Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2016:2523

2016-05-04 Strafrecht 16/662151-14 (P)
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2016-05-04
Publicatiedatum
2016-05-04
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
16/662151-14 (P)
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Man wordt verdacht van het bezit van kinderporno. De rechtbank verklaart, gelet op het arrest van de Hoge Raad van 17 november 2015 (ECLI:NL:HR:2015:3322), de dagvaarding nietig omdat deze niet voldoet aan de eisen van het Wetboek van Strafvordering. Op de onderhavige tenlastelegging wordt een zakelijke weergave gegeven van wat er op de 63019 afbeeldingen te zien is. De tenlastelegging beperkt zich hiermee niet tot een beschrijving van een beperkte selectie afbeeldingen. Uit het arrest van de Hoge Raad volgt dat de tenlastelegging zich bij voorkeur zou moeten beperken tot het beschrijven van een selectie van een gering aantal afbeeldingen – zo mogelijk ten hoogste vijf – zonder in de tenlastelegging zelf enige aanduiding van of verwijzing op te nemen naar een wellicht grotere hoeveelheid waarvan die afbeeldingen deel uitmaken. De rechtbank zal om die reden de tenlastelegging nietig verklaren.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.103 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND


Afdeling Strafrecht
Zittingslocatie Utrecht




Parketnummer: 16/662151-14 (P)





Vonnis van de meervoudige strafkamer van 4 mei 2016.




in de strafzaak tegen





[verdachte] ,

geboren op [1969] te [geboorteplaats] (Duitsland),
verblijvende te [adres] , [woonplaats] .






1Het onderzoek ter terechtzitting


Dit vonnis is bij verstek gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 21 april 2016.



De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie.






2Tenlastelegging




2Tenlastelegging


De tenlastelegging is op de zitting gewijzigd.
De tenlastelegging is, met wijziging, als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:



op één of meer tijdstippen in de periode van 1 januari 2010 tot en met 15 november 2013 te [woonplaats] in het bezit is geweest van gegevensdragers met daarop foto’s en films die kinderporno bevatten.





3Voorvragen



De geldigheid van de dagvaarding

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op het arrest van de Hoge Raad van 17 november 2015, de dagvaarding niet voldoet aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering. Uit het arrest van de Hoge Raad volgt dat de tenlastelegging zich bij voorkeur zou moeten beperken tot het beschrijven van een selectie van een gering aantal afbeeldingen – zo mogelijk ten hoogste vijf – zonder in de tenlastelegging zelf enige aanduiding van of verwijzing op te nemen naar een wellicht grotere hoeveelheid waarvan die afbeeldingen deel uitmaken.
De onderhavige tenlastelegging heeft betrekking op het bezit van 63019 afbeeldingen, te weten 62028 foto’s en 991 films waarbij een zakelijke weergave wordt gegeven van wat er op de afbeeldingen te zien is en waar de seksuele gedragingen uit bestaan. De tenlastelegging beperkt zich hiermee niet tot een beschrijving van een beperkte selectie afbeeldingen. Uit het dossier kan verder worden afgeleid dat meerdere pornografische afbeeldingen zijn aangetroffen op verschillende gegevensdragers, terwijl niet alle gegevensdragers eigendom zijn van verdachte. Het dossier bevat een zogenaamde collectiescan met een overzicht van de toegankelijke pornografische beelden die zijn aangetroffen, maar onduidelijk is welke afbeeldingen op welke gegevensdrager zijn aangetroffen. Hierdoor is het de rechtbank niet duidelijk wat de vindplaatsen van de afbeeldingen zijn die in de tenlastelegging zijn genoemd. Gelet hierop en gezien het feit dat de tenlastelegging geen concrete beschrijving van deze afbeeldingen bevat is de rechtbank van oordeel dat de tenlastelegging niet voldoet aan de eisen van artikel 261 Wetboek van Strafvordering. De rechtbank zal om die reden de tenlastelegging nietig verklaren.






4Beslissing


De rechtbank:



verklaart de dagvaarding nietig.








Dit vonnis is gewezen door
mr. J.G. van Ommeren, voorzitter,
mrs. G. Perrick en M.S. Mehilal, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. S. Passchier, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 4 mei 2016.



De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.




BIJLAGE: De tenlastelegging




Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat



Hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 15 november 2013 te [woonplaats] althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) (een) gegevensdrager(s), te weten een laptop en/of een (externe) harde schijf, bevattende (63019) afbeeldingen te weten (62028) foto’s en/of (991) films in elk geval een (grote) hoeveelheid afbeeldingen



in bezit heeft gehad,
terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn,
waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog
niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken
welke voornoemde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:



-het (met de penis en/of (een) voorwerp(en)) oraal en/of vaginaal penetreren
van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet
en/of
-het (met (een) vinger(s)/hand) betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen
van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18
jaren nog niet heeft bereikt
en/of
-het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die
kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij deze
perso(o)n(en) gekleed is/zijn en/of opgemaakt is/zijn en/of poseert/poseren in
een omgeving en/of in (een)(erotisch getinte) houding(en) (op een wijze) die
niet bij haar/hun leeftijd past/passen en/of waarbij deze perso(o)n(en) zich
(vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar/hun kleding
ontdoet/ontdoen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de
(onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze perso(o)n(en) en/of de
uitsnede van de foto's /film(s) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen
en/of borsten en/of billen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding
(aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling



van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;
art. 240b Wetboek van Strafrecht




HR 17 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3322.