Rechtbank Limburg
ECLI:NL:RBLIM:2026:6956
2026-07-22
Civiel recht; Verbintenissenrecht
11997324 \ CV EXPL 25-5176
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Koopovereenkomst met ontbindende voorwaarde. Toewijzen vordering. Sprake van onverschuldigde betaling door het intreden van de ontbindende voorwaarde.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:1981:AG4158 Hoge Raad 13-03-1981
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (16.196 tekens)
RECHTBANK
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11997324 \ CV EXPL 25-5176
Vonnis van 22 juli 2026
in de zaak van
[partij]
,
te [plaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [partij] ,
gemachtigde: K. Wöltgens-Daems,
tegen
1 [de autoverkoper] VOF,
te [plaats] ,2. [vennoot 1],
in hoedanigheid van vennoot van [de autoverkoper] VOF,
te [plaats] ,3. [vennoot 2],
in hoedanigheid van vennoot van [de autoverkoper] VOF,
te [plaats] ,4. [vennoot 3],
in hoedanigheid van vennoot van [de autoverkoper] VOF,
te [plaats] ,5. [vennoot 4],
in hoedanigheid van vennoot van [de autoverkoper] VOF,
te [plaats] ,
gedaagde partijen in conventie,
eisende partijen in reconventie,
hierna samen te noemen: [de autoverkoper] c.s.,
procederend in persoon.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het exploot van dagvaarding van 13 november 2025 met producties 1 tot en met 6;- de conclusie van antwoord in conventie tevens eis in reconventie met producties 1 tot en met 3;
- de conclusie van antwoord in reconventie met producties 7 en 8;
- de conclusie van repliek in conventie en dupliek in reconventie die door de kantonrechter wordt aangemerkt als de conclusie van repliek in conventie;
- de conclusie van dupliek in conventie en repliek in reconventie;- de conclusie van dupliek in reconventie.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
[partij] heeft op 17 september 2025 de showroom van [de autoverkoper] c.s. bezocht en interesse getoond in een BMW X5 (hierna: de auto). [partij] is geholpen door een medewerker van [de autoverkoper] c.s., de heer [medewerker] .
2.2.
De heer [medewerker] en [partij] hebben onderhandeld en zijn een prijs van € 63.949,63 inclusief btw en BPM overeengekomen. [medewerker] heeft hiertoe een order opgemaakt op naam van [partij] . [partij] heeft deze order ondertekend en daarop de volgende tekst geschreven:
“verkocht onder voorbehoud voor akkoord van financiering”
2.3.
[partij] heeft op 17 september 2025 een bedrag van € 3.000,00 overgemaakt naar [de autoverkoper] c.s. Dit bedrag is niet vermeld op de order.
2.4.
[de autoverkoper] c.s. heeft ten aanzien van de financiering van de auto BD Lease ingeschakeld.
2.5.
[partij] heeft op verzoek van BD Lease inkomensgegevens in de vorm van jaarcijfers van de VOF van 2023, 2024 en een deel van 2025, het KvK-nummer, een kopie van zijn privé bankpas en een kopie van zijn rijbewijs verstrekt.
2.6.
BD Lease heeft [partij] op 22 september 2025 per e-mail het volgende laten weten:
“Goed nieuws! De lease aanvraag is zojuist goedgekeurd op R&E Trading waarbij de tenaamstelling en betaling op privé komen!
Onderstaande het voorstel voor het volledige bedrag excl. btw op 60 maanden met een slottermijn van € 9.999,31.
(…)
Indien jij akkoord gaat het met voorstel ontvang ik graag de volgende gegevens:
ingevulde verklaring akkoord kenteken op privé naam, zie bijlage
kopie rijbewijs vennoot
kopie factuur voertuig
Ik hoor graag of jij akkoord gaat met het voorstel en gebruik wenst te maken van de clausule boetevrij inlossen.
(…)”
2.7.
[partij] is niet akkoord gegaan met het door BD Lease aangeboden financieringsvoorstel.
2.8.
Op 1 oktober 2025 heeft [partij] per e-mail aan [de autoverkoper] c.s. laten weten af te zien van de aankoop van de auto.
2.9.
