Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2026:9166

2026-09-02 Civiel recht; Verbintenissenrecht 12238754 \ CV EXPL 26-2645
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Uitspraakdatum
2026-09-02
Publicatiedatum
2026-08-27
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
12238754 \ CV EXPL 26-2645
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verzoek tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde vanwege overlast afgewezen, maar op basis van een huurachterstand toegewezen.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (13.771 tekens)
RECHTBANK
LIMBURG



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Roermond



Zaaknummer: 12238754 \ CV EXPL 26-2645





Vonnis in verzet van 2 september 2026




in de zaak van




STICHTING WONEN LIMBURG,
te Roermond,
eisende partij,
gedaagde partij in het verzet,
hierna te noemen: Wonen Limburg,
gemachtigde: Hafkamp Gerechtsdeurwaarders B.V.,



tegen





[huurder]
,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
eisende partij in het verzet,
hierna te noemen: [huurder] ,
gemachtigde: mr. G.G.J. Geerlings.






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding d.d. 30 december 2025 met producties - het verstekvonnis van 25 maart 2026 met zaaknummer 12037650 CV EXPL 25-6599- de verzetdagvaarding
- de akte van Wonen Limburg inhoudende dat er geen inwonende minderjarigen zijn
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de akte met daarbij productie 6 van [huurder]
- de mondelinge behandeling van 4 augustus 2026, waarbij partijen zijn verschenen ( [huurder] bijgestaan door een tolk in de Poolse taal) en Wonen Limburg een specificatie heeft overgelegd.



1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.








2De feiten


2.1.

[huurder] huurt met ingang van 30 oktober 2008 van Wonen Limburg de woning aan het [adres] . De huur bedraagt € 724,47 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.



2.2.
Op 25 september 2025 hebben partijen gesproken over door [huurder] veroorzaakte overlast. Dat heeft geresulteerd in een door [huurder] ondertekende gedragsaanwijzing.



2.3.
Op 19 november 2025 heeft Wonen Limburg een vroegsignalering gedaan bij de gemeente Horst aan de Maas.



2.4.
Via de brief van 21 november 2025 heeft Wonen Limburg [huurder] gesommeerd de huurachterstand van € 2.173,41 te betalen binnen 14 dagen. Indien hij dat niet doet, zijn buitengerechtelijke incassokosten van € 394,47 verschuldigd.



2.5.
Bij brief van 17 december 2025 heeft Wonen Limburg [huurder] gesommeerd de overlast te stoppen.



2.6.
Op 29 december 2025 heeft [huurder] een bedrag van € 2.191,51 aan de deurwaarder betaald onder vermelding van het dossiernummer.



2.7.
Op 30 december 2025 heeft Wonen Limburg een dagvaarding laten uitbrengen tegen [huurder] . Daarbij is een openstaande huur gevorderd van € 2.897,88. Uit de bijgevoegde specificatie van 19 december 2025 blijkt dat de laatste boeking dateert van 8 december 2025.



2.8.
Op 25 maart 2026 is het verstekvonnis tegen [huurder] gewezen. Dat vonnis is aan hem op 9 april 2026 betekend.



2.9.
Op 8 mei 2026 heeft [huurder] de verzetdagvaarding uitgebracht.



2.10.
Op 12 mei 2026 heeft de deurwaarder de woning ontruimd.





3Het geschil


3.1.
Wonen Limburg heeft gevorderd dat de kantonrechter de huurovereenkomst zal ontbinden, de ontruiming zal bevelen en [huurder] zal veroordelen tot betaling van de huurachterstand, buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente.



3.2.
In het verstekvonnis zijn de vorderingen van Wonen Limburg tot ontbinding en de betaling van de huurachterstand en rente toegewezen. De buitengerechtelijke incassokosten zijn afgewezen en [huurder] is veroordeeld in de proceskosten.



3.3.

[huurder] vordert in verzet dat het verstekvonnis wordt vernietigd en dat de vorderingen van Wonen Limburg alsnog worden afgewezen, subsidiair dat hem een termijn wordt verleend om aan zijn betalingsverplichtingen te kunnen voldoen en meer subsidiair een ontruimingstermijn te bepalen van tenminste zes maanden.


3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





4De beoordeling



op tijd in verzet




4.1.
Het verzet is op tijd en op de juiste wijze ingesteld.



de ontbindingsgronden





4.2.
Wonen Limburg heeft twee redenen aangevoerd waarom de huurovereenkomst ontbonden zou moeten worden: [huurder] veroorzaakt overlast en hij heeft een te grote achterstand laten ontstaan in de betaling van de huurpenningen.



de overlast





4.3.

Wonen Limburg stelt dat [huurder] overlast veroorzaakt in de buurt. Die overlast is volgens haar zo ernstig dat daarom de huurovereenkomst moet worden ontbonden. [huurder] ontkent dat hij voor overlast zorgt.
De kantonrechter constateert dat Wonen Limburg ter onderbouwing van die overlast een brief in het geding heeft gebracht met als titel “verklaring overlastdossier door Wonen Limburg”. Daarin heeft het team Leefbaarheid beschreven waaruit de overlast bestaat: die zou begonnen zijn in 2017, kende rustigere periodes maar heeft toch onlangs tot een gedragsaanwijzing geleid. Gelet op de ontkenning van [huurder] is die brief zonder onderliggende verklaringen, weergaves van exacte gedragingen en meldingen naar het oordeel van de kantonrechter volstrekt onvoldoende om daaruit overlast te kunnen concluderen, laat staan overlast die zodanig ernstig is dat daarom de huurovereenkomst ontbonden zou moeten worden. De gevorderde ontbinding kan dan ook niet op deze grondslag worden toegewezen.




de huurachterstand





4.4.
Een huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van de huurder in de nakoming van een van zijn verbintenissen geeft aan de wederpartij / de verhuurder de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te (laten) ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen.




