Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2024:7647

2024-09-26 Strafrecht 16/168257-24
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2024-09-26
Publicatiedatum
2025-04-03
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
16/168257-24
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Veroordeling voor bezit en vervoer van meer dan 8 kilo cocaïne. De cocaïne was verstopt in een verborgen ruimte in de achterbak van een door de verdachte bestuurde auto. Verdachte heeft geen openheid vanz aken gegeven. Straf: gevangenisstraf van 34 maanden met aftrek van het voorarrest.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (24.115 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND


Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht



Parketnummer: 16/168257-24 (P)




Vonnis van de meervoudige kamer van 26 september 2024




in de strafzaak tegen





[verdachte]
,

geboren op [geboortedatum] 1989 te [geboorteplaats] , Tunesië,
gedetineerd in de [locatie] , HvB
(hierna: verdachte).




1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING


Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 3 september 2024 (pro-forma) en 12 september 2024 (inhoudelijk).



De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. M. Harmsen en van hetgeen verdachte en zijn raadsman, mr. B.C. Swier, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.




2TENLASTELEGGING


De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.



De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
op 20 mei 2024 in Vinkeveen 8027,6 gram cocaïne in bezit heeft gehad en/of vervoerd.






3VOORVRAGEN


Voordat de rechtbank een oordeel kan geven over de vraag of verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd, moet worden beoordeeld of aan de in de wet gestelde voorvragen is voldaan. Dat is het geval: de dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd om deze zaak te beoordelen, de officier van justitie mag verdachte vervolgen en er zijn geen redenen om de vervolging uit te stellen.




4WAARDERING VAN HET BEWIJS


4.1


Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen. De standpunten van de officier van justitie worden - voor zover van belang voor de beoordeling - besproken in paragraaf 4.3.2.




4.2


Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft integraal vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde. De standpunten van de raadsman worden - voor zover van belang voor de waardering van het bewijs - besproken in paragraaf 4.3.2.




4.3

Het oordeel van de rechtbank



4.3.1.

Bewijsmiddelen





Een proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op maandag 20 mei 2024 zagen wij op de Rijksweg A2 rechts ter hoogte van
Abcoude een Duits voertuig, een witte Mercedes GLC, rijden voorzien van het kenteken [kenteken] . Wij zagen dat er alleen een bestuurder in het voertuig zat. Middels een bevraging in het politiesysteem zag ik, verbalisant, dat het voertuig op naam staat van [naam] geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Oekraine).



De bestuurder overhandigde mij een Tunesisch rijbewijs en paspoort en hierbij bleek de man te zijn genaamd: [verdachte] geboren [geboortedatum] 1989 te Tunesië.



Wij, verbalisanten, hebben het betrokken voertuig doorzocht. Vervolgens troffen wij in de kofferbak van het betrokken voertuig indicatoren aan, welke wezen op de aanwezigheid van een verborgen ruimte. Wij zagen dat de bodem van de kofferbak was aangepast, waardoor een groot deel van deze ruimte niet te bereiken was doordat deze was afgesloten door middel van een grote bekleden plaat. Ik zag dat ik de afdekplaat van de verborgen ruimte een klein stukje kon optillen door hard aan de dorpel van de kofferbak te trekken. Ik heb hierbij een endoscoop, voorzien van een zaklampje, aan de zijkant van de afdekplaat de verborgen ruimte in laten schijnen. Ik zag hierbij direct dat er een hydraulische arm zichtbaar werd, welke de verborgen ruimte gesloten hield. Ik zag naast de hydraulische arm overduidelijk een groot vierkant blok liggen, wat in zijn geheel was ingetaped. Ik herkende dit blok ambtshalve als zijnde een blok verdovende middelen. Het is mij ambtshalve bekend dat criminelen veelal gebruik maken van verborgen ruimtes om verdovende middelen te vervoeren, en dat deze verdovende middelen veelal in vierkante ingetapete pakketten worden vervoerd. Ik kreeg hierbij het zeer sterke vermoeden dat er verdovende middelen in de verborgen ruimte lagen. Hierbij vroegen wij [verdachte] of hij de ruimte kon openen. Wij, verbalisanten, opende hierop de verborgen ruimte. Hierbij zagen wij dat er 8 vierkante ingetapete blokken in de verborgen ruimte lagen.




