Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2026:6369

2026-07-15 Civiel recht; Verbintenissenrecht 9563832 \ CV EXPL 21-5975
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Uitspraakdatum
2026-07-15
Publicatiedatum
2026-07-01
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
9563832 \ CV EXPL 21-5975
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Aanneemovereenkomst. Vorderingen over en weer toe- en afgewezen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (8.156 tekens)
RECHTBANK
LIMBURG



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Roermond



Zaaknummer: 9563832 \ CV EXPL 21-5975




Vonnis van 15 juli 2026




in de zaak van





[B.V.] , tevens handelende onder de naam [de aannemer],
te [plaats 1] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [de aannemer] ,
gemachtigde: Dhr. [gemachtigde] , DAS Rechtsbijstand,



tegen





1 [opdrachtgever 1] ,

te [plaats 2] ,
gemachtigde: ARAG SE,2. [opdrachtgever 2],
te [plaats 2] ,
niet verschenen,
gedaagde partijen in conventie,
eisende partijen in reconventie,
hierna samen te noemen: [de opdrachtgevers] .






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 27 maart 2024- het deskundigenbericht
- de conclusie na deskundigenbericht van [de aannemer]
- de antwoordconclusie na deskundigenbericht van [de opdrachtgevers] .



1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.






2De verdere beoordeling



in conventie en in reconventie




2.1.

[de aannemer] vordert – samengevat – betaling van:


€ 14.587,03 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals in de dagvaarding omschreven;


€ 1.446,37 aan kosten voor de contra-expertise;


€ 920,87 aan buitengerechtelijke kosten;


de proceskosten.





2.2.
De kantonrechter verwijst in de eerste plaats naar de eerder gewezen tussenvonnissen. Hij blijft bij de inhoud daarvan.



2.3.
Naar aanleiding van de mondelinge behandeling is er in het tussenvonnis van 19 juni 2024 een deskundige benoemd teneinde een aantal vragen te beantwoorden. Kortgezegd komen deze vragen erop neer dat de deskundige dient te onderzoeken of er -met inachtneming van de overeenkomst tussen partijen- sprake is van gebreken en of deze gebreken onder de verantwoordelijkheid van [de aannemer] vallen. Voor zover daarvan sprake is dient voorts in kaart te worden gebracht welke herstelkosten gemoeid zijn met deze gebreken. Voorts is gevraagd de meerwerkopgave beoordeeld.



2.4.
De deskundige heeft op 21 april 2026 een definitief rapport uitgebracht. Dit rapport is gebaseerd op visueel onderzoek waarbij tevens een derde (onafhankelijk) constructeur betrokken is. De kantonrechter kan de wijze van onderzoek alsmede de waarnemingen van de deskundige volgen en kan zich vinden in de beantwoording van de vragen door de deskundige.



2.5.
De deskundige komt tot de conclusie dat er een beperkt aantal gebreken te benomen zijn. De kantonrechter noemt die hierna:


Gebrek aan afschot van het plat dak, waarmee € 3.760,00 incl. btw gemoeid is;


afmaken/herstellen/fatsoeneren van de elektrische installatie dient nog uitgevoerd te worden, waarmee € 950,00 gemoeid is;


sluitplaten in de kozijnen dienen nog aangebracht te worden, waarmee € 150,00 gemoeid is.


De deskundige heeft voorts geoordeeld dat de meerwerkopgave die sluit op € 5.372,49 exclusief BTW (€ 6.5000,72 inclusief btw) wat betreft omvang van werkzaamheden en bedragen redelijk voorkomt.



2.6.

[de opdrachtgevers] vordert na vermeerdering van eis in reconventie een verklaring voor recht dat [de aannemer] is tekort geschoten in de nakoming van de aannemingsovereenkomst en verrekening van de in conventie gevorderde laatste termijnfactuur groot € 6.749,87 (inclusief BTW) met de herstelkosten die volgen uit de rapportage van de deskundige (€ 4.860,00 inclusief BTW) óf toewijzing van een bedrag van € 4.860,00 en betaling van de proceskosten.



2.7.

In conventie zijn twee facturen aan de orde, te weten de laatste termijnfactuur van [de aannemer] en de meerwerkfactuur. De kantonrechter zal de laatste termijnfactuur toewijzen met daarop de vermindering van het te verrekenen bedrag. Wat betreft de meerwerkfactuur stelt de kantonrechter vast dat hieraan geen schriftelijke overeenkomst ten grondslag ligt. [de opdrachtgevers] heeft zich echter niet op het standpunt gesteld dat er geen opdracht zou zijn verstrekt. [de opdrachtgevers] heeft niet betaald vanwege inhoudelijke discussie over de gewerkte uren en op basis van opschorting vanwege ondeugdelijke nakoming. Op basis van de rapportage van de deskundige zijn deze beide argumenten niet meer houdbaar en zijn de in rekening gebrachte kosten redelijk. De kantonrechter zal dus ook de meerwerkfactuur toewijzen.
Over beide bedragen is [de opdrachtgevers] de wettelijke rente verschuldigd zoals gevorderd in de dagvaarding.




2.8.
Omdat de deskundige heeft vastgesteld dat [de aannemer] is tekort geschoten in de nakoming van de verplichtingen uit de overeenkomst, blijven de gevorderde kosten van de contra-expertise voor rekening van [de aannemer] . Dit deel van de vordering wordt daarom afgewezen.



2.9.

[de aannemer] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [de opdrachtgevers] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. [de aannemer] heeft de aanmaning als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 BW niet overgelegd. Daardoor is niet voldaan aan de wettelijke verplichting om de stukken waarop een beroep is gedaan over te leggen. De gevorderde vergoeding zal worden afgewezen, omdat de kantonrechter niet kan controleren of een correcte aanmaning is verstuurd.



2.10.

Resumerend wordt het volgende toegewezen:
Aan [de aannemer] :



de laatste termijnfactuur ad € 1.889,87 (€ 6.749,87 -/- € 4.860,00)


€ 6.500,71 inclusief btw aan meerwerk


Aan [de opdrachtgevers] :
- de gevorderde verklaring voor recht.



2.11.
Omdat beide partijen gedeeltelijk ongelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.






3De beslissing


De kantonrechter




in conventie en in reconventie




3.1.
veroordeelt [de opdrachtgevers] om aan [de aannemer] te betalen een bedrag van:


€ 1.889,87 inclusief btw, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 juni 2020 tot aan de dag van betaling,


€ 6.500,71 inclusief btw, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 september 2020 tot aan de dag van betaling,





3.2.
verklaart voor recht dat [de aannemer] toerekenbaar is tekort geschoten in de nakoming van de met [de opdrachtgevers] gesloten aanneemovereenkomst,



3.3.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,



3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,



3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af,



Dit vonnis is gewezen door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.