4.5.
Op het moment dat de (oorspronkelijke) dagvaarding werd uitgebracht (op 30 december 2025) bedroeg de huurachterstand tot en met de maand december 2025 volgens Wonen Limburg € 2.897,88, dus meer dan drie maanden. Dat bedrag was echter onjuist omdat [huurder] de dag ervoor (op 29 december 2025) nog een bedrag van € 2.191,15 had betaald. Daardoor bestond er nog maar een huurachterstand van € 706,73, iets minder dan één maandtermijn van € 724,47. Op zich was het bedrag van die achterstand onvoldoende om over te gaan tot ontbinding van de huurovereenkomst. Maar feit is dat daarna de huurachterstand wel verder is opgelopen omdat [huurder] geen huur heeft betaald voor de maanden januari 2026 tot en met mei 2026. Daarmee is een totaalbedrag van € 3.178,33 (berekend tot en met 12 mei 2026 de dag van de ontruiming) gemoeid, zodat de totale huurachterstand op de dag van de ontruiming in totaal € 3.885,06 bedroeg. Dat is meer dan vijf maanden huur. Dat bedrag aan huurachterstand is naar het oordeel van de kantonrechter wel ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden.



bijzondere omstandigheden





4.6.


[huurder] heeft nog betoogd dat er omstandigheden zijn om de huurovereenkomst niet te ontbinden. Los van dat hij niet dakloos wil worden, heeft hij belang bij het behoud van zijn woning in verband met de schorsing(-svoorwaarden) van zijn detentie.
De kantonrechter kan zich voorstellen dat de detentie sinds de oorspronkelijke dagvaarding, meegespeeld heeft bij het niet hebben betaald van de huur, maar ook bij detentie is het van belang dat de huur doorbetaald wordt, al dan niet met behulp van derden. Dat is en blijft een verantwoordelijkheid van de huurder. Daarnaast is niet gebleken dat [huurder] zelf of via anderen, contact heeft opgenomen met Wonen Limburg om de situatie te bespreken. [huurder] had mogelijkheden om zijn situatie bespreekbaar te maken en te proberen een ontruiming of een hoge achterstand te voorkomen. Daarvan is geen gebruik gemaakt. Gelet hierop weegt de kantonrechter het belang van Wonen Limburg bij betaling van de huur zwaarder dan het belang van [huurder] .




mogelijkheid tot aanzuiveren





4.7.
Ook wat [huurder] subsidiair heeft aangevoerd doet de kantonrechter niet van oordeel veranderen. [huurder] heeft gevraagd om hem nog een termijn te geven om de huurachterstand in te lopen, maar niet is gebleken dat [huurder] inmiddels daadwerkelijk over een inkomen of vermogen beschikt waarmee op korte termijn deze achterstand kan worden betaald. Desgevraagd heeft [huurder] tijdens de mondelinge behandeling ook verklaard dat het niet realistisch is dat hij binnen een maand de hele achterstand aanzuivert.



conclusie





4.8.
Uit al het voorgaande samen, volgt dat de kantonrechter van oordeel is dat de ontbinding van de huurovereenkomst, die al in het verstekvonnis is toegewezen, in stand kan blijven. Hij zal dan ook het verstekvonnis bekrachtigen. Het wel door [huurder] betaalde, maar nog niet in die hoofdsom verwerkte bedrag, zal uiteraard niet nogmaals door Wonen Limburg geïncasseerd kunnen worden. Eventuele na de datum van de oorspronkelijke dagvaarding betaalde bedragen strekken in mindering op de veroordeling tot betaling, zulks op de voet van artikel 6:44 van het Burgerlijk Wetboek.




ontruimingstermijn





4.9.

[huurder] heeft (meer subsidiair) gevorderd dat de ontruimingstermijn op tenminste zes maanden wordt gesteld. Omdat de woning reeds ontruimd is, heeft [huurder] geen belang meer bij deze vordering en daarom wordt deze afgewezen.



proceskosten





4.10.

[huurder] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van het verzet betalen. De kosten van Stichting Wonen Limburg worden begroot op:









- salaris gemachtigde


€


506,00


(2 punten × € 253,00)




- nakosten


€


144,00


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


650,00













5De beslissing


De kantonrechter



5.1.
bekrachtigt, onder verwijzing naar rechtsoverweging 4.8, het tegen [huurder] gewezen verstekvonnis van 25 maart 2026 met zaaknummer 12037650 CV EXPL 25-6599,



5.2.
veroordeelt [huurder] in de kosten van de verzetprocedure van € 650,00 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [huurder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,



5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.











Dit vonnis is gewezen door mr. Dohmen en in het openbaar uitgesproken op 2 september 2026.




















































Productie 4 bij de dagvaarding van 30 december 2025


Artikel 6:265 BW.


HR 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810.