Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2023:7472

2023-12-27 Civiel recht; Verbintenissenrecht 10790953 \ AC EXPL 23-2590
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2023-12-27
Publicatiedatum
2024-02-01
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
10790953 \ AC EXPL 23-2590
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verstek. Ambtshalve toetsing van consumentenbeschermende bepalingen. Opschortingsbeding in algemene voorwaarden is onredelijk bezwarend omdat het ten nadele van consument aanzienlijk afwijkt van artikel 6:52 BW (N.B. in casu geen gevolgen voor toewijsbaarheid vordering maar omdat in dagvaarding uitvoerig was betoogd dat beding niet onredelijk bezwarend zou zijn is hier toch een overweging aan gewijd)

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.195 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND


Civiel recht
kantonrechter



locatie Amersfoort



zaaknummer: 10790953 AC EXPL 23-2590 YA/1386




Vonnis van 27december 2023




inzake



de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid


[eiser] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,



tegen:





[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.






1De procedure

1.1.
De eisende partij heeft gevorderd dat de gedaagde partij bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld om een bedrag aan haar te betalen, met rente en kosten, zoals in de dagvaarding is omschreven. Tegen de niet verschenen gedaagde partij is verstek verleend.



1.2.
Daarop volgt nu dit vonnis.






2De beoordeling


2.1.
De gedaagde partij heeft een sportabonnement bij de eisende partij afgesloten en een betalingsachterstand laten ontstaan.



2.2.
De eisende partij vordert de achterstallige termijnen van februari, maart en april 2023, te vermeerderen met een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente en met veroordeling van gedaagde partij in de proceskosten.



2.3.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een partij, handelend in de uitoefening van haar beroep of bedrijf (de eisende partij), en een consument (de gedaagde partij). Op zo’n overeenkomst zijn consumentenbeschermende bepalingen van toepassing. Sommige consumentenbeschermende bepalingen worden zo belangrijk gevonden dat de kantonrechter ambtshalve (uit zichzelf, ook als de consument daar niet om vraagt) moet beoordelen of die zijn nageleefd. Zo niet, dan moet de kantonrechter daar, eveneens ambtshalve, consequenties aan verbinden. Daarbij moet in de regel worden gedacht aan een (gedeeltelijke) afwijzing van de vordering.



2.4.
Op de overeenkomst zijn de informatieplichten van artikel 6:230l van het Burgerlijk Wetboek (BW) van toepassing. De kantonrechter heeft ambtshalve geconstateerd dat aan de toepasselijke essentiële informatieplichten is voldaan.



2.5.
De kantonrechter moet ook ambtshalve beoordelen of op de overeenkomst met de gedaagde partij algemene voorwaarden van toepassing zijn en zo ja, of daarin geen bedingen zijn opgenomen die onredelijk bezwarend zijn voor consumenten zoals de gedaagde partij, als bedoeld in artikel 6:233 onder a BW.



2.6.
Anders dan de eisende partij heeft gesteld in haar dagvaarding is de kantonrechter van oordeel dat het beding in artikel 12 lid 3 van de algemene voorwaarden onredelijk bezwarend is voor een consument. Dat beding geeft de eisende partij immers de mogelijkheid om een consument de toegang tot de sportschool te weigeren, als die, na aanmaning, nog niet aan zijn betalingsverplichting voldoet. In artikel 6:52 BW is bepaald dat opschorting is toegestaan, maar op grond van dat wetsartikel moet de looptijd van het abonnement dan wel worden verlengd met de periode waarin de toegang werd ontzegd, opdat de consument alleen betaalt voor de periode waarin hij gebruik kan maken van het abonnement. Het beding in de algemene voorwaarden van de eisende partij wijkt daar ten nadele van een consument aanzienlijk van af en is daarom onredelijk bezwarend.



2.7.
Het genoemde beding moet dan ook worden vernietigd, al heeft dat in dit geval geen gevolgen voor de toewijsbaarheid van de vordering, die is beperkt tot drie achterstallige abonnementstermijnen. Er zijn geen aanwijzingen dat de eisende partij de gedaagde partij daarvóór al had aangemaand en aldus gerechtigd was om de toegang tot de sportschool over de nu gevorderde termijnen te ontzeggen. De gevorderde hoofdsom zal daarom worden toegewezen.



2.8.
De kantonrechter heeft verder beoordeeld of de eisende partij in de overeenkomst of in de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden ten aanzien van de buitengerechtelijke incassokosten en de rente een of meerdere regelingen heeft opgenomen, die zodanig afwijken van de wettelijke regelingen daarover dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld. Dat is niet het geval.



2.9.
Omdat de eisende partij ook heeft voldaan aan de eisen van artikel 6:96 lid 5 en 6 BW en het daarop gebaseerde Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten zal de gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.



2.10.
Omdat de gedaagde partij met de betaling van de facturen in verzuim is, zal de wettelijke rente ook worden toegewezen.



2.11.
Omdat de gedaagde partij ongelijk krijgt zal de gedaagde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de eisende partij worden aldus begroot op:
- dagvaarding € 107,84
- griffierecht € 128,00
- salaris gemachtigde € 80,00 (1punt x tarief € 80,00)
Totaal € 315,84.





3De beslissing


De kantonrechter:



3.1.
veroordeelt de gedaagde partij om aan de eisende partij tegen bewijs van kwijting te betalen € 385,60, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 327,42 vanaf 23 oktober 2023 tot de voldoening;



3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de eisende partij, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 315,84, waarin begrepen € 39,00 aan salaris gemachtigde;



3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.


Dit vonnis is gewezen door mr. O.P. van Tricht, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 27 december 2023.