Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2026:7732

2026-08-19 Civiel recht; Verbintenissenrecht 12120381 \ CV EXPL 26-874
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Uitspraakdatum
2026-08-19
Publicatiedatum
2026-07-28
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
12120381 \ CV EXPL 26-874
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Aannemingsovereenkomst. Meerdere facturen van aannemer niet betaald. Gebrekkig werk?

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (25.015 tekens)
RECHTBANK
LIMBURG



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Roermond



Zaaknummer: 12120381 \ CV EXPL 26-874




Vonnis van 19 augustus 2026




in de zaak van





[aannemer] , H.O.D.N. [bedrijf],
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [aannemer] ,
gemachtigde: mr. P. ten Broeke,



tegen





[opdrachtgever]
,
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [opdrachtgever] ,
gemachtigde: mr. S. Ghazizadeh, Stichting VvAA Rechtsbijstand.






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met bijlagen- de conclusie van antwoord
- de nader ingekomen producties van [aannemer]- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de mondelinge behandeling van 2 juli 2026.



1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De feiten


2.1.

[aannemer] exploiteert een klusbedrijf.



2.2.
Partijen hebben een aannemingsovereenkomst gesloten voor diverse werkzaamheden in de woning van [opdrachtgever] .



2.3.

[aannemer] heeft in de periode 17 juni 2023 tot 6 september 2023 werkzaamheden in de woning van [opdrachtgever] uitgevoerd.


2.4.
De oorspronkelijke aanneemsom bedraagt € 46.374,48. Van de oorspronkelijke aanneemsom heeft [opdrachtgever] een bedrag van € 8.347,40 niet betaald. Het betreft [factuurnummer 1] .



2.5.

[aannemer] heeft ook verschillende facturen gestuurd naar [opdrachtgever] voor meerwerk. De volgende meerwerkfacturen heeft [opdrachtgever] niet dan wel niet geheel betaald:



[factuurnummer 2] tot een bedrag van € 832,60;



[factuurnummer 3] tot een bedrag van 144,40;



[factuurnummer 4] ten bedrage van € 483,98;



[factuurnummer 5] ten bedrage van € 120,04.





2.6.

Tot slot heeft [aannemer] na controle van de administratie per [factuurnummer 6]
nog een bedrag bij [opdrachtgever] in rekening gebracht van € 1.458,34. [opdrachtgever] heeft deze factuur niet betaald.






3Het geschil


3.1.

[aannemer] vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, - samengevat - veroordeling van [opdrachtgever] tot betaling van € 13.765,80 (opgebouwd uit een hoofdsom van € 11.386,22 + vervallen rente van € 1.475,96 + buitengerechtelijke incassokosten van € 903,62), vermeerderd met rente en kosten.



3.2.

[aannemer] heeft aan de vordering ten grondslag gelegd dat [opdrachtgever] niet voldaan heeft aan de betalingsverplichtingen uit hoofde van de tussen partijen gesloten aannemingsovereenkomst. [aannemer] vordert nakoming.



3.3.

[opdrachtgever] voert verweer. [opdrachtgever] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [aannemer] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [aannemer] in de kosten van deze procedure.



3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





4De beoordeling


4.1.

[aannemer] maakt aanspraak op betaling van diverse facturen. De kantonrechter zal hierna beoordelen of dat terecht is.




[factuurnummer 1] ten bedrage van € 8.347,40





4.2.

[aannemer] stelt dat deze factuur ziet op de oorspronkelijke aannemingsovereenkomst. Volgens [aannemer] laat [opdrachtgever] ten onrechte na de laatste termijn van de oorspronkelijke aanneemsom te voldoen.



4.3.
Dat [opdrachtgever] de laatste termijn van de oorspronkelijke aanneemsom niet heeft betaald, staat vast. [opdrachtgever] voert ter afwering aan dat i) het werk niet volledig is afgerond en ii) het werk deels gebrekkig is uitgevoerd. Verweer i) slaagt naar het oordeel van de kantonrechter deels en verweer ii) slaagt niet. De kantonrechter legt dit hierna uit.



