Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2026:9678

2026-09-16 Civiel recht; Verbintenissenrecht C/03/352535 / HA ZA 26-231
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Uitspraakdatum
2026-09-16
Publicatiedatum
2026-09-10
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
C/03/352535 / HA ZA 26-231
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Incident oproeping in vrijwaring. Toewijzing.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (8.048 tekens)
RECHTBANK Limburg


Civiel recht



Zittingsplaats Roermond



Zaaknummer: C/03/352535 / HA ZA 26-231




Vonnis in incident van 16 september 2026




in de zaak van




V.O.F. [koper],
gevestigd te [plaats 1] ,
eisende partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: [koper] ,
advocaat: mr. J.E.W. Swartjes,



tegen





1 [verkoper] B.V.,

gevestigd te [plaats 2] ,
gedaagde partij in de hoofdzaak,
eisende partij in het incident,
hierna te noemen: [verkoper] ,
advocaat: mr. T.J.N. Hameleers,2. FUCHS WORKSHOP EQUIPMENT B.V.,
gevestigd te Veenendaal,
gedaagde partij in de hoofdzaak,
hierna te noemen: Fuchs,
advocaat: mr. J.W. Mouthaan.






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord aan de zijde van Fuchs
- de conclusie van antwoord tevens vrijwaringsincident aan de zijde van [verkoper]
- de conclusie van antwoord in het incident aan de zijde van [koper] .



1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.






2De beoordeling in het incident


2.1.


[koper] exploiteert een autobedrijf waarin zij zich bezighoudt met de handel in en reparatie van personenauto’s en lichte bedrijfsauto’s. Voor de uitvoering van haar werkzaamheden maakt [koper] gebruik van een hefbrug.
In de hoofdzaak is, samengevat en alleen voor zover van belang voor de beoordeling van het incident, het volgende aan de hand. [koper] stelt dat zij met [verkoper] een overeenkomst heeft gesloten voor de aankoop en montage van een hefbrug. [verkoper] heeft de hefbrug bij Fuchs besteld en aan [koper] geleverd en heeft Fuchs ingeschakeld voor de montage en aansluiting daarvan. [koper] stelt dat de hefbrug gebreken vertoont. Tussen partijen staat – nog volgens [koper] – als onweersproken vast dat bij de hefbrug een verkeerde cassette is geleverd en dat de geleverde cassette niet waterdicht is, waardoor gebreken aan de hefbrug zijn ontstaan.
In de hoofdzaak vordert [koper] primair veroordeling van [verkoper] tot vergoeding van de schade die zij stelt te hebben geleden als gevolg van non-conformiteit van de geleverde hefbrug en het verzaken van de zorg- en waarschuwingsplicht door [verkoper] , dan wel vordert [koper] op grond van dwaling opheffing van het door haar geleden nadeel ofwel vergoeding van gevolgschade op grond van onrechtmatige daad.




2.2.
Hoewel [koper] zich op het standpunt stelt dat zij de hefbrug van [verkoper] heeft gekocht en [verkoper] haar contractuele wederpartij is, heeft Fuchs zich voorafgaand aan de dagvaarding in het geschil gemengd. Fuchs is de leverancier van de hefbrug, heeft al dan niet in opdracht van [verkoper] of [koper] de montagewerkzaamheden uitgevoerd, heeft verweer gevoerd tegen de door [koper] ingenomen standpunten en heeft kenbaar gemaakt bij het expertiseonderzoek aanwezig te willen zijn. Voor het geval de rechtbank tot het oordeel komt dat Fuchs de verkopende en daarmee de contractuele wederpartij van [koper] is, heeft [koper] Fuchs ook gedagvaard en vordert zij subsidiair veroordeling van Fuchs.



2.3.