De auto is op 27 oktober 2025 door [de autoverkoper] c.s. verkocht aan een derde.
3Het geschil
in conventie en in reconventie
3.1.
[partij] vordert - samengevat - bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [de autoverkoper] c.s. tot betaling binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis van een bedrag van € 3.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente, en veroordeling in de proceskosten, alsmede de buitengerechtelijke kosten en nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente.
3.2.
[partij] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Het bedrag van € 3.000,00 is door [partij] onverschuldigd aan [de autoverkoper] c.s. betaald nu tussen partijen geen koopovereenkomst tot stand is gekomen omdat het overeengekomen financieringsvoorbehoud niet is vervuld. [partij] heeft namelijk geen akkoord gegeven op het door BD Lease aangeboden financieringsvoorstel.
3.3.
[de autoverkoper] VOF c.s. voeren verweer en concluderen tot afwijzing van de vordering van [partij] , met veroordeling van [partij] in de kosten van deze procedure.
3.4.
[de autoverkoper] VOF c.s. voeren aan dat het bedrag van € 3.000,00 niet onverschuldigd is betaald omdat tussen partijen een geldige en bindende koopovereenkomst tot stand is gekomen. De financiering is door BD Lease schriftelijk goedgekeurd waardoor aan het financieringsvoorbehoud is voldaan. [partij] heeft de overeenkomst nadien eenzijdig en ongerechtvaardigd geannuleerd, zodat hij gehouden is de door [de autoverkoper] c.s. hierdoor geleden schade van € 9.592,44 te vergoeden.
3.5.
Op hun beurt vorderen [de autoverkoper] c.s. in reconventie, bij vonnis, veroordeling van [partij] tot betaling van een bedrag van € 9.592,44, vermeerderd met rente en kosten, alsmede veroordeling in de proceskosten.
3.6.
[partij] voert verweer.
3.7.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling
4.1.
Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zullen deze vorderingen gezamenlijk worden behandeld.
Het financieringsvoorbehoud
4.2.
Vast staat dat, door het opnemen van de tekst “verkocht onder voorbehoud voor akkoord van financiering” op de order, tussen partijen een financieringsvoorbehoud is overeengekomen. Hiervan uitgaande is de kantonrechter van oordeel dat partijen zich niet meer in de precontractuele fase bevonden. [partij] heeft de order met daarop de overeengekomen verkoopprijs ondertekend en gekozen voor de formulering dat de auto verkocht is, zij het onder voorwaarden. Tussen partijen is hierdoor een volwaardige maar voorwaardelijke koopovereenkomst tot stand gekomen. Partijen spreken zelf van het financieringsvoorbehoud als opschortende voorwaarde. De juridische kwalificatie hiervan betreft echter een ontbindende voorwaarde, waarbij de overeenkomst van rechtswege eindigt wanneer het financieringsvoorbehoud niet wordt vervuld.
4.3.
Het financieringsvoorbehoud is onderdeel van de tussen partijen gesloten voorwaardelijke koopovereenkomst. Omdat partijen geen overeenstemming over de inhoud van het voorbehoud hebben bereikt moet, om te bepalen wat partijen zijn overeengekomen, de overeenkomst worden uitgelegd. Bij de uitleg van een overeenkomst gaat het niet alleen om de taalkundige betekenis van de bewoordingen die bij het maken van het voorbehoud zijn gebruikt, maar ook om de zin die partijen in de gegeven omstandigheden daaraan redelijkerwijs mochten toekennen en om hetgeen ze dienaangaande over en weer redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. De kantonrechter is van oordeel dat [partij] als koper redelijkerwijs mocht begrijpen dat de financiering een voor hem passende en acceptabele financiering moest zijn, inhoudende dat hij als koper akkoord moet zijn met de opzet daarvan en de bijbehorende voorwaarden. Een redelijke uitleg brengt mee dat [partij] niet had hoeven begrijpen dat hij, zoals [de autoverkoper] c.s. kennelijk betogen, elk voorstel dat door een financier aan hem wordt gedaan zou moeten accepteren. Niet elk voorstel is immers een passend en acceptabel voorstel. Voor de vraag of dat het geval is zijn een reeks factoren van belang, zoals: wat waren de uitgangspunten, welke voorwaarden golden, wat waren de maandlasten, wat waren de zekerheden, was de financiering zakelijk of privé en wat zijn de fiscale gevolgen en risico’s van de financiering. Hierover stellen [de autoverkoper] c.s. niets. Het door BD Lease gedane financieringsvoorstel stond op naam van de onderneming van [partij] en niet op naam van [partij] in privé. Alleen al hierom is het onaannemelijk dat [partij] elk financieringsvoorstel dat aan hem gedaan wordt moest accepteren. Een redelijke uitleg van de overeenkomst laat dat niet toe.