4.4.
Dat het werk niet volledig is afgerond, heeft [opdrachtgever] enkel ten aanzien van het voegwerk concreet gemaakt. Partijen zijn het erover eens dat [aannemer] het voegwerk van de gastenbadkamer niet heeft uitgevoerd. [aannemer] heeft op de mondelinge behandeling verklaard dat het niet uitgevoerde voegwerk correspondeert met een bedrag van € 200,00 inclusief btw (1 uur voegen + 1 uur poetsen + materialen). [opdrachtgever] heeft dit niet (gemotiveerd) betwist. De kantonrechter zal daarom een bedrag van € 200,00 in mindering brengen op deze factuur. [opdrachtgever] heeft voor het overige niet voldoende gemotiveerd welke concrete andere werkzaamheden niet afgerond zouden zijn, wat wel op zijn weg lag. De kantonrechter gaat daarom hieraan voorbij.



4.5.
Over het verweer dat [opdrachtgever] deze factuur niet hoeft te betalen vanwege door [aannemer] uitgevoerde gebrekkige werkzaamheden, overweegt de kantonrechter als volgt. Als sprake zou zijn van gebrekkig uitgevoerde werkzaamheden, dan bevrijdt dat [opdrachtgever] op zichzelf nog niet van zijn betalingsverplichting. [opdrachtgever] heeft geen specifiek rechtsgevolg ingeroepen om dat te bewerkstelligen. Bovendien laat [opdrachtgever] na aan te voeren om welke concrete gebreken het volgens hem gaat en waaruit de juistheid van zijn standpunt zou blijken. Het verweer van [opdrachtgever] vormt dus geen gemotiveerde betwisting en wordt daarom gepasseerd.



4.6.
Gelet op het voorgaande moet [opdrachtgever] nog een bedrag van € 8.147,40 (inclusief btw) voldoen (€ 8.347,40 - € 200,00).




[factuurnummer 2] openstaand bedrag € 832,06





4.7.

[aannemer] stelt dat deze factuur ziet op meerwerk. Het betreft kleine werkzaamheden in de woning. Tevens is de aankoopprijs van verschillende meubels en materiaalkosten doorbelast.



4.8.

[opdrachtgever] voert onder verwijzing naar een e-mail van 12 september 2023 aan dat hij de factuur slechts gedeeltelijk heeft voldaan, omdat


de door [aannemer] in rekening gebrachte dorpels niet geleverd zijn en evenmin geplaatst (€ 523,06);


gordijnen en gordijnrails van [opdrachtgever] door [aannemer] zijn weggegooid zonder overleg of toestemming. Volgens [opdrachtgever] bedraagt de vervanging hiervan € 300,00;



[aannemer] zonder betaling een cirkelzaag heeft meegenomen van [opdrachtgever] ter waarde van € 115,00.


De kantonrechter zal enkel het verweer van [opdrachtgever] over de dorpels honoreren en de overige verweren verwerpen. De kantonrechter licht dit als volgt toe.



Dorpels




4.9.

Partijen zijn het erover eens dat de dorpels niet geleverd zijn aan [opdrachtgever] .
Volgens [aannemer] heeft hij de dorpels toch in rekening gebracht, omdat deze al ingekocht waren. Uitgangspunt is dat [opdrachtgever] alleen hoeft te betalen voor geleverde materialen. De kantonrechter is niet (duidelijk) gebleken dat de reden dat [aannemer] de dorpels niet heeft geleverd aan [opdrachtgever] , is gelegen in de risicosfeer van [opdrachtgever] . Daarbij komt dat [aannemer] de dorpels nog heeft en niet heeft gesteld dat hij deze dorpels niet meer kan gebruiken (voor bijvoorbeeld een andere klant). De kantonrechter is van oordeel dat er voor [opdrachtgever] geen betalingsverplichting is ter zake de dorpels.




Gordijnen en gordijnrails




4.10.

[opdrachtgever] stelt dat [aannemer] zijn gordijnen en gordijnrails zonder toestemming/overleg heeft weggegooid. [aannemer] heeft dat gemotiveerd betwist. [aannemer] heeft aangevoerd dat hij nooit zonder toestemming eigendommen van klanten weggooit. [aannemer] heeft verklaard dat hij foto’s heeft gemaakt van de gordijnen en gordijnrails en eerst aan [opdrachtgever] heeft gevraagd of hij deze mocht weggooien. [opdrachtgever] heeft zijn stelling vervolgens niet nader onderbouwd, wat wel op zijn weg lag. [opdrachtgever] heeft bovendien op de mondelinge behandeling verklaard dat er “geen kosten mee verbonden” waren. Slotsom is dat niet vaststaat dat [aannemer] deze zaken zonder toestemming heeft weggegooid en ook niet dat [opdrachtgever] de door hem opgevoerde kosten (die hij wil verrekenen met de factuur van [aannemer] ) heeft gemaakt. Met deze stand van zaken hoeft [aannemer] geen vergoeding aan [opdrachtgever] te betalen en is er dus ook niets te verrekenen.



