Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2026:9045

2026-08-13 Civiel recht; Personen- en familierecht C/03/353540 / JE RK 26-1116
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Uitspraakdatum
2026-08-13
Publicatiedatum
2026-08-26
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zaaknummer
C/03/353540 / JE RK 26-1116
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl; PFR-Updates.nl 2026-0181

Inhoudsindicatie

ouders willen geen statusvoorlichting en psycho-educatie kir vindt van wel

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (16.062 tekens)
RECHTBANK LIMBURG


Familie- en Jeugdrecht



Locatie Roermond



Zaaknummers: C/03/353540 / JE RK 26-1116 // C/03/353541 / JE RK 26-1117 // C/03/353542 / JE RK 26-1118 // C/03/353543 / JE RK 26-1119



Datum uitspraak: 13 augustus 2026




Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling




in de zaak van



de gecertificeerde instelling STICHTING BUREAU JEUGDZORG LIMBURG, gevestigd te Venlo, hierna te noemen: de GI;



over





[minderjarige 1]
, geboren op [geboortedag 1] 2011 in [geboorteplaats 1] (Spanje),
hierna te noemen: [minderjarige 1] ;


[minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2016 in [geboorteplaats 1] (Spanje),
hierna te noemen: [minderjarige 2] ;


[minderjarige 3] , geboren op [geboortedag 3] 2018 in [geboorteplaats 1] (Spanje),
hierna te noemen: [minderjarige 3] ;


[minderjarige 4]
, geboren [geboortedag 4] 2020 in [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen: [minderjarige 4] ;



hierna gezamenlijk te noemen: de kinderen.



De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:





[de moeder]
, hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. M.B.R. Kranenburg, kantoorhoudend te Veghel;





[de (stief)vader]
, hierna te noemen: de (stief)vader,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. T. de Jong, kantoorhoudend te Utrecht.





1Het verloop van de procedure


1.1

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI, ontvangen op 23 juni 2026.




1.2

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 13 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat (telefonisch aangesloten);
- de moeder met haar advocaat en bijgestaan door een tolk Spaans;
- twee vertegenwoordigers van de GI.




1.3
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] naar hun mening gevraagd. De kinderen hebben geen mening gegeven.



1.4
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kinderrechter met toepassing van artikel 29a lid 5 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering mondeling uitspraak gedaan, waarbij aan de verschenen belanghebbenden de beslissing en de belangrijkste gronden van de beslissing zijn medegedeeld. Deze beschikking vormt de volledige schriftelijke uitwerking van de mondelinge uitspraak van de kinderrechter.



1.5
Vanwege de verknochtheid zijn deze verzoeken van de GI over de ondertoezichtstelling en de verzoeken van de GI over het vaststellen van een zorgregeling tussen de vader en de kinderen (bekend met zaaknummers C/03/353797 / JE RK 26-1170, C/03/353798 / JE RK 26-1171, C/03/353799 / JE RK 26-1172 en C/03/353800 / JE RK 26-1173) gelijktijdig behandeld. In beide procedures is een afzonderlijke beschikking gewezen.





2De feiten


2.1
De moeder oefent alleen het gezag uit over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Zij hebben een vader met wie geen contact is. De moeder en de (stief)vader zijn samen belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 3] en [minderjarige 4] . De kinderen wonen bij de moeder.



2.2
Bij beschikking van 12 augustus 2025 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] voor het laatst verlengd tot 22 augustus 2026.





3Het verzoek


3.1
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.



3.2
Ter onderbouwing van de verzoeken voert de GI het aan dat de bedreiging in de ontwikkeling van de kinderen nog altijd aanwezig is zodat een verlenging van de ondertoezichtstelling nodig is. De ontwikkelingsbedreigingen komen onder andere voort uit de problematiek van en tussen de ouders en het feit dat er niet wordt gesproken over wat zich allemaal heeft afgespeeld binnen het gezin. De kinderen hebben veel ingrijpende levensgebeurtenissen meegemaakt en lijken hier niet over te kunnen praten. Zo weten de kinderen niet waarom de vader in de gevangenis heeft gezeten. De vader is veroordeeld voor het verkopen en vervoeren van heroïne en het hebben en maken van kinderporno van [minderjarige 2] . Vanuit de strafzaak is naar voren gekomen dat de vader kampt met psychische problematiek en verslavingsproblematiek en dat behandeling vanuit een forensische psychiatrische kliniek noodzakelijk is. Daar wil de vader niet aan meewerken. In zijn ogen heeft hij de kinderen geen schade toegebracht en heeft hij het gezin niet verwaarloosd. Ook lijkt hij zich steeds meer af te zetten tegen zijn stiefkinderen, terwijl [minderjarige 1] en [minderjarige 2] denken dat de stiefvader ook hun biologische vader is. De moeder op haar beurt heeft geen eigen netwerk in Nederland en leunt veel op oma (vz). Het blijkt ook dat de moeder niet is opgewassen tegen de druk van de vader en oma (vz) en dat ze zich afhankelijk kan opstellen. Ook daar liggen zorgen. Zo weigert de moeder mee te werken aan psycho-educatie voor de kinderen. De ouders zijn op dit moment bezig om de relatie te herstellen.



