Rechtbank Limburg
ECLI:NL:RBLIM:2026:9661
2026-09-14
Civiel recht; Arbeidsrecht
12281821 \ AZ VERZ 26-116
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Ontslag op grond van bedrijfseconomische redenen.
Citeert (1)
- ECLI:NL:RBROT:2025:13687 Rechtbank Rotterdam 13-11-2025
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (9.469 tekens)
RECHTBANK
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer / rekestnummer: 12281821 \ AZ VERZ 26-116
Beschikking van 14 september 2026
in de zaak van
[werknemer]
,
te [adres] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [werknemer] ,
gemachtigde: RA. V. Gensch,
tegen
[werkgever] B.V.,
te [plaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [werkgever] ,
gemachtigde: mr. L.E.M. Moll-van der Vegt.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift
- het verweerschrift
- de mondelinge behandeling van 14 september 2026.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2De feiten
2.1.
[werknemer] , geboren [geboortdag] 1965, was sinds 1 december 2024 in dienst bij [werkgever] . De functie van [werknemer] was Head of Project Management & Planning met een loon van € 10.000,00 bruto per maand, inclusief vakantiegeld.
2.2.
Op 31 oktober 2025 heeft [werkgever] een ontslagaanvraag ingediend wegens economische redenen bij het UWV.
2.3.
Op 10 december 2015 heeft het UWV [werkgever] toestemming verleend om de arbeidsovereenkomst met [werknemer] op te zeggen.
2.4.
Op 29 december 2025 heeft [werkgever] de arbeidsovereenkomst opgezegd met ingang van 1 mei 2026.
3Het verzoek en het verweer
3.1.
[werknemer] verzoekt, zo begrijpt de kantonrechter, [werkgever] te veroordelen om het dienstverband te herstellen en [werkgever] te veroordelen tot doorbetaling van het loon vanaf 1 mei 2026. Volgens [werknemer] is de opzegging niet rechtsgeldig, omdat er geen bedrijfseconomische reden is voor het ontslag. Volgens [werknemer] is zijn functie niet vervallen en is het bussiness model onveranderd. Alle taken zijn herverdeeld, vooral naar de Head of Engineering, die niet in staat is deze taken op zich te nemen.
3.2.
[werkgever] voert verweer en stelt dat het verzoek moet worden afgewezen. [werkgever] betwist dat de functie van [werknemer] nog in volle omvang van kracht is. Volgens [werkgever] bleek er veel overlap te zitten in de taken van [werknemer] en collega’s, waaronder de Head of Engineering en de Senior Project Managers. Daarnaast zijn sommige taken van [werknemer] herverdeeld.
Volgens [werkgever] was er wel degelijk een bedrijfseconomische reden voor het ontslag. [werkgever] heeft in haar verweerschrift uitgebreid omschreven hoe haar besluit tot stand is gekomen.
4De beoordeling
4.1.
Het staat vast dat [werkgever] de arbeidsovereenkomst met [werknemer] per 1 mei 2026 heeft opgezegd met toestemming van het UWV.
4.2.
De werkgever kan de arbeidsovereenkomst met toestemming van het UWV opzeggen als de arbeidsplaats komt te vervallen wegens bedrijfseconomische omstandigheden en herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn in een andere passende functie niet passend is of niet in de rede ligt (artikel 7:699 leden 1 en 3 onder a BW). Als een arbeidsovereenkomst op die grond is opgezegd, dan kan de werknemer de kantonrechter vragen de werkgever te veroordelen tot herstel van de arbeidsovereenkomst (artikel 7:682 lid 1 onder a BW). De kantonrechter kan een dergelijke veroordeling uitspreken als de werkgever in strijd met artikel 7:669 lid 3 sub a BW heeft opgezegd.
4.3.
De kantonrechter moet in dit verband in de eerste plaats toetsen of het vervallen van de arbeidsplaats van [werknemer] noodzakelijk was als gevolg van maatregelen die [werkgever] wegens bedrijfseconomische omstandigheden heeft getroffen voor een doelmatige bedrijfsvoering. Uitgangspunt daarbij is dat de werkgever bij de door haar te maken beleidskeuzes de nodige ruimte moet worden gelaten. De werkgever heeft in hoge mate de vrijheid om haar onderneming in te richten zoals haar (strategisch) het beste voorkomt. Bij het toetsen daarvan past daarom een zekere terughoudendheid.
