Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2026:3076

2026-04-07 Civiel recht; Verbintenissenrecht 12086674 \ CV EXPL 26-466
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Uitspraakdatum
2026-04-07
Publicatiedatum
2026-04-01
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Kort geding
Zaaknummer
12086674 \ CV EXPL 26-466
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Huurrecht woonruimte. Huurovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden door verhuurder o.g.v. art. 7:231 lid 2 BW i.v.m. sluiting door burgemeester (overlast en gevaarzetting). Partijen hebben daarna een vaststellingsovereenkomst gesloten. Gedaagde verblijft thans zonder recht of titel in de woning.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (19.386 tekens)
RECHTBANK
LIMBURG



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Roermond



Zaaknummer: 12086674 \ CV EXPL 26-466




Vonnis in kort geding van 7 april 2026




in de zaak van




STICHTING WONEN ZUID,
te Roermond,
eisende partij,
hierna te noemen: Wonen Zuid,
gemachtigde: mr. T. Stoutjesdijk,



tegen





[bewindvoerder 1] , H.O.D.N. [bewindvoerderskantoor]


in de hoedanigheid van bewindvoerder over alle goederen die (zullen) toebehoren aan


DE HEER [gedaagde],
zaakdoende te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna samen te noemen: de bewindvoerder en/of [gedaagde] ,
vertegenwoordigd door [bewindvoerder 2] , bewindvoerder.






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 25,
- de akte van Wonen Zuid, houdende overlegging productie 26,
- de akte van Wonen Zuid, houdende overlegging productie 27,- de mondelinge behandeling van 23 maart 2026.


1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De feiten


2.1.
De kantonrechter van de rechtbank Limburg heeft bij beschikking van 25 januari 2021 de goederen die (zullen) toebehoren aan [gedaagde] vanaf 1 februari 2021 onder bewind gesteld wegens lichamelijke of geestelijke toestand. Bij die beschikking is de bewindvoerder als zodanig benoemd.



2.2.
Tussen Wonen Zuid en [gedaagde] is een huurovereenkomst gesloten voor onbepaalde tijd met betrekking tot de zelfstandige sociale huurwoning aan het [adres] (hierna: de woning). Op de huurovereenkomst zijn de algemene huurvoorwaarden zelfstandige woonruimte, versie 1 februari 2005 van Wonen Zuid van toepassing verklaard. De woning betreft een appartement in een wooncomplex met twaalf woonlagen.



2.3.
De maandelijkse huurprijs is laatstelijk per 1 juli 2025 geïndexeerd tot € 707,82. In de huurovereenkomst is bepaald dat de huurprijs bij vooruitbetaling is verschuldigd.



2.4.
Sinds 2022 ontvangt Wonen Zuid herhaaldelijk meldingen van meerdere bewoners uit het wooncomplex over door [gedaagde] veroorzaakte overlast (met name door vuurwerk). Naar aanleiding van deze meldingen is de politie meermalen ter plaatse gekomen. Op 1 juni 2022 heeft Wonen Zuid [gedaagde] schriftelijