Rechtbank Limburg
ECLI:NL:RBLIM:2026:9849
2026-09-23
Civiel recht; Verbintenissenrecht
12251808 CV EXPL 26-2994
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Medische behandeling. betalingsregeling. geen dupliek.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (10.607 tekens)
RECHTBANK
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 12251808 CV EXPL 26-2994
Vonnis van 23 september 2026
in de zaak van
KSYOS EXPERTISE CENTRUM B.V.,
te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Ksyos,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
[gedaagde]
,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de conclusie van repliek.
1.2.
[gedaagde] heeft de mogelijkheid gekregen om te reageren op de repliek, maar heeft hiervan geen gebruik gemaakt.
2De feiten
2.1.
Ksyos is een zorgverlener op het gebied van slaaponderzoeken. Ksyos levert zowel gecontracteerde als ongecontracteerde zorg. Dat is afhankelijk van bij welke zorgverzekeraar de patiënt is aangesloten.
2.2.
[gedaagde] heeft een medische behandeling laten uitvoeren bij Ksyos.
2.3.
De zorgverzekeraar van [gedaagde] is CZ. Ksyos heeft geen contract met CZ.
2.4.
Bij factuur van 12 december 2024 heeft Ksyos bij [gedaagde] een bedrag van € 904,73 in rekening gebracht met een betaaltermijn van 30 dagen.
Op de achterzijde is in een toelichting aangegeven dat, omdat Ksyos voor deze dienst geen contract heeft met de zorgverzekeraar van [gedaagde] , [gedaagde] de factuur dient in te dienen bij zijn zorgverzekeraar en dat [gedaagde] aan Ksyos het bedrag dient te betalen dat hij van zijn zorgverzekering vergoed krijgt plus wat hij nog aan eigen risico moet betalen (de rest wordt kwijtgescholden). Er zijn twee rekenvoorbeelden gegeven.
2.5.
Ksyos heeft aan [gedaagde] een betalingsherinnering en aanmaning verzonden.
2.6.
In december 2025 is [gedaagde] met Ksyos een betalingsregeling overeengekomen. In dit kader zijn enkele betalingen gedaan.
3Het geschil
3.1.
Ksyos vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 595,21, vermeerderd met rente en kosten. Het bedrag is als volgt opgebouwd:
Hoofdsom € 904,73
Rente 50,41
Incassokosten 106,87 +
Subtotaal € 1.061,87
In mindering 466,66 -
Openstaand saldo € 595,21
3.2.
Ksyos legt daaraan ten grondslag dat tussen partijen een behandelovereenkomst tot stand is gekomen. Ksyos heeft [gedaagde] vooraf als bij het toezenden van de factuur ervan op de hoogte gesteld dat Ksyos geen contract heeft met CZ en Ksyos de factuur daarom niet naar de zorgverzekeraar kan sturen.
3.3.
[gedaagde] voert verweer. Hij erkent dat betaald moet worden en hij heeft iets afgelost. Vooraf was gezegd dat de betaling via CZ zou gaan. Van CZ heeft hij € 270,00 ontvangen. Hij begrijpt de vordering zo dat hij nu nog ongeveer € 900,00 moet betalen, maar dit kan niet. Dit is ook veel geld voor hem. Hij heeft nog een betalingsregeling bij CZ lopen.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling
4.1.
Ksyos is een handelaar en [gedaagde] een consument. De kantonrechter moet daarmee ambtshalve toetsen aan het consumentenrecht. Volgens artikel 6:230h lid 2 onder d BW is de afdeling 2b, die ziet op overeenkomsten tussen handelaren en consumenten, niet van toepassing op de medische behandelovereenkomst die tussen Ksyos en [gedaagde] is gesloten. Ksyos stelt dat op de overeenkomst tussen [gedaagde] en Ksyos ook geen algemene voorwaarden van toepassing zijn en de vordering van Ksyos is daar niet op gegrond. Er zijn daarmee geen beschermende bepalingen van consumentenrecht geschonden.
4.2.
[gedaagde] betwist niet dat tussen Ksyos en hem een medische behandelovereenkomst tot stand is gekomen en dat hij voor het onderzoek moet betalen. Het betreft niet meer dan een blote stelling dat vooraf aan [gedaagde] zou zijn meegedeeld dat Ksyos de factuur direct naar de zorgverzekeraar zou sturen. [gedaagde] heeft de factuur ook zelf ingediend bij CZ.
4.2.1.
Ksyos heeft bij repliek gesteld, en met (een kopie van) een brief van CZ aan [gedaagde] d.d. 6 januari 2025 onderbouwd, dat CZ € 234,39 aan [gedaagde] heeft vergoed en er op dat moment nog een openstaand eigen risico was van € 353,68. Het bedrag van € 316,66 is kwijtgescholden. Ksyos heeft berekend dat dat betekent dat [gedaagde] nog een bedrag van € 588,07 (€ 234,39 + € 353,68) verschuldigd is aan Ksyos. [gedaagde] heeft op dit alles niet meer op gereageerd, zodat de kantonrechter dit als vaststaand aanneemt.
