Rechtbank Limburg
ECLI:NL:RBLIM:2026:9853
2026-09-16
Civiel recht; Verbintenissenrecht
11773457 \ CV EXPL 25-2831
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Consumentenrecht. Overeenkomst levering energie en gas aangegaan. Energie en gas geleverd. Nota's en eindnota dienen betaald te worden. Vorderingen toegewezen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (11.757 tekens)
RECHTBANK
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11773457 \ CV EXPL 25-2831
Vonnis van 16 september 2026
in de zaak van
INNOVA ENERGIE B.V.,
te Delft,
eisende partij,
hierna te noemen: Innova,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
[gedaagde]
,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 23 juni 2025 met producties 1 tot en met 9- de conclusie van antwoord- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de mondelinge behandeling van 13 mei 2026, waarbij [gedaagde] niet is verschenen en waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt- de akte van Innova met producties 10 tot en met 16
- de akte van [gedaagde] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
Innova is een leverancier van elektriciteit en gas.
2.2.
Innova heeft meerdere nota’s en een eindnota verstuurd aan [gedaagde] . [gedaagde] heeft, ondanks meerdere sommaties, niet betaald aan Innova.
3Het geschil
3.1.
Innova vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 2.657,40 (€ 2.036,42 aan hoofdsom, € 305,46 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 315,52 aan vervallen rente), vermeerderd met wettelijke rente over de hoofdsom vanaf de dag van dagvaarding en de proceskosten.
3.2.
Innova legt het volgende aan haar vordering ten grondslag. Partijen zijn een overeenkomst tot het leveren van elektriciteit en gas overeengekomen. Innova stelt zich primair op het standpunt dat [gedaagde] op grond van deze overeenkomst gehouden is de volledige openstaande nota’s en de eindnota te betalen en vordert daarom nakoming van de betalingsverplichting op grond van artikel 3:296 BW. Subsidiair, voor het geval de kantonrechter oordeelt dat Innova is tekortgeschoten in haar informatieplicht(en) en ingevolge daarvan een (gedeeltelijke) vernietiging plaatsvindt van de overeenkomst, stelt Innova zich op het standpunt dat voor het gedeelte dat vernietigd is, Innova onverschuldigd betaald c.q. geleverd heeft. Meer subsidiair, indien de kantonrechter oordeelt dat Innova is tekortgeschoten in haar bestelproces, stelt Innova dat zij dan onverschuldigd geleverd heeft.
3.3.
[gedaagde] voert verweer.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling
Ambtshalve toetsing (pre)contractuele informatieverplichtingen
4.1.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen Innova als handelaar en [gedaagde] als consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar aan de consument de informatie verstrekken die staat opgesomd in artikel 6:230m lid 1 BW. Artikel 6:230v BW bevat voor overeenkomsten op afstand nadere regels over de wijze en het moment waarop de handelaar die informatie moet verstrekken. Naar het oordeel van de kantonrechter is voldaan aan de (pre)contractuele informatieverplichtingen.
Hoofdsom
4.2.
[gedaagde] betwist dat hij een energiecontract heeft afgesloten met Innova. In de overeenkomst is namelijk opgenomen dat [naam] het contract heeft afgesloten, en dus niet [gedaagde] . Volgens [gedaagde] krijgt hij geen energie geleverd van Innova, maar van een andere leverancier.
4.3.
Innova heeft de betreffende overeenkomst in het geding gebracht. In die overeenkomst is inderdaad de heer [naam] opgenomen als klantnaam. Ook de betaalgegevens staan op naam van [naam] . Innova heeft een uittreksel KVK overgelegd waaruit blijkt dat [gedaagde] eigenaar is van de eenmanszaak “ [eenmanszaak] ” en dat een van de handelsnamen “ [naam] ” is. De geboortedatum zoals opgenomen in het uittreksel KVK van de eigenaar komt overeen met de geboortedatum van [gedaagde] zoals gedagvaard in deze procedure. Ook het e-mailadres zoals opgenomen in de overeenkomst komt overeen met het e-mailadres zoals opgenomen in het KVK-uittreksel. Het verweer van [gedaagde] dat hij geen overeenkomst heeft afgesloten met Innova houdt geen stand. [gedaagde] heeft de overeenkomst (onder zijn handelsnaam) afgesloten.
4.4.
