Rechtbank Limburg
ECLI:NL:RBLIM:2026:4719
2026-05-20
Civiel recht; Arbeidsrecht
12085533 \ AZ VERZ 26-23
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst wordt afgewezen. Geen disfunctioneren, geen duurzaam verstoorde arbeidsverhouding. Het tegenverzoek van werknemer om hem toe te laten tot de bedongen werkzaamheden, wordt toegewezen.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2019:933 Hoge Raad 14-06-2019
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (25.340 tekens)
RECHTBANK
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer / rekestnummer: 12085533 \ AZ VERZ 26-23
Beschikking van 20 mei 2026
in de zaak van
BILFINGER MAINTENANCE NETHERLANDS B.V.,
voorheen handelende onder de naam Stork Technical Services Nederland B.V.,
te Rotterdam,
verzoekende partij,
verwerende partij in het tegenverzoek,
hierna te noemen: Bilfinger,
gemachtigde: mr. M.C.V. Dornstedt,
tegen
[werknemer]
,
te [plaats],
verwerende partij,
verzoekende partij in het tegenverzoek,
hierna te noemen: [werknemer],
gemachtigde: mr. L.A.W. Nooijen.
De zaak in het kort
In deze zaak verzoekt de werkgever om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer. De kantonrechter wijst het verzoek af, omdat er geen redelijke grond is voor ontbinding. Het tegenverzoek van werknemer om hem toe te laten tot de bedongen werkzaamheden, wordt toegewezen.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het op 4 februari 2026 ontvangen verzoekschrift
- het op 25 maart 2026 ingediende verweerschrift, met een tegenverzoek.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 8 april 2026. Bij die gelegenheid hebben beide gemachtigden spreekaantekeningen in het geding gebracht.
1.3.
De beschikking is vervolgens bepaald op vandaag.
2. De feiten
2.1.
Bilfinger is een technische dienstverlener binnen het domein van piping & mechanical en electrical & instrumentation in de procesindustrie. Bilfinger heeft meer dan 1560 werknemers in dienst binnen de Benelux.
2.2.
[werknemer], geboren op [datum] 1981, is op 1 september 2011 bij (de rechtsvoorganger van) Bilfinger in dienst getreden. [werknemer] is gestart in de functie van Monteur en is inmiddels werkzaam als Uitvoerder met een salaris van € 4.881,72 bruto per maand, exclusief 8% vakantietoeslag en overige emolumenten.
2.3.
Tijdens een voortgangsgesprek op 12 juni 2025 heeft de heer [persoon 1], Hoofd Uitvoerder en leidinggevende van [werknemer], aan [werknemer] meegedeeld dat hij onvoldoende functioneert en heeft hij aan [werknemer] gevraagd om verbetervoorstellen met betrekking tot zijn functioneren te doen.
2.4.
Op 13 juni 2025 stuurt [werknemer] een mail aan [persoon 1], waarop [persoon 1] in een mail van 25 juni 2025 reageert. Op 15 juli 2025 bericht [persoon 1] aan [werknemer] dat hij sinds het gesprek van 12 juli 2025 geen verbetering ziet in het functioneren van [werknemer].
2.5.
Op 31 juli 2025 vindt er een gesprek plaats waarbij [werknemer], [persoon 1] en mevrouw [persoon 2], Business Partner HR, aanwezig zijn. Tijdens dat gesprek is er een verbeterplan doorgenomen. Afgesproken wordt dat [persoon 1] iedere maand het plan en de voortgang met [werknemer] bespreekt. Op 25 augustus 2025 en 24 november 2025 vinden er voortgangsgesprekken plaats.
2.6.
In een brief van 17 december 2025 laat Bilfinger aan [werknemer] weten dat hij zijn functioneren niet heeft verbeterd. Bilfinger schrijft in die brief onder meer het volgende:
‘In het oog springende aandachtspunten in uw verbeterplan zijn uw houding en gedrag zoals negeren van instructies en geen opvolging geven aan verbetervoorstellen, gebrekkige communicatie naar zowel medewerkers als opdrachtgevers en gebrekkige financiële afwikkeling. De belangrijkste kerncompetenties van de functie Uitvoerder die wij missen in uw performance zijn:
Plannen en reserveren van medewerkers voor projecten en overige werkzaamheden:
Uw prestaties op dit vlak zijn structureel ondermaats gebleven. Enkele voorbeelden: Monteurs klagen over ontbreken van informatie waar ze ingedeeld zijn, je houdt de planningstool niet bij, urenregistratie blijft onvolledig.
Delegeren en opvolgen van klussen:
U draagt onvoldoende zorg dat teamleden hun werk goed, volledig en zelfstandig kunnen uitvoeren. Taken worden niet consequent opgevolgd, waardoor de voortgang en kwaliteit van werkzaamheden in het gedrang komen.
Integriteit:
Er zijn meerdere situaties geconstateerd waarin u heeft aangegeven dat bepaalde werkzaamheden zijn uitgevoerd of dat overleg met collega’s heeft plaatsgevonden, terwijl bij navraag bleek dat dit niet het geval was. Dit tast het vertrouwen in u als persoon aan.
Uw disfunctioneren leidt tot problemen, zowel in onze eigen organisatie als bij opdrachtgevers. Nu voornoemde en beschreven gebreken zien op essentiële taken die u als Uitvoerder dient uit te voeren en u geen blijk geeft dat u deze gebreken wilt verbeteren, kan deze situatie niet voortduren.’
2.7.
Vervolgens biedt Bilfinger [werknemer] in diezelfde brief per 1 januari 2026 de functie van Technicus W niveau B aan. In die functie blijven zijn huidige arbeidsvoorwaarden, inclusief salaris, ongewijzigd, met uitzondering van de functietitel en de bijbehorende salarisschaal, die conform de functie van Technicus W niveau B zal worden toegepast. [werknemer] wordt verzocht om binnen 7 dagen te laten weten of hij instemt met de voorgestelde aanpassing van zijn functie. Indien hij niet instemt, zal Bilfinger de arbeidsrelatie met [werknemer] beëindigen en zal [werknemer] per 1 januari 2026 worden vrijgesteld van arbeid met behoud van loon.
