Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2021:4963
2021-10-07
Bestuursrecht
UTR - 21 _ 1193
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
uitspraak buiten zitting, eiser overleden na instellen beroep, procesbelang vervallen, niet gebleken dat er erfgenamen zijn die eiser van rechtswege als partij in dit geding hebben opgevolgd, beroep niet-ontvankelijk
Citeert (1)
- ECLI:NL:RVS:2021:506 Raad van State 10-03-2021
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.983 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/1193
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 oktober 2021 in de zaak tussen
wijlen [eiser] , laatstelijk wonende te [woonplaats] , eiser
en
Belastingdienst/Toeslagen, kantoor Utrecht, verweerder
(gemachtigde: mr. S. Akbulut).
Procesverloop
Bij besluit van 27 november 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag zorgtoeslag van eiser over 2019 afgewezen.
Bij besluit van 3 februari 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Bij brief van 21 mei 2021 heeft verweerder de rechtbank medegedeeld dat eiser op 23 april 2021 is overleden.
De rechtbank heeft, na verweerder hiervoor toestemming te hebben gevraagd, bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. Het onderzoek ter zitting in deze zaak was gepland op 4 juni 2021. Nadat de rechtbank het bericht ontving dat eiser was overleden, is de zitting aangehouden. Op 24 juni 2021 is een verzoek om inlichtingen verzonden aan de erven van eiser naar het laatst bekende adres van eiser. De rechtbank heeft hiermee geprobeerd te achterhalen wie de erven van eiser zijn. Er is geen reactie op deze brief ontvangen; de brief is retour gezonden met daarbij de vermelding dat eiser is overleden. De rechtbank heeft verweerder vervolgens bericht dat zij voornemens is de zaak verder schriftelijk af te handelen.
2. Aangezien eiser is overleden is zijn procesbelang komen te vervallen. Nu er niet is gereageerd op de toegezonden brief, is niet gebleken dat er erfgenamen zijn die de nalatenschap van eiser willen aanvaarden en die van rechtswege eiser als partij in dit geding hebben opgevolgd. Daarom dient het beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van mr. R.G. Kamphof, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2021.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 10 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:506. Deze is te raadplegen op www.rechtspraak.nl.
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 21/1193
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 oktober 2021 in de zaak tussen
wijlen [eiser] , laatstelijk wonende te [woonplaats] , eiser
en
Belastingdienst/Toeslagen, kantoor Utrecht, verweerder
(gemachtigde: mr. S. Akbulut).
Procesverloop
Bij besluit van 27 november 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag zorgtoeslag van eiser over 2019 afgewezen.
Bij besluit van 3 februari 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Bij brief van 21 mei 2021 heeft verweerder de rechtbank medegedeeld dat eiser op 23 april 2021 is overleden.
De rechtbank heeft, na verweerder hiervoor toestemming te hebben gevraagd, bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. Het onderzoek ter zitting in deze zaak was gepland op 4 juni 2021. Nadat de rechtbank het bericht ontving dat eiser was overleden, is de zitting aangehouden. Op 24 juni 2021 is een verzoek om inlichtingen verzonden aan de erven van eiser naar het laatst bekende adres van eiser. De rechtbank heeft hiermee geprobeerd te achterhalen wie de erven van eiser zijn. Er is geen reactie op deze brief ontvangen; de brief is retour gezonden met daarbij de vermelding dat eiser is overleden. De rechtbank heeft verweerder vervolgens bericht dat zij voornemens is de zaak verder schriftelijk af te handelen.
2. Aangezien eiser is overleden is zijn procesbelang komen te vervallen. Nu er niet is gereageerd op de toegezonden brief, is niet gebleken dat er erfgenamen zijn die de nalatenschap van eiser willen aanvaarden en die van rechtswege eiser als partij in dit geding hebben opgevolgd. Daarom dient het beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van mr. R.G. Kamphof, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2021.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 10 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:506. Deze is te raadplegen op www.rechtspraak.nl.