Volgens Innova heeft zij conform de datum in de leveringsovereenkomst zorggedragen voor de levering van elektriciteit en gas aan [gedaagde] . De levering is op enig moment beëindigd, omdat [gedaagde] bleek te zijn overgestapt naar een andere energieleverancier. Innova heeft als productie 6 een uittreksel van het Centraal Aansluitingenregister (hierna: CAR) overgelegd waaruit volgens Innova blijkt in welke periode Innova (ID: [nummer 1]) elektriciteit en/of gas heeft geleverd aan het adres dat [gedaagde] heeft opgegeven met de EAN-nummers [nummer 2] (elektriciteit) en [nummer 3] (gas).
4.5.
In productie 6 is het voornoemde ID-nummer van Innova niet opgenomen. Uit productie 6 volgt naar het oordeel van de kantonrechter dus niet dat Innova energie heeft geleverd aan [gedaagde] . Dit is ter mondelinge behandeling aan Innova voorgehouden en Innova heeft daarop aangevoerd dat zij wel degelijk heeft geleverd aan [gedaagde] en dat zij dit met nadere producties wenst aan te tonen. De zaak is daaropvolgend verwezen naar de rol voor akte aan de zijde van Innova. Innova heeft in die akte toegelicht dat de levering van Innova niet in het CAR is opgenomen. Niet alle leveringen worden in het CAR opgenomen aangezien het registreren van leveringen in het CAR niet verplicht is. De levering van Innova is wel in het Toegankelijk Meetdataregister (hierna: TMR) opgenomen. Innova heeft als productie 16 het TMR-uittreksel overgelegd. [gedaagde] voert in zijn antwoordakte aan dat hij verder geen verweer gaat voeren. Innova heeft volgens hem professionele mensen ingeschakeld en daar kan hij niet tegenop.
4.6.
Innova is daarnaast ter mondelinge behandeling voorgehouden dat in de overeenkomst [adres 1] als leveringsadres is opgenomen, terwijl [gedaagde] woont aan de [adres 2] . Innova heeft ter mondelinge behandeling toegelicht dat [gedaagde] op dezelfde dag twee contracten heeft afgesloten met Innova, een voor [adres 2] en een voor [adres 1] . Innova heeft daarnaast in haar voornoemde akte toegelicht dat [gedaagde] in de periode van 4 januari 2016 tot en met 10 november 2025 woonachtig was op [adres 2] te [plaats] en dat zijn bedrijf gevestigd was op [adres 1] te [plaats] . Thans woont [gedaagde] op [adres 1] te [plaats] . Innova heeft het voorgaande onderbouwd met producties.
4.7.
De kantonrechter overweegt als volgt. Uit het TMR-uittreksel volgt dat Innova (ID-nummer komt overeen) van 13 oktober 2022 tot 2 januari 2023 elektriciteit en gas heeft geleverd aan [gedaagde] (EAN-nummers komen overeen) aan de [adres 1] te [plaats] . De periode komt overeen met de leveringsperiode zoals vermeld op de eindnota.
4.8.
Op grond van het voorgaande (overeenkomst en levering) dient [gedaagde] de openstaande nota’s en de eindnota te betalen aan Innova. In die eindnota is ten aanzien van de elektriciteit en ten aanzien van het gas een opzegvergoeding van € 50,00 opgenomen. Innova vordert deze opzegvergoeding op grond van artikel 3.6 van de contractvoorwaarden. De kantonrechter is van oordeel dat voornoemd beding eerlijk is. De in de hoofdsom opgenomen gevorderde opzegvergoeding is toewijsbaar. De gevorderde hoofdsom van € 2.036,42 wordt dan ook op grond van de primaire grondslag toegewezen.
Wettelijke rente
4.9.
De wettelijke rente wordt toegewezen zoals gevorderd nu [gedaagde] tegen toewijzing daarvan geen verweer heeft gevoerd en [gedaagde] in verzuim verkeert.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.10.
Innova vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. [gedaagde] is consument en daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Innova heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. [gedaagde] heeft geen verweer gevoerd tegen deze vordering. Daarom zal het gevorderde bedrag van € 305,46 worden toegewezen.