Cirkelzaag




4.11.

[opdrachtgever] stelt dat [aannemer] zijn cirkelzaag heeft overgenomen (en meegenomen) maar daarvoor niet heeft betaald. [aannemer] heeft hiertegen aangevoerd dat [aannemer] tegen hem heeft gezegd dat hij het blad van de betreffende cirkelzaag terug heeft gegeven aan [opdrachtgever] . Nu [opdrachtgever] zijn stelling dat [aannemer] de cirkelzaag heeft meegenomen, daarvoor had moeten betalen maar niet heeft betaald (en dat dit voor rekening komt van [aannemer] ), vervolgens niet verder heeft uitgewerkt, staat de juistheid van zijn stelling geenszins vast. Tot een vergoedingsverplichting komt de kantonrechter niet en daarom is er dus ook niets te verrekenen.



Conclusie




4.12.


[opdrachtgever] moet gelet op het voorgaande aan [aannemer] ter zake van deze factuur
nog een bedrag van € 309,00 inclusief btw (€ 832,06 - € 523,06) betalen.





[factuurnummer 3] openstaand bedrag € 144,40





4.13.

[aannemer] stelt dat er ter zake van deze factuur nog een bedrag van € 144,40 openstaat. Dit betreft de plaatsing van akoestische panelen, conform instructie. Volgens [aannemer] bedroeg het werk € 175,35 en heeft [opdrachtgever] een bedrag van € 30,95 betaald, zodat voormeld bedrag van € 144,40 resteert.



4.14.


[opdrachtgever] heeft aangevoerd dat hij € 60,95 heeft betaald en niet € 30,95.
Op de mondelinge behandeling heeft [opdrachtgever] aangevoerd dat [aannemer] het werk niet naar wens heeft uitgevoerd en dat hij en zijn echtgenote het “visueel” anders wilden.




4.15.
Op de mondelinge behandeling is de kantonrechter gebleken dat [aannemer] de akoestische panelen heeft geplaatst en dat deze na plaatsing op verzoek van [opdrachtgever] (en/of diens echtgenote) zijn verwijderd en vervolgens op een andere plek zijn bevestigd. [aannemer] heeft verklaard dat hij [opdrachtgever] gewaarschuwd heeft over de esthetische gevolgen van een verplaatsing.



4.16.

De kantonrechter stelt vast dat het op de weg van [opdrachtgever] ligt om aan te geven in hoeverre de oorspronkelijke plaatsing en/of verplaatsing van de panelen gebrekkig is, wat hij heeft nagelaten. In het geval de oorspronkelijke plaatsing ondeugdelijk zou zijn, dan zou de kantonrechter [opdrachtgever] gelijk kunnen geven in zijn stelling dat de kosten van het herplaatsen kwalificeren als herstelkosten. Daar waar [aannemer] heeft toegelicht waarom dit werk goed is uitgevoerd, kan de kantonrechter uit het betoog van [opdrachtgever] niet afleiden wat er precies niet goed is gegaan en waar dat uit blijkt. Dat [aannemer] het werk de eerste keer niet goed heeft uitgevoerd, is dus niet vast komen te staan. De conclusie is daarom dat [opdrachtgever] in beginsel het bedrag van € 144,40 dient te voldoen. [opdrachtgever] stelt nog dat [aannemer] rekening had moeten houden met een door hem gedane betaling van € 60,95 in plaats van € 30,95. Dit verweer van [opdrachtgever] kan echter niet slagen. [factuurnummer 3] zoals overgelegd bedraagt
€ 205,35. Verminderd met de door [opdrachtgever] gestelde betaling van € 60,95 levert dat een restantbedrag op van € 144,40.





[factuurnummer 4] € 483,98





4.17.

[aannemer] stelt dat deze factuur ziet op werkzaamheden aan het leidingwerk in de keuken. Volgens [aannemer] vallen deze werkzaamheden buiten de oorspronkelijke aanneemsom. Overeenkomstig post J van de offerte [factuurnummer 7] (waarop de oorspronkelijke aanneemsom betrekking heeft) zouden de kosten ten aanzien van deze werkzaamheden worden vastgesteld op het moment dat de tekening van de keukenleverancier beschikbaar zou zijn. Na ontvangst van deze tekening heeft [aannemer] de uit te voeren werkzaamheden en voorgestelde prijs besproken met [opdrachtgever] . [opdrachtgever] heeft daarmee ingestemd, aldus [aannemer] .



