Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2026:9473

2026-09-16 Civiel recht; Verbintenissenrecht 12097567 CV EXPL 26-765
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Uitspraakdatum
2026-09-16
Publicatiedatum
2026-09-07
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
12097567 CV EXPL 26-765
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Overeenkomst van opdracht voor uitvaartverzorging. Niet alle kosten door verzekering gedekt. Beroep op dwaling faalt. Niet alle kosten in kostenopgave vermeld, waarmee niet voldaan is aan de algemene voorwaarden. Aanvullende kosten worden afgewezen.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (26.901 tekens)
RECHTBANK
LIMBURG



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Maastricht



Zaaknummer: 12097567 \ CV EXPL 26-765




Vonnis van 16 september 2026




in de zaak van





[uitvaartverzorger] B.V.,
te [plaats 1] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [uitvaartverzorger] ,
gemachtigde: BoitenLuhrs Incasso Gerechtsdeurwaarders,



tegen





[opdrachtgever]
,
te [plaats 2] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [opdrachtgever] ,
gemachtigde: mr. J.L.E. Marchal.






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie,- de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie,- de conclusie van dupliek in conventie,
- de conclusie van dupliek in reconventie.



1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De feiten


2.1.
De moeder van [opdrachtgever] (hierna: de moeder) is op [datum 1] 2023 in [plaats 1] overleden.



2.2.
Naar aanleiding van het overlijden heeft een gesprek plaatsgevonden tussen een medewerker van [uitvaartverzorger] enerzijds en de vader van [opdrachtgever] en [opdrachtgever] zelf anderzijds. In dit gesprek is de uitvaart van de moeder besproken.


2.3.

[uitvaartverzorger] heeft een document, genaamd “voorlopige kostenopgave” opgesteld waarin - onder meer - het volgende staat vermeld:


“Onderstaande voorlopige opgave heeft de bedoeling inzicht te geven in de rekening van de uitvaartkosten die t.z.t. zal worden toegezonden. Deze opgave is geen offerte. Het kan voorkomen dat door onvoorziene omstandigheden de rekening afwijkt van onderstaande opgave. In dat geval zijn wij bereid om een verklaring te geven van de oorzaak van het verschil tegen overlegging van kopieën van de betreffende nota’s. (…)




Diensten en producten (…) Geraamde kosten





Regelen en uitvoeren van de uitvaart

Akte van overlijden 15,70
Regelen van de uitvaart vervoer (met pen bijgeschreven,ktr) 875,00

Uitvaartkist

Massief eikenhouten (…) 875,00

Verzorgen van de overledene

Inkisten incl. benodigde materialen 70,00
Mortuarium ziekenhuis/verpleeghuis 181,00

Opbaring van de overledene

Opbaring in het Afscheidshuis (…) 360,00

Uitkeringen

Uitkering van Lifetri (…) -3.403,00




Transport subtotaal:
€
-1.026,30





Geraamde kosten:
€
-1.026,30




De heer [persoon]
(…)



Geeft bij deze op eigen naam en voor eigen rekening, niet als lasthebbende namens de nabestaanden of erfgenamen opdracht aan [uitvaartverzorger] BV tot uitvoering van bovenstaande uitvaart en verklaart de kosten welke samenhangen met deze uitvaart, binnen 30 dagen na factuurdatum te voldoen. (…) Opdrachtgever verklaart zich door ondertekening van deze opdracht met bovenstaande akkoord. Op de regeling en uitvoering van de uitvaart zijn de Algemene Voorwaarden van BGNU van toepassing, waarvan een exemplaar aan ondergetekende is uitgereikt.



Datum: (met pen ingevuld, ktr) [datum 2] 2023
Handtekening opdrachtgever:
(handtekening geplaatst, ktr)”




2.4.
Op de overeenkomst zijn de Algemene Voorwaarden van de BGNU (hierna: algemene voorwaarden) van toepassing. Hierin staat - onder meer - het volgende opgenomen:




“Artikel 3 – Verstrekking gegevens en Overeenkomst
(…)



3.2

De Opdrachtgever dient de Uitvaartverzorger tijdig alle voor de Uitvaartverzorging relevante gegevens van de overledene en de Opdrachtgever te verstrekken. Onder relevante gegevens worden tevens verstaan bijzondere geneeskundige behandelingen van de overledene met radioactief materiaal, dan wel de aanwezigheid van een pacemaker of Implanteerbare Cardioverter Defibrillator (ICD) (…).
(…)




Artikel 4 - Prijzen en pro-memorie posten

(…)



4.2
De prijzen voor de zaken en/of diensten welke door de Uitvaartverzorger op basis van de Overeenkomst worden geleverd, worden - voor zover mogelijk -vermeld in de Overeenkomst.


4.3
Indien op het moment van sluiten van de Overeenkomst de prijs voor bepaalde zaken en/of diensten nog niet bekend is/zijn, zal de Uitvaartverzorger een pro-memorie post opnemen.


4.4

De Uitvaartverzorger zal zo spoedig mogelijk de prijzen van de pro-memorie posten aan de Opdrachtgever doorgeven.
(…)




Artikel 8 - Verzekeringen

(…)



8.3
De Uitvaartverzorger staat niet in voor betaling van enig bedrag door deze verzekeringsmaatschappij(en). Niet of niet volledige betaling door de verzekeringsmaatschappij(en) schort de betalingsverplichting van de Opdrachtgever jegens de Uitvaartverzorger niet op.”



2.5.
De uitvaart is deels door [uitvaartverzorger] verzorgd. Op verzoek van de nabestaanden heeft de teraardebestelling in [plaats 2] plaatsgevonden. Hiervoor is [onderneming] (hierna: [onderneming] ) ingeschakeld. De uitvaart heeft op [datum 3] 2023 plaatsgevonden.



2.6.

[uitvaartverzorger] heeft [opdrachtgever] op 25 april 2023 een factuur verzonden voor de uitvaartkosten. Op deze factuur staan de volgende posten vermeld:



Omschrijving (…) (…) Factuurprijs


incl. BTW





Door ons geleverde diensten en producten

Regelen van de uitvaart 875,00
Akte van overlijden 15,70

Rouwvervoer en uitvaartkist

Overbrengen naar de plaats van opbaring 265,00
Massief eikenhouten (…) 875,00

Verzorgen en opbaren

Inkisten incl. benodigde materialen 70,00
Mortuarium ziekenhuis/verpleeghuis 241,00
Opbaring in het Afscheidshuis (…) 360,00

Uitkeringen en/of kortingen

Uitkering van Lifetri (maximaal € 3.403,00) -1.088,00




totaal:
€ 1.613,70







3Het geschil



in conventie



3.1.


[uitvaartverzorger] vordert - samengevat - :
1. veroordeling van [opdrachtgever] tot betaling van



€ 2.188,46,


1.2.
de wettelijke rente over € 1.613,70 vanaf de dag van dagvaarding tot volledige betaling,
2. veroordeling van [opdrachtgever] in de proceskosten,
3. dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren



3.2.

[uitvaartverzorger] legt aan haar vordering ten grondslag dat [opdrachtgever] opdrachtgever is geweest en in die hoedanigheid de gemaakte uitvaartkosten dient te voldoen. Doordat [opdrachtgever] ervoor gekozen heeft om de kosten van [onderneming] volledig door de uitvaartverzekering te laten voldoen, worden niet alle kosten van [uitvaartverzorger] meer door deze uitkering gedekt. De meerkosten op de factuur hebben te maken met de extra kosten van het mortuarium voor het verwijderen van de pacemaker en de kosten van het vervoer naar [plaats 2] .



3.3.

[opdrachtgever] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [uitvaartverzorger] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [uitvaartverzorger] in de kosten van deze procedure.



3.4.

[opdrachtgever] voert daartoe aan dat niet hij maar zijn vader de opdrachtgever was. Hij heeft alleen namens zijn vader gehandeld en de overeenkomst ondertekend. Volgens [opdrachtgever] heeft hij als zaakwaarnemer gehandeld, zodat de overeenkomst tussen [uitvaartverzorger] en zijn vader tot stand is gekomen. Ook mocht [opdrachtgever] ervan uitgaan dat alle uitvaartkosten door de uitkering van de verzekeringsmaatschappij zouden zijn gedekt. Verder heeft [uitvaartverzorger] niet voldaan aan de artikels 4.2, 4.3. en 4.4 van de algemene voorwaarden omdat [uitvaartverzorger] niet alle kosten in de kostenopgave had opgenomen. Wanneer de daadwerkelijke kosten van het vervoer naar [plaats 2] niet duidelijk waren, had [uitvaartverzorger] een pro memoriepost moeten opnemen.



3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.



in reconventie





3.6.

[opdrachtgever] vordert - samengevat - vernietiging van de overeenkomst met veroordeling van [uitvaartverzorger] in de proceskosten.



3.7.

[opdrachtgever] legt aan zijn vordering ten grondslag dat de overeenkomst tot stand is gekomen door dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten. Door de voorlopige kostenopgave van [uitvaartverzorger] was [opdrachtgever] ervan uitgegaan dat alle kosten van de uitvaart gedekt zouden zijn door de verzekeringsuitkering. Daarvan uitgaande heeft [opdrachtgever] de overeenkomst ondertekend, ook al was hij niet zelf de opdrachtgever.



3.8.

[uitvaartverzorger] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [opdrachtgever] .



3.9.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





4De beoordeling



in conventie en in reconventie




4.1.
Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zullen deze vorderingen gezamenlijk worden behandeld.



Wie is opdrachtgever?





4.2.

[opdrachtgever] erkent dat hij zijn handtekening heeft geplaatst onder de voorlopige kostenopgave (hierna: kostenopgave), maar voert aan dat hij niet in eigen naam opdracht heeft gegeven, maar uit naam van zijn vader. Hij zou als gemachtigde dan wel zaakwaarnemer ex artikel 6:198 BW hebben opgetreden, zodat de overeenkomst niet met hem is gesloten en hij niet gehouden is tot enige betaling. Nu [uitvaartverzorger] dit gemotiveerd heeft betwist, draagt [opdrachtgever] de bewijslast van zijn stellingen. [opdrachtgever] heeft echter zijn stellingen niet nader onderbouwd. Zo ontbreekt een machtiging van zijn vader of enig ander document waaruit blijkt dat [opdrachtgever] niet in eigen naam de kostenopgave heeft ondertekend. Hieruit volgt dat [opdrachtgever] de overeenkomst in eigen naam heeft ondertekend en in beginsel gehouden is tot betaling van de overeengekomen kosten van de uitvaart.



4.3.
Onbetwist is dat op de overeenkomst de algemene voorwaarden van toepassing zijn.



Beroep op dwaling (vordering in reconventie)





4.4.

[opdrachtgever] vordert vernietiging van de overeenkomst op grond van dwaling. [opdrachtgever] voert hiertoe aan dat hij akkoord is gegaan met de kostenopgave omdat hij dacht dat alle kosten van de uitvaart door de uitkering van de verzekeringsmaatschappij zouden worden gedekt. Als hij had geweten dat dit niet het geval was, had hij nooit de kostenopgave ondertekend.



4.5.
Dit verweer wordt verworpen. In het door [opdrachtgever] ondertekende document is uitdrukkelijk opgenomen dat het slechts gaat om een “voorlopige kostenopgave” en dat dit geen offerte is. Verder is daarin vermeld dat de opgave uitsluitend bedoeld is om inzicht te verkrijgen in de later toe te zenden rekening en dat de uiteindelijke rekening door onvoorziene omstandigheden van de opgave kan afwijken. Gelet daarop kon [opdrachtgever] - anders dan hij betoogt - aan de kostenopgave niet het gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen dat het daarin opgenomen bedrag een vaste of maximale prijs was of dat geen andere of hogere kosten in rekening zouden worden gebracht. Dat in de kostenopgave ook een verzekeringsuitkering is vermeld die op dat moment afdoende leek om de geraamde kosten te voldoen, maakt dit niet anders. Een redelijke uitleg van de kostenopgave brengt niet mee dat [uitvaartverzorger] zou hebben gegarandeerd dat de verzekeringsuitkering alle verschuldigde kosten zou dekken. Indien [opdrachtgever] daarvan zelf is uitgegaan, komt die indruk voor zijn eigen rekening en risico.



4.6.
Dit zo zijnde, is [uitvaartverzorger] natuurlijk wel gebonden aan hetgeen partijen over de afzonderlijke kostenposten zijn overeengekomen en aan de daarover in haar algemene voorwaarden opgenomen bepalingen.



4.7.

Op de kostenopgave heeft [uitvaartverzorger] een aantal posten opgenomen, waaronder de post “Uitkering van Lifetri - 3.403,00”. Met de uitkering van dit bedrag zou een negatief bedrag overblijven om te betalen, zodat alle kosten gedekt zouden zijn door de uitkering van de verzekeringsmaatschappij. Partijen zijn echter ook overeengekomen dat de teraardebestelling in [plaats 2] zou plaatsvinden. Voor deze diensten hebben de nabestaanden [onderneming] ingeschakeld en [onderneming] heeft haar kosten rechtstreeks bij de nabestaanden in rekening gebracht. [uitvaartverzorger] staat buiten deze afspraken.
Onbetwist is dat de verzekeringsmaatschappij maximaal € 3.403,00 zou uitkeren en dat de maatschappij dit, op verzoek van [opdrachtgever] of de nabestaanden, heeft verdeeld over de twee uitvaartverzorgers. Daardoor was er van de uitkering niet genoeg over om de factuur van [uitvaartverzorger] volledig te voldoen. [uitvaartverzorger] heeft van de verzekeringsmaatschappij een bedrag van € 1.088,00 ontvangen en heeft dit bedrag ook in mindering gebracht op haar factuur. Het restant van € 1.613,70 vordert zij van [opdrachtgever] .




4.8.
Indien de verzekeringsmaatschappij eerst de factuur van [uitvaartverzorger] had voldaan, waren alle kosten door de uitkering van de verzekeringsmaatschappij gedekt. Dat dit niet is gebeurd en de kosten van [uitvaartverzorger] niet volledig door de uitvaartverzekering zijn gedekt, valt [uitvaartverzorger] niet aan te rekenen. De opdracht aan [onderneming] is immers buiten [uitvaartverzorger] om gegaan. Maar hoe dat verder ook zij, [opdrachtgever] kon zoals hierboven al is overwogen aan de kostenopgave niet die rechten ontlenen die hij thans pretendeert. Bovendien is in artikel 8.3 van de algemene voorwaarden opgenomen dat [uitvaartverzorger] niet instaat voor betaling van enig bedrag van een verzekeringsmaatschappij.



4.9.
Tot slot - maar geheel ten overvloede - merkt de kantonrechter nog op dat [opdrachtgever] niet heeft onderbouwd waarom hij de overeenkomst niet zou hebben gesloten als hij ervan op de hoogte was geweest dat de uitvaartverzekering niet alle kosten van [uitvaartverzorger] zou dekken. De vordering van [opdrachtgever] tot vernietiging van de overeenkomst zal om al deze redenen worden afgewezen.



Kosten uitvaart (vordering in conventie)





4.10.
Partijen zijn het er niet over eens welke kosten zijn overeengekomen ten behoeve van de uitvaart. [opdrachtgever] voert aan dat hij, op grond van de kostenopgave, ervan uit mocht gaan dat de uitvaartkosten volledig gedekt zouden zijn door de uitkering van de verzekeringsmaatschappij. Hierboven is al overwogen dat deze opvatting onjuist is.





Aanvullende kosten voor mortuarium en vervoer





4.11.

[opdrachtgever] heeft in zijn verweer aangevoerd dat [uitvaartverzorger] niet alle posten in de kostenopgave heeft opgenomen. Op grond van de algemene voorwaarden had [uitvaartverzorger] bij nog niet bekende posten een pro-memorie post moeten opnemen. Vervolgens maakt [opdrachtgever] niet helder op welke posten hij doelt, zodat de kantonrechter ervan uitgaat dat het te maken heeft met de op de factuur opgenomen aanvullende kosten voor het mortuarium en voor het overbrengen naar de plaats van opbaring.



4.12.
Op grond van de algemene voorwaarden dient een pro-memorie post te worden opgenomen ten aanzien van posten waarvan bekend is dat die gemaakt gaan worden, maar waarvan de prijs nog niet bekend is. Verder heeft [uitvaartverzorger] als opdrachtnemer ook een zorgplicht ex artikel 7:401 BW.



4.13.
Op de factuur zijn de kosten voor het mortuarium met € 60,00 verhoogd (van € 181,00 naar € 241,00). Deze extra kosten hebben te maken met het verwijderen van de pacemaker of ICD (Implanteerbare Cardioverter Defibrillator). [uitvaartverzorger] heeft onweersproken aangevoerd dat zij er bij het tot stand komen van de voorlopige kostenopgave niet mee bekend was dat de overledene een pacemaker of een ICD had en dat de nabestaanden het mortuarium opdracht hadden gegeven deze te verwijderen. In artikel 3.2 van de algemene voorwaarden is opgenomen dat de opdrachtgever vóór de uitvaart alle voor de uitvaartverzorging relevante gegevens aan de uitvaartverzorger verstrekt, waaronder gegevens over een pacemaker of ICD. Gelet hierop kan [uitvaartverzorger] niet worden verweten dat zij deze kosten niet in de kostenopgave heeft verwerkt. Ook was zij niet ertoe gehouden daarvoor een pro-memoriepost op te nemen, nu niet is gesteld of gebleken dat zij bij het sluiten van de overeenkomst wist dat deze extra werkzaamheden nodig waren. Het met € 60,00 verhoogde bedrag is daarom verschuldigd.



4.14.

[uitvaartverzorger] heeft op de factuur ook een bedrag van € 265,00 in rekening gebracht voor het overbrengen naar de plaats van opbaring. Deze kosten houden volgens [uitvaartverzorger] verband met de teraardebestelling in [plaats 2] , die door [onderneming] werd geregeld. Volgens [uitvaartverzorger] had [opdrachtgever] mogen verwachten dat hier kosten voor in rekening zouden worden gebracht. Aangezien [uitvaartverzorger] bekend was met de wens van de teraardebestelling in [plaats 2] had zij, indien zij nog niet bekend was met de kosten van het overbrengen naar de plaats van opbaring, hiervan een pro-memorie post moeten opmaken. Door deze post niet te vermelden op de kostenopgave, heeft [uitvaartverzorger] in strijd gehandeld met haar algemene voorwaarden en kan zij deze kosten nu niet bij [opdrachtgever] in rekening brengen.



4.15.
Op grond van het voorgaande dienen de aanvullende kosten van het vervoer van € 265,00 voor rekening van [uitvaartverzorger] te blijven. Hieruit volgt dat de vordering voor het bedrag van (€ 1.613,70 - € 265,00 = ) € 1.348,70 zal worden toegewezen.



Wettelijke rente





4.16.

[uitvaartverzorger] vordert betaling van de wettelijke rente. De kantonrechter moet in beginsel ambtshalve vaststellen of in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt over deze gevorderde onderdelen en beoordelen of die afspraken al dan niet eerlijk zijn ten opzichte van de consument. Uit het Gupfinger-arrest volgt dat eisende partij - na vernietiging van het oneerlijk beding - geen aanspraak kan maken op de in een bepaling van aanvullend nationaal recht vastgestelde wettelijke schadevergoeding die zonder dat beding van toepassing zou zijn geweest.



4.17.
De kantonrechter stelt vast dat artikel 9.5 van de toepasselijke algemene voorwaarden een beding bevat op grond waarvan [uitvaartverzorger] aanspraak kan maken op vergoeding van contractuele rente van 1% per maand. Dit komt neer op 12% per jaar. De kantonrechter is van oordeel dat dit beding oneerlijk is. De in dit beding overeengekomen contractuele rente was ten tijde van het sluiten van de overeenkomst namelijk hoger dan de op dat moment geldende wettelijke rente. Een rechtvaardiging hiervoor heeft [uitvaartverzorger] niet gegeven. Door die hoge bedongen rente wordt het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en plichten van partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoord. Om die reden is het rentebeding oneerlijk en wordt het door de kantonrechter vernietigd. Als gevolg daarvan moet de gevorderde wettelijke rente worden afwezen.



Buitengerechtelijke incassokosten





4.18.

[uitvaartverzorger] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. [uitvaartverzorger] heeft aan [opdrachtgever] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. De kantonrechter zal de gevorderde vergoeding daarom toewijzen tot het wettelijke tarief dat aansluit bij de toe te wijzen hoofdsom. Omdat [uitvaartverzorger] een van btw vrijgestelde prestatie heeft verricht, wordt de vergoeding verhoogd met btw. Daarom zal een bedrag van € 244,79 worden toegewezen.



Conclusie





4.19.
Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen:









- hoofdsom - BIK


€€


1.348,70244,79


+




Totaal


€


1.593,49











Proceskosten





4.20.

[opdrachtgever] wordt in conventie grotendeel in het ongelijk en in reconventie in het ongelijk gesteld en wordt daarom verwezen in de proceskosten (inclusief nakosten). De proceskosten van [uitvaartverzorger] worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


153,77







- griffierecht


€


397,00







- salaris gemachtigde


€


542,50


(2,5 punten × € 217,00)




- nakosten


€


108,50


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


1.201,77









5. De beslissing



De kantonrechter




in conventie





5.1.
veroordeelt [opdrachtgever] om aan [uitvaartverzorger] te betalen een bedrag van € 1.593,49,



in reconventie





5.2.
wijst de vorderingen van [opdrachtgever] af,



in conventie en in reconventie





5.3.
veroordeelt [opdrachtgever] in de proceskosten van € 1.201,77, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [opdrachtgever] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



5.4.
verklaart de onderdelen 5.1. en 5.3. van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,



5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.









Dit vonnis is gewezen door mr. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026.
















































Artikel 150 Rv.


Zie hiervoor onder 2.3.


Zie hiervoor onder 2.6.


Artikel 4.3 van de algemene voorwaarden, zie hiervoor onder 2.4.


HvJ EU van 27 januari 2021, ECLI:EU:C:2021:68.