2.8.
Bij brief van 22 december 2025 laat de gemachtigde van [werknemer] weten dat [werknemer] niet akkoord gaat met de functiewijzing en dat hij zich beschikbaar houdt voor de overeengekomen werkzaamheden.
2.9.
[werknemer] wordt per 1 januari 2026 op non-actief gesteld.
3Het verzoek, het verweer en het tegenverzoek
3.1.
Bilfinger verzoekt de arbeidsovereenkomst met [werknemer] te ontbinden, primair vanwege disfunctioneren. Bilfinger heeft aan het primaire verzoek ten grondslag gelegd - kort weergegeven - dat [werknemer] in het afgelopen jaar door Bilfinger regelmatig aangesproken is op zijn functioneren. Dit heeft er uiteindelijk toe geleid dat met [werknemer] een verbetertraject is opgestart. [werknemer] is voldoende in de gelegenheid gesteld om zijn functioneren te verbeteren. De prestaties van [werknemer] bleven echter ondermaats. Hoewel [werknemer] technisch onderlegd is, ontbreekt het hem aan administratieve- en leiderschapskwaliteiten. Omdat [werknemer] niet inziet dat zijn functioneren ondermaats is, de noodzaak tot verbetering niet inziet en bovenal een geheel andere kijk heeft op zijn functioneren, kan van Bilfinger niet worden verlangd dat zij het verbetertraject verlengt of anders inricht. Bilfinger heeft er geen enkel vertrouwen in dat [werknemer] zijn functioneren en zijn houding en gedrag zal (kunnen) verbeteren.
Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft Bilfinger als tweede grondslag voor ontbinding aangevoerd dat er inmiddels sprake is van een duurzaam verstoorde arbeidsverhouding met [werknemer] als gevolg van de vertrouwensbreuk die is ontstaan.
3.2.
[werknemer] verweert zich tegen het verzoek en stelt dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen. [werknemer] voert - samengevat - aan dat er geen sprake is van disfunctioneren. Hij heeft zich steeds naar beste vermogen ingezet voor zijn werkzaamheden, wat wordt onderschreven door de vele verklaringen van collega’s. Voor zover dit al nodig was, heeft [werknemer] nooit een duidelijke en concrete verbeterkans gekregen. Een gestructureerd verbetertraject met meetbare doelstellingen, begeleiding en evaluatiemomenten is uitgebleven. Scholing of coaching is nooit aangeboden. Daarmee heeft Bilfinger niet voldaan aan de op haar rustende verplichtingen. De verstoorde verhouding ziet enkel op de verhouding tussen [werknemer] en zijn leidinggevende [persoon 1]. [werknemer] zou prima op een andere afdeling, onder een andere leidinggevende, kunnen werken. Van een redelijk onderzoek naar herplaatsing van [werknemer] binnen de organisatie is ook geen sprake geweest. [werknemer] verzoekt om Bilfinger te veroordelen hem toe te laten tot de bedongen werkzaamheden, onder verbeurte van een dwangsom van € 250,00 per dag. Voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt [werknemer] om toekenning van een transitievergoeding en een billijke vergoeding.
4De beoordeling van het verzoek
4.1.
Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden.
4.2.
Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In de wet is bepaald wat een redelijke grond is. Ook is voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt.
4.3.
De kantonrechter oordeelt dat er geen redelijke grond is voor ontbinding. Dat wordt als volgt toegelicht.
Disfunctioneren (d-grond)
4.4.
Bilfinger verzoekt primair ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van disfunctioneren als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 onderdeel d BW. Uit dit artikel volgt dat de rechter op verzoek van de werkgever de arbeidsovereenkomst kan ontbinden op grond van de ongeschiktheid van de werknemer tot het verrichten van de bedongen arbeid. Blijkens de totstandkomingsgeschiedenis van de Wwz heeft de werkgever ten aanzien van de vraag of sprake is van geschiktheid of ongeschiktheid van de werknemer tot het verrichten van de bedongen arbeid een zeker mate van beoordelingsruimte. De rechter zal echter niet tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst overgaan als het duidelijk is dat een werkgever, gezien de aangevoerde argumenten voor ontslag, niet in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen, of zelf ook blaam treft voor de ontstane situatie.
4.5.
Hoewel de werkgeefster dus een zekere beoordelingsvrijheid heeft dient zij de kantonrechter wel in staat te stellen te beoordelen of zij in redelijkheid tot het ontslagbesluit kon komen. Dat betekent dat zij de concrete feiten en omstandigheden moet benoemen die tot deze conclusie hebben geleid. Dat heeft Bilfinger echter niet gedaan. Er worden weliswaar gebreken in zijn functioneren beschreven, maar deze zijn in algemene bewoordingen gesteld, zonder dat daarbij concrete voorbeelden worden genoemd. Feitelijk noemt Bilfinger haar conclusie zonder de concrete omstandigheden te benoemen die tot die conclusie hebben geleid. Daardoor is het voor de kantonrechter onmogelijk om marginaal te toetsen of disfunctioneren aan de orde is terwijl het voor [werknemer] onmogelijk is om inhoudelijk verweer te voeren. Alleen al daarom treft deze ontslaggrond geen doel.
4.6.
Maar er is meer. Voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van disfunctioneren is vereist dat de werkgever de werknemer in voldoende mate in de gelegenheid heeft gesteld zijn functioneren te verbeteren en dat de ongeschiktheid niet het gevolg is van onvoldoende zorg van de werkgever voor scholing van de werknemer.
