Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2024:1073

2024-02-28 Civiel recht; Burgerlijk procesrecht 10857329
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2024-02-28
Publicatiedatum
2024-02-27
Rechtsgebied
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
10857329
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Incident. De vraag of een voormalig vennoot van een v.o.f. aansprakelijk is voor een schuld van de v.o.f., heeft betrekking op de aard van de materiële rechtsverhouding dat beoordeeld moet worden in de hoofdzaak. Op de uitkomst daarvan kan in een incident niet worden vooruitgelopen. Afwijzing incidentele vordering.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.229 tekens)
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Almere



Zaaknummer: 10857329 \ MC EXPL 23-7587




Vonnis in incident van 28 februari 2024




in de zaak van





[eiser]
,
te [plaats 1] ,
eisende partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders,



tegen





1 [gedaagde sub 1][gedaagde sub 1] ,

te [plaats 2] ,
gedaagde partij in de hoofdzaak,
niet verschenen,2. [gedaagde sub 2]
te [plaats 2] ,
gedaagde partij in de hoofdzaak
niet verschenen,3. [gedaagde sub 3]
te [plaats 2] ,
gedaagde partij in de hoofdzaak
niet verschenen,4. [gedaagde sub 4],
te [plaats 3] ,
gedaagde partij in de hoofdzaak
eisende partij in het incident,
gemachtigde: mr. P.P. Klokkers,
hierna afzonderlijk te noemen: [gedaagde sub 4] .






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, met producties, van 22 november 2023; - de conclusie van antwoord, tevens incidentele vordering, met producties;
- de conclusie van antwoord in het incident.



1.2.
Ten slotte is vonnis in het incident bepaald.





2Het geschil in het incident


2.1.


[gedaagde sub 4] vordert in het incident een verklaring voor recht dat [eiser] onrechtmatig jegens hem handelt door hem onnodig en tegen beter weten in in rechte te betrekken, met veroordeling van [eiser] in de werkelijke kosten van het incident ad
€ 1.331,00.




2.2.
Ter onderbouwing van zijn incidentele vordering stelt [gedaagde sub 4] – kort gezegd – het volgende. De vordering van [eiser] in de hoofdzaak is gebaseerd op een overeenkomst die met gedaagde sub 1, de vennootschap onder firma [gedaagde sub 1] , in 2019 is gesloten. [gedaagde sub 4] is per 1 januari 2022 als vennoot uit de v.o.f. getreden en is daarmee geen contractspartij (meer) van [eiser] en niet aansprakelijk voor deze schuld van de v.o.f. [gedaagde sub 4] heeft dit reeds eerder aan de gemachtigde van [eiser] kenbaar gemaakt. Verder is de vordering van [eiser] ontstaan in de periode van ná de uittreding van [gedaagde sub 4] . [eiser] maakt misbruik van bevoegdheid, omdat zij weet dat de vordering tegen [gedaagde sub 4] vruchteloos zal zijn.



2.3.

[eiser] concludeert tot afwijzing van de incidentele vordering, met veroordeling van [gedaagde sub 4] in de kosten van het incident.



2.4.

[eiser] baseert haar verweer – samengevat – op het volgende. Het door [gedaagde sub 4] in dit incident gevoerde verweer betreft geen exceptie in de zin van artikel 128 lid 3 Rv. De vraag of [eiser] een vordering op [gedaagde sub 4] heeft, heeft betrekking op de aard van de materiële rechtsverhouding. Ook kan een verklaring voor recht niet in een incidentele procedure worden gevorderd. Inhoudelijk betwist [eiser] dat zij misbruik van (proces)bevoegdheid heeft gemaakt, omdat er geen sprake is van een op voorhand evident ongegronde vordering.





3De beoordeling in het incident


3.1.
De vraag of [gedaagde sub 4] als voormalig vennoot van [gedaagde sub 1] v.o.f. aansprakelijk is voor een schuld van de v.o.f., heeft betrekking op de aard van de materiële rechtsverhouding dat beoordeeld moet worden in de hoofdzaak. Op de uitkomst daarvan kan in dit incident niet worden vooruitgelopen. Dit betekent dat in dit stadium ook niet beoordeeld kan worden of [eiser] misbruik van (proces)bevoegdheid maakt door een evident ongegronde vordering in te stellen. De incidentele vordering wordt daarom afgewezen.



3.2.

[gedaagde sub 4] is in het ongelijk gesteld en wordt daarom veroordeeld in de kosten van het incident. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op € 264,00 aan salaris gemachtigde.









4De beslissing


De kantonrechter:




in het incident:




4.1.
wijst de vordering af;



4.2.
veroordeelt [gedaagde sub 4] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiser] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 264,00 aan salaris gemachtigde;



in de hoofdzaak:





4.3.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 27 maart 2024 om 11:00 uur voor het nemen van een conclusie van repliek door [eiser] ;



4.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.



Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. van Wegen en in het openbaar uitgesproken op 28 februari 2024.





45353