Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2026:8650

2026-08-26 Civiel recht 11957581 \ CV EXPL 25-4583
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Uitspraakdatum
2026-08-26
Publicatiedatum
2026-08-18
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
11957581 \ CV EXPL 25-4583
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl; Sdu Nieuws Personen- en familierecht 2026/512

Inhoudsindicatie

Vordering tot (terug)betaling van de kosten voor opvang van de kinderen op grond van onverschuldigde betaling afgewezen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.511 tekens)
RECHTBANK
LIMBURG



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Maastricht



Zaaknummer: 11957581 \ CV EXPL 25-4583




Vonnis van 26 augustus 2026




in de zaak van





[eiseres]
,
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. P.M.H. Cruts,



tegen





[gedaagde]
,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. R.A.C. Snel.






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het exploot van dagvaarding van 29 oktober 2025 met producties 1 en 2;
- de conclusie van antwoord;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de mondelinge behandeling van 24 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.



1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De feiten


2.1.
Partijen zijn op [datum] 2024 door deze rechtbank gescheiden. De rechtbank heeft het door partijen opgestelde ouderschapsplan erkend en de alimentatie voor de kinderen vastgesteld. De alimentatie is door het gerechtshof naar beneden bijgesteld.



2.2.
Op grond van de huidige zorgregeling verblijven de kinderen één keer per twee weken van vrijdagmiddag 12:30 uur tot maandag 06:00/07:00 uur, en iedere dinsdag vanaf 16:30 uur tot donderdag 06:00/07:00 uur, bij [gedaagde] . In de periode dat [eiseres] op zakenreis is verblijven de kinderen ook bij [gedaagde] .


2.3.

[eiseres] maakt gedurende haar zorgmomenten gebruik van buitenschoolse opvang en heeft hiertoe een contract gesloten met een organisatie voor kinderopvang.



2.4.
In de periode dat [eiseres] op zakenreis was heeft [gedaagde] de kinderen op donderdag 6 februari, maandag 17 februari, dinsdag 18 februari, maandag 19 mei, dinsdag 20 mei en donderdag 22 mei 2025 naar de kinderopvang gebracht.



2.5.
De kinderopvang heeft de kosten voor de opvang van de kinderen in deze periode aan [eiseres] in rekening gebracht. De kosten voor de opvang bedragen in totaal € 535,68.



2.6.

[eiseres] heeft bij brief en diverse e-mails terugbetaling van deze kosten van [gedaagde] gevorderd. Tot op heden zijn de kosten niet door [gedaagde] aan [eiseres] vergoed.





3Het geschil


3.1.

[eiseres] vordert - samengevat - bij vonnis, zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 535,68, vermeerderd met de wettelijke rente alsmede de proceskosten vermeerderd met de nakosten.



3.2.

[eiseres] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] heeft misbruik gemaakt van het contract dat [eiseres] met de kinderopvang heeft door de kinderen in zijn omgangstijd naar de kinderopvang te brengen. De kosten voor deze opvang zijn bij [eiseres] in rekening gebracht. Zij heeft dit bedrag voor [gedaagde] , ten behoeve van diens kinderopvang, onverschuldigd betaald en [gedaagde] dient dit aan haar terug te betalen.



3.3.

[gedaagde] voert verweer. Hij concludeert tot afwijzing van de vordering van [eiseres] , subsidiair deze slechts toe te wijzen voor zover [eiseres] de netto kosten aannemelijk heeft gemaakt, althans tot een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, alsmede veroordeling van [eiseres] in de werkelijke kosten van het geding, vermeerderd met de wettelijke rente. [gedaagde] voert aan dat de opvang volledig tijdens de zorgmomenten van [eiseres] heeft plaatsgevonden. Dat de kinderen bij een zakenreis van [eiseres] bij [gedaagde] verblijven houdt geen verschuiving van de zorgverantwoordelijkheid in. Subsidiair voert [gedaagde] aan dat het beroep op onverschuldigde betaling niet kan slagen nu [eiseres] geen betaling aan [gedaagde] heeft verricht alsook omdat de betaling door [eiseres] aan de kinderopvang wel verschuldigd was omdat zij de contractuele wederpartij van de kinderopvang is.



3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





4De beoordeling


4.1.
Partijen verschillen van mening over de vraag tijdens wiens zorgmomenten de opvang van de kinderen heeft plaatsgevonden en wie derhalve gehouden is de kosten voor deze opvang te voldoen. Beantwoording van deze vraag kan echter in het midden blijven.






4.2.

[eiseres] vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van het bedrag van € 535,68 aan opvangkosten op grond van onverschuldigde betaling. Op grond van artikel 6:203 lid 1 BW is degene die een ander zonder rechtsgrond een goed heeft gegeven, gerechtigd dit van de ontvanger als onverschuldigd betaald terug te vorderen. Lid 2 van voormeld artikel bepaalt dat, indien de onverschuldigde betaling een geldsom betreft, de vordering strekt tot teruggave van een gelijk bedrag. Op [eiseres] rusten de stelplicht en bewijslast van feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat zij een betaling heeft gedaan aan [gedaagde] en dat die betaling zonder rechtsgrond is geweest.



4.3.
Vaststaat dat [eiseres] het bedrag aan opvangkosten aan de organisatie voor kinderopvang heeft betaald. Niet gesteld of gebleken is dat [eiseres] een betaling aan [gedaagde] heeft gedaan. Dat betekent dat niet wordt voldaan aan de wettelijke vereisten voor een beroep op onverschuldigde betaling. [eiseres] kan het bedrag namelijk enkel van de ontvanger daarvan terugvorderen en vast staat dat zij niet aan [gedaagde] heeft betaald. [gedaagde] kan op grond hiervan dus niet worden veroordeeld tot (terug)betaling. Of het aan de organisatie voor kinderopvang betaalde bedrag al dan niet zonder rechtsgrond is voldaan kan in het midden blijven.



4.4.
Op grond van artikel 25 Rv is de kantonrechter verplicht de rechtsgronden ambtshalve aan te vullen. Naar het oordeel van de kantonrechter bieden de aan de vordering ten grondslag gelegde feiten en de gegeven onderbouwing echter onvoldoende aanknopingspunten om de vordering op een andere rechtsgrond toe te wijzen. De vordering tot veroordeling van [gedaagde] tot betaling van de opvangkosten zal daarom worden afgewezen evenals de daarover gevorderde wettelijke rente.



Proceskosten





4.5.
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.





5De beslissing


De kantonrechter



5.1.
wijst de vorderingen van [eiseres] af,



5.2.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.









Dit vonnis is gewezen door mr. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2026.