Gelet op de ingrijpende gevolgen die een ontbinding op grond van disfunctioneren voor een werknemer kan hebben, moet worden aangenomen, mede gelet op de eisen van goed werkgeverschap, dat de werkgever aan de werknemer serieus en reëel gelegenheid tot verbetering moet hebben geboden (Hoge Raad 14 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:933 (Ecofys). Naar het oordeel van de kantonrechter heeft het aan een reëel verbetertraject ontbroken, waarbij het volgende van belang is.
4.7.
Bilfinger hanteert een eigen beoordelings- en functioneringssystematiek. Dat schept duidelijkheid voor de werknemers maar van Bilfinger mag op z’n minst verwacht worden dat zij zichzelf ook aan het door haar opgestelde systeem houdt. Dit systeem kent vier beoordelingsniveaus:
OV: Overtreft de Verwachtingen
Overtreft herhaaldelijk en aanzienlijk de verwachtingen met betrekking tot de functie-gerelateerde verantwoordelijkheden en doelstellingen. Deze hoogste beoordeling wordt gegeven wanneer de geleverde resultaten continu werkelijk uitstekend zijn.
VV: Voldoet aan Verwachtingen
Voldoet aan de functie-gerelateerde verantwoordelijkheden en doelstellingen, doet soms meer dan verwacht wordt. Deze beoordeling wordt gegeven als aan alle vereisten is voldaan en/of als de medewerker nu en dan beter presteert dan verwacht wordt in de functie.
VGV: Voldoet Grotendeels aan Verwachtingen
Voldoet grotendeels aan de functie-gerelateerde verantwoordelijkheden en doelstellingen. Ontwikkeling op enkele (een à twee punten) is gewenst.
VNV: Voldoet Niet aan Verwachtingen.
Voldoet onvoldoende aan de functie-gerelateerde verantwoordelijkheden en doelstellingen. Verbetering is vereist.
De kantonrechter stelt vast dat alleen bij het vierde beoordelingsniveau (VNV) verbetering wordt vereist.
4.8.
De huidige leidinggevende van [werknemer] is sinds 2023 in deze functie werkzaam bij Bilfinger. Dat de vorige leidinggevende van [werknemer] bedenkingen had met betrekking tot zijn functioneren is niet gesteld en ook niet gebleken. Er zijn bijvoorbeeld geen eerdere functioneringsverslagen overgelegd. Niets wijst er dus op dat [werknemer] moest weten dat hij niet aan de verachtingen voldeed.
4.9.
In deze zaak is door Bilfinger één functioneringsverslag overgelegd over het jaar 2024, opgesteld door leidinggevende [persoon 1] (productie 13 verzoekschrift). Uit dit verslag blijkt dat er slechts één categorie wordt beoordeeld als ‘Does Not Meet Expectations’, en dat op dat punt dus verbetering is vereist. De overige categorieën worden voor het overgrote deel beoordeeld als ‘Largely Meets Expectations’ (VGV). Hoewel [werknemer] vanaf dat moment dus wist dat een onderdeel van zijn functioneren verbetering behoefde wees niets er op dat [werknemer] zich zorgen hoefde te maken voor het behoud van zijn functie.
4.10.
Vast staat dat op 12 juni 2025 voor het eerst door [persoon 1] aan [werknemer] wordt meegedeeld dat hij onvoldoende zou functioneren. [persoon 1] wil op 25 juni 2025 verbetervoorstellen van [werknemer] zien. Een opmerkelijke vraag nu [persoon 1] immers stelt dat [werknemer] niet functioneert en dus kennelijk ook een duidelijk beeld heeft van wat beter moet. Het zou voor de hand hebben gelegen dat ook zo concreet aan [werknemer] mee te delen.
4.11.
Op 15 juli 2025 concludeert [persoon 1] dat er sinds 12 juni 2025 niets verbeterd is in het functioneren van [werknemer]. Gelet op de door [persoon 1] gekozen aanpak is dat niet vreemd.
4.12.
Op 31 juli 2025 wordt een door Bilfinger opgesteld verbeterplan met [werknemer] besproken en start het verbetertraject. Op 17 december 2025 stuurt Bilfinger aan [werknemer] een brief waarin wordt meegedeeld dat hij zijn functioneren niet heeft verbeterd. Aan [werknemer] wordt een andere, lagere, functie aangeboden. Deze conclusie neemt Bilfinger 4,5 maand na de start van het verbetertraject.
4.13.
Het is de kantonrechter niet helder geworden waarom er in zo’n korte tijd geconcludeerd wordt dat [persoon 1] zich niet heeft verbeterd en vooral ook, zich niet zal verbeteren. Uiteraard dient een verbetertraject niet eindeloos te lopen. Maar in dit geval is er blijkens het functioneringsverslag over 2024 slechts één punt dat onder de norm ligt en dus verbetering behoeft terwijl [werknemer] bovendien een lang dienstverband heeft. Dan mag van de werkgever verwacht worden dat de werknemer meer tijd om zich te verbeteren wordt gegund.
4.14.
Daar komt bij dat de conclusie van Bilfinger is dat het [werknemer] ontbreekt aan administratieve- en leiderschapskwalititeiten. Dat zijn naar het oordeel van de kantonrechter typische kwaliteiten waarin iemand geschoold en gecoacht kan worden. Daarnaast zijn het geen kwaliteiten die – als ze onvoldoende zijn – in 3 tot 4 maanden op het gewenste niveau gebracht kunnen worden. Daar is doorgaans meer tijd voor nodig. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft [persoon 1] verklaard dat hij [werknemer] naar een vierdaagse leiderschapscursus heeft gestuurd. Dat er meer is gedaan aan coaching of scholing is niet gebleken. Naar het oordeel van de kantonrechter hadden er meer inspanningen mogen worden verwacht van Bilfinger. Het verbetertraject is onvoldoende.
4.15.
Het verzoek om de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens disfunctioneren zal worden afgewezen.
Verstoorde arbeidsverhouding (g-grond)
4.16.
Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft Bilfinger als tweede grondslag voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst aangevoerd dat de arbeidsverhouding tussen partijen ernstig verstoord is. [werknemer] betwist dat er van een verstoorde arbeidsverhouding sprake is.
4.17.
Indien de werkgever als grond voor opzegging van de arbeidsovereenkomst aanvoert dat de relatie tussen de werknemer en de werkgever ernstig en duurzaam is verstoord, wordt de toestemming op die grond slechts verleend indien door de werkgever aannemelijk is gemaakt dat van zodanige verstoring inderdaad sprake is, en dat herstel van de relatie, al dan niet door middel van overplaatsing van de werknemer binnen de onderneming, niet mogelijk is.
4.18.
De kantonrechter stelt vast dat de verstoorde arbeidsrelatie waar Bilfinger naar verwijst vooral ziet op de relatie tussen [werknemer] en zijn direct leidinggevende [persoon 1]. [werknemer] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij het gevoel heeft dat het voor [persoon 1] een persoonlijke kwestie is. [werknemer] denkt dat hij niet meer onder [persoon 1] zou kunnen werken. Het zou inderdaad zo kunnen zijn dat de verhouding van [werknemer] met [persoon 1] minder goed is, maar dat is naar het oordeel van de kantonrechter terug te leiden tot het feit dat [persoon 1] van mening is dat [werknemer] niet voldoende functioneert en dat [werknemer] dit anders ziet. Het is niet ongebruikelijk dat een verbetertraject de arbeidsverhouding onder druk zet. De kantonrechter acht het echter niet uitgesloten dat, voor zover er sprake is van disfunctioneren van [werknemer], en het verbetertraject serieus wordt aangepakt en daarvoor meer tijd wordt uitgetrokken, het functioneren van [werknemer] weer op het niveau komt dat voor [persoon 1] acceptabel is. Dan is ook niet uitgesloten dat beiden weer met elkaar door een deur kunnen. Voor zover het niet lukt om de verhouding tussen [werknemer] en [persoon 1] te verbeteren, is niet gebleken dat [werknemer] een verstoorde relatie heeft met andere collega’s en leidinggevenden. Herplaatsing binnen een ander team dan dat van [persoon 1] zou in dat geval mogelijk moeten zijn, mede gelet op het grote aantal werknemers dat bij Bilfinger werkzaam is (zie ook hierna onder ‘Herplaatsing’). Een duurzame verstoring van de arbeidsrelatie is in ieder geval niet aannemelijk geworden. De verzochte ontbinding op de g-grond is daarom evenmin toewijsbaar.
Herplaatsing
4.19.
Ten overvloede overweegt de kantonrechter dat Bilfinger ook niet aan haar herplaatsingsverplichting heeft voldaan, hetgeen naast het bestaan van een redelijke grond ook een vereiste voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst is. Onbetwist is dat Bilfinger 1560 werknemers in dienst heeft binnen de Benelux. Daarom neemt de kantonrechter aan dat [werknemer] een van de vele uitvoerders zal zijn. Bilfinger heeft hem zeggen en schrijven één functie als monteur aangeboden. Dat is een lagere functie dan die van uitvoerder, en dus een demotie, terwijl er (nog) geen objectieve grond voor demotie aanwezig is. Dat er sprake is van disfunctioneren heeft de kantonrechter immers niet kunnen vaststellen. Bilfinger heeft verder niets aangevoerd over andersoortige inspanningen die zij heeft verricht om een andere, wel passende, functie voor [werknemer] binnen haar onderneming te vinden.
Conclusie
4.20.
De conclusie is dat de arbeidsovereenkomst niet zal worden ontbonden.
Tegenverzoek: wedertewerkstelling
4.21.
[werknemer] heeft verzocht om Bilfinger te veroordelen om hem binnen 24 uur na beschikking toe te laten tot de bedongen werkzaamheden, op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag. Nu het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen, is dit verzoek toewijsbaar. Wel zal de kantonrechter de termijn waarbinnen [werknemer] weer tot zijn arbeid moet worden toegelaten vaststellen op 14 dagen na het wijzen van deze beschikking. Dat geeft Bilfinger de gelegenheid waar nodig aanpassingen in haar organisatie door te voeren en biedt wellicht de mogelijkheid nog nadere afspraken te maken over het hoe en wat van de werkhervatting.
De kantonrechter zal aan de dwangsom een maximum verbinden van € 100.000,00.
Proceskosten
4.22.
De proceskosten komen voor rekening van Bilfinger, omdat Bilfinger ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van Bilfinger worden begroot op € 1.009,00 (€ 865,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.
4.23.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
4.24.
De kantonrechter zal deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dat wil zeggen dat Bilfinger gehouden is om de bij deze beschikking uit te spreken veroordelingen uit te voeren, ook in het geval in hoger beroep wordt gekomen van deze beschikking. De kantonrechter acht het belang van [werknemer] om zo spoedig mogelijk weer aan het werk te kunnen gaan, zwaarder wegen dan het belang van Bilfinger om, in het geval zij in hoger beroep zou gaan, [werknemer] niet te werk te stellen. Hiervoor is redengevend dat [werknemer] al lange tijd - sinds 1 januari 2026 - niet wordt toegelaten tot zijn werk, terwijl daar gelet op het voorgaande geen deugdelijke grond voor is. Daar komt bij dat het verrichten van de bedongen arbeid een werknemer de mogelijkheid biedt van zelfontplooiing, sociale contacten, de ontwikkeling van een eigen identiteit, en ook een vorm is van maatschappelijke participatie.
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
wijst het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst af,
5.2.
veroordeelt Bilfinger om [werknemer] binnen 14 dagen na dagtekening van deze beschikking toe te laten tot de bedongen werkzaamheden, op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag tot een maximum van € 100.000,00,
5.3.
veroordeelt Bilfinger in de proceskosten van € 1.009,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Bilfinger niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
5.4.
veroordeelt Bilfinger tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.5.
verklaart deze beschikking wat betreft de onder 5.2., 5.3. en 5.4. genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders verzochte af,
Deze beschikking is gegeven door mr. Van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2026.
