Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2020:3266

2020-08-13 Strafrecht 507260 / HA RK 20-210
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2020-08-13
Publicatiedatum
2020-08-13
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Wraking
Zaaknummer
507260 / HA RK 20-210
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verzoeker niet-ontvankelijk omdat verzoek na einduitspraak ingediend is.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.688 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND


WRAKINGSKAMER



Locatie: Utrecht
Zaaknummer/rekestnummer: 507260 / HA RK 20-210




Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van


13 augustus 2020




op het verzoek in de zin van artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering (verder: Sv) van:





[verzoeker]


wonende te [woonplaats] ,
(verder te noemen: verzoeker).






1De procedure


1.1.

Verzoeker heeft op 16 juli 2020 een verzoek ingediend tot wraking van
mr. C.S. Schoorl (verder: de kantonrechter) in de zaak met zaaknummer 8381640 UM VERZ 20-475.




1.2.
De wrakingskamer heeft gelet op het onderstaande afgezien van een mondelinge behandeling.






2De ontvankelijkheid van het verzoek


2.1.
Op grond van artikel 512 Sv kan elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een verdachte of het openbaar ministerie worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Het middel van wraking is toegekend aan een procespartij die wenst te voorkomen dat een rechter die tegenover een procespartij een vooringenomenheid koestert, althans aan een procespartij die daarover vrees heeft die objectief gerechtvaardigd is, (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter een einduitspraak heeft gedaan, omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd. De wet voorziet daarom niet in de mogelijkheid om wraking te verzoeken van een rechter nadat er een einduitspraak is gedaan.



2.2.
In de hiervoor genoemde hoofdzaak heeft de kantonrechter op 24 juni 2020 al een mondelinge uitspraak gedaan, die is vastgelegd in een proces-verbaal. Die beslissing is een eindbeslissing, waarmee de behandeling van de zaak door de kantonrechter is geëindigd. Het wrakingsverzoek is op 16 juli 2020 ingediend en dus nadat een einduitspraak is gedaan. Dat betekent dat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn verzoek.



2.3.

Gelet op deze kennelijke niet-ontvankelijkheid kan, overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 9.1 sub c van het wrakingsprotocol van deze rechtbank, een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek achterwege blijven.

3. De beslissing




De wrakingskamer:




3.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;



3.2.
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te zenden aan verzoeker, de gewraakte kantonrechter, de officier van justitie, de voorzitter van het team strafrecht, waarin de gewraakte kantonrechter werkzaam is en de president van deze rechtbank.



Deze beslissing is gegeven door mr. C.A. de Beaufort, voorzitter, en mrs. N.M. Spelt en R.J. Praamstra als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. C.E.M. Roeleveld, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2020.




de griffier de voorzitter




de griffier is buiten staat te tekenen









Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.