4.4.
Vast staat dat [partij] niet heeft ingestemd met het door BD Lease gedane financieringsvoorstel. Niet gesteld of gebleken is dat dit een passend en acceptabel financieringsvoorstel betrof dat door [partij] geweigerd is, zodat het financieringsvoorbehoud niet is vervuld. De ontbindende voorwaarde treedt hierdoor in waardoor de koopovereenkomst tussen partijen van rechtswege is ontbonden. Voor de door [partij] gedane betaling van € 3.000,00, welke betaling op zichzelf door [de autoverkoper] c.s. niet wordt betwist, bestond daarom geen rechtsgrond, zodat deze onverschuldigd aan [de autoverkoper] c.s. is betaald. [de autoverkoper] c.s. zullen daarom in conventie worden veroordeeld tot terugbetaling van dit bedrag. Nu [de autoverkoper] c.s. hier geen verweer tegen hebben gevoerd dient betaling binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis plaats te vinden.
4.5.
Nu de kantonrechter heeft overwogen dat tussen partijen geen koopovereenkomst ten aanzien van de auto bestaat is daarmee de grondslag voor de vorderingen van [de autoverkoper] c.s. in reconventie komen te vervallen. De vorderingen in reconventie zullen daarom worden afgewezen.
Wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten
4.6.
[partij] vordert wettelijke rente over € 3.000,00 vanaf de datum van verzuim, zijnde 9 oktober 2025, althans vanaf de dag van betekening, tot de dag der algehele voldoening. Onbetwist is gesteld dat op 9 oktober 2025 verzuim is ingetreden zodat vanaf die dag wettelijke rente verschuldigd is. Deze vordering wordt daarom toegewezen.
4.7.
Verder vordert [partij] vergoeding van buitengerechtelijke kosten vermeerderd met de wettelijke rente. Deze vordering valt niet onder het toepassingsbereik van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter zal daarom de gevorderde vergoeding toetsen aan de oriëntatiepunten voor de beoordeling van dergelijke vordering uit het Rapport BGK-Integraal 2013, maar met toepassing van de wettelijke tarieven die geacht worden redelijk te zijn. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke (incasso-)kosten zal worden afgewezen. [partij] heeft immers niet gesteld dat kosten zijn gemaakt die betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De kosten waarvan [partij] vergoeding vordert, moeten dan ook worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten.
Proceskosten
4.8.
[de autoverkoper] VOF c.s. wordt in conventie overwegend in het ongelijk gesteld en wordt daarom verwezen in de proceskosten (inclusief nakosten). De proceskosten van [partij] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
150,66
- griffierecht
€
257,00
- salaris gemachtigde
€
506,00
(2 punten × € 253,00)
- nakosten
€
126,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.040,16
4.9.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten in conventie wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
4.10.
[de autoverkoper] VOF c.s. wordt in reconventie in het ongelijk gesteld en wordt daarom verwezen in de proceskosten. De proceskosten van [partij] worden begroot op: salaris gemachtigde € 720,00 (2 punten x € 360,00).
5De beslissing
De kantonrechter
in conventie
5.1.
veroordeelt [de autoverkoper] VOF c.s. om tegen behoorlijk bewijs van kwijting binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis aan [partij] € 3.000,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover, met ingang van 9 oktober 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [de autoverkoper] VOF c.s. in de proceskosten van € 1.040,16, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [de autoverkoper] VOF c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt [de autoverkoper] VOF c.s. tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
5.6.
wijst de vorderingen van [de autoverkoper] VOF c.s. af,
5.7.
veroordeelt [de autoverkoper] VOF c.s. in de proceskosten van € 720,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [de autoverkoper] VOF c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026.
