Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2023:6979
2023-10-24
Bestuursrecht
22/5591
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de overdracht van een dossier door Veilig Thuis. Veilig Thuis is geen bestuursorgaan en daarom is de bestuursrechter niet bevoegd.
Citeert (3)
- ECLI:NL:RBGEL:2020:3272 Rechtbank Gelderland 06-07-2020
- ECLI:NL:GHDHA:2021:2343 Gerechtshof Den Haag 19-10-2021
- ECLI:NL:RVS:2018:983 Raad van State 21-03-2018
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.677 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/5591
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 oktober 2023 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
en
Veilig Thuis Utrecht,
(gemachtigde: mr. M.J. Verheij)
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van Veilig Thuis van 15 september 2022.
1.1.
Omdat de bestuursrechter kennelijk niet bevoegd is om op dit geschil te beslissen, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. Eiser heeft Veilig Thuis verzocht om een afschrift van het volledige dossier van zijn dochter. Dit verzoek is een verzoek in de zin van artikel 7.3.10 van de Jeugdwet. Veilig Thuis heeft het verzoek gedeeltelijk ingewilligd: er is een dossier overhandigd maar daarin zijn delen weggelakt. Eiser is het daarmee niet eens en heeft beroep ingesteld.
3. Veilig Thuis heeft in een reactie op het beroepschrift aangevoerd dat Veilig Thuis Utrecht geen bestuursorgaan is en dat de bestuursrechter daarom onbevoegd is om van het beroep kennis te nemen. Veilig Thuis heeft ter onderbouwing van haar standpunt verwezen naar de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 6 juli 2020 (ECLI:NL:RBGEL:2020:3272) en het arrest van 19 oktober 2021 van het Gerechtshof Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2021:2343).
4. De rechtbank volgt Veilig Thuis in haar standpunt. In de provincie Utrecht maakt Veilig Thuis Utrecht onderdeel uit van stichting Samen Veilig Midden-Nederland. Dit is een privaatrechtelijke rechtspersoon en kan niet worden aangemerkt als bestuursorgaan. Uit artikel 7.3.17 van de Jeugdwet volgt bovendien dat een beslissing van een jeugdhulpverlener, zoals Veilig Thuis, over verstrekking van het dossier niet genomen wordt door de jeugdhulpverlener in de hoedanigheid van bestuursorgaan.
5. De bestuursrechter is daarom niet bevoegd om van het beroep kennis te nemen. De rechtbank zal zich daarom onbevoegd verklaren.
6. Het verzoek van eiser hoort niet thuis bij de bestuursrechter maar bij de burgerlijke rechter. De rechtbank zal het verzoek doorsturen naar de burgerlijke rechter.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. P.J.M. Mol, rechter, in aanwezigheid van mr. M.E.C. Bakker, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 24 oktober 2023.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Zie de uitspraak van 21 maart 2018 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ECLI:NL:RVS:2018:983.
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/5591
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 oktober 2023 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
en
Veilig Thuis Utrecht,
(gemachtigde: mr. M.J. Verheij)
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van Veilig Thuis van 15 september 2022.
1.1.
Omdat de bestuursrechter kennelijk niet bevoegd is om op dit geschil te beslissen, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. Eiser heeft Veilig Thuis verzocht om een afschrift van het volledige dossier van zijn dochter. Dit verzoek is een verzoek in de zin van artikel 7.3.10 van de Jeugdwet. Veilig Thuis heeft het verzoek gedeeltelijk ingewilligd: er is een dossier overhandigd maar daarin zijn delen weggelakt. Eiser is het daarmee niet eens en heeft beroep ingesteld.
3. Veilig Thuis heeft in een reactie op het beroepschrift aangevoerd dat Veilig Thuis Utrecht geen bestuursorgaan is en dat de bestuursrechter daarom onbevoegd is om van het beroep kennis te nemen. Veilig Thuis heeft ter onderbouwing van haar standpunt verwezen naar de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 6 juli 2020 (ECLI:NL:RBGEL:2020:3272) en het arrest van 19 oktober 2021 van het Gerechtshof Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2021:2343).
4. De rechtbank volgt Veilig Thuis in haar standpunt. In de provincie Utrecht maakt Veilig Thuis Utrecht onderdeel uit van stichting Samen Veilig Midden-Nederland. Dit is een privaatrechtelijke rechtspersoon en kan niet worden aangemerkt als bestuursorgaan. Uit artikel 7.3.17 van de Jeugdwet volgt bovendien dat een beslissing van een jeugdhulpverlener, zoals Veilig Thuis, over verstrekking van het dossier niet genomen wordt door de jeugdhulpverlener in de hoedanigheid van bestuursorgaan.
5. De bestuursrechter is daarom niet bevoegd om van het beroep kennis te nemen. De rechtbank zal zich daarom onbevoegd verklaren.
6. Het verzoek van eiser hoort niet thuis bij de bestuursrechter maar bij de burgerlijke rechter. De rechtbank zal het verzoek doorsturen naar de burgerlijke rechter.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. P.J.M. Mol, rechter, in aanwezigheid van mr. M.E.C. Bakker, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 24 oktober 2023.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Zie de uitspraak van 21 maart 2018 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ECLI:NL:RVS:2018:983.