Proceskosten
4.11.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Innova worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
119,40
- griffierecht
€
514,00
- salaris gemachtigde
€
632,50
(2,5 punten × € 253,00)
- nakosten
€
126,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.392,40
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Innova te betalen een bedrag van € 2.657,40, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over € 2.036,42, met ingang van 23 juni 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.392,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Kuster en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026.
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11773457 \ CV EXPL 25-2831
Vonnis van 16 september 2026
in de zaak van
INNOVA ENERGIE B.V.,
te Delft,
eisende partij,
hierna te noemen: Innova,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
[gedaagde]
,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 23 juni 2025 met producties 1 tot en met 9- de conclusie van antwoord- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de mondelinge behandeling van 13 mei 2026, waarbij [gedaagde] niet is verschenen en waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt- de akte van Innova met producties 10 tot en met 16
- de akte van [gedaagde] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
Innova is een leverancier van elektriciteit en gas.
2.2.
Innova heeft meerdere nota’s en een eindnota verstuurd aan [gedaagde] . [gedaagde] heeft, ondanks meerdere sommaties, niet betaald aan Innova.
3Het geschil
3.1.
Innova vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 2.657,40 (€ 2.036,42 aan hoofdsom, € 305,46 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 315,52 aan vervallen rente), vermeerderd met wettelijke rente over de hoofdsom vanaf de dag van dagvaarding en de proceskosten.
3.2.
Innova legt het volgende aan haar vordering ten grondslag. Partijen zijn een overeenkomst tot het leveren van elektriciteit en gas overeengekomen. Innova stelt zich primair op het standpunt dat [gedaagde] op grond van deze overeenkomst gehouden is de volledige openstaande nota’s en de eindnota te betalen en vordert daarom nakoming van de betalingsverplichting op grond van artikel 3:296 BW. Subsidiair, voor het geval de kantonrechter oordeelt dat Innova is tekortgeschoten in haar informatieplicht(en) en ingevolge daarvan een (gedeeltelijke) vernietiging plaatsvindt van de overeenkomst, stelt Innova zich op het standpunt dat voor het gedeelte dat vernietigd is, Innova onverschuldigd betaald c.q. geleverd heeft. Meer subsidiair, indien de kantonrechter oordeelt dat Innova is tekortgeschoten in haar bestelproces, stelt Innova dat zij dan onverschuldigd geleverd heeft.
3.3.
[gedaagde] voert verweer.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling
Ambtshalve toetsing (pre)contractuele informatieverplichtingen
4.1.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen Innova als handelaar en [gedaagde] als consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar aan de consument de informatie verstrekken die staat opgesomd in artikel 6:230m lid 1 BW. Artikel 6:230v BW bevat voor overeenkomsten op afstand nadere regels over de wijze en het moment waarop de handelaar die informatie moet verstrekken. Naar het oordeel van de kantonrechter is voldaan aan de (pre)contractuele informatieverplichtingen.
Hoofdsom
4.2.
[gedaagde] betwist dat hij een energiecontract heeft afgesloten met Innova. In de overeenkomst is namelijk opgenomen dat [naam] het contract heeft afgesloten, en dus niet [gedaagde] . Volgens [gedaagde] krijgt hij geen energie geleverd van Innova, maar van een andere leverancier.
4.3.
Innova heeft de betreffende overeenkomst in het geding gebracht. In die overeenkomst is inderdaad de heer [naam] opgenomen als klantnaam. Ook de betaalgegevens staan op naam van [naam] . Innova heeft een uittreksel KVK overgelegd waaruit blijkt dat [gedaagde] eigenaar is van de eenmanszaak “ [eenmanszaak] ” en dat een van de handelsnamen “ [naam] ” is. De geboortedatum zoals opgenomen in het uittreksel KVK van de eigenaar komt overeen met de geboortedatum van [gedaagde] zoals gedagvaard in deze procedure. Ook het e-mailadres zoals opgenomen in de overeenkomst komt overeen met het e-mailadres zoals opgenomen in het KVK-uittreksel. Het verweer van [gedaagde] dat hij geen overeenkomst heeft afgesloten met Innova houdt geen stand. [gedaagde] heeft de overeenkomst (onder zijn handelsnaam) afgesloten.
4.4.