4.3.
Ksyos heeft bij repliek voorts gesteld, en onderbouwd, dat [gedaagde] in het kader van de betalingsregeling € 150,00 heeft betaald. De kantonrechter begrijpt uit de stukken dat de betalingsregeling in april 2026 is komen te vervallen, omdat niet langer werd betaald. Toegelicht is verder nog dat het in mindering gebrachte bedrag van € 466,66 ziet op het kwijtgescholden bedrag en de betalingen die zijn ontvangen in het kader van de betalingsregeling. Ook hier is aldus niet meer op gereageerd, zodat ook dit alles als vaststaand wordt aangenomen. Met die toelichting kan de kantonrechter de hoogte van de vordering in de dagvaarding plaatsen. Nu [gedaagde] niet meer heeft gereageerd, begrijpt de kantonrechter dat het ook voor [gedaagde] duidelijk is dat hij geen € 900,00 aan hoofdsom moet betalen. De kantonrechter begrijpt dat [gedaagde] aldus met name aanvoert dat sprake is van betalingsonmacht, maar dit kan niet aan Ksyos worden tegengeworpen.
4.4.
[gedaagde] is met de betaling van de factuur in verzuim geraakt. Hij is dan ook wettelijke rente verschuldigd. De gevorderde wettelijke rente, over de periode tot datum dagvaarding berekend op € 50,41, is onweersproken en daarmee toewijsbaar.
4.5.
De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten zal worden afgewezen. In de aanmaning die aan [gedaagde] is verzonden, is niet een betalingstermijn van veertien dagen gegeven ingaande de dag na ontvangst daarvan, zoals vereist door artikel 6:96 lid 6 BW.
4.6.
Ksyos beroept zich in de dagvaarding op artikel 6:44 BW. Dit komt erop neer dat de gedane betaling (van € 150,00) eerst in mindering strekt op de kosten (aldus € 0,00) en verschenen rente (€ 50,54,) en dan pas op de hoofdsom. Daarmee staat thans nog een bedrag open van € 488,48 aan hoofdsom (en niet: € 595,21). Dit lagere bedrag zal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf datum dagvaarden.
4.7.
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Ksyos worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
153,77
- griffierecht
€
350,00
- salaris gemachtigde
€
174,00
(2 punten × € 87,00)
- nakosten
€
43,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
721,27
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Ksyos te betalen een bedrag van € 488,48, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 21 mei 2026, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 721,27, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Otto en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2026.
NIv
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 12251808 CV EXPL 26-2994
Vonnis van 23 september 2026
in de zaak van
KSYOS EXPERTISE CENTRUM B.V.,
te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Ksyos,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
[gedaagde]
,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de conclusie van repliek.
1.2.
[gedaagde] heeft de mogelijkheid gekregen om te reageren op de repliek, maar heeft hiervan geen gebruik gemaakt.
2De feiten
2.1.
Ksyos is een zorgverlener op het gebied van slaaponderzoeken. Ksyos levert zowel gecontracteerde als ongecontracteerde zorg. Dat is afhankelijk van bij welke zorgverzekeraar de patiënt is aangesloten.
2.2.
[gedaagde] heeft een medische behandeling laten uitvoeren bij Ksyos.
2.3.
De zorgverzekeraar van [gedaagde] is CZ. Ksyos heeft geen contract met CZ.
2.4.
Bij factuur van 12 december 2024 heeft Ksyos bij [gedaagde] een bedrag van € 904,73 in rekening gebracht met een betaaltermijn van 30 dagen.
Op de achterzijde is in een toelichting aangegeven dat, omdat Ksyos voor deze dienst geen contract heeft met de zorgverzekeraar van [gedaagde] , [gedaagde] de factuur dient in te dienen bij zijn zorgverzekeraar en dat [gedaagde] aan Ksyos het bedrag dient te betalen dat hij van zijn zorgverzekering vergoed krijgt plus wat hij nog aan eigen risico moet betalen (de rest wordt kwijtgescholden). Er zijn twee rekenvoorbeelden gegeven.
2.5.
Ksyos heeft aan [gedaagde] een betalingsherinnering en aanmaning verzonden.
2.6.
In december 2025 is [gedaagde] met Ksyos een betalingsregeling overeengekomen. In dit kader zijn enkele betalingen gedaan.
3Het geschil
3.1.
Ksyos vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 595,21, vermeerderd met rente en kosten. Het bedrag is als volgt opgebouwd:
Hoofdsom € 904,73
Rente 50,41
Incassokosten 106,87 +
Subtotaal € 1.061,87
In mindering 466,66 -
Openstaand saldo € 595,21
3.2.
