Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2021:5388
2021-11-05
Civiel recht; Verbintenissenrecht
9515198
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Kort geding verstekvonnis. Toewijzen vordering tot veroordeling energieleverancier tot nakoming leveringsovereenkomst op straffe van verbeurte van een dwangsom.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.669 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 9515198 UV EXPL 21-210 SV/40160
Kort geding verstekvonnis van 5 november 2021
inzake
[eiseres]
,
wonende te [woonplaats] ,
verder te noemen: [eiseres] ,
eisende partij,
gemachtigde: mr. K. Lenssen,
tegen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Enstroga B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verder te noemen: Enstroga ,
gedaagde partij.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 29 oktober 2021 met 11 producties, waarvan de betekening met toestemming van de kantonrechter op verkorte termijn heeft plaatsgevonden
de mondelinge behandeling op 4 november 2021
de verstekverlening tegen de niet verschenen gedaagde.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald op 5 november 2021 om 12:00 uur.
2De beoordeling
2.1.
Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen met dien verstande dat de gevorderde dwangsom zal worden bepaald zoals in de beslissing is opgenomen.
2.2.
Enstroga zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:
- dagvaarding € 125,09
- griffierecht € 85,00
- salaris gemachtigde € 498,00 (vast tarief kort geding kanton verstek)
Totaal € 708,09
3De kantonrechter:
geeft de volgende onmiddellijke voorziening:
3.1.
verbiedt Enstroga de energielevering aan [eiseres] te beëindigen en veroordeelt Enstroga tot onmiddellijke nakoming van de leveringsovereenkomst, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag tot een maximum van € 10.000,-;
3.2.
veroordeelt Enstroga tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiseres] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 708,09, waarin begrepen € 498,00 aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de datum van betekening van dit vonnis tot de dag van volledige voldoening;
3.3.
veroordeelt Enstroga , onder de voorwaarde dat zij niet vóór betekening volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:
- € 124,00 aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving tot de voldoening,
- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening tot de voldoening;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
bepaalt ex artikel 64 Rv dat dit vonnis heden ook na 20.00 uur kan worden betekend;
3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Haeck, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 5 november 2021 om 12.00 uur.
Civiel recht
kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 9515198 UV EXPL 21-210 SV/40160
Kort geding verstekvonnis van 5 november 2021
inzake
[eiseres]
,
wonende te [woonplaats] ,
verder te noemen: [eiseres] ,
eisende partij,
gemachtigde: mr. K. Lenssen,
tegen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Enstroga B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verder te noemen: Enstroga ,
gedaagde partij.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 29 oktober 2021 met 11 producties, waarvan de betekening met toestemming van de kantonrechter op verkorte termijn heeft plaatsgevonden
de mondelinge behandeling op 4 november 2021
de verstekverlening tegen de niet verschenen gedaagde.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald op 5 november 2021 om 12:00 uur.
2De beoordeling
2.1.
Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen met dien verstande dat de gevorderde dwangsom zal worden bepaald zoals in de beslissing is opgenomen.
2.2.
Enstroga zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:
- dagvaarding € 125,09
- griffierecht € 85,00
- salaris gemachtigde € 498,00 (vast tarief kort geding kanton verstek)
Totaal € 708,09
3De kantonrechter:
geeft de volgende onmiddellijke voorziening:
3.1.
verbiedt Enstroga de energielevering aan [eiseres] te beëindigen en veroordeelt Enstroga tot onmiddellijke nakoming van de leveringsovereenkomst, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag tot een maximum van € 10.000,-;
3.2.
veroordeelt Enstroga tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [eiseres] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 708,09, waarin begrepen € 498,00 aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de datum van betekening van dit vonnis tot de dag van volledige voldoening;
3.3.
veroordeelt Enstroga , onder de voorwaarde dat zij niet vóór betekening volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:
- € 124,00 aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving tot de voldoening,
- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening tot de voldoening;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
bepaalt ex artikel 64 Rv dat dit vonnis heden ook na 20.00 uur kan worden betekend;
3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Haeck, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 5 november 2021 om 12.00 uur.