4.18.

[opdrachtgever] heeft aangevoerd dat de werkzaamheden aan het leidingwerk in de keuken onder de oorspronkelijke aanneemsom vallen en dat hij om die reden deze meerwerkfactuur niet hoeft te voldoen.



4.19.
De kantonrechter stelt vast dat in de initiële offerte onder post J (voor zover hier van belang) inderdaad is opgenomen “Voorbereiding keuken prijs na ontvangst tekening”. De kantonrechter heeft [aannemer] op de mondelinge behandeling echter ook gevraagd of, nu zijn offerte op regelniveau telkens € 0,00 vermeld en enkel onderaan een totaalprijs vermeld, of alle ervoor genoemde posten worden geacht te zijn begrepen in die totaalprijs. [aannemer] heeft bevestigd dat dit het geval is. In dat licht en gezien het verweer van [opdrachtgever] , geldt dat [aannemer] niet toereikend heeft toegelicht waarom deze post zou kwalificeren als meerwerk. [opdrachtgever] hoeft daarom deze factuur niet te betalen. Deze werkzaamheden en materialen worden geacht meegenomen te zijn in de oorspronkelijke aanneemsom.




[factuurnummer 5] € 120,04





4.20.

[aannemer] heeft aangevoerd dat hij op verzoek van [opdrachtgever] extra werkzaamheden heeft uitgevoerd, te weten het op het gastentoilet verwerken van restpanelen. [aannemer] heeft op de mondelinge behandeling verklaard dat hij [opdrachtgever] vooraf heeft gewaarschuwd dat het eindresultaat niet mooi zou zijn.



4.21.

[opdrachtgever] heeft aangevoerd dat deze factuur niet betaald hoeft te worden, omdat het werk gebrekkig is uitgevoerd en [aannemer] de toegezegde herstelwerkzaamheden niet heeft uitgevoerd.



4.22.

De kantonrechter stelt vast dat [opdrachtgever] zijn verweer in zijn conclusie van antwoord niet concreet heeft gemotiveerd, op de mondelinge behandeling slechts zeer summier en dat [opdrachtgever] wat [aannemer] op de mondelinge behandeling heeft verklaard, niet heeft betwist. Dit maakt dat zijn verweer als niet voldoende gemotiveerd verworpen wordt. [opdrachtgever] moet daarom deze factuur voldoen.


[factuurnummer 6] ten bedrage van € 1.458,34





4.23.


[aannemer] heeft aangevoerd dat tijdens de controle van zijn administratie gebleken is dat een bedrag van € 1.458,34 aan schilderwerkzaamheden niet in rekening is gebracht.
Partijen waren overeengekomen dat [opdrachtgever] een bedrag van € 6.000,00 zou betalen. Na een door [opdrachtgever] gedane betaling resteert nog een te betalen bedrag van € 1.458,34.




4.24.

[opdrachtgever] heeft aangevoerd dat hij dit bedrag niet heeft betaald, omdat de slaapkamer deuren niet geschilderd zijn en er daarom sprake is van minderwerk.



4.25.

