Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2026:3593

2026-04-16 Bestuursrecht ROE 23/925
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Uitspraakdatum
2026-04-16
Publicatiedatum
2026-04-15
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
ROE 23/925
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JBP 2026/75

Inhoudsindicatie

In deze uitspraak beslist de rechtbank op het beroep van eiser. Het beroep gaat over inzage van zijn persoonsgegevens op grond van de Algemene verordening Gegevensbescherming (AVG) die de minister in de Fraude Signalering Voorziening (FSV) heeft opgenomen. Eiser is het niet eens met het besluit over de inzage van zijn persoonsgegevens dat de minister heeft genomen naar aanleiding van zijn bezwaar tegen de inzage die hij heeft gekregen. Eiser is gedurende de beroepsprocedure overleden. Zijn levenspartner en gemachtigde (gemachtigde) heeft zich onlangs bij de rechtbank gemeld en wil de procedure voortzetten. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is. Dit betekent dat de rechtbank het beroep van eiser niet inhoudelijk beoordeelt. De reden hiervoor is dat de mogelijkheid om de procedure voort te zetten in dit geval niet bestaat. Die mogelijkheid is er alleen voor erfgenamen in geval sprake is van rechten die voor overgang vatbaar zijn. Aan beide voorwaarden is in dit geval niet voldaan.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.672 tekens)
RECHTBANK LIMBURG


Zittingsplaats Roermond


Bestuursrecht


zaaknummer: ROE 23/925


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16pril 2026 in de zaak tussen



[eiser] , uit [woonplaats] , eiser


en




de minister van Financiën
(gemachtigden: mr. M.A.N. van de Kerkhoff, mr. M.M.J. Hoek).





Inleiding


1. In deze uitspraak beslist de rechtbank op het beroep van eiser tegen het besluit van de minister van 23 maart 2023 (het bestreden besluit). De minister is met het bestreden besluit bij zijn besluit op het inzageverzoek van eiser van 2 juni 2022 gebleven.



1.1
De rechtbank heeft het beroep op 4 maart 2026 op een zitting behandeld. Aan de zitting hebben de gemachtigde van eiser [naam gemachtigde] en de gemachtigden van de minister deelgenomen.




Beoordeling door de rechtbank

2. Het beroep gaat over inzage van de persoonsgegevens van eiser die de minister in de Fraude Signalering Voorziening (FSV) heeft opgenomen. De minister heeft het verzoek opgevat als een inzageverzoek op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en gedeeltelijk toegewezen. Eiser is het niet eens met het besluit over de inzage van zijn persoonsgegevens dat de minister heeft genomen naar aanleiding van zijn bezwaar tegen de gedeeltelijke inzage die hij heeft gekregen. Eiser is gedurende de beroepsprocedure overleden. Zijn gemachtigde en gewezen levenspartner (gemachtigde) heeft zich onlangs bij de rechtbank gemeld en wil de procedure voortzetten.

3. De rechtbank moet ambtshalve beoordelen of de gemachtigde de procedure kan voortzetten.

4. Bij overlijden gaan voor overgang vatbare rechten van rechtswege over van de overledene (de erflater) op zijn erfgenamen. Een persoonlijk recht is geen voor overgang vatbaar recht.
Het recht op inzage van persoonsgegevens op grond van de AVG is een persoonlijk recht. Alleen de betrokkene zelf kan dat recht inroepen. Het wordt daarom geen recht van de erfgenamen. Zij hebben daarom niet de mogelijkheid om over dat recht te procederen.

5. Deze procedure gaat over het persoonlijk recht van eiser op inzage van zijn persoonsgegevens op grond van de AVG. Omdat dit recht niet overgaat op zijn erfgenamen, hebben erfgenamen niet de mogelijkheid over dit recht te procederen, in dit geval zijn beroepsprocedure voortzetten. Daarbij komt nog dat de gemachtigde op de zitting heeft verklaard dat zij geen erfgenaam van eiser is. Ook daarom heeft zij niet de mogelijkheid deze beroepsprocedure voort te zetten.



Conclusie en gevolgen


6. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en het bestreden besluit blijft bestaan. De reden hiervoor is dat de mogelijkheid om de procedure voort te zetten in dit geval niet bestaat. Die mogelijkheid is er alleen voor erfgenamen in geval sprake is van rechten die voor overgang vatbaar zijn. Aan beide voorwaarden is in dit geval niet voldaan.







Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.




Deze uitspraak is gedaan door mr. N.J.J. Derks-Voncken, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.W.C.M. Frings, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 16 april 2026














griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 16 april 2026





Informatie over hoger beroep


Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



Dit betekent dat dit automatisch gebeurt, in dit geval op grond van artikel 4:182 van het Burgerlijk Wetboek.


Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 24 januari 2023 (ECLI:NL:RBDHA:2023:612).