Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2026:9371

2026-09-03 Civiel recht 12346179 CV EXPL 26-4379
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Uitspraakdatum
2026-09-03
Publicatiedatum
2026-09-02
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Kort geding
Zaaknummer
12346179 CV EXPL 26-4379
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Kort geding. Huur- en begeleidingsovereenkomst. Gedaagde / huurder stelt zich niet begeleidbaar op en veroorzaakt overlast. Door de rechtsgeldige opzegging van de begeleidingsovereenkomst is ook de huurovereenkomst geëindigd. Vordering ontruiming wordt toegewezen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (10.958 tekens)
RECHTBANK
LIMBURG



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Maastricht



Zaaknummer: 12346179 \ CV EXPL 26-4379




Vonnis in kort geding van 3 september 2026




in de zaak van




STICHTING WELLER WONEN,
te Heerlen,
eisende partij,
hierna te noemen: Weller Wonen,
gemachtigde: mr. R.W. Janssen,



tegen





[huurder]
,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [huurder] ,
procederend in persoon.






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 16
- de door Weller Wonen in het geding gebrachte aanvullende productie 17- de mondelinge behandeling van 31 augustus 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.





2De feiten


2.1.
Tussen [huurder] en Weller Wonen, een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet, is een schriftelijke huurovereenkomst “Contract tijdelijke verhuur Housing Plus” tot stand gekomen, op grond waarvan [huurder] met ingang van 15 november 2025 voor de duur van twee jaar van Weller Wonen huurt de woning aan de [adres] te [plaats] . Daarin staat voor zover relevant:



“(…) [huurder] heeft zijn vorige woning moeten verlaten als gevolg van het veroorzaken van overlast. In het kader van een Housing Plus overeenkomst wordt aan de heer [huurder] een tweede kans geboden in een andere woning.





Via het Housing Plus-traject is huurder aangemeld bij Weller om in aanmerking te komen voor een woning. (…)





Deze tijdelijke huurovereenkomst is onlosmakelijk gekoppeld aan de begeleidingsovereenkomst van Housing Plus. (…)”





2.2.
Daarnaast heeft [huurder] met Loket Housing een woonbegeleidingsovereenkomst gesloten.



2.3.
Vanaf aanvang van de huurovereenkomst wordt door omwonenden overlastmeldingen gedaan bij Weller Wonen. Weller Wonen heeft die meldingen als producties ingebracht.



2.4.
Bij brief van 3 mei 2026 heeft Loket Housing [huurder] een schriftelijke waarschuwing gegeven en vermeld dat bij uitblijven van structurele verbetering beëindiging van de begeleidingsovereenkomst kan volgen, hetgeen ook tot beëindiging van de huurovereenkomst leidt.



2.5.
Bij emailbericht van 15 juli 2026 is aan [huurder] meegedeeld dat er nog steeds sprake is van overlast, hij onvoldoende samenwerkt met de behandelaren en hij gemaakte evaluatieafspraken niet nakomt. [huurder] is in de gelegenheid gesteld de huurovereenkomst vrijwillig op te zeggen en het gehuurde te verlaten. [huurder] heeft daaraan geen gehoor gegeven.



2.6.
Levantogroep heeft de eenzijdige beëindiging van het Housing Plus traject schriftelijk meegedeeld bij e-mailbericht en brief van 22 juli 2026.



2.7.
Bij brief van 29 juli 2026 is meegedeeld dat de bemiddeling en het Housing Plus traject op 5 augustus 2026 eindigen.



2.8.
Bij brief van 30 juli 2026 heeft Weller Wonen aan [huurder] meegedeeld dat met het negatief afsluiten / beëindigen van het Housing Traject Weller Wonen de huurovereenkomst wenst te beëindigen. [huurder] is in dit schrijven nogmaals verzocht de huurovereenkomst vrijwillig op te zeggen en de woning uiterlijk 1 september 2026 te ontruimen. [huurder] is daartoe niet overgegaan, waarna Weller Wonen onderhavige procedure is gestart.





3Het geschil


3.1.
Weller Wonen vordert ontruiming van de woning aan [adres] te [plaats] , met veroordeling van [huurder] in de proceskosten en nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente.



3.2.
Weller Wonen legt aan de vordering ten grondslag dat [huurder] zonder recht of titel in de woning verblijft, omdat met de begeleidingsovereenkomst gelijktijdig de huurovereenkomst is geëindigd. Daarnaast schiet [huurder] in ernstige mate tekort in de nakoming van de huurovereenkomst door overlast te veroorzaken en de huur niet te betalen.



3.3.

[huurder] voert verweer.



3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.





4De beoordeling


4.1.
De kantonrechter stelt in dit kader voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet - volgens vaste jurisprudentie - grote terughoudendheid worden betracht, gelet op de omstandigheid dat in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een - diepgaand - onderzoek naar bestreden feiten en gezien de vergaande, veelal onomkeerbare gevolgen van een ontruiming in kort geding, zoals in deze zaak aan de orde is.



4.2.
Weller Wonen heeft [huurder] meermaals gewezen op het feit dat hij zich begeleidbaar op moet stellen en geen overlast mag veroorzaken. [huurder] heeft, ondanks herhaalde waarschuwingen en afspraken, daaraan niet voldaan. Weller Wonen heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat [huurder] hulp en begeleiding weigert. De kantonrechter is voorlopig van oordeel dat de begeleidingsovereenkomst rechtsgeldig is opgezegd. Dat [huurder] recent wel hulp c.q. begeleiding heeft geaccepteerd en momenteel in [zorginstelling] verblijft, kan aan het vorenstaande niet afdoen.



4.3.
Vaststaat dat de huurovereenkomst onlosmakelijk is verbonden met de begeleidingsovereenkomst van Housing Plus. Door de rechtsgeldige opzegging van de begeleidingsovereenkomst is ook de huurovereenkomst geëindigd. Dit betekent dat [huurder] op dit moment zonder recht of titel in de woning verblijft. Daarom moet [huurder] de woning ontruimen. De kantonrechter ziet aanleiding om een langere ontruimingstermijn aan te houden dan de zeven dagen die Weller Wonen in haar vordering heeft gevraagd. [huurder] heeft bij gelegenheid van de mondelinge behandeling aangegeven dat hij begeleiding en hulp nodig heeft bij het leegmaken van de woning en het opslaan van de spullen en tijd nodig heeft om die benodigde hulp in te schakelen. Gelet hierop wordt de ontruimingstermijn gesteld op zes weken na betekening van dit vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.



4.4.
De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van justitie zal worden afgewezen, omdat zij ingevolge artikel 556 lid 1 en artikel 557 Rv overbodig is.



4.5.

[huurder] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Weller Wonen worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


153,02







- griffierecht


€


139,00







- salaris gemachtigde


€


865,00







- nakosten


€


144,00


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


1.301,02











4.6.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.





5De beslissing


De kantonrechter



5.1.
veroordeelt [huurder] om binnen zes weken na betekening van dit vonnis de woning aan [adres] te [plaats] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Weller Wonen zijn, en de sleutels af te geven aan Weller Wonen,



5.2.
veroordeelt [huurder] in de proceskosten van € 1.301,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [huurder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



5.3.
veroordeelt [huurder] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,



5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,



5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.









Dit vonnis is gewezen door mr. Otto en in het openbaar uitgesproken op
3 september 2026.


















































Productie 2 dagvaarding


Producties 3 tot en met 11 dagvaarding


Productie 12 dagvaarding


Productie 13 dagvaarding


Productie 14 dagvaarding


Productie 15 dagvaarding


Productie 16 dagvaarding