De kantonrechter stelt vast dat [aannemer] niet heeft betwist dat de betreffende deuren niet geschilderd zijn. Maar volgens [aannemer] zaten deze ook niet in de overeengekomen som begrepen. In de oorspronkelijke aannemingsovereenkomst is opgenomen: “F: Schilderwerk 4 slaapkamers, muurverf, (indien nodig schilderen houten wanden tegen aanvullende prijs) nadat schilder is komen kijken volgt zijn definitieve prijs.”. Op basis van die omschrijving (“muurverf”) stelt de kantonrechter vast dat [aannemer] kan worden gevolgd in zijn stelling dat het verven van de deuren niet in de oorspronkelijke aanneemsom zat, zodat in dit opzicht geen sprake is van minderwerk. De kantonrechter stelt echter ook vast dat partijen via Whatsapp vervolgens hebben gecommuniceerd over het schilderwerk, er een offerte is uitgewisseld en dat er uiteindelijk een andere (prijs)afspraak is gemaakt over het schilderwerk. Daarbij is de vraag of in de toen afgesproken prijs van
€ 6.000,00 wel of niet de slaapkamer deuren waren ingegrepen. Volgens [opdrachtgever] was dit het geval. De kantonrechter stelt vast dat in het Whatsapp-bericht in elk geval wel wordt gesproken over “Bij akkoord aanvullend schilderwerk”. Er is dus kennelijk meer werk afgesproken dan oorspronkelijk afgesproken. Dat hoeft niet het schilderen van de slaapkamer deuren te zijn, maar dat kan wel het geval zijn en in het licht van de gemotiveerde betwisting van [opdrachtgever] , had van [aannemer] meer onderbouwing mogen worden verwacht van de door hem gestelde betalingsverplichting. Dat had bijvoorbeeld gekund door het overleggen van de offerte die via Whatsapp is uitgewisseld. Dat is echter niet gebeurd en met deze stand van zaken geldt dat [aannemer] de door hem gestelde betalingsverplichting in het licht van de gemotiveerde betwisting onvoldoende heeft onderbouwd. De kantonrechter oordeelt daarom dat [opdrachtgever] deze factuur niet hoeft te betalen.




Klachtplicht




4.26.

[aannemer] heeft nog aangevoerd dat, voor zover zou blijken dat enige werkzaamheden toch gebrekkig zouden zijn uitgevoerd, [aannemer] zich dan beroept op schending van de klachtplicht zoals bedoeld in artikel 6:89 BW. Dat beroep kan onbesproken blijven, omdat de kantonrechter niet heeft vastgesteld dat sprake is van gebrekkig uitgevoerde werkzaamheden.



Eindconclusie




4.27.
Toewijsbaar is:



[factuurnummer 1] € 8.147,40 inclusief btw



[factuurnummer 2] 309,00



[factuurnummer 3] 144,40




[factuurnummer 5] 120,04 +



€ 8.720,84 inclusief btw




Rente




4.28.

[opdrachtgever] moet wettelijke rente betalen, omdat hij te laat heeft betaald. De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar op de wijze als hierna bepaald.



Buitengerechtelijke incassokosten




4.29.

[aannemer] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [opdrachtgever] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. [aannemer] heeft aan [opdrachtgever] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Daarom zal een bedrag van € 811,07 worden toegewezen uitgaande van de (toegewezen) hoofdsom.



Proceskosten




4.30.

[opdrachtgever] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [aannemer] worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


126,46







- griffierecht


€


753,00







- salaris gemachtigde


€


432,00


(1 punt × € 432,00)




-Reis/verletkosten


€


50,00







- nakosten


€


144,00


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


1.505,46










De kantonrechter heeft hierboven rekening gehouden met 1 punt aan salaris gemachtigde voor de dagvaarding. Omdat [aannemer] op de mondelinge behandeling zonder gemachtigde is verschenen, heeft de kantonrechter daarvoor geen extra punt toegekend. Op grond van artikel 238 Rv kan de kantonrechter aan [aannemer] evenwel een vergoeding toekennen voor in dit geval reis- en verletkosten, omdat hij zonder gemachtigde naar de mondelinge behandeling is gekomen. De kantonrechter acht een forfaitair bedrag van € 50,00 redelijk. Dit is in de lijn met landelijk vastgestelde bedragen. [aannemer] heeft verklaard nog steeds bijgestaan te worden door mr. P. ten Broeke, zodat [aannemer] recht heeft op nakosten.




4.31.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.





5De beslissing


De kantonrechter



5.1.
veroordeelt [opdrachtgever] om aan [aannemer] te betalen een totaalbedrag van € 8.720,84 (inclusief btw) te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over:



[factuurnummer 1] € 8.147,40,



[factuurnummer 2] € 309,00,



[factuurnummer 3] € 144,40,



[factuurnummer 5] € 120,04,


vanaf de respectieve vervaldata van deze facturen, tot de dag van volledige betaling,



5.2.
veroordeelt [opdrachtgever] om aan [aannemer] te betalen een bedrag van € 811,07 aan buitengerechtelijke kosten,



5.3.
veroordeelt [opdrachtgever] in de proceskosten van € 1.505,46, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [opdrachtgever] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



5.4.
veroordeelt [opdrachtgever] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na betekening zijn betaald,



5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,



5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.









Dit vonnis is gewezen door mr. Boekhorst en in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2026.