Artikel 6:22 Burgerlijk Wetboek
Hoge Raad 13 maart 1982, ECLI:NL:HR:1981:AG4158
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11997324 \ CV EXPL 25-5176
Vonnis van 22 juli 2026
in de zaak van
[partij]
,
te [plaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [partij] ,
gemachtigde: K. Wöltgens-Daems,
tegen
1 [de autoverkoper] VOF,
te [plaats] ,2. [vennoot 1],
in hoedanigheid van vennoot van [de autoverkoper] VOF,
te [plaats] ,3. [vennoot 2],
in hoedanigheid van vennoot van [de autoverkoper] VOF,
te [plaats] ,4. [vennoot 3],
in hoedanigheid van vennoot van [de autoverkoper] VOF,
te [plaats] ,5. [vennoot 4],
in hoedanigheid van vennoot van [de autoverkoper] VOF,
te [plaats] ,
gedaagde partijen in conventie,
eisende partijen in reconventie,
hierna samen te noemen: [de autoverkoper] c.s.,
procederend in persoon.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het exploot van dagvaarding van 13 november 2025 met producties 1 tot en met 6;- de conclusie van antwoord in conventie tevens eis in reconventie met producties 1 tot en met 3;
- de conclusie van antwoord in reconventie met producties 7 en 8;
- de conclusie van repliek in conventie en dupliek in reconventie die door de kantonrechter wordt aangemerkt als de conclusie van repliek in conventie;
- de conclusie van dupliek in conventie en repliek in reconventie;- de conclusie van dupliek in reconventie.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
[partij] heeft op 17 september 2025 de showroom van [de autoverkoper] c.s. bezocht en interesse getoond in een BMW X5 (hierna: de auto). [partij] is geholpen door een medewerker van [de autoverkoper] c.s., de heer [medewerker] .
2.2.
De heer [medewerker] en [partij] hebben onderhandeld en zijn een prijs van € 63.949,63 inclusief btw en BPM overeengekomen. [medewerker] heeft hiertoe een order opgemaakt op naam van [partij] . [partij] heeft deze order ondertekend en daarop de volgende tekst geschreven:
“verkocht onder voorbehoud voor akkoord van financiering”
2.3.
[partij] heeft op 17 september 2025 een bedrag van € 3.000,00 overgemaakt naar [de autoverkoper] c.s. Dit bedrag is niet vermeld op de order.
2.4.
[de autoverkoper] c.s. heeft ten aanzien van de financiering van de auto BD Lease ingeschakeld.
2.5.
[partij] heeft op verzoek van BD Lease inkomensgegevens in de vorm van jaarcijfers van de VOF van 2023, 2024 en een deel van 2025, het KvK-nummer, een kopie van zijn privé bankpas en een kopie van zijn rijbewijs verstrekt.
2.6.
BD Lease heeft [partij] op 22 september 2025 per e-mail het volgende laten weten:
“Goed nieuws! De lease aanvraag is zojuist goedgekeurd op R&E Trading waarbij de tenaamstelling en betaling op privé komen!
Onderstaande het voorstel voor het volledige bedrag excl. btw op 60 maanden met een slottermijn van € 9.999,31.
(…)
Indien jij akkoord gaat het met voorstel ontvang ik graag de volgende gegevens:
ingevulde verklaring akkoord kenteken op privé naam, zie bijlage
kopie rijbewijs vennoot
kopie factuur voertuig
Ik hoor graag of jij akkoord gaat met het voorstel en gebruik wenst te maken van de clausule boetevrij inlossen.
(…)”
2.7.
[partij] is niet akkoord gegaan met het door BD Lease aangeboden financieringsvoorstel.
2.8.
Op 1 oktober 2025 heeft [partij] per e-mail aan [de autoverkoper] c.s. laten weten af te zien van de aankoop van de auto.
2.9.
De auto is op 27 oktober 2025 door [de autoverkoper] c.s. verkocht aan een derde.
3Het geschil
in conventie en in reconventie
3.1.
[partij] vordert - samengevat - bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [de autoverkoper] c.s. tot betaling binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis van een bedrag van € 3.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente, en veroordeling in de proceskosten, alsmede de buitengerechtelijke kosten en nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente.