3.3

Bij [minderjarige 1] zijn veel kindsignalen zichtbaar, waaronder leerproblemen, kenmerken van autisme en hechtingsproblematiek gecombineerd met trauma. [minderjarige 1] lijkt de wereld om hem heen niet altijd te snappen en de mensen om hem heen begrijpen hem niet altijd. Hij loopt in zijn algehele ontwikkeling achter.

[minderjarige 2] en [minderjarige 3] begrijpen niet waarom de vader heeft vastgezeten en waarom ze hem alleen onder begeleiding mogen zien. Ook is het voor de kinderen niet duidelijk of de ouders nog samen zijn of niet.
Bij [minderjarige 4] zijn er zorgen over de sociaal emotionele ontwikkeling. Zij loopt achter op sociaal emotioneel vlak en motorisch vlak. Zij is zeer terughoudend en onzeker in sociale contacten, vermoedelijk omdat ze in haar eerste levensjaren is opgegroeid in een verwaarlozende thuissituatie. De ouders willen niet meewerken aan extra hulp voor [minderjarige 4] . Het lijkt erop dat de ouders zich steeds meer verzetten tegen de hulpverlening. Zo worden afspraken afgezegd en worden hulpverleners buiten de gesprekken gehouden. Ook zijn de ouders het oneens met de adviezen die gegeven worden ten aanzien van de jongste drie kinderen. In het verleden werd dit patroon van meewerken en afhaken ook al gezien. Een overdracht naar het vrijwillig kader is daarom geen optie. Het risico bestaat dat de ouders dan volledig zullen afhaken.




3.4
De GI heeft op de zitting toegelicht dat de kinderen dringend hulp (trauma behandeling) nodig hebben. De kinderen hebben psycho-educatie nodig voordat zij behandeld kunnen worden. Er is veel gebeurd in het gezin. De kinderen moeten hier uitleg over te krijgen, maar de ouders willen niet meewerken aan psycho-educatie. Nu zij weer een relatie hebben wordt de hulpverlening zelfs buiten de deur gehouden. De (stief)vader heeft eerder nog zorgen geuit dat de moeder erg boos kon worden op de kinderen en voor de arrestatie werd er door de (stief)vader nog gesproken over verwaarlozing vanuit de moeder. Volgens PSW zou dat laatste niet aan de orde zijn, maar nu de hulp niet meer binnenkomt is daar geen zicht op. [minderjarige 1] heeft op vrijwel alle gebieden steeds meer hulp nodig.





4De standpunten van de belanghebbenden


4.1
De vader wil dat de ondertoezichtstelling stopt. De hulp voor de kinderen kan ook ambulant worden ingezet. De vader zal meewerken. De vader is bezig met een persoonlijk traject voor borderline problematiek maar staat nog op de wachtlijst en dat kan nog een half jaar aanhouden. De vader wil ook meewerken een persoonlijkheidsonderzoek. Een andere hulpvraag heeft hij niet. De bemoeienis van de GI en de discussies over psycho-educatie leveren de vader veel stress op. Hij kan er niet van eten. De vader is er fel op tegen dat de kinderen uitleg krijgen over het verleden. De kinderen hoeven niet te weten wat er in het strafdossier staat. Het volstaat als zij denken dat de vader gevochten heeft en daarom heeft vastgezeten. Ook de school geeft aan dat het ook op een andere manier uitgelegd kan worden. De moeder denkt er hetzelfde over. De vader heeft de moeder nooit beïnvloedt. Zij heeft een eigen mening maar de GI heeft haar nooit goed geïnformeerd. Er was nooit een tolk aanwezig bij de gesprekken. De zorg voor de kinderen gaat de moeder beter af en de ouders kunnen het ook goed samen. [minderjarige 1] zal altijd zorg nodig hebben maar daar is de ondertoezichtstelling niet voor nodig.



