Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2026:4815

2026-05-27 Civiel recht; Verbintenissenrecht 11900567 \ CV EXPL 25-4181
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Uitspraakdatum
2026-05-27
Publicatiedatum
2026-05-18
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
11900567 \ CV EXPL 25-4181
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Schade na verlies gehuurde camera's wordt geschat.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (8.325 tekens)
RECHTBANK
LIMBURG



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Roermond



Zaaknummer: 11900567 \ CV EXPL 25-4181




Vonnis van 27 mei 2026




in de zaak van




BUDGET CAMERA VERHUUR B.V.,
te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: BCV,
gemachtigde: Smaal Finance Incasso BV,



tegen





[bewindvoerder] , h.o.d.n. [gedaagde] , in hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [belanghebbende] ,

te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 11 februari 2026- het herstelvonnis van 4 maart 2026
- de akte van BCV.



1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.






2De verdere beoordeling


2.1.
Op 11 februari 2026 is een tussenvonnis gewezen en op 4 maart 2026 een herstelvonnis. De kantonrechter blijft bij de inhoud van die vonnissen. In het tussenvonnis van 11 februari 2026 is overwogen dat de gestelde schade niet is onderbouwd, dat er geen aankoopfacturen zijn overgelegd waaruit blijkt wanneer de betreffende lenzen zijn aangeschaft en voor welk bedrag. Verder is overwogen dat er btw in rekening wordt gebracht, maar dat dit doorgaans een verrekenbare post vormt voor een ondernemer en dat dit daarmee geen schade is.



2.2.
BCV is in de gelegenheid gesteld om bij akte te reageren op dat wat in het tussenvonnis is overwogen en hiervoor is weergegeven. Dit heeft BCV gedaan. Zij heeft een akte genomen waarbij zij haar vordering heeft verminderd met de in rekening gebrachte btw. De verminderde hoofdsom bedraagt nu € 4.772,15. Ook heeft BCV de vordering van de buitengerechtelijke kosten teruggebracht naar een bedrag van € 602,22.



2.3.
BCV geeft verder aan dat zij geen stukken kan overleggen van de aankoopwaarde van de individuele apparatuur. Verder wijst BCV op haar algemene voorwaarden. Daarin is in artikel 9.3 het volgende opgenomen: “(…)Bij verlies, diefstal of beschadiging, vergoedt de Klant naar keuze van Budgetcam de reparatiekosten of kosten van vervanging van de betreffende Apparatuur door nieuwe Apparatuur en eventuele in redelijkheid te maken overige kosten.(…)”. Volgens BCV volgt hieruit dat is overeengekomen dat [gedaagde] bij verlies of diefstal de vervangingswaarde van de apparatuur moet vergoeden. Ter onderbouwing van de schade heeft BCV advertenties van websites overgelegd. Hieruit volgt volgens haar dat het gevorderde bedrag overeenkomt met de marktwaarde van de apparatuur.



2.4.
Omdat BCV heeft aangegeven dat zij de schade niet concreet kan aantonen, moet deze op basis van artikel 6:97 BW worden geschat. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de benadeelde zoveel mogelijk in de toestand moet worden gebracht waarin hij zou hebben verkeerd indien de schadeveroorzakende gebeurtenis zou zijn uitgebleven. Hieruit volgt dat de schade in beginsel moet worden berekend met inachtneming van alle omstandigheden van het concrete geval. Dit brengt mee dat de omvang van de schade wordt bepaald door een vergelijking van de toestand zoals deze in werkelijkheid is met de toestand zoals die (vermoedelijk) zou zijn geweest indien de schadeveroorzakende gebeurtenis niet zou hebben plaatsgevonden.



2.5.

Op basis van artikel 9.3. moet [gedaagde] de vervangingswaarde vergoeden. BCV heeft
advertenties overgelegd van de betreffende artikelen. In de huurovereenkomst staat vermeld dat het volgende is gehuurd:



LC 8074, Canon RF 28-70mm f/2 L USM


LC 8244, Canon RF 70-200 mm f/2.8L IS USM


In de dagvaarding stelt BCV dat er 2 cameralenzen zijn gehuurd met toebehoren. Om welke toebehoren het gaat, is niet vermeld en kan niet uit de stukken worden afgeleid. BCV heeft hiermee niet voldaan aan haar stelplicht. De kantonrechter zal daarom de schade van de twee gestolen lenzen, met inachtneming van de overgelegde advertenties, schatten op een bedrag van € 4.000,00. Over dit bedrag moet [gedaagde] de wettelijke rente betalen vanaf vandaag tot aan de dag van betaling.



2.6.
BCV vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De overeenkomst is gesloten met [belanghebbende] als consument. Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. BCV heeft aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Gelet op de hoogte van de toe te wijzen hoofdsom zal een bedrag van € 525,00 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen zoals gevorderd.



2.7.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van BCV worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


120,78







- griffierecht


€


543,00







- salaris gemachtigde


€


720,00


(2,5 punten × € 288,00)




- nakosten


€


144,00


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


1.527,78











2.8.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.






3De beslissing


De kantonrechter



3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan BCV te betalen een bedrag van € 4.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, vanaf vandaag tot de dag van volledige betaling,



3.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan BCV te betalen een bedrag van € 525,00 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,



3.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.527,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



3.4.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,



3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.



Dit vonnis is gewezen door mr. Van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026.