[verkoper] vordert dat haar wordt toegestaan Fuchs (Fuchs Workshop Equipment B.V., gevestigd te Veenendaal aan Arsenaal 3 A (3905NN)), in vrijwaring op te roepen. [verkoper] legt daaraan ten grondslag dat, indien de rechtbank tot het oordeel komt dat bij de plaatsing van de hefbrug fouten zijn gemaakt waarvoor [verkoper] tegenover [koper] verantwoordelijk is en/of dat de verkeerde cassette is geleverd en daardoor schade bij [koper] is ontstaan, deze tekortkomingen voor rekening van Fuchs komen. Fuchs heeft volgens [verkoper] zelf aangegeven verantwoordelijk te zijn voor de plaatsing van de hefbrug.



2.4.

[koper] refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.



2.5.

De incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring zal worden toegewezen.
Op grond van artikel 210 lid 1 Rv kan een gedaagde die meent dat een derde krachtens een rechtsverhouding met hem verplicht is de nadelige gevolgen van een veroordeling in de hoofdzaak geheel of gedeeltelijk te dragen, deze derde in vrijwaring oproepen. Voor toewijzing van een verzoek tot oproeping in vrijwaring is niet vereist dat reeds vaststaat dat de derde daadwerkelijk gehouden is tot vrijwaring. Het is voldoende dat de gedaagde de rechtsverhouding waarop de beweerde verplichting tot vrijwaring berust voldoende gemotiveerd stelt en dat die rechtsverhouding een dergelijke verplichting kan meebrengen.




2.6.

[verkoper] heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat Fuchs de door haar ingeschakelde partij was voor de montage en aansluiting van de hefbrug en dat Fuchs zelf heeft aangegeven voor de plaatsing daarvan verantwoordelijk te zijn. Fuchs is niet zorgvuldig geweest in de plaatsing c.q. aansluiting. Indien komt vast te staan dat de verkeerde cassette is geleverd en/of bij de plaatsing van de hefbrug fouten zijn gemaakt waardoor [koper] schade heeft geleden, moeten deze tekortkomingen daarom aan Fuchs kunnen toegerekend.



2.7.

De door [verkoper] gestelde rechtsverhouding tussen haar en Fuchs kan een verplichting van Fuchs jegens [verkoper] meebrengen om de nadelige gevolgen van een veroordeling van [verkoper] in de hoofdzaak geheel of gedeeltelijk te dragen. Indien [verkoper] immers tegenover [koper] aansprakelijk blijkt voor gebreken aan de hefbrug die het gevolg zijn van een fout bij de montage of aansluiting daarvan, terwijl Fuchs deze werkzaamheden in opdracht van [verkoper] heeft uitgevoerd, is niet uitgesloten dat [verkoper] het door haar aan [koper] te betalen bedrag vervolgens op Fuchs kan verhalen. Hetzelfde geldt voor zover de aansprakelijkheid van [verkoper] verband houdt met de levering van de verkeerde cassette.
Dat [koper] Fuchs als mogelijke contractspartij heeft gedagvaard en een subsidiaire vordering tegen haar heeft ingesteld, staat evenmin aan oproeping in vrijwaring in de weg. De enkele omstandigheid dat Fuchs mogelijk rechtstreeks aansprakelijk is jegens [koper] , sluit niet uit dat Fuchs tevens gehouden kan zijn [verkoper] te vrijwaren voor een veroordeling van [verkoper] in de hoofdzaak.




2.8.
Omdat geen van partijen als in het ongelijk gesteld kan worden beschouwd, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.



2.9.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.






3De beslissing


De rechtbank




in het incident




3.1.
staat toe dat Fuchs door [verkoper] wordt gedagvaard tegen de rolzitting van woensdag 14 oktober 2026 om 10:00 uur,



3.2.
compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,



3.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,



in de hoofdzaak





3.4.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 14 oktober 2026 voor beraad rolrechter over het houden van een mondelinge behandeling,



3.5.
houdt iedere verdere beslissing aan.


Dit vonnis is gewezen door mr. Timmermans - Vermeer en in het openbaar uitgesproken door mr. Kluin op 16 september 2026.