Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2026:9856

2026-09-16 Civiel recht; Verbintenissenrecht 12006505 \ CV EXPL 25-5538
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Uitspraakdatum
2026-09-16
Publicatiedatum
2026-09-16
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
12006505 \ CV EXPL 25-5538
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Overeenkomst tot plaatsen water- en elektriciteitsaansluiting. Werkzaamheden zijn uitgevoerd. Gedaagde partij in conventie niet tevreden over uitgevoerde werkzaamheden. Gedaagde partij in conventie niet verschenen op mondelinge behandeling en nadere stellingen van eisende partij in conventie onweersproken gelaten. Voldoende aannemelijk dat eisende partij in conventie de werkzaamheden heeft uitgevoerd zoals partijen zijn overeengekomen. Vorderingen in conventie toegewezen. Reconventionele vorderingen ingesteld. Per abuis conclusie van antwoord niet aangemerkt als conclusie van antwoord in conventie én van eis in reconventie. Niet schriftelijk geprocedeerd over de eis in reconventie. Mondelinge behandeling na re- en dupliek in conventie. Reconventionele vorderingen ter mondelinge behandeling betwist. Onweersproken gelaten door wederpartij. Reconventionele vorderingen afgewezen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (13.562 tekens)
RECHTBANK
LIMBURG



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Maastricht



Zaaknummer: 12006505 \ CV EXPL 25-5538




Vonnis van 16 september 2026




in de zaak van





[opdrachtnemer] , h.o.d.n. [handelsnaam],
te [plaats 1] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [opdrachtnemer] ,
procederend in persoon,



tegen





[opdrachtgever]
,
te [plaats 2] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [opdrachtgever] ,
procederend in persoon.





1De procedure


1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- de rolbeslissing van 24 september 2025
- het herstelexploot- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met producties 1 tot en met 5
- de conclusie van repliek in conventie
- de conclusie van dupliek in conventie- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de mondelinge behandeling van 13 augustus 2026, waarbij [opdrachtgever] niet verschenen is en waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.



1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De feiten


2.1.

[opdrachtgever] heeft op 31 januari 2025 een aanvraag ingediend bij [opdrachtnemer] voor een water- en elektriciteitsaansluiting aan de [adres] te [plaats 2] .



2.2.

[opdrachtnemer] heeft [opdrachtgever] op 17 maart 2025 per e-mail het volgende bericht:



“1x boring mantelbuis (zonder graafwerk buiten).


1x mantelpijp


1x verdeler


2200,- exl btw”





2.3.

[opdrachtgever] heeft de opdracht per e-mail bevestigd. [opdrachtnemer] heeft op 14 april 2025 per e-mail een opdrachtbevestiging verstuurd aan [opdrachtgever] met daarin de voornoemde werkzaamheden en het voornoemde bedrag.



2.4.

[opdrachtnemer] heeft de werkzaamheden uitgevoerd en opgeleverd op 17 april 2025. Nadien is een “opdrachtopleverbon”, inclusief foto’s, opgesteld.



2.5.

[opdrachtnemer] heeft op 17 april 2025 een factuur verstuurd aan [opdrachtgever] ter hoogte van € 2.662,00 inclusief btw. De vervaldatum van die factuur is 24 april 2025.



2.6.

[opdrachtgever] heeft na de oplevering meermaals te kennen gegeven aan [opdrachtnemer] dat hij niet tevreden is over de uitgevoerde werkzaamheden.



2.7.

[opdrachtgever] heeft, ondanks meerdere aanmaningen, niet betaald aan [opdrachtnemer] .





3Het geschil



in conventie




3.1.

[opdrachtnemer] vordert – samengevat – hoofdelijke veroordeling van [opdrachtgever] om aan [opdrachtnemer] te betalen een bedrag van € 3.053,20, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.662,00 vanaf 28 april 2025 tot de dag van volledige betaling, alsmede de buitengerechtelijke incassokosten van € 391,20. [opdrachtnemer] vordert tevens betaling van de proceskosten, waaronder begrepen het salaris en de verschotten van de gemachtigde van [opdrachtnemer] , te vermeerderen met de nakosten en de wettelijke rente over de kosten.



3.2.

[opdrachtgever] voert verweer. [opdrachtgever] stelt zich – samengevat – op het standpunt dat [opdrachtnemer] de overeengekomen werkzaamheden niet deugdelijk heeft uitgevoerd en dat [opdrachtgever] daarom niet (het volledige bedrag) hoeft te betalen.



3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.



in reconventie





3.4.


[opdrachtgever] vordert – samengevat – om:
I. op basis van de geleverde en goedgekeurde werkzaamheden een passende vergoeding vast te stellen die [opdrachtgever] aan [opdrachtnemer] dient te betalen (€ 600,00 volgens berekening van [opdrachtgever] );
II. [opdrachtnemer] de gemaakte kosten voor de boringen te laten vergoeden ter hoogte van € 255,42;
III. [opdrachtnemer] de herstelkosten voor de schade aan het pand te laten betalen (geschat door [opdrachtnemer] op € 200,00);
IV. [opdrachtnemer] een compensatie te laten betalen voor de door hem veroorzaakte vertraging in het verbouw/verkoopproces ter hoogte van een bedrag dat de kantonrechter als redelijk en billijk beschouwt (dubbele lasten bedragen € 909,62 per maand)
V. te beschouwen dat [opdrachtnemer] zich schuldig heeft gemaakt aan smaad in de richting van [opdrachtgever] en daar een passend gevolg aan te geven.




3.5.

[opdrachtnemer] voert verweer.



3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





4De beoordeling



Vooraf




4.1.

