Rechtbank Limburg
ECLI:NL:RBLIM:2026:9256
2026-09-02
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
12339829 CV EXPL 26-4183
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verwijzing relatief onbevoegd forumkeuzebeding niet mogelijk.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.059 tekens)
RECHTBANK
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 12339829 \ CV EXPL 26-4183
Vonnis van 2 september 2026
in de zaak van
CONSILIO TAX & LAW,
te Maastricht,
eisende partij,
hierna te noemen: Consilio,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
1de vennootschap onder firma[gedaagde 1] ,
te [plaats 1] ,
gemachtigde [gedaagde 2] ,2. , vennoot van gedaagde sub 1,
te [plaats 2] ,
procederend in persoon,3. [gedaagde 3], vennoot van gedaagde sub 1,
zonder bekende woon- of verblijfplaats binnen of buiten Nederland,
niet verschenen,
gedaagde partijen.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 14,- de conclusie van antwoord met 1 productie,
- op de rolzitting van 5 augustus 2026 is tegen de niet verschenen [gedaagde 3] verstek verleend.
1.2.
Vervolgens is de zaak naar de rol verwezen voor rolbeslissing, welke beslissing de kantonrechter heeft gewijzigd in vonnis waarvan de uitspraak is bepaald op heden.
2De beoordeling
2.1.
Alvorens de kantonrechter inhoudelijk over een zaak kan beslissen, dient vast te staan dat de kantonrechter relatief bevoegd is om van het geschil kennis te nemen.
2.2.
Voor de relatieve bevoegdheid in de dagvaardingsprocedure in eerste aanleg dient gekeken te worden naar de artikelen 99-110 Rv. Deze artikelen geven regels voor de relatieve bevoegdheid van de rechtbank, waaronder begrepen de kantonrechter.
De hoofdregel is dat bevoegd is de rechter (lees: kantonrechter) van de woonplaats van gedaagde partij (artikel 99 Rv).
2.3.
Dit is alleen anders als sprake is van een zogenoemd forumkeuzebeding als bedoeld in art. 108 lid 1 Rv. Een forumkeuze beding is echter niet mogelijk bij vorderingen tot ten hoogste € 25.000,00, tenzij sprake is van de in lid 2 van genoemd artikel genoemde uitzonderingen. De hier bedoelde uitzonderingen betreffen het geval dat het beding is overeengekomen ná het ontstaan van het geschil of de situatie dat de werknemer, de consument of de huurder zich zelf tot de rechter wendt. Van het een noch het ander is hier sprake. Het forumkeuzebeding waarop Consilio zich beroept staat immers vermeld in de algemene voorwaarden van Consilio. Ook anderszins is niet gebleken van enige rechtsregel of afspraak tussen partijen die tot het tegendeel doen besluiten.
2.4.
De kantonrechter te Maastricht acht zich dan ook niet bevoegd om van het geschil kennis te nemen. De vennootschap onder firma [gedaagde 1] is gevestigd binnen het rechtsgebied van de kantonrechter van de Rechtbank Den Haag, locatie Gouda . De zaak wordt naar deze kantonrechter verwezen.
2.5.
Consilio dient gedaagde partijen, gelet op het bepaalde in artikel 74 lid 1 en 3, eerste volzin, Rv, bij exploot op te roepen tegen de dag waarop zij de zaak aldaar ter rolle wil doen dienen onder meebetekening van dit vonnis, de oorspronkelijke dagvaarding en alle daarna gewisselde stukken.
3BESLISSING
De kantonrechter
3.1.
verklaart zich relatief onbevoegd om van het tussen partijen bestaande geschil kennis te nemen,
3.2.
verwijst de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, ter verdere behandeling naar de kantonrechter in de Rechtbank Den Haag, locatie Gouda , Postbus 3013, 2800 CC Gouda .
Dit vonnis is gewezen door mr. Otto en in het openbaar uitgesproken.
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 12339829 \ CV EXPL 26-4183
Vonnis van 2 september 2026
in de zaak van
CONSILIO TAX & LAW,
te Maastricht,
eisende partij,
hierna te noemen: Consilio,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
1de vennootschap onder firma[gedaagde 1] ,
te [plaats 1] ,
gemachtigde [gedaagde 2] ,2. , vennoot van gedaagde sub 1,
te [plaats 2] ,
procederend in persoon,3. [gedaagde 3], vennoot van gedaagde sub 1,
zonder bekende woon- of verblijfplaats binnen of buiten Nederland,
niet verschenen,
gedaagde partijen.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 14,- de conclusie van antwoord met 1 productie,
- op de rolzitting van 5 augustus 2026 is tegen de niet verschenen [gedaagde 3] verstek verleend.
1.2.
Vervolgens is de zaak naar de rol verwezen voor rolbeslissing, welke beslissing de kantonrechter heeft gewijzigd in vonnis waarvan de uitspraak is bepaald op heden.
2De beoordeling
2.1.
Alvorens de kantonrechter inhoudelijk over een zaak kan beslissen, dient vast te staan dat de kantonrechter relatief bevoegd is om van het geschil kennis te nemen.
2.2.
Voor de relatieve bevoegdheid in de dagvaardingsprocedure in eerste aanleg dient gekeken te worden naar de artikelen 99-110 Rv. Deze artikelen geven regels voor de relatieve bevoegdheid van de rechtbank, waaronder begrepen de kantonrechter.
De hoofdregel is dat bevoegd is de rechter (lees: kantonrechter) van de woonplaats van gedaagde partij (artikel 99 Rv).
2.3.
Dit is alleen anders als sprake is van een zogenoemd forumkeuzebeding als bedoeld in art. 108 lid 1 Rv. Een forumkeuze beding is echter niet mogelijk bij vorderingen tot ten hoogste € 25.000,00, tenzij sprake is van de in lid 2 van genoemd artikel genoemde uitzonderingen. De hier bedoelde uitzonderingen betreffen het geval dat het beding is overeengekomen ná het ontstaan van het geschil of de situatie dat de werknemer, de consument of de huurder zich zelf tot de rechter wendt. Van het een noch het ander is hier sprake. Het forumkeuzebeding waarop Consilio zich beroept staat immers vermeld in de algemene voorwaarden van Consilio. Ook anderszins is niet gebleken van enige rechtsregel of afspraak tussen partijen die tot het tegendeel doen besluiten.
2.4.
De kantonrechter te Maastricht acht zich dan ook niet bevoegd om van het geschil kennis te nemen. De vennootschap onder firma [gedaagde 1] is gevestigd binnen het rechtsgebied van de kantonrechter van de Rechtbank Den Haag, locatie Gouda . De zaak wordt naar deze kantonrechter verwezen.
2.5.
Consilio dient gedaagde partijen, gelet op het bepaalde in artikel 74 lid 1 en 3, eerste volzin, Rv, bij exploot op te roepen tegen de dag waarop zij de zaak aldaar ter rolle wil doen dienen onder meebetekening van dit vonnis, de oorspronkelijke dagvaarding en alle daarna gewisselde stukken.
3BESLISSING
De kantonrechter
3.1.
verklaart zich relatief onbevoegd om van het tussen partijen bestaande geschil kennis te nemen,
3.2.
verwijst de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, ter verdere behandeling naar de kantonrechter in de Rechtbank Den Haag, locatie Gouda , Postbus 3013, 2800 CC Gouda .
Dit vonnis is gewezen door mr. Otto en in het openbaar uitgesproken.