4.4.
[werknemer] heeft onder meer aangevoerd dat hij pas sinds december 2024 in vaste dienst is gekomen en nog geen jaar later te horen kreeg dat hij boventallig was. Volgens [werknemer] liet hij zich daarvoor inhuren door [werkgever] als interim-manager. Om kosten te besparen voor [werkgever] en [werknemer] vastigheid te bieden, is gekozen voor een dienstverband.
De kantonrechter begrijpt uit de stellingen van [werknemer] dat het ontslag als een verassing kwam. Daarnaast is het gezien zijn leeftijd niet makkelijk om een nieuwe baan te vinden. [werkgever] heeft toegelicht wat de redenen voor het besluit zijn geweest. Kort gezegd bevindt de vestiging in Nederland zich in een hoog-loonland, terwijl [werkgever] moet concurreren met onder meer de Aziatische markt. [werkgever] is daarom continue op zoek naar verbetering van de bedrijfsvoering. [werknemer] heeft dit niet, althans onvoldoende gemotiveerd, weersproken. [werknemer] stelt dat al zijn taken zijn overgenomen en de functie daarmee dus niet is vervallen. Bovendien zorgen deze taken voor extra werkdruk bij zijn collega’s die deze taken erbij hebben gekregen. Ook stelt [werknemer] dat deze mensen qua ervaring nog niet klaar zijn voor overname van de taken van [werknemer] . [werkgever] heeft dat betwist. [werkgever] heeft in haar verweerschrift uitgebreid besproken dat een aantal functies met elkaar overlappende taken hadden. Ook is daarbij weergegeven welke taken van [werknemer] bij de Head of Engineering en bij de Senior Projectmanagers zijn neergelegd. De stellingen van [werknemer] zijn daarmee naar het oordeel van de kantonrechter voldoende weersproken. Van belang is vervolgens dat [werkgever] de arbeidsplaats van [werknemer] heeft laten vervallen, omdat dit noodzakelijk was als gevolg van maatregelen die [werkgever] wegens bedrijfseconomische omstandigheden heeft getroffen voor een doelmatige bedrijfsvoering. Dat heeft [werkgever] in haar verweerschrift uitgebreid besproken, terwijl [werknemer] – ook ter zitting – geen argumenten heeft aangevoerd waaruit blijkt dat [werkgever] deze beslissing niet had mogen nemen.
4.5.
Ook moet worden beoordeeld of herplaatsing van [werknemer] in een andere functie passend zou zijn geweest en in de rede zou hebben gelegen. De functie die [werknemer] vervulde, Head of Project Management & Planning, was binnen [werkgever] uniek. [werknemer] heeft niet gesteld dat hij herplaatst had kunnen worden. [werknemer] heeft enkel gesteld dat zijn functie niet geschrapt kan worden. Volgens [werkgever] is gekeken naar andere functies, maar waren die functies niet passend, door de aard van de werkzaamheden en de locatie. [werknemer] heeft dat niet betwist. Van de mogelijkheid tot herplaatsing binnen een redelijke termijn is dan ook niet gebleken. [werknemer] heeft daarmee voldoende aannemelijk gemaakt dat zij aan haar herplaatsingsinspanning heeft voldaan.
4.6.
De kantonrechter is dan ook van oordeel dat [werkgever] de arbeidsovereenkomst met [werknemer] niet in strijd met artikel 7:669 lid 3 sub a BW heeft opgezegd. Voor herstel van de arbeidsovereenkomst ziet de kantonrechter daarom geen reden en dat verzoek, alsmede het verzoek tot loondoorbetaling worden dan ook afgewezen.
4.7.
De kantonrechter zal bepalen dat partijen ieder hun eigen proceskosten moeten betalen, omdat de aard van de zaak daartoe aanleiding geeft.
