Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2015:7087
2015-09-28
Civiel recht; Personen- en familierecht
4235681 UT VERZ 15-13078
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verzoek ex artikel 4:210 BW wijst de kantonrechter af omdat niet is gebleken dat er sprake is van een gegronde reden.Verzoek om vrijstelling van de vereffening wijst de kantonrechter ook af omdat het onvoldoende duidelijk is wat verzoeker hiermee bedoelt.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.077 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 4235681 UT VERZ 15-13078
Beschikking d.d. 28 september 2015
Inzake het verzoek van
[verzoeker]
wonende te [woonplaats]
verder te noemen: verzoeker.
Verzoeker heeft het verzoek gedaan in haar hoedanigheid van erfgenaam tevens vereffenaar in de nalatenschap van:
[A] , geboren te [geboorteplaats] op [1965] , overleden te [woonplaats] op [2015] , laatst gewoond hebbende te [woonplaats] , verder te noemen erflater.
De procedure
Uit de brief van verzoeker van 20 juni 2015 leidt de kantonrechter af dat een aanwijzing wordt gevraagd op grond van artikel 4:210 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Voorts vraagt verzoeker in die brief vrijstelling van de vereffening.
Bij brief van 17 juli 2015 heeft de kantonrechter verzoeker bericht het voornemen te hebben om het verzoek op grond van artikel 4:210 BW af te wijzen. In die brief is verzoeker ook in de gelegenheid gesteld om aan te geven wat wordt bedoeld met het verzoek om vrijstelling van de vereffening.
Verzoeker is in de brief van 17 juli 2015 tevens in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord en het verzoek aan te vullen danwel te wijzigen. Hiervan is door verzoeker geen gebruik gemaakt.
De overwegingen van de kantonrechter
Op grond van artikel 4:210 BW kan de kantonrechter worden verzocht om een aanwijzing te geven indien er sprake is van een gegronde reden. De kantonrechter is niet gebleken dat er sprake is van een dergelijke gegronde reden. Daarom zal het verzoek op grond van artikel 4:210 BW worden afgewezen.
De kantonrechter overweegt dat het onvoldoende duidelijk is wat verzoeker met bedoelt met het verzoek om vrijstelling van de vereffening. Om die reden zal dat verzoek worden afgewezen.
De beslissing
De kantonrechter wijst de verzoeken af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.A.T. van Rens, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 28 september 2015, in tegenwoordigheid van mr. R.H.M. den Ouden, griffier.
Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend..
Kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 4235681 UT VERZ 15-13078
Beschikking d.d. 28 september 2015
Inzake het verzoek van
[verzoeker]
wonende te [woonplaats]
verder te noemen: verzoeker.
Verzoeker heeft het verzoek gedaan in haar hoedanigheid van erfgenaam tevens vereffenaar in de nalatenschap van:
[A] , geboren te [geboorteplaats] op [1965] , overleden te [woonplaats] op [2015] , laatst gewoond hebbende te [woonplaats] , verder te noemen erflater.
De procedure
Uit de brief van verzoeker van 20 juni 2015 leidt de kantonrechter af dat een aanwijzing wordt gevraagd op grond van artikel 4:210 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Voorts vraagt verzoeker in die brief vrijstelling van de vereffening.
Bij brief van 17 juli 2015 heeft de kantonrechter verzoeker bericht het voornemen te hebben om het verzoek op grond van artikel 4:210 BW af te wijzen. In die brief is verzoeker ook in de gelegenheid gesteld om aan te geven wat wordt bedoeld met het verzoek om vrijstelling van de vereffening.
Verzoeker is in de brief van 17 juli 2015 tevens in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord en het verzoek aan te vullen danwel te wijzigen. Hiervan is door verzoeker geen gebruik gemaakt.
De overwegingen van de kantonrechter
Op grond van artikel 4:210 BW kan de kantonrechter worden verzocht om een aanwijzing te geven indien er sprake is van een gegronde reden. De kantonrechter is niet gebleken dat er sprake is van een dergelijke gegronde reden. Daarom zal het verzoek op grond van artikel 4:210 BW worden afgewezen.
De kantonrechter overweegt dat het onvoldoende duidelijk is wat verzoeker met bedoelt met het verzoek om vrijstelling van de vereffening. Om die reden zal dat verzoek worden afgewezen.
De beslissing
De kantonrechter wijst de verzoeken af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.A.T. van Rens, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 28 september 2015, in tegenwoordigheid van mr. R.H.M. den Ouden, griffier.
Tegen deze beslissing kan binnen drie maanden na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Het beroepschrift kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend..