Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2022:6382
2022-12-27
Bestuursrecht
UTR 22/5335
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk want er is geen griffierecht betaald.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.067 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/5335
uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 december 2022 in de zaak tussen
[verzoeker 1] en [verzoeker 2] , uit [woonplaats] , verzoekers
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere, verweerder
(gemachtigde: H. Smit).
Procesverloop
In het besluit van 3 oktober 2022 (primaire besluit) heeft verweerder verzoekers gelast om het pand aan de [adres] in [plaats] (het pand) terug te brengen tot de laatst vergunde situatie per 15 januari 2023. Indien niet wordt voldaan aan de last wordt er een dwangsom van € 10.000,- verbeurd.
Verzoekers hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Verzoekers hebben namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de voorzieningenrechter dat verder uit.
2. Iemand die een verzoek tot voorlopige voorziening indient moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:82, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 184,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar verzoekers niets aan kunnen doen.
4. De rechtbank heeft verzoekers op 19 november 2022 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat verzoekers het griffierecht binnen twee weken moeten betalen aan de rechtbank.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Verzoekers hebben daar geen geldige reden voor gegeven.
6. Het verzoek zal niet inhoudelijk worden behandeld en de voorzieningenrechter zal geen uitspraak over het verzoek doen. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:83 Awb).
7. Verzoekers krijgen geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van hun proceskosten.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. Lange, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
27 december 2022.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/5335
uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 december 2022 in de zaak tussen
[verzoeker 1] en [verzoeker 2] , uit [woonplaats] , verzoekers
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere, verweerder
(gemachtigde: H. Smit).
Procesverloop
In het besluit van 3 oktober 2022 (primaire besluit) heeft verweerder verzoekers gelast om het pand aan de [adres] in [plaats] (het pand) terug te brengen tot de laatst vergunde situatie per 15 januari 2023. Indien niet wordt voldaan aan de last wordt er een dwangsom van € 10.000,- verbeurd.
Verzoekers hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Verzoekers hebben namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de voorzieningenrechter dat verder uit.
2. Iemand die een verzoek tot voorlopige voorziening indient moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:82, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 184,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar verzoekers niets aan kunnen doen.
4. De rechtbank heeft verzoekers op 19 november 2022 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat verzoekers het griffierecht binnen twee weken moeten betalen aan de rechtbank.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Verzoekers hebben daar geen geldige reden voor gegeven.
6. Het verzoek zal niet inhoudelijk worden behandeld en de voorzieningenrechter zal geen uitspraak over het verzoek doen. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:83 Awb).
7. Verzoekers krijgen geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van hun proceskosten.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. Lange, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
27 december 2022.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.