Artikel 7:669 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
Artikel 7:669 lid 1 BW.
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer / rekestnummer: 12085533 \ AZ VERZ 26-23
Beschikking van 20 mei 2026
in de zaak van
BILFINGER MAINTENANCE NETHERLANDS B.V.,
voorheen handelende onder de naam Stork Technical Services Nederland B.V.,
te Rotterdam,
verzoekende partij,
verwerende partij in het tegenverzoek,
hierna te noemen: Bilfinger,
gemachtigde: mr. M.C.V. Dornstedt,
tegen
[werknemer]
,
te [plaats],
verwerende partij,
verzoekende partij in het tegenverzoek,
hierna te noemen: [werknemer],
gemachtigde: mr. L.A.W. Nooijen.
De zaak in het kort
In deze zaak verzoekt de werkgever om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer. De kantonrechter wijst het verzoek af, omdat er geen redelijke grond is voor ontbinding. Het tegenverzoek van werknemer om hem toe te laten tot de bedongen werkzaamheden, wordt toegewezen.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het op 4 februari 2026 ontvangen verzoekschrift
- het op 25 maart 2026 ingediende verweerschrift, met een tegenverzoek.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 8 april 2026. Bij die gelegenheid hebben beide gemachtigden spreekaantekeningen in het geding gebracht.
1.3.
De beschikking is vervolgens bepaald op vandaag.
2. De feiten
2.1.
Bilfinger is een technische dienstverlener binnen het domein van piping & mechanical en electrical & instrumentation in de procesindustrie. Bilfinger heeft meer dan 1560 werknemers in dienst binnen de Benelux.
2.2.
[werknemer], geboren op [datum] 1981, is op 1 september 2011 bij (de rechtsvoorganger van) Bilfinger in dienst getreden. [werknemer] is gestart in de functie van Monteur en is inmiddels werkzaam als Uitvoerder met een salaris van € 4.881,72 bruto per maand, exclusief 8% vakantietoeslag en overige emolumenten.
2.3.
Tijdens een voortgangsgesprek op 12 juni 2025 heeft de heer [persoon 1], Hoofd Uitvoerder en leidinggevende van [werknemer], aan [werknemer] meegedeeld dat hij onvoldoende functioneert en heeft hij aan [werknemer] gevraagd om verbetervoorstellen met betrekking tot zijn functioneren te doen.
2.4.
Op 13 juni 2025 stuurt [werknemer] een mail aan [persoon 1], waarop [persoon 1] in een mail van 25 juni 2025 reageert. Op 15 juli 2025 bericht [persoon 1] aan [werknemer] dat hij sinds het gesprek van 12 juli 2025 geen verbetering ziet in het functioneren van [werknemer].
2.5.
Op 31 juli 2025 vindt er een gesprek plaats waarbij [werknemer], [persoon 1] en mevrouw [persoon 2], Business Partner HR, aanwezig zijn. Tijdens dat gesprek is er een verbeterplan doorgenomen. Afgesproken wordt dat [persoon 1] iedere maand het plan en de voortgang met [werknemer] bespreekt. Op 25 augustus 2025 en 24 november 2025 vinden er voortgangsgesprekken plaats.
2.6.
In een brief van 17 december 2025 laat Bilfinger aan [werknemer] weten dat hij zijn functioneren niet heeft verbeterd. Bilfinger schrijft in die brief onder meer het volgende:
‘In het oog springende aandachtspunten in uw verbeterplan zijn uw houding en gedrag zoals negeren van instructies en geen opvolging geven aan verbetervoorstellen, gebrekkige communicatie naar zowel medewerkers als opdrachtgevers en gebrekkige financiële afwikkeling. De belangrijkste kerncompetenties van de functie Uitvoerder die wij missen in uw performance zijn:
Plannen en reserveren van medewerkers voor projecten en overige werkzaamheden:
Uw prestaties op dit vlak zijn structureel ondermaats gebleven. Enkele voorbeelden: Monteurs klagen over ontbreken van informatie waar ze ingedeeld zijn, je houdt de planningstool niet bij, urenregistratie blijft onvolledig.
Delegeren en opvolgen van klussen:
U draagt onvoldoende zorg dat teamleden hun werk goed, volledig en zelfstandig kunnen uitvoeren. Taken worden niet consequent opgevolgd, waardoor de voortgang en kwaliteit van werkzaamheden in het gedrang komen.
Integriteit:
Er zijn meerdere situaties geconstateerd waarin u heeft aangegeven dat bepaalde werkzaamheden zijn uitgevoerd of dat overleg met collega’s heeft plaatsgevonden, terwijl bij navraag bleek dat dit niet het geval was. Dit tast het vertrouwen in u als persoon aan.
Uw disfunctioneren leidt tot problemen, zowel in onze eigen organisatie als bij opdrachtgevers. Nu voornoemde en beschreven gebreken zien op essentiële taken die u als Uitvoerder dient uit te voeren en u geen blijk geeft dat u deze gebreken wilt verbeteren, kan deze situatie niet voortduren.’
2.7.
Vervolgens biedt Bilfinger [werknemer] in diezelfde brief per 1 januari 2026 de functie van Technicus W niveau B aan. In die functie blijven zijn huidige arbeidsvoorwaarden, inclusief salaris, ongewijzigd, met uitzondering van de functietitel en de bijbehorende salarisschaal, die conform de functie van Technicus W niveau B zal worden toegepast. [werknemer] wordt verzocht om binnen 7 dagen te laten weten of hij instemt met de voorgestelde aanpassing van zijn functie. Indien hij niet instemt, zal Bilfinger de arbeidsrelatie met [werknemer] beëindigen en zal [werknemer] per 1 januari 2026 worden vrijgesteld van arbeid met behoud van loon.