Volgens Innova heeft zij conform de datum in de leveringsovereenkomst zorggedragen voor de levering van elektriciteit en gas aan [gedaagde] . De levering is op enig moment beëindigd, omdat [gedaagde] bleek te zijn overgestapt naar een andere energieleverancier. Innova heeft als productie 6 een uittreksel van het Centraal Aansluitingenregister (hierna: CAR) overgelegd waaruit volgens Innova blijkt in welke periode Innova (ID: [nummer 1]) elektriciteit en/of gas heeft geleverd aan het adres dat [gedaagde] heeft opgegeven met de EAN-nummers [nummer 2] (elektriciteit) en [nummer 3] (gas).
4.5.
In productie 6 is het voornoemde ID-nummer van Innova niet opgenomen. Uit productie 6 volgt naar het oordeel van de kantonrechter dus niet dat Innova energie heeft geleverd aan [gedaagde] . Dit is ter mondelinge behandeling aan Innova voorgehouden en Innova heeft daarop aangevoerd dat zij wel degelijk heeft geleverd aan [gedaagde] en dat zij dit met nadere producties wenst aan te tonen. De zaak is daaropvolgend verwezen naar de rol voor akte aan de zijde van Innova. Innova heeft in die akte toegelicht dat de levering van Innova niet in het CAR is opgenomen. Niet alle leveringen worden in het CAR opgenomen aangezien het registreren van leveringen in het CAR niet verplicht is. De levering van Innova is wel in het Toegankelijk Meetdataregister (hierna: TMR) opgenomen. Innova heeft als productie 16 het TMR-uittreksel overgelegd. [gedaagde] voert in zijn antwoordakte aan dat hij verder geen verweer gaat voeren. Innova heeft volgens hem professionele mensen ingeschakeld en daar kan hij niet tegenop.
4.6.
Innova is daarnaast ter mondelinge behandeling voorgehouden dat in de overeenkomst [adres 1] als leveringsadres is opgenomen, terwijl [gedaagde] woont aan de [adres 2] . Innova heeft ter mondelinge behandeling toegelicht dat [gedaagde] op dezelfde dag twee contracten heeft afgesloten met Innova, een voor [adres 2] en een voor [adres 1] . Innova heeft daarnaast in haar voornoemde akte toegelicht dat [gedaagde] in de periode van 4 januari 2016 tot en met 10 november 2025 woonachtig was op [adres 2] te [plaats] en dat zijn bedrijf gevestigd was op [adres 1] te [plaats] . Thans woont [gedaagde] op [adres 1] te [plaats] . Innova heeft het voorgaande onderbouwd met producties.
4.7.
De kantonrechter overweegt als volgt. Uit het TMR-uittreksel volgt dat Innova (ID-nummer komt overeen) van 13 oktober 2022 tot 2 januari 2023 elektriciteit en gas heeft geleverd aan [gedaagde] (EAN-nummers komen overeen) aan de [adres 1] te [plaats] . De periode komt overeen met de leveringsperiode zoals vermeld op de eindnota.
4.8.
Op grond van het voorgaande (overeenkomst en levering) dient [gedaagde] de openstaande nota’s en de eindnota te betalen aan Innova. In die eindnota is ten aanzien van de elektriciteit en ten aanzien van het gas een opzegvergoeding van € 50,00 opgenomen. Innova vordert deze opzegvergoeding op grond van artikel 3.6 van de contractvoorwaarden. De kantonrechter is van oordeel dat voornoemd beding eerlijk is. De in de hoofdsom opgenomen gevorderde opzegvergoeding is toewijsbaar. De gevorderde hoofdsom van € 2.036,42 wordt dan ook op grond van de primaire grondslag toegewezen.
Wettelijke rente
4.9.
De wettelijke rente wordt toegewezen zoals gevorderd nu [gedaagde] tegen toewijzing daarvan geen verweer heeft gevoerd en [gedaagde] in verzuim verkeert.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.10.
Innova vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. [gedaagde] is consument en daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Innova heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. [gedaagde] heeft geen verweer gevoerd tegen deze vordering. Daarom zal het gevorderde bedrag van € 305,46 worden toegewezen.
Proceskosten
4.11.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Innova worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
119,40
- griffierecht
€
514,00
- salaris gemachtigde
€
632,50
(2,5 punten × € 253,00)
- nakosten
€
126,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.392,40
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Innova te betalen een bedrag van € 2.657,40, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over € 2.036,42, met ingang van 23 juni 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.392,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Kuster en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026.