertise en competentie van een revalidatiearts is om vast te stellen welke functionele impact een specifieke medische
conditie heeft op de functionaliteit van een specifiek lichaamsdeel en op het algemeen dagelijks functioneren. Die uitleg kan de rechtbank volgen.




11.2.
Ook de uitleg waarom beperkingen in het uiten van de eigen emoties en het omgaan met conflicten aan de orde zijn en waarom eiser is aangewezen op solitair werk kan de rechtbank volgen. Tijdens het onderzoek werd aldus de deskundigen onderliggende boosheid waargenomen over hoe hij zich bejegend voelt en door zijn indruk dat men hem niet serieus neemt. Eisers frustratie hierover was duidelijk merkbaar, met een verhoogd algeheel gevoel van spanning. De impulscontrole was ongestoord tijdens het onderzoek, maar kon wel als ‘explosief’ worden bestempeld. Dat er geen sprake is van een gestoorde impulsbeheersing tijdens het onderzoek wil aldus de deskundigen niet zeggen dat onderzochte geen moeite heeft met het inhouden van boosheid en het beheersen van zijn impulsen. De deskundigen betrekken daarbij dat zo’n onderzoek doorgaans zeer gestructureerd en in heldere context gebeurt en hier door de onderzoekers rekening mee wordt gehouden, wat in een werkcontext veelal niet het geval zal zijn. Daarnaast geven de deskundigen aan dat anamnestisch naar voren komt dat eiser snel geïrriteerd is en boos is als mensen niet luisteren of als hij zich niet serieus genomen voelt, dat mensen snel bang van hem worden en hij zelf bang is dat hij nog eens iemand vermoordt. Er zijn daarbij geen aanwijzingen voor aggravatie, simulatie of bagatelliseren. Hij komt oprecht en authentiek over en is – ook ten opzichte van de bij verwijzing meegezonden informatie - consistent in zijn verhaal.

12. Naar het oordeel van de rechtbank hebben de deskundige overtuigend en toereikend gemotiveerd waarom zij eiser ook beperkt achten op de door de verzekeringsarts bezwaar en beroep in haar commentaar ter discussie gestelde items. Hieruit volgt dat de beperkingen voor arbeid in de laatste fml van 3 juli 2024 niet juist zijn vastgelegd.



De arbeidskundige beoordeling.


13. Op basis van de nieuwe fml van 3 juli 2024 die is opgesteld door de verzekeringsarts bezwaar en beroep, heeft een arbeidsdeskundige beoordeling plaatsgevonden. Nu de rechtbank heeft geoordeeld dat de beperkingen voor arbeid niet juist zijn vastgelegd in de fml van 3 juli 2024, geldt dat de arbeidskundige beoordeling evenmin stand kan houden, omdat die beoordeling voortbouwt op de fml van 3 juli 2024.





Conclusie en gevolgen

14. Nu de rechtbank de conclusies van [psychiater] en [verzekeringsarts] volgt, moet worden uitgegaan van de belastbaarheid van eiser per 6 juni 2022, zoals deze deskundigen hebben beschreven in hun rapport en hebben vastgelegd in het bij het rapport gevoegde belastbaarheidsprofiel. Aangezien de deskundigen meer beperkingen voor arbeid per 6 juni 2022 hebben vastgesteld dan de beperkingen waarvan het Uwv is uitgegaan, berust het bestreden besluit niet op een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag.

15. Het beroep is dus gegrond en het bestreden besluit moet worden vernietigd. De rechtbank zal het Uwv opdragen om binnen 6 weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Dat betekent dat het Uwv de conclusies en bevindingen van [psychiater] en [verzekeringsarts] tot uitgangspunt moet nemen, met het daarbij opgestelde belastbaarheidsprofiel op pagina 41- 44 van het rapport van 5 juni 2024, waarin de (aanvullende) beperkingen worden weergegeven. Op basis van de nieuwe fml zal het Uwv vervolgens nader arbeidsdeskundig onderzoek moeten doen. De rechtbank ziet af van de mogelijkheid om een tussenuitspraak te doen, met de opdracht aan het Uwv om de gebreken te herstellen, gelet op het actuele standpunt van het Uwv.



Proceskosten en griffierecht


16. Omdat beroep gegrond is moet het Uwv het griffierecht van € 50,- aan eiser vergoeden en krijgt eiser ook een vergoeding van zijn proceskosten. Het Uwv moet deze vergoeding betalen. Deze proceskostenvergoeding stelt de rechtbank aan de hand van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 2.267,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen op de eerste zitting en 0,5 punt voor het verschijnen op de tweede zitting, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1). Verder zijn er geen voor vergoeding in aanmerking komende kosten gesteld.





Beslissing


De rechtbank:

- verklaart beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 9 februari 2023;
- draagt het Uwv op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat het Uwv het griffierecht van € 50,- aan eiser moet vergoeden;
- veroordeelt het Uwv tot betaling van € 2.267,50 aan proceskosten aan eiser.



Deze uitspraak is gedaan door mr. J.R. van Es-de Vries, rechter, in aanwezigheid van mr. C.L. Fix, griffier. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 februari 2025.














griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.


Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.



Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.