Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2023:6956
2023-10-25
Bestuursrecht
UTR 23/4743
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
ontbreken kopie besluit, kennelijk niet-ontvankelijk.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.594 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/4743
uitspraak van voorzieningenrechter van 25 oktober 2023 in de zaak tussen
[verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker,
en
De algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, het CBR
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het verzoek om een voorlopige voorziening dat verzoeker heeft ingediend op 27 september 2023.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het verzoekschrift voldoet namelijk niet aan de wettelijke eisen, waardoor de voorzieningenrechter de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de voorzieningenrechter dat verder uit.
2. Iemand die een verzoek voor een voorlopige voorziening indient moet een kopie van het besluit en bezwaarschrift indienen. Dit staat in artikel 6:5 en artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als dat niet gebeurt is de hoofdregel dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom er geen kopie van het besluit en bezwaarschrift is ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar verzoeker niets aan kan doen.
3. De griffier heeft verzoeker op 3 oktober 2023 een brief gestuurd, waarin staat dat verzoeker binnen een week een kopie moet overleggen van het besluit waar hij het niet mee eens is en het bezwaarschrift dat hij aan verweerder heeft gestuurd.
4. Verzoeker heeft niet gereageerd op deze brief.
5. Het verzoek zal daarom niet inhoudelijk worden behandeld en de voorzieningenrechter zal geen uitspraak over het verzoek doen. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:83 Awb).
6. Verzoeker krijgt geen gelijk.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening
niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Janssens-Kleijn, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 oktober 2023.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep of in verzet.
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/4743
uitspraak van voorzieningenrechter van 25 oktober 2023 in de zaak tussen
[verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker,
en
De algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, het CBR
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het verzoek om een voorlopige voorziening dat verzoeker heeft ingediend op 27 september 2023.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het verzoekschrift voldoet namelijk niet aan de wettelijke eisen, waardoor de voorzieningenrechter de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de voorzieningenrechter dat verder uit.
2. Iemand die een verzoek voor een voorlopige voorziening indient moet een kopie van het besluit en bezwaarschrift indienen. Dit staat in artikel 6:5 en artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als dat niet gebeurt is de hoofdregel dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom er geen kopie van het besluit en bezwaarschrift is ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar verzoeker niets aan kan doen.
3. De griffier heeft verzoeker op 3 oktober 2023 een brief gestuurd, waarin staat dat verzoeker binnen een week een kopie moet overleggen van het besluit waar hij het niet mee eens is en het bezwaarschrift dat hij aan verweerder heeft gestuurd.
4. Verzoeker heeft niet gereageerd op deze brief.
5. Het verzoek zal daarom niet inhoudelijk worden behandeld en de voorzieningenrechter zal geen uitspraak over het verzoek doen. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:83 Awb).
6. Verzoeker krijgt geen gelijk.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening
niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Janssens-Kleijn, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 oktober 2023.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep of in verzet.