Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2023:5058

2023-09-22 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht UTR 23/4421
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2023-09-22
Publicatiedatum
2023-09-25
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zaaknummer
UTR 23/4421
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verzoek om voorlopige voorziening hangende de beroepsprocedure toegewezen. Gelet op eerdere uitspraken over de 24-wekentermijn van de asielzoekersregeling heeft het beroep redelijke kans van slagen. Het verzoek is toegewezen in die zin dat de werkgever van verzoekster wordt gezien als in bezit van een tewerkstellingsvergunning.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.944 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Utrecht


zaaknummer: UTR 23/4421


uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 september 2023 in de zaak tussen



[verzoekster] , verzoekster
(gemachtigde: mr. S.J. Koolen),


en




de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder
(gemachtigde: F. Klous).





Inleiding


In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster over de aan haar werkgever geweigerde tewerkstellingsvergunning voor haar. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in de hoofdzaak niet.



Omdat het verzoek kennelijk gegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk gegrond is.



Verweerder heeft eerder een tewerkstellingsvergunning verleend voor de periode van
10 april 2023 tot 25 september 2023. De werkgever van verzoekster heeft verzocht om verlenging van deze tewerkstellingsvergunning. Deze aanvraag heeft verweerder bij besluit van 23 augustus 2023 afgewezen. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.



Op 19 september 2023 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. Hiertegen heeft verzoekster beroep ingesteld, waardoor het verzoek aangemerkt wordt als een verzoek om een voorlopige voorziening te treffen in de beroepszaak.




Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. De ten behoeve van verzoekster verleende tewerkstellingsvergunning is verleend op grond van de asielzoekersregeling en heeft een beperkte geldigheidsduur, namelijk 24 weken, tot 25 september 2023. Op grond van deze regeling mogen asielzoekers maximaal 24 weken per jaar werken. Verweerder heeft de gevraagde vergunning geweigerd omdat de 24-wekentermijn is overschreden.

2. De rechtbank heeft in vergelijkbare zaken de 24-wekentermijn onverbindend verklaard, omdat de toegang tot de arbeidsmarkt voor asielzoekers wordt beperkt zonder dat daar een rechtvaardiging voor is. Dat is in strijd met artikel 15, eerste en tweede lid, van de Opvangrichtlijn.

3. Gelet op deze uitspraken is de voorzieningenrechter van oordeel dat het beroep van verzoekster een redelijke kans van slagen heeft. De voorzieningenrechter ziet hierin voldoende reden om het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen. Het verzoek wordt toegewezen in die zin dat verzoekster vanaf 25 september 2023 wordt behandeld als ware haar werkgever [werkgever] te [vestigingsplaats] in het bezit is van een tewerkstellingsvergunning ten behoeve van haar tot aan de uitspraak op het beroep.

4. Ook krijgt verzoekster een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Verweerder moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 1 punt op voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van
€ 837,-, bij een wegingsfactor 1. Toegekend wordt € 837,-.

5. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, moet verweerder aan verzoekster het door hem betaalde griffierecht vergoeden.



Beslissing


De voorzieningenrechter:


- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe in die zin dat verzoekster vanaf 25 september 2023 wordt behandeld als ware haar werkgever [werkgever] te [vestigingsplaats] in het bezit van een tewerkstellingsvergunning ten behoeve van haar tot aan de uitspraak op het beroep;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 837,-;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht € 184,- aan verzoekster te vergoeden.


Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
22 september 2023.












griffier


voorzieningenrechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:




Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Artikel 8:81, lid 5, van de Algemene wet bestuursrecht.


Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022.


Zittingsplaats Arnhem, ECLI:NL:RBDHA:2023:5458, en zittingsplaats Utrecht, UTR 22/5448 (nog niet gepubliceerd).