2.8.
Bij brief van 22 december 2025 laat de gemachtigde van [werknemer] weten dat [werknemer] niet akkoord gaat met de functiewijzing en dat hij zich beschikbaar houdt voor de overeengekomen werkzaamheden.
2.9.
[werknemer] wordt per 1 januari 2026 op non-actief gesteld.
3Het verzoek, het verweer en het tegenverzoek
3.1.
Bilfinger verzoekt de arbeidsovereenkomst met [werknemer] te ontbinden, primair vanwege disfunctioneren. Bilfinger heeft aan het primaire verzoek ten grondslag gelegd - kort weergegeven - dat [werknemer] in het afgelopen jaar door Bilfinger regelmatig aangesproken is op zijn functioneren. Dit heeft er uiteindelijk toe geleid dat met [werknemer] een verbetertraject is opgestart. [werknemer] is voldoende in de gelegenheid gesteld om zijn functioneren te verbeteren. De prestaties van [werknemer] bleven echter ondermaats. Hoewel [werknemer] technisch onderlegd is, ontbreekt het hem aan administratieve- en leiderschapskwaliteiten. Omdat [werknemer] niet inziet dat zijn functioneren ondermaats is, de noodzaak tot verbetering niet inziet en bovenal een geheel andere kijk heeft op zijn functioneren, kan van Bilfinger niet worden verlangd dat zij het verbetertraject verlengt of anders inricht. Bilfinger heeft er geen enkel vertrouwen in dat [werknemer] zijn functioneren en zijn houding en gedrag zal (kunnen) verbeteren.
Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft Bilfinger als tweede grondslag voor ontbinding aangevoerd dat er inmiddels sprake is van een duurzaam verstoorde arbeidsverhouding met [werknemer] als gevolg van de vertrouwensbreuk die is ontstaan.
3.2.
[werknemer] verweert zich tegen het verzoek en stelt dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen. [werknemer] voert - samengevat - aan dat er geen sprake is van disfunctioneren. Hij heeft zich steeds naar beste vermogen ingezet voor zijn werkzaamheden, wat wordt onderschreven door de vele verklaringen van collega’s. Voor zover dit al nodig was, heeft [werknemer] nooit een duidelijke en concrete verbeterkans gekregen. Een gestructureerd verbetertraject met meetbare doelstellingen, begeleiding en evaluatiemomenten is uitgebleven. Scholing of coaching is nooit aangeboden. Daarmee heeft Bilfinger niet voldaan aan de op haar rustende verplichtingen. De verstoorde verhouding ziet enkel op de verhouding tussen [werknemer] en zijn leidinggevende [persoon 1]. [werknemer] zou prima op een andere afdeling, onder een andere leidinggevende, kunnen werken. Van een redelijk onderzoek naar herplaatsing van [werknemer] binnen de organisatie is ook geen sprake geweest. [werknemer] verzoekt om Bilfinger te veroordelen hem toe te laten tot de bedongen werkzaamheden, onder verbeurte van een dwangsom van € 250,00 per dag. Voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt [werknemer] om toekenning van een transitievergoeding en een billijke vergoeding.
4De beoordeling van het verzoek
4.1.
Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden.
4.2.
Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In de wet is bepaald wat een redelijke grond is. Ook is voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt.
4.3.
De kantonrechter oordeelt dat er geen redelijke grond is voor ontbinding. Dat wordt als volgt toegelicht.
Disfunctioneren (d-grond)
4.4.
Bilfinger verzoekt primair ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van disfunctioneren als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 onderdeel d BW. Uit dit artikel volgt dat de rechter op verzoek van de werkgever de arbeidsovereenkomst kan ontbinden op grond van de ongeschiktheid van de werknemer tot het verrichten van de bedongen arbeid. Blijkens de totstandkomingsgeschiedenis van de Wwz heeft de werkgever ten aanzien van de vraag of sprake is van geschiktheid of ongeschiktheid van de werknemer tot het verrichten van de bedongen arbeid een zeker mate van beoordelingsruimte. De rechter zal echter niet tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst overgaan als het duidelijk is dat een werkgever, gezien de aangevoerde argumenten voor ontslag, niet in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen, of zelf ook blaam treft voor de ontstane situatie.
4.5.
Hoewel de werkgeefster dus een zekere beoordelingsvrijheid heeft dient zij de kantonrechter wel in staat te stellen te beoordelen of zij in redelijkheid tot het ontslagbesluit kon komen. Dat betekent dat zij de concrete feiten en omstandigheden moet benoemen die tot deze conclusie hebben geleid. Dat heeft Bilfinger echter niet gedaan. Er worden weliswaar gebreken in zijn functioneren beschreven, maar deze zijn in algemene bewoordingen gesteld, zonder dat daarbij concrete voorbeelden worden genoemd. Feitelijk noemt Bilfinger haar conclusie zonder de concrete omstandigheden te benoemen die tot die conclusie hebben geleid. Daardoor is het voor de kantonrechter onmogelijk om marginaal te toetsen of disfunctioneren aan de orde is terwijl het voor [werknemer] onmogelijk is om inhoudelijk verweer te voeren. Alleen al daarom treft deze ontslaggrond geen doel.
4.6.
Maar er is meer. Voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van disfunctioneren is vereist dat de werkgever de werknemer in voldoende mate in de gelegenheid heeft gesteld zijn functioneren te verbeteren en dat de ongeschiktheid niet het gevolg is van onvoldoende zorg van de werkgever voor scholing van de werknemer.
Gelet op de ingrijpende gevolgen die een ontbinding op grond van disfunctioneren voor een werknemer kan hebben, moet worden aangenomen, mede gelet op de eisen van goed werkgeverschap, dat de werkgever aan de werknemer serieus en reëel gelegenheid tot verbetering moet hebben geboden (Hoge Raad 14 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:933 (Ecofys). Naar het oordeel van de kantonrechter heeft het aan een reëel verbetertraject ontbroken, waarbij het volgende van belang is.
4.7.
Bilfinger hanteert een eigen beoordelings- en functioneringssystematiek. Dat schept duidelijkheid voor de werknemers maar van Bilfinger mag op z’n minst verwacht worden dat zij zichzelf ook aan het door haar opgestelde systeem houdt. Dit systeem kent vier beoordelingsniveaus:
OV: Overtreft de Verwachtingen
Overtreft herhaaldelijk en aanzienlijk de verwachtingen met betrekking tot de functie-gerelateerde verantwoordelijkheden en doelstellingen. Deze hoogste beoordeling wordt gegeven wanneer de geleverde resultaten continu werkelijk uitstekend zijn.
VV: Voldoet aan Verwachtingen
Voldoet aan de functie-gerelateerde verantwoordelijkheden en doelstellingen, doet soms meer dan verwacht wordt. Deze beoordeling wordt gegeven als aan alle vereisten is voldaan en/of als de medewerker nu en dan beter presteert dan verwacht wordt in de functie.
VGV: Voldoet Grotendeels aan Verwachtingen
Voldoet grotendeels aan de functie-gerelateerde verantwoordelijkheden en doelstellingen. Ontwikkeling op enkele (een à twee punten) is gewenst.
VNV: Voldoet Niet aan Verwachtingen.
Voldoet onvoldoende aan de functie-gerelateerde verantwoordelijkheden en doelstellingen. Verbetering is vereist.
De kantonrechter stelt vast dat alleen bij het vierde beoordelingsniveau (VNV) verbetering wordt vereist.
4.8.
De huidige leidinggevende van [werknemer] is sinds 2023 in deze functie werkzaam bij Bilfinger. Dat de vorige leidinggevende van [werknemer] bedenkingen had met betrekking tot zijn functioneren is niet gesteld en ook niet gebleken. Er zijn bijvoorbeeld geen eerdere functioneringsverslagen overgelegd. Niets wijst er dus op dat [werknemer] moest weten dat hij niet aan de verachtingen voldeed.
4.9.
In deze zaak is door Bilfinger één functioneringsverslag overgelegd over het jaar 2024, opgesteld door leidinggevende [persoon 1] (productie 13 verzoekschrift). Uit dit verslag blijkt dat er slechts één categorie wordt beoordeeld als ‘Does Not Meet Expectations’, en dat op dat punt dus verbetering is vereist. De overige categorieën worden voor het overgrote deel beoordeeld als ‘Largely Meets Expectations’ (VGV). Hoewel [werknemer] vanaf dat moment dus wist dat een onderdeel van zijn functioneren verbetering behoefde wees niets er op dat [werknemer] zich zorgen hoefde te maken voor het behoud van zijn functie.
4.10.
Vast staat dat op 12 juni 2025 voor het eerst door [persoon 1] aan [werknemer] wordt meegedeeld dat hij onvoldoende zou functioneren. [persoon 1] wil op 25 juni 2025 verbetervoorstellen van [werknemer] zien. Een opmerkelijke vraag nu [persoon 1] immers stelt dat [werknemer] niet functioneert en dus kennelijk ook een duidelijk beeld heeft van wat beter moet. Het zou voor de hand hebben gelegen dat ook zo concreet aan [werknemer] mee te delen.
4.11.
Op 15 juli 2025 concludeert [persoon 1] dat er sinds 12 juni 2025 niets verbeterd is in het functioneren van [werknemer]. Gelet op de door [persoon 1] gekozen aanpak is dat niet vreemd.
4.12.
Op 31 juli 2025 wordt een door Bilfinger opgesteld verbeterplan met [werknemer] besproken en start het verbetertraject. Op 17 december 2025 stuurt Bilfinger aan [werknemer] een brief waarin wordt meegedeeld dat hij zijn functioneren niet heeft verbeterd. Aan [werknemer] wordt een andere, lagere, functie aangeboden. Deze conclusie neemt Bilfinger 4,5 maand na de start van het verbetertraject.
4.13.
Het is de kantonrechter niet helder geworden waarom er in zo’n korte tijd geconcludeerd wordt dat [persoon 1] zich niet heeft verbeterd en vooral ook, zich niet zal verbeteren. Uiteraard dient een verbetertraject niet eindeloos te lopen. Maar in dit geval is er blijkens het functioneringsverslag over 2024 slechts één punt dat onder de norm ligt en dus verbetering behoeft terwijl [werknemer] bovendien een lang dienstverband heeft. Dan mag van de werkgever verwacht worden dat de werknemer meer tijd om zich te verbeteren wordt gegund.
4.14.
Daar komt bij dat de conclusie van Bilfinger is dat het [werknemer] ontbreekt aan administratieve- en leiderschapskwalititeiten. Dat zijn naar het oordeel van de kantonrechter typische kwaliteiten waarin iemand geschoold en gecoacht kan worden. Daarnaast zijn het geen kwaliteiten die – als ze onvoldoende zijn – in 3 tot 4 maanden op het gewenste niveau gebracht kunnen worden. Daar is doorgaans meer tijd voor nodig. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft [persoon 1] verklaard dat hij [werknemer] naar een vierdaagse leiderschapscursus heeft gestuurd. Dat er meer is gedaan aan coaching of scholing is niet gebleken. Naar het oordeel van de kantonrechter hadden er meer inspanningen mogen worden verwacht van Bilfinger. Het verbetertraject is onvoldoende.
4.15.
Het verzoek om de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens disfunctioneren zal worden afgewezen.
Verstoorde arbeidsverhouding (g-grond)
4.16.
Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft Bilfinger als tweede grondslag voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst aangevoerd dat de arbeidsverhouding tussen partijen ernstig verstoord is. [werknemer] betwist dat er van een verstoorde arbeidsverhouding sprake is.
4.17.
Indien de werkgever als grond voor opzegging van de arbeidsovereenkomst aanvoert dat de relatie tussen de werknemer en de werkgever ernstig en duurzaam is verstoord, wordt de toestemming op die grond slechts verleend indien door de werkgever aannemelijk is gemaakt dat van zodanige verstoring inderdaad sprake is, en dat herstel van de relatie, al dan niet door middel van overplaatsing van de werknemer binnen de onderneming, niet mogelijk is.
4.18.
De kantonrechter stelt vast dat de verstoorde arbeidsrelatie waar Bilfinger naar verwijst vooral ziet op de relatie tussen [werknemer] en zijn direct leidinggevende [persoon 1]. [werknemer] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij het gevoel heeft dat het voor [persoon 1] een persoonlijke kwestie is. [werknemer] denkt dat hij niet meer onder [persoon 1] zou kunnen werken. Het zou inderdaad zo kunnen zijn dat de verhouding van [werknemer] met [persoon 1] minder goed is, maar dat is naar het oordeel van de kantonrechter terug te leiden tot het feit dat [persoon 1] van mening is dat [werknemer] niet voldoende functioneert en dat [werknemer] dit anders ziet. Het is niet ongebruikelijk dat een verbetertraject de arbeidsverhouding onder druk zet. De kantonrechter acht het echter niet uitgesloten dat, voor zover er sprake is van disfunctioneren van [werknemer], en het verbetertraject serieus wordt aangepakt en daarvoor meer tijd wordt uitgetrokken, het functioneren van [werknemer] weer op het niveau komt dat voor [persoon 1] acceptabel is. Dan is ook niet uitgesloten dat beiden weer met elkaar door een deur kunnen. Voor zover het niet lukt om de verhouding tussen [werknemer] en [persoon 1] te verbeteren, is niet gebleken dat [werknemer] een verstoorde relatie heeft met andere collega’s en leidinggevenden. Herplaatsing binnen een ander team dan dat van [persoon 1] zou in dat geval mogelijk moeten zijn, mede gelet op het grote aantal werknemers dat bij Bilfinger werkzaam is (zie ook hierna onder ‘Herplaatsing’). Een duurzame verstoring van de arbeidsrelatie is in ieder geval niet aannemelijk geworden. De verzochte ontbinding op de g-grond is daarom evenmin toewijsbaar.
Herplaatsing
4.19.
Ten overvloede overweegt de kantonrechter dat Bilfinger ook niet aan haar herplaatsingsverplichting heeft voldaan, hetgeen naast het bestaan van een redelijke grond ook een vereiste voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst is. Onbetwist is dat Bilfinger 1560 werknemers in dienst heeft binnen de Benelux. Daarom neemt de kantonrechter aan dat [werknemer] een van de vele uitvoerders zal zijn. Bilfinger heeft hem zeggen en schrijven één functie als monteur aangeboden. Dat is een lagere functie dan die van uitvoerder, en dus een demotie, terwijl er (nog) geen objectieve grond voor demotie aanwezig is. Dat er sprake is van disfunctioneren heeft de kantonrechter immers niet kunnen vaststellen. Bilfinger heeft verder niets aangevoerd over andersoortige inspanningen die zij heeft verricht om een andere, wel passende, functie voor [werknemer] binnen haar onderneming te vinden.
Conclusie
4.20.
De conclusie is dat de arbeidsovereenkomst niet zal worden ontbonden.
Tegenverzoek: wedertewerkstelling
4.21.
[werknemer] heeft verzocht om Bilfinger te veroordelen om hem binnen 24 uur na beschikking toe te laten tot de bedongen werkzaamheden, op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag. Nu het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen, is dit verzoek toewijsbaar. Wel zal de kantonrechter de termijn waarbinnen [werknemer] weer tot zijn arbeid moet worden toegelaten vaststellen op 14 dagen na het wijzen van deze beschikking. Dat geeft Bilfinger de gelegenheid waar nodig aanpassingen in haar organisatie door te voeren en biedt wellicht de mogelijkheid nog nadere afspraken te maken over het hoe en wat van de werkhervatting.
De kantonrechter zal aan de dwangsom een maximum verbinden van € 100.000,00.
Proceskosten
4.22.
De proceskosten komen voor rekening van Bilfinger, omdat Bilfinger ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van Bilfinger worden begroot op € 1.009,00 (€ 865,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.
4.23.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
4.24.
De kantonrechter zal deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dat wil zeggen dat Bilfinger gehouden is om de bij deze beschikking uit te spreken veroordelingen uit te voeren, ook in het geval in hoger beroep wordt gekomen van deze beschikking. De kantonrechter acht het belang van [werknemer] om zo spoedig mogelijk weer aan het werk te kunnen gaan, zwaarder wegen dan het belang van Bilfinger om, in het geval zij in hoger beroep zou gaan, [werknemer] niet te werk te stellen. Hiervoor is redengevend dat [werknemer] al lange tijd - sinds 1 januari 2026 - niet wordt toegelaten tot zijn werk, terwijl daar gelet op het voorgaande geen deugdelijke grond voor is. Daar komt bij dat het verrichten van de bedongen arbeid een werknemer de mogelijkheid biedt van zelfontplooiing, sociale contacten, de ontwikkeling van een eigen identiteit, en ook een vorm is van maatschappelijke participatie.
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
wijst het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst af,
5.2.
veroordeelt Bilfinger om [werknemer] binnen 14 dagen na dagtekening van deze beschikking toe te laten tot de bedongen werkzaamheden, op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag tot een maximum van € 100.000,00,
5.3.
veroordeelt Bilfinger in de proceskosten van € 1.009,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Bilfinger niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
5.4.
veroordeelt Bilfinger tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.5.
verklaart deze beschikking wat betreft de onder 5.2., 5.3. en 5.4. genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders verzochte af,
Deze beschikking is gegeven door mr. Van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2026.
Artikel 7:669 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
Artikel 7:669 lid 1 BW.