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
wijst de verzoeken van [werknemer] af,
5.2.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt,
5.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
Deze beschikking is gegeven door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 14 september 2026.
Zie hiervoor onder meer: Rechtbank Rotterdam 13 november 2025: ECLI:NL:RBROT:2025:13687
Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer / rekestnummer: 12281821 \ AZ VERZ 26-116
Beschikking van 14 september 2026
in de zaak van
[werknemer]
,
te [adres] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [werknemer] ,
gemachtigde: RA. V. Gensch,
tegen
[werkgever] B.V.,
te [plaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [werkgever] ,
gemachtigde: mr. L.E.M. Moll-van der Vegt.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift
- het verweerschrift
- de mondelinge behandeling van 14 september 2026.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2De feiten
2.1.
[werknemer] , geboren [geboortdag] 1965, was sinds 1 december 2024 in dienst bij [werkgever] . De functie van [werknemer] was Head of Project Management & Planning met een loon van € 10.000,00 bruto per maand, inclusief vakantiegeld.
2.2.
Op 31 oktober 2025 heeft [werkgever] een ontslagaanvraag ingediend wegens economische redenen bij het UWV.
2.3.
Op 10 december 2015 heeft het UWV [werkgever] toestemming verleend om de arbeidsovereenkomst met [werknemer] op te zeggen.
2.4.
Op 29 december 2025 heeft [werkgever] de arbeidsovereenkomst opgezegd met ingang van 1 mei 2026.
3Het verzoek en het verweer
3.1.
[werknemer] verzoekt, zo begrijpt de kantonrechter, [werkgever] te veroordelen om het dienstverband te herstellen en [werkgever] te veroordelen tot doorbetaling van het loon vanaf 1 mei 2026. Volgens [werknemer] is de opzegging niet rechtsgeldig, omdat er geen bedrijfseconomische reden is voor het ontslag. Volgens [werknemer] is zijn functie niet vervallen en is het bussiness model onveranderd. Alle taken zijn herverdeeld, vooral naar de Head of Engineering, die niet in staat is deze taken op zich te nemen.
3.2.
[werkgever] voert verweer en stelt dat het verzoek moet worden afgewezen. [werkgever] betwist dat de functie van [werknemer] nog in volle omvang van kracht is. Volgens [werkgever] bleek er veel overlap te zitten in de taken van [werknemer] en collega’s, waaronder de Head of Engineering en de Senior Project Managers. Daarnaast zijn sommige taken van [werknemer] herverdeeld.
Volgens [werkgever] was er wel degelijk een bedrijfseconomische reden voor het ontslag. [werkgever] heeft in haar verweerschrift uitgebreid omschreven hoe haar besluit tot stand is gekomen.
4De beoordeling
4.1.
Het staat vast dat [werkgever] de arbeidsovereenkomst met [werknemer] per 1 mei 2026 heeft opgezegd met toestemming van het UWV.
4.2.
De werkgever kan de arbeidsovereenkomst met toestemming van het UWV opzeggen als de arbeidsplaats komt te vervallen wegens bedrijfseconomische omstandigheden en herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn in een andere passende functie niet passend is of niet in de rede ligt (artikel 7:699 leden 1 en 3 onder a BW). Als een arbeidsovereenkomst op die grond is opgezegd, dan kan de werknemer de kantonrechter vragen de werkgever te veroordelen tot herstel van de arbeidsovereenkomst (artikel 7:682 lid 1 onder a BW). De kantonrechter kan een dergelijke veroordeling uitspreken als de werkgever in strijd met artikel 7:669 lid 3 sub a BW heeft opgezegd.
4.3.
De kantonrechter moet in dit verband in de eerste plaats toetsen of het vervallen van de arbeidsplaats van [werknemer] noodzakelijk was als gevolg van maatregelen die [werkgever] wegens bedrijfseconomische omstandigheden heeft getroffen voor een doelmatige bedrijfsvoering. Uitgangspunt daarbij is dat de werkgever bij de door haar te maken beleidskeuzes de nodige ruimte moet worden gelaten. De werkgever heeft in hoge mate de vrijheid om haar onderneming in te richten zoals haar (strategisch) het beste voorkomt. Bij het toetsen daarvan past daarom een zekere terughoudendheid.