3.2.
[partij] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Het bedrag van € 3.000,00 is door [partij] onverschuldigd aan [de autoverkoper] c.s. betaald nu tussen partijen geen koopovereenkomst tot stand is gekomen omdat het overeengekomen financieringsvoorbehoud niet is vervuld. [partij] heeft namelijk geen akkoord gegeven op het door BD Lease aangeboden financieringsvoorstel.
3.3.
[de autoverkoper] VOF c.s. voeren verweer en concluderen tot afwijzing van de vordering van [partij] , met veroordeling van [partij] in de kosten van deze procedure.
3.4.
[de autoverkoper] VOF c.s. voeren aan dat het bedrag van € 3.000,00 niet onverschuldigd is betaald omdat tussen partijen een geldige en bindende koopovereenkomst tot stand is gekomen. De financiering is door BD Lease schriftelijk goedgekeurd waardoor aan het financieringsvoorbehoud is voldaan. [partij] heeft de overeenkomst nadien eenzijdig en ongerechtvaardigd geannuleerd, zodat hij gehouden is de door [de autoverkoper] c.s. hierdoor geleden schade van € 9.592,44 te vergoeden.
3.5.
Op hun beurt vorderen [de autoverkoper] c.s. in reconventie, bij vonnis, veroordeling van [partij] tot betaling van een bedrag van € 9.592,44, vermeerderd met rente en kosten, alsmede veroordeling in de proceskosten.
3.6.
[partij] voert verweer.
3.7.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling
4.1.
Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zullen deze vorderingen gezamenlijk worden behandeld.
Het financieringsvoorbehoud
4.2.
Vast staat dat, door het opnemen van de tekst “verkocht onder voorbehoud voor akkoord van financiering” op de order, tussen partijen een financieringsvoorbehoud is overeengekomen. Hiervan uitgaande is de kantonrechter van oordeel dat partijen zich niet meer in de precontractuele fase bevonden. [partij] heeft de order met daarop de overeengekomen verkoopprijs ondertekend en gekozen voor de formulering dat de auto verkocht is, zij het onder voorwaarden. Tussen partijen is hierdoor een volwaardige maar voorwaardelijke koopovereenkomst tot stand gekomen. Partijen spreken zelf van het financieringsvoorbehoud als opschortende voorwaarde. De juridische kwalificatie hiervan betreft echter een ontbindende voorwaarde, waarbij de overeenkomst van rechtswege eindigt wanneer het financieringsvoorbehoud niet wordt vervuld.
4.3.
Het financieringsvoorbehoud is onderdeel van de tussen partijen gesloten voorwaardelijke koopovereenkomst. Omdat partijen geen overeenstemming over de inhoud van het voorbehoud hebben bereikt moet, om te bepalen wat partijen zijn overeengekomen, de overeenkomst worden uitgelegd. Bij de uitleg van een overeenkomst gaat het niet alleen om de taalkundige betekenis van de bewoordingen die bij het maken van het voorbehoud zijn gebruikt, maar ook om de zin die partijen in de gegeven omstandigheden daaraan redelijkerwijs mochten toekennen en om hetgeen ze dienaangaande over en weer redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. De kantonrechter is van oordeel dat [partij] als koper redelijkerwijs mocht begrijpen dat de financiering een voor hem passende en acceptabele financiering moest zijn, inhoudende dat hij als koper akkoord moet zijn met de opzet daarvan en de bijbehorende voorwaarden. Een redelijke uitleg brengt mee dat [partij] niet had hoeven begrijpen dat hij, zoals [de autoverkoper] c.s. kennelijk betogen, elk voorstel dat door een financier aan hem wordt gedaan zou moeten accepteren. Niet elk voorstel is immers een passend en acceptabel voorstel. Voor de vraag of dat het geval is zijn een reeks factoren van belang, zoals: wat waren de uitgangspunten, welke voorwaarden golden, wat waren de maandlasten, wat waren de zekerheden, was de financiering zakelijk of privé en wat zijn de fiscale gevolgen en risico’s van de financiering. Hierover stellen [de autoverkoper] c.s. niets. Het door BD Lease gedane financieringsvoorstel stond op naam van de onderneming van [partij] en niet op naam van [partij] in privé. Alleen al hierom is het onaannemelijk dat [partij] elk financieringsvoorstel dat aan hem gedaan wordt moest accepteren. Een redelijke uitleg van de overeenkomst laat dat niet toe.