4.2
De moeder hoort de GI duidelijk zeggen dat het steeds beter gaat en dat de moeder in de basisbehoeftes van de kinderen kan voorzien. De ondertoezichtstelling kan er daarom van af. De moeder wil het beste voor de kinderen. [minderjarige 4] heeft een achterstand en heeft ook hulp nodig maar de moeder vindt haar nu nog te jong voor die hulp. De hulp kan op een later moment ook vanuit het vrijwillig kader worden ingezet. De moeder wil niet dat de kinderen psycho-educatie krijgen, ook daar zijn ze te jong voor. De uitleg over de detentie is voldoende, meer hoeven de kinderen niet te weten. De vader is een goede vader die zijn leven wil verbeteren en die al geruime tijd clean is. De ouders hebben nu een lat relatie en dat werkt prima. Ze zijn niet samen als de kinderen erbij zijn. Het liefste wil de moeder weer een gelukkig gezin vormen. De hulp van PSW kan blijven doorlopen want ze zijn ook betrokken bij [minderjarige 1] en het helpt de moeder. De reden waarom de moeder zoveel afspraken heeft afgezegd was omdat [minderjarige 4] haar knie had gebroken en de moeder daarom volledig voor haar beschikbaar wilde zijn. De ouderavond van [minderjarige 1] is verplaatst naar een andere datum omdat de moeder zich had vergist. De moeder herkent niet dat zij andere afspraken, zoals met school, niet nakomt.





5De beoordeling


5.1
De moeder, [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben de Spaanse nationaliteit. Het internationale karakter van de zaak vraagt een beoordeling van de rechtsmacht van de Nederlandse rechter. De rechtbank is, na dit ambtshalve te hebben onderzocht, van oordeel dat de Nederlandse rechter in deze zaak rechtsmacht heeft, nu de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland ligt. Gelet op dit laatste feit is Nederlands recht op de verzoeken van toepassing.



5.2
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.



5.3
De kinderrechter stelt vast dat de ontwikkeling van de kinderen nog ernstig wordt bedreigd. Door de gebeurtenissen in het verleden heeft [minderjarige 4] zichtbaar trauma gerelateerde klachten ontwikkelend waarvoor zij eigenlijk behandeld zou moeten worden. Daarvoor staan de ouders niet open. Ook de andere kinderen hebben behandeling nodig zodat zij niet op een later moment klachten ontwikkelen. De ouders bagatelliseren de ernst van de gebeurtenissen en de impact die dat op de kinderen heeft gehad. De kinderrechter is met de GI van oordeel dat het verstrekken van onjuiste informatie over de detentie van de (stief)vader en over het vaderschap van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] schadelijk kan zijn voor de ontwikkeling van de kinderen. Op het moment dat (een van de) de kinderen erachter komt dat de vader en de moeder niet eerlijk zijn geweest, kan dit de onderlinge (vertrouwens)band ernstig schaden. De kinderrechter vindt het daarom belangrijk dat de kinderen middels statusvoorlichting en psycho-educatie op een voor de kinderen passende manier geïnformeerd worden over hoe de situatie in elkaar zit en wat er zich allemaal in hun leven heeft afgespeeld. Daarbij zijn er nog steeds zorgen over de persoonlijke problematiek van de (stief)vader (en wat dat betekent voor zijn mogelijkheden als opvoeder) en of de moeder de belangen van de kinderen structureel voorop kan stellen. Duidelijk is dat zowel de kinderen als de ouders hulp nodig hebben, terwijl de ouders geen concrete hulpvraag hebben voor de kinderen. Daarbij is gebleken dat de moeder zich meer verzet tegen de hulpverlening en afspraken niet altijd worden nagekomen. Als de ondertoezichtstelling zou eindigen, bestaat het risico dat de kinderen niet de hulp krijgen die zij naar het oordeel van de kinderrechter wel nodig hebben. Dat maakt de ondertoezichtstelling nog steeds nodig. Zonder begeleiding en mandaat van de GI krijgen de kinderen geen statusvoorlichting of psycho-educatie en kunnen zij dus ook niet verder met gerichte behandeling en het verwerken van trauma’s. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling daarom verlengen voor de duur van een jaar. Gezien het proces waar de kinderen nu voor staan is dat een passende termijn.



5.4
De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] voor de duur van een jaar.



5.5
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.





6De beslissing


De kinderrechter:



6.1
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] tot 22 augustus 2027;


6.2
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.









Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2026 door mr. Vogels, kinderrechter, in aanwezigheid van Dullens-Servais als griffier, en op schrift gesteld op 27 augustus 2026.















































Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:



degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;


andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.





Artikel 1:260 BW.