[opdrachtgever] heeft bij zijn conclusie van antwoord reconventionele vorderingen (tegenvorderingen) ingesteld. Per abuis is deze conclusie van [opdrachtgever] na ontvangst niet aangemerkt als conclusie van antwoord in conventie én van eis in reconventie. Na het antwoord is een re- en dupliek in conventie genomen. Normaliter dient er ook gereageerd te worden op de eis in reconventie. Dat is in deze dus niet schriftelijk gebeurd. Na dupliek is er een mondelinge behandeling bepaald, mede zodat de reconventionele vorderingen besproken konden worden.



in conventie





De hoofdsom





4.2.

[opdrachtnemer] legt nakoming van de tussen partijen geldende overeenkomst aan zijn vordering ten grondslag. [opdrachtnemer] stelt zich op het standpunt dat hij de werkzaamheden correct heeft uitgevoerd zoals partijen dat zijn overeengekomen. Volgens [opdrachtnemer] heeft hij zelfs extra werkzaamheden uitgevoerd, zonder dit in rekening te brengen bij [opdrachtgever] . [opdrachtnemer] heeft het voorgaande ter mondelinge behandeling verder toegelicht. [opdrachtgever] is, hoewel daartoe deugdelijk te zijn opgeroepen, zonder enige berichtgeving niet verschenen op die mondelinge behandeling. [opdrachtgever] heeft de nadere stellingen van [opdrachtnemer] ter mondelinge behandeling dus onweersproken gelaten. Dat komt voor rekening en risico van [opdrachtgever] . De kantonrechter oordeelt dat [opdrachtnemer] voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij de werkzaamheden heeft uitgevoerd zoals door partijen is overeengekomen. Dit leidt ertoe dat [opdrachtgever] het gehele gefactureerde bedrag dient te betalen aan [opdrachtnemer] . Het gevorderde bedrag van € 2.662,00 wordt dan ook toegewezen.



4.3.

[opdrachtnemer] vordert hoofdelijke veroordeling van [opdrachtgever] . [opdrachtgever] is echter de enige gedaagde en daarom kan van een hoofdelijke veroordeling geen sprake zijn. Dit wordt dus afgewezen.



De wettelijke rente





4.4.
De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is toewijsbaar zoals gevorderd nu [opdrachtgever] daartegen geen verweer heeft gevoerd en [opdrachtgever] in verzuim verkeerde op 28 april 2025.



De buitengerechtelijke incassokosten





4.5.

[opdrachtnemer] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Nu [opdrachtgever] in zijn eigen stukken aangeeft (conclusie van dupliek) dat hij ‘een voormalig winkelpand naar een drietal gezinswoningen’ wilde transformeren, leidt de kantonrechter daaruit af dat [opdrachtgever] deze te realiseren woningen voor verhuur of verkoop heeft bestemd. Dit betekent dat [opdrachtgever] [opdrachtnemer] vanuit zakelijke motieven heeft ingeschakeld. [opdrachtgever] kan dan ook niet worden beschouwd als een consument (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). [opdrachtnemer] heeft aan [opdrachtgever] een aanmaning gestuurd die overigens voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. [opdrachtgever] heeft verder geen inhoudelijk verweer gevoerd tegen deze vordering. Daarom zal het gevorderde bedrag van € 391,20 worden toegewezen.



4.6.
De kantonrechter merkt op dat [opdrachtnemer] betaling van een totaalbedrag vordert van € 3.053,20 (€ 2.662,00 aan hoofdsom en € 391,20 aan buitengerechtelijke incassokosten) en dat [opdrachtnemer] tot slot onder punt 1. van zijn eis nog een keer de buitengerechtelijke incassokosten van € 391,20 vordert. Dit is dubbelop en logischerwijs worden de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten maar één keer toegewezen.



De proceskosten





4.7.

[opdrachtgever] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. [opdrachtnemer] vordert betaling van het salaris en de verschotten van de gemachtigde. [opdrachtnemer] procedeert echter in persoon en daarom wordt deze vordering, zoals ook ter mondelinge behandeling al aan [opdrachtnemer] is medegedeeld, afgewezen. De proceskosten van [opdrachtnemer] worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


120,78







- griffierecht


€


257,00







- verletkosten


€


50,00







Totaal


€


427,78











4.8.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.



in reconventie





De hoofdsom





4.9.

[opdrachtnemer] heeft ter mondelinge behandeling de vorderingen van [opdrachtgever] betwist. [opdrachtgever] heeft deze betwistingen onweersproken gelaten. De vorderingen van [opdrachtgever] worden daarom afgewezen.



De proceskosten





4.10.

[opdrachtgever] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [opdrachtnemer] worden begroot op € 50,00 aan verletkosten.





5De beslissing


De kantonrechter




in conventie




5.1.
veroordeelt [opdrachtgever] om aan [opdrachtnemer] te betalen een bedrag van € 2.662,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 28 april 2025, tot de dag van volledige betaling,



5.2.
veroordeelt [opdrachtgever] om aan [opdrachtnemer] te betalen een bedrag van € 391,20 aan buitengerechtelijke kosten,



5.3.
veroordeelt [opdrachtgever] in de proceskosten van € 427,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,



5.4.
veroordeelt [opdrachtgever] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na betekening van het vonnis zijn betaald,



5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,



5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af,



in reconventie





5.7.
wijst de vorderingen van [opdrachtgever] af,



5.8.
veroordeelt [opdrachtgever] in de proceskosten van € 50,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,



in conventie en in reconventie





5.9.
veroordeelt [opdrachtgever] tot betaling van de kosten van betekening als [opdrachtgever] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.










Dit vonnis is gewezen door mr. Otto en in het openbaar uitgesproken op
16 september 2026.