Kennisgevingen van inbeslagneming

Plaats: Vinkeveen
Datum: 20 mei 2024
Omstandigheden: Deze 8 blokken zijn aangetroffen in de verborgen ruimte van het betrokken voertuig
Beslagene: [verdachte]



Blok 1: PL0900-2024158233-3346867
Blok 2: PL0900-2024158233-3346869
Blok 3: PL0900-2024158233-3346870
Blok 4: PL0900-2024158233-3346871
Blok 5: PL0900-2024158233-3346872
Blok 6: PL0900-2024158233-3346873
Blok 7: PL0900-2024158233-3346874
Blok 8: PL0900-2024158233-3346875




Een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Goednummer: PL0900-2024158233-3346867
SIN: AAQU0935NL
Relatie met SIN: AAQU0866NL



Goednummer: PL0900-2024158233-3346869
SIN: AAMI0394NL
Relatie met SIN: AAMI0386NL



Goednummer: PL0900-2024158233-3346870
SIN: AAMI0395NL
Relatie met SIN: AAMI0387NL



Goednummer: PL0900-2024158233-3346871
SIN: AAMI0396NL
Relatie met SIN: AAMI0388NL



Goednummer: PL0900-2024158233-3346872
SIN: AAMI0397NL
Relatie met SIN: AAMI0389NL



Goednummer: PL0900-2024158233-3346873
SIN: AAMI0398NL
Relatie met SIN: AAMI0390NL



Goednummer: PL0900-2024158233-3346874
SIN: AAMI0399NL
Relatie met SIN: AAMI0391NL



Goednummer: PL0900-2024158233-3346875
SIN: AAMI0400NL
Relatie met SIN: AAMI0392NL




Een deskundigenrapportage Forensische Opsporing van het NFiDENT, gedateerd 22 mei 2024, opgemaakt door ing. P .H. Walinga , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:










Kenmerk




Omschrijving FO




Conclusie





AAQU0866NL


poeder en brokjes, wit, 1003,07 gram


bevat cocaïne




AAMI0386NL


poeder en brokjes, wit, 1003,16 gram


bevat cocaïne




AAMI0387NL


poeder en brokjes wit, 1107,1 gram


bevat cocaïne




AAMI0388NL


poeder en brokjes wit, 1115,7 gram


bevat cocaïne




AAMI0389NL


poeder en brokjes wit, 1104,3 gram


bevat cocaïne




AAMI0390NL


poeder en brokjes wit, 1119,1 gram


bevat cocaïne




AAMI0391NL


poeder en brokjes wit, 1005,0 gram


bevat cocaïne




AAMI0392NL


poeder en brokjes wit, 1006,0 gram


bevat cocaïne








4.3.2.


Bewijsoverwegingen

Voor een veroordeling voor het vervoeren en het bezit van drugs is vereist dat de verdachte wist van de aanwezigheid van de drugs en dat deze zich binnen zijn machtssfeer bevonden.



Vast staat dat de aangetroffen drugs in een verborgen ruimte lagen in de auto waarin verdachte reed. Verdachte was op dat moment de enige inzittende en bestuurder van de auto.
Uit de verklaring van verdachte en het onderzoek aan zijn telefoon volgt dat hij de auto al een paar dagen onder zich had en dat hij de enige was die er in die tijd beschikking over had. De auto staat op naam van de broer van verdachte, en verdachte gebruikt naar eigen zeggen de auto als hij in Europa is. De broer van verdachte heeft verklaard dat hij (al voor het tenlastegelegde) zelf niet meer in de auto rijdt sinds hij meerdere hersenbloedingen heeft gehad.



Verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat hij niet wist van de cocaïne in de verborgen ruimte.



De rechtbank stelt voorop dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de eigenaar van kilo’s cocaïne, de cocaïne enige tijd in een auto bewaart en iemand die geen weet van de cocaïne heeft meerdere dagen in de auto laat rijden. Cocaïne is geen ‘bewaarvoorwerp’ die de eigenaar voor langere tijd op één plek laat liggen. Het betreft een voorwerp waar de eigenaar zo snel mogelijk (tegen een hoge prijs) van af wil. Het bewaren van cocaïne heeft namelijk vooral nadelen (in verband met de risico's van diefstal en inbeslagname). Het is daarom waarschijnlijk dat als zich cocaïne in de auto bevindt, het niet zo is dat de cocaïne daar voor langere tijd (dan de autorit) wordt bewaard, maar zich daar bevindt omdat het moet worden vervoerd. Het is in dat geval ook waarschijnlijk dat de chauffeur weet waarom hij de autorit maakt. Het is aan verdachte om uit te leggen waarom deze waarschijnlijkheden in zijn bijzondere geval niet opgaan en hij inderdaad niet wist van de cocaïne. De omstandigheden vragen, zogezegd, om een aannemelijke verklaring van verdachte voor het feit dat er cocaïne in de auto werd gevonden die de verdachte bestuurde.



De uitleg van de verdachte houdt in grote lijnen in dat hij de auto 1,5 tot 2 maanden voor zijn aanhouding (die plaatsvond op 20 mei 2024) van Keulen naar Marseille heeft gereden en in een openbare parkeergarage (Q-park) in Marseille heeft geparkeerd. Hierna is hij naar zijn huis in Tunesië gevlogen. Vervolgens is verdachte op 18 mei 2024 weer naar Marseille gevlogen en is hij met de auto vanuit Marseille via Parijs naar Amsterdam gereden, waarna hij in Vinkeveen is aangehouden.



Nu hij aangeeft dat hij van niets wist (en zijn broer ook niet), zou dit moeten betekenen dat een onbekende derde zonder zijn wetenschap voorafgaand aan zijn reis naar Marseille of in Marseille of tijdens zijn reis naar Parijs en Amsterdam de cocaïne onopgemerkt in de auto heeft neergelegd.
Dit vindt de rechtbank niet geloofwaardig gelet op de volgende omstandigheden. De auto heeft volgens verdachte zelf 1,5 a 2 maanden in een openbare parkeergarage gestaan. Daarbij was het van tevoren niet bekend dat deze auto daar zou staan, omdat verdachte oorspronkelijk het plan had om de auto mee te nemen naar Tunesië maar op het laatste moment vanwege persoonlijke omstandigheden besloot om de auto in Marseille te laten staan en verder te vliegen. Verder roept het de vraag op hoe die onbekende derde dan moest weten wanneer verdachte terug zou komen, hoe verdachte dan precies zou rijden, waar hij zou stoppen en waar hij heen zou gaan met de auto. Dit maakte het ook onmogelijk om op de route zelf de drugs onopgemerkt in de auto te leggen. Verder is het ook onaannemelijk dat iemand drugs in een auto legt wanneer degene niet precies weet waar iemand wanneer heen gaat en wat de (eind)bestemming is.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte een onaannemelijk alternatief scenario geschetst en heeft hij dus niet voorzien in een aannemelijke verklaring.



Gelet op het feit dat verdachte zich alleen met de kilo’s cocaïne in de auto bevond, de aard en de straatwaarde van die hoeveelheid cocaïne en het uitblijven van een verklaring van verdachte die een op voorhand onwaarschijnlijk scenario (waarin verdachte niet wist van de cocaïne), minder onwaarschijnlijk maakt, kan het volgens de rechtbank niet anders zijn dan dat verdachte heeft geweten dat hij die cocaïne in de auto had.
Dat er geen andere sporen zijn die verdachte aan de cocaïne verbinden, maakt de conclusie van de rechtbank niet anders. Het ontbreken van DNA-sporen of vingerafdrukken van verdachte hoeft namelijk niet te betekenen dat hij geen wetenschap van de drugs heeft gehad. Zo is het bijvoorbeeld goed mogelijk dat verdachte heeft gewerkt met handschoenen of de spullen heeft schoongemaakt, of dat een ander de drugs in de verborgen ruimte heeft gelegd, maar verdachte er wel wetenschap van heeft gehad.



Gelet op het voorgaande, acht de rechtbank bewezen dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de cocaïne in de auto. De auto werd door verdachte bestuurd terwijl deze drugs daarin aanwezig waren, zodat verdachte ook de feitelijke beschikkingsmacht had over de drugs.






5BEWEZENVERKLARING


De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:



op 20 mei 2024 te Vinkeveen opzettelijk heeft vervoerd en opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 8027,6 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;



Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.



Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.




6STRAFBAARHEID VAN HET FEIT


Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.



Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:




opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.





7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE


Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.




8OPLEGGING VAN STRAF


8.1


De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte ter zake van het door de officier van justitie bewezen geachte te veroordelen tot een gevangenisstraf van 32 maanden, met aftrek van het voorarrest.




8.2


Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit. Subsidiair heeft hij aangevoerd dat het verdachte buitengewoon zwaar valt om al 4 maanden niet bij zijn gezin met een jong kind te zijn. Daarnaast kan hij vanuit detentie zijn bedrijf niet voortzetten.




8.3


Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.