Ksyos legt daaraan ten grondslag dat tussen partijen een behandelovereenkomst tot stand is gekomen. Ksyos heeft [gedaagde] vooraf als bij het toezenden van de factuur ervan op de hoogte gesteld dat Ksyos geen contract heeft met CZ en Ksyos de factuur daarom niet naar de zorgverzekeraar kan sturen.
3.3.
[gedaagde] voert verweer. Hij erkent dat betaald moet worden en hij heeft iets afgelost. Vooraf was gezegd dat de betaling via CZ zou gaan. Van CZ heeft hij € 270,00 ontvangen. Hij begrijpt de vordering zo dat hij nu nog ongeveer € 900,00 moet betalen, maar dit kan niet. Dit is ook veel geld voor hem. Hij heeft nog een betalingsregeling bij CZ lopen.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling
4.1.
Ksyos is een handelaar en [gedaagde] een consument. De kantonrechter moet daarmee ambtshalve toetsen aan het consumentenrecht. Volgens artikel 6:230h lid 2 onder d BW is de afdeling 2b, die ziet op overeenkomsten tussen handelaren en consumenten, niet van toepassing op de medische behandelovereenkomst die tussen Ksyos en [gedaagde] is gesloten. Ksyos stelt dat op de overeenkomst tussen [gedaagde] en Ksyos ook geen algemene voorwaarden van toepassing zijn en de vordering van Ksyos is daar niet op gegrond. Er zijn daarmee geen beschermende bepalingen van consumentenrecht geschonden.
4.2.
[gedaagde] betwist niet dat tussen Ksyos en hem een medische behandelovereenkomst tot stand is gekomen en dat hij voor het onderzoek moet betalen. Het betreft niet meer dan een blote stelling dat vooraf aan [gedaagde] zou zijn meegedeeld dat Ksyos de factuur direct naar de zorgverzekeraar zou sturen. [gedaagde] heeft de factuur ook zelf ingediend bij CZ.
4.2.1.
Ksyos heeft bij repliek gesteld, en met (een kopie van) een brief van CZ aan [gedaagde] d.d. 6 januari 2025 onderbouwd, dat CZ € 234,39 aan [gedaagde] heeft vergoed en er op dat moment nog een openstaand eigen risico was van € 353,68. Het bedrag van € 316,66 is kwijtgescholden. Ksyos heeft berekend dat dat betekent dat [gedaagde] nog een bedrag van € 588,07 (€ 234,39 + € 353,68) verschuldigd is aan Ksyos. [gedaagde] heeft op dit alles niet meer op gereageerd, zodat de kantonrechter dit als vaststaand aanneemt.
4.3.
Ksyos heeft bij repliek voorts gesteld, en onderbouwd, dat [gedaagde] in het kader van de betalingsregeling € 150,00 heeft betaald. De kantonrechter begrijpt uit de stukken dat de betalingsregeling in april 2026 is komen te vervallen, omdat niet langer werd betaald. Toegelicht is verder nog dat het in mindering gebrachte bedrag van € 466,66 ziet op het kwijtgescholden bedrag en de betalingen die zijn ontvangen in het kader van de betalingsregeling. Ook hier is aldus niet meer op gereageerd, zodat ook dit alles als vaststaand wordt aangenomen. Met die toelichting kan de kantonrechter de hoogte van de vordering in de dagvaarding plaatsen. Nu [gedaagde] niet meer heeft gereageerd, begrijpt de kantonrechter dat het ook voor [gedaagde] duidelijk is dat hij geen € 900,00 aan hoofdsom moet betalen. De kantonrechter begrijpt dat [gedaagde] aldus met name aanvoert dat sprake is van betalingsonmacht, maar dit kan niet aan Ksyos worden tegengeworpen.
4.4.
[gedaagde] is met de betaling van de factuur in verzuim geraakt. Hij is dan ook wettelijke rente verschuldigd. De gevorderde wettelijke rente, over de periode tot datum dagvaarding berekend op € 50,41, is onweersproken en daarmee toewijsbaar.
4.5.
De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten zal worden afgewezen. In de aanmaning die aan [gedaagde] is verzonden, is niet een betalingstermijn van veertien dagen gegeven ingaande de dag na ontvangst daarvan, zoals vereist door artikel 6:96 lid 6 BW.
4.6.
Ksyos beroept zich in de dagvaarding op artikel 6:44 BW. Dit komt erop neer dat de gedane betaling (van € 150,00) eerst in mindering strekt op de kosten (aldus € 0,00) en verschenen rente (€ 50,54,) en dan pas op de hoofdsom. Daarmee staat thans nog een bedrag open van € 488,48 aan hoofdsom (en niet: € 595,21). Dit lagere bedrag zal worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf datum dagvaarden.
4.7.
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Ksyos worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
153,77
- griffierecht
€
350,00
- salaris gemachtigde
€
174,00
(2 punten × € 87,00)
- nakosten
€
43,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
721,27
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Ksyos te betalen een bedrag van € 488,48, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 21 mei 2026, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 721,27, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Otto en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2026.
NIv