Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2022:2939

2022-07-13 Civiel recht 541439 / HA RK 22-151
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2022-07-13
Publicatiedatum
2022-07-21
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Wraking
Zaaknummer
541439 / HA RK 22-151
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | Prg. 2022/266

Inhoudsindicatie

Wrakingszaak. Verzoekster niet-ontvankelijk in haar wrakingsverzoek, want er is nog geen zaaksrechter aan de zaak toegewezen.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.122 tekens)
Beslissing





RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND




WRAKINGSKAMER



Locatie: Utrecht
Zaaknummer/rekestnummer: 541439 / HA RK 22-151




Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van


13 juli 2022




op het verzoek in de zin van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv) van:





[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats] ,
(verder te noemen verzoekster),






1De procedure


1.1.
De hoofdzaak betreft de procedure met zaaknummer 9931309 UC EXPL 22-4049 (hierna: de hoofdzaak). In het kader van die procedure heeft verzoekster bij e-mailbericht van 4 juli 2022 een verzoek tot wraking ingediend.



1.2.
De wrakingskamer ziet aanleiding om – in afwijking van het in artikel 39 lid 1 Rv neergelegde uitgangspunt – uitspraak te doen over het door verzoekster ingediende wrakingsverzoek, zonder dat dit verzoek ter zitting wordt behandeld. Daartoe wordt het volgende overwogen.






2Het wrakingsverzoek en de beoordeling daarvan


2.1.
Het verzoek tot wraking is gericht tegen de rechter en de griffier die gekoppeld zijn aan de rolzitting van 13 juli 2022 in de hoofdzaak.



2.2.
De wrakingskamer overweegt dat een wraking van een griffier niet mogelijk is; in dat verzoek is verzoekster dus niet-ontvankelijk. Het verzoek tot wraking kan enkel gericht worden tegen een rechter. Daarbij geldt dat in artikel 36 Rv is bepaald dat elk van de rechters die een zaak behandelt op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Hieruit volgt dat een wrakingsverzoek slechts kan worden ingediend tegen een rechter die de zaak behandelt.



2.3.

Het verzoek tot wraking noemt slechts ‘de rechter’ die gekoppeld is aan de rolzitting van 13 juli 2022. Een rolrechter kan niet worden aangemerkt als behandelend rechter. De wrakingskamer verwijst hierbij naar het arrest van de Hoge Raad van 1 april 2022 (ECLI:NL:HR:2022:492, rechtsoverweging 2.3).
In de hoofdzaak is nog geen behandelend rechter bekend. Er is in de hoofdzaak alleen vastgesteld dat een mondelinge behandeling wordt bepaald, een gebruikelijke stap in de procedure. Zodra een datum voor de mondelinge behandeling is bepaald, zal er een zaaksrechter aan de zaak worden toegewezen. In dat stadium bevindt de hoofdzaak zich nog niet.




2.4.
Nu er nog geen sprake is van een behandelend rechter, zal de wrakingskamer verzoekster niet-ontvankelijk verklaren in het wrakingsverzoek.






3De beslissing


De wrakingskamer:



3.1.
verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar wrakingsverzoek;



3.2.
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing te sturen aan verzoeker, de andere betrokken partijen in de hoofdzaak en de president van deze rechtbank;



3.3.
bepaalt dat de procedure van verzoeker met zaaknummer 9931309 UC EXPL 22-4049 moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.



Deze beslissing is gegeven door mr. H.A. Brouwer, voorzitter, en mr. G.L.M. Urbanus en mr. R.C. Stijnen als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. L.C.J. van der Heijden, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2022.




de griffier de voorzitter












Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.