De verdachte heeft opzettelijk meer dan 8 kilo cocaïne in bezit gehad en vervoerd. De cocaïne was verstopt in een verborgen ruimte in de achterbak van een door de verdachte bestuurde auto. Deze ruimte was op een zeer professionele wijze aangebracht en kan enkel tot doel hebben voorwerpen aan het oog van controlerende of met de opsporing van strafbare feiten belaste instanties te onttrekken. De verspreiding van en handel in cocaïne draagt bij aan andere vormen van criminaliteit en is een gevaar voor de volksgezondheid.



De rechtbank heeft bij de bepaling van de hoogte van de straf aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS), die zien op het vervoeren van harddrugs vanaf 8 kilo. Deze gaan uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf vanaf 34 maanden.



Verdachte heeft ter zitting geen openheid van zaken gegeven over het tenlastegelegde feit noch over zijn beweegredenen, zodat de rechtbank daar bij de strafbepaling geen rekening mee kan houden. De rechtbank ziet verder geen aanknopingspunten om af te wijken van de oriëntatiepunten van het LOVS.



Alles afwegende zal de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 34 maanden, met aftrek van het voorarrest.





9BESLAG


De rechtbank zal de in beslag genomen auto verbeurd verklaren. Met behulp van dit voorwerp is het bewezen verklaarde feit begaan. Weliswaar kan verdachte niet als eigenaar van de auto worden aangemerkt, maar de auto waarin de drugs zijn vervoerd, bevatte een verborgen ruimte waarin de cocaïne is aangetroffen. De rechtbank concludeert dat het niet anders kan zijn dan dat degene aan wie de auto toebehoort, te weten de broer van verdachte, bekend was met het gebruik of de bestemming in verband met het bewezenverklaarde dan wel dat hij het gebruik of die bestemming redelijkerwijs had kunnen vermoeden.



De rechtbank zal de in beslag genomen cocaïne onttrekken aan het verkeer. Dit voorwerp is van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. Met betrekking tot dit voorwerp is bovendien het bewezen verklaarde feit begaan



De rechtbank zal teruggave gelasten aan verdachte van het in beslag genomen voorwerp, te weten zijn telefoon.




10TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN


De beslissing berust op de artikelen



33, 33a, 36b, 36c en 36d van het Wetboek van Strafrecht en


2,10 en 13a van de Opiumwet;


zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.



11BESLISSING


De rechtbank:




Bewezenverklaring


- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;



Strafbaarheid


- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;



Oplegging straf


- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 34 maanden;
- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;



Beslag


- verklaart het volgende voorwerp verbeurd:
1 STK Personenauto, [kenteken] (omschrijving: PL0900-2024158233-3346861, wit, merk: Mercedes, chassisnr: [nummer] );

- verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer:


1 STK Verdovende Middelen (omschrijving: PL0900-2024158233-3346867);


1 STK Verdovende Middelen (omschrijving: PL0900-2024158233-3346869);


1 STK Verdovende Middelen (omschrijving: PL0900-2024158233-3346870);


1 STK Verdovende Middelen (omschrijving: PL0900-2024158233-3346871);


1 STK Verdovende Middelen (omschrijving: PL0900-2024158233-3346872);


1 STK Verdovende Middelen (omschrijving: PL0900-2024158233-3346873);


1 STK Verdovende Middelen (omschrijving: PL0900-2024158233-3346874);


1 STK Verdovende Middelen (omschrijving: PL0900-2024158233-3346875);


- gelast de teruggave aan verdachte van het volgende voorwerp:
1 STK Telefoontoestel (omschrijving: 2024158233-3346866, paars, merk: Apple Iphone 15 Pro).





Dit vonnis is gewezen door mr. S.E. van den Brink, voorzitter, mrs. N.P.J. Janssens en L.C. Michon, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Bazaz, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 26 september 2024.





De griffier is buiten staat dit


vonnis mede te ondertekenen


Bijlage: de tenlastelegging




Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:



hij op of omstreeks 20 mei 2024 te Vinkeveen, althans in Nederland, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 8027,6 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;



( art 10 lid 4 Opiumwet, art 2 ahf/ond B Opiumwet )



Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 31 juli 2024, genummerd PL0900-2024158290, opgemaakt door politie Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 118. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.


Pagina 12.


Pagina 13.


Pagina 104.


Pagina 105.


Pagina 106.


Pagina 107.


Pagina 71.


Pagina 72.


Pagina 73.


Pagina 74.


Pagina 76.


Pagina 77.


Pagina 78.


Pagina 79.


Pagina 80.


Pagina 81.


Pagina 82.


Pagina 83.