4.4.
[werknemer] heeft onder meer aangevoerd dat hij pas sinds december 2024 in vaste dienst is gekomen en nog geen jaar later te horen kreeg dat hij boventallig was. Volgens [werknemer] liet hij zich daarvoor inhuren door [werkgever] als interim-manager. Om kosten te besparen voor [werkgever] en [werknemer] vastigheid te bieden, is gekozen voor een dienstverband.
De kantonrechter begrijpt uit de stellingen van [werknemer] dat het ontslag als een verassing kwam. Daarnaast is het gezien zijn leeftijd niet makkelijk om een nieuwe baan te vinden. [werkgever] heeft toegelicht wat de redenen voor het besluit zijn geweest. Kort gezegd bevindt de vestiging in Nederland zich in een hoog-loonland, terwijl [werkgever] moet concurreren met onder meer de Aziatische markt. [werkgever] is daarom continue op zoek naar verbetering van de bedrijfsvoering. [werknemer] heeft dit niet, althans onvoldoende gemotiveerd, weersproken. [werknemer] stelt dat al zijn taken zijn overgenomen en de functie daarmee dus niet is vervallen. Bovendien zorgen deze taken voor extra werkdruk bij zijn collega’s die deze taken erbij hebben gekregen. Ook stelt [werknemer] dat deze mensen qua ervaring nog niet klaar zijn voor overname van de taken van [werknemer] . [werkgever] heeft dat betwist. [werkgever] heeft in haar verweerschrift uitgebreid besproken dat een aantal functies met elkaar overlappende taken hadden. Ook is daarbij weergegeven welke taken van [werknemer] bij de Head of Engineering en bij de Senior Projectmanagers zijn neergelegd. De stellingen van [werknemer] zijn daarmee naar het oordeel van de kantonrechter voldoende weersproken. Van belang is vervolgens dat [werkgever] de arbeidsplaats van [werknemer] heeft laten vervallen, omdat dit noodzakelijk was als gevolg van maatregelen die [werkgever] wegens bedrijfseconomische omstandigheden heeft getroffen voor een doelmatige bedrijfsvoering. Dat heeft [werkgever] in haar verweerschrift uitgebreid besproken, terwijl [werknemer] – ook ter zitting – geen argumenten heeft aangevoerd waaruit blijkt dat [werkgever] deze beslissing niet had mogen nemen.
4.5.
Ook moet worden beoordeeld of herplaatsing van [werknemer] in een andere functie passend zou zijn geweest en in de rede zou hebben gelegen. De functie die [werknemer] vervulde, Head of Project Management & Planning, was binnen [werkgever] uniek. [werknemer] heeft niet gesteld dat hij herplaatst had kunnen worden. [werknemer] heeft enkel gesteld dat zijn functie niet geschrapt kan worden. Volgens [werkgever] is gekeken naar andere functies, maar waren die functies niet passend, door de aard van de werkzaamheden en de locatie. [werknemer] heeft dat niet betwist. Van de mogelijkheid tot herplaatsing binnen een redelijke termijn is dan ook niet gebleken. [werknemer] heeft daarmee voldoende aannemelijk gemaakt dat zij aan haar herplaatsingsinspanning heeft voldaan.
4.6.
De kantonrechter is dan ook van oordeel dat [werkgever] de arbeidsovereenkomst met [werknemer] niet in strijd met artikel 7:669 lid 3 sub a BW heeft opgezegd. Voor herstel van de arbeidsovereenkomst ziet de kantonrechter daarom geen reden en dat verzoek, alsmede het verzoek tot loondoorbetaling worden dan ook afgewezen.
4.7.
De kantonrechter zal bepalen dat partijen ieder hun eigen proceskosten moeten betalen, omdat de aard van de zaak daartoe aanleiding geeft.
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
wijst de verzoeken van [werknemer] af,
5.2.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt,
5.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
Deze beschikking is gegeven door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 14 september 2026.
Zie hiervoor onder meer: Rechtbank Rotterdam 13 november 2025: ECLI:NL:RBROT:2025:13687
Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.