Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2023:288

2023-01-27 Civiel recht; Arbeidsrecht 10178281 UE VERZ 22-328
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2023-01-27
Publicatiedatum
2023-01-27
Rechtsgebied
Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
10178281 UE VERZ 22-328
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | AR-Updates.nl 2023-0479 | VAAN-AR-Updates.nl 2023-0479

Inhoudsindicatie

Gefixeerde schadevergoeding aan werkgever toegekend wegens onregelmatige opzegging door werknemer

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.274 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND


Civiel recht
kantonrechter



locatie Utrecht



zaaknummer: 10178281 UE VERZ 22-328 MvdH/40201




Beschikking van 27 januari 2023




inzake



de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid


[verzoekster] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verder ook te noemen [verzoekster] ,
verzoekende partij,
gemachtigde: mr. K.C. de Koning,



tegen:





[verweerder]
,
wonende te [woonplaats] ,
verder ook te noemen [verweerder] ,
verwerende partij,
procederend in persoon.






1Het verloop van de procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:


het verzoekschrift van [verzoekster] met 5 producties, ter griffie ingekomen op 3 november 2022;


de brief van [verzoekster] van 13 december 2022 met productie 6.





1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 16 december 2022. Namens [verzoekster] is toen de heer [A] verschenen. Hij is bijgestaan door de gemachtigde. [verweerder] is ook verschenen. De griffier heeft van de zitting aantekening gehouden.






2Waar gaat het om?


2.1.

[verweerder] , geboren op [1979] , is op 1 november 2020 in dienst gekomen van [verzoekster] in de functie van Servicemonteur met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Het laatstgenoten loon van [verweerder] bedraagt € 4.165.65 bruto exclusief vakantiegeld op basis van een werkweek van 38 uur.



2.2.
Op 4 september 2022 heeft [verweerder] zijn arbeidsovereenkomst met [verzoekster] per direct per aangetekende brief opgezegd omdat hij bij zijn vriend in België ging wonen. In zijn brief heeft [verweerder] [verzoekster] verder bericht dat hij de bedrijfsauto, sleutels en tankkaart bij zijn ex-vriendin heeft achtergelaten.



2.3.
In deze procedure vordert [verzoekster] de gefixeerde schadevergoeding ter hoogte van € 8.011,90 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van de beschikking. [verzoekster] verzoekt verder om [verweerder] te veroordelen in de proceskosten. Volgens [verzoekster] heeft [verweerder] de arbeidsovereenkomst onregelmatig opgezegd zonder de opzegtermijn in acht te nemen en is hij daarom jegens [verzoekster] schadeplichtig op grond van artikel 7:672 lid 11 BW. De hoogte van de gefixeerde schadevergoeding is volgens [verzoekster] gelijk aan het brutoloon (inclusief vakantiebijslag) over de periode 4 september tot en met 31 oktober 2022. Dat komt neer op een bedrag van € 8.588,81 bruto (€ 4.089,91 bruto over september + € 4.498,90 bruto over oktober). Een deel van dit bedrag heeft [verzoekster] bij de eindafrekening verrekend waardoor een bedrag resteert van € 8.011,90.



2.4.
De kantonrechter zal de door [verzoekster] verzochte gefixeerde schadevergoeding toewijzen. [verweerder] heeft de arbeidsovereenkomst met [verzoekster] op 4 september 2022 met onmiddellijke ingang opgezegd. Bij de opzegging heeft [verweerder] niet de wettelijke opzegtermijn in acht genomen zodat sprake is van een onregelmatige opzegging van de arbeidsovereenkomst. De opzegtermijn bedraagt ingevolge artikel 7:672 lid 4 BW één maand. Te rekenen vanaf de datum van de opzegging, 4 september 2022, kon [verweerder] de arbeidsovereenkomst in beginsel niet eerder opzeggen dan tegen 4 oktober 2012. Omdat de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:672 lid 1 BW moet worden opgezegd tegen het einde van de maand, had [verweerder] de arbeidsovereenkomst moeten opzeggen tegen 1 november 2022.



2.5.
Omdat sprake is van een onregelmatige opzegging is [verweerder] op grond van artikel 7:672 lid 11 BW aan [verzoekster] een vergoeding verschuldigd gelijk aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren, dus tot 1 november 2022. [verzoekster] heeft de verschuldigde vergoeding conform de wettelijke regeling vastgesteld en daarop het reeds verrekende bedrag in mindering gebracht. [verweerder] heeft geen verweer gevoerd tegen deze vordering en eerder aan [verzoekster] laten weten dat hij bereid is om een betalingsregeling te treffen. Matiging van de gefixeerde schadevergoeding door de kantonrechter is alleen mogelijk als de vergoeding hoger is dan 3 maandsalarissen en dat is hier niet aan de orde. De kantonrechter wijst de vordering dan ook toe. De gevorderde wettelijke rente over dit bedrag wordt toegewezen zoals verzocht door [verzoekster]



2.6.
De proceskosten worden gecompenseerd gelet op de omstandigheden van het geval. De nakosten worden op na te melden wijze toegewezen










3De beslissing


De kantonrechter:



3.1.
veroordeelt [verweerder] tot betaling aan [verzoekster] van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 8.011,90 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, berekend vanaf 27 januari 2023 tot de dag van volledige betaling;



3.2.
compenseert de proceskosten in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt;



3.3.

veroordeelt [verweerder] , onder de voorwaarde dat hij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door [verzoekster] volledig aan deze beschikking voldoet, in de na deze beschikking ontstane kosten, begroot op:
- € 124,00 aan salaris gemachtigde;
- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;




3.4.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;



Deze beschikking is gegeven door mr. D.C.P.M. Straver, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2023.