4.4.
Vast staat dat [partij] niet heeft ingestemd met het door BD Lease gedane financieringsvoorstel. Niet gesteld of gebleken is dat dit een passend en acceptabel financieringsvoorstel betrof dat door [partij] geweigerd is, zodat het financieringsvoorbehoud niet is vervuld. De ontbindende voorwaarde treedt hierdoor in waardoor de koopovereenkomst tussen partijen van rechtswege is ontbonden. Voor de door [partij] gedane betaling van € 3.000,00, welke betaling op zichzelf door [de autoverkoper] c.s. niet wordt betwist, bestond daarom geen rechtsgrond, zodat deze onverschuldigd aan [de autoverkoper] c.s. is betaald. [de autoverkoper] c.s. zullen daarom in conventie worden veroordeeld tot terugbetaling van dit bedrag. Nu [de autoverkoper] c.s. hier geen verweer tegen hebben gevoerd dient betaling binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis plaats te vinden.
4.5.
Nu de kantonrechter heeft overwogen dat tussen partijen geen koopovereenkomst ten aanzien van de auto bestaat is daarmee de grondslag voor de vorderingen van [de autoverkoper] c.s. in reconventie komen te vervallen. De vorderingen in reconventie zullen daarom worden afgewezen.
Wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten
4.6.
[partij] vordert wettelijke rente over € 3.000,00 vanaf de datum van verzuim, zijnde 9 oktober 2025, althans vanaf de dag van betekening, tot de dag der algehele voldoening. Onbetwist is gesteld dat op 9 oktober 2025 verzuim is ingetreden zodat vanaf die dag wettelijke rente verschuldigd is. Deze vordering wordt daarom toegewezen.
4.7.
Verder vordert [partij] vergoeding van buitengerechtelijke kosten vermeerderd met de wettelijke rente. Deze vordering valt niet onder het toepassingsbereik van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter zal daarom de gevorderde vergoeding toetsen aan de oriëntatiepunten voor de beoordeling van dergelijke vordering uit het Rapport BGK-Integraal 2013, maar met toepassing van de wettelijke tarieven die geacht worden redelijk te zijn. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke (incasso-)kosten zal worden afgewezen. [partij] heeft immers niet gesteld dat kosten zijn gemaakt die betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De kosten waarvan [partij] vergoeding vordert, moeten dan ook worden aangemerkt als betrekking hebbend op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten.
Proceskosten
4.8.
[de autoverkoper] VOF c.s. wordt in conventie overwegend in het ongelijk gesteld en wordt daarom verwezen in de proceskosten (inclusief nakosten). De proceskosten van [partij] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
150,66
- griffierecht
€
257,00
- salaris gemachtigde
€
506,00
(2 punten × € 253,00)
- nakosten
€
126,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.040,16
4.9.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten in conventie wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
4.10.
[de autoverkoper] VOF c.s. wordt in reconventie in het ongelijk gesteld en wordt daarom verwezen in de proceskosten. De proceskosten van [partij] worden begroot op: salaris gemachtigde € 720,00 (2 punten x € 360,00).
5De beslissing
De kantonrechter
in conventie
5.1.
veroordeelt [de autoverkoper] VOF c.s. om tegen behoorlijk bewijs van kwijting binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis aan [partij] € 3.000,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover, met ingang van 9 oktober 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [de autoverkoper] VOF c.s. in de proceskosten van € 1.040,16, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [de autoverkoper] VOF c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt [de autoverkoper] VOF c.s. tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
5.6.
wijst de vorderingen van [de autoverkoper] VOF c.s. af,
5.7.
veroordeelt [de autoverkoper] VOF c.s. in de proceskosten van € 720,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [de autoverkoper] VOF c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026.
Artikel 6:22 Burgerlijk Wetboek
Hoge Raad 13 maart 1982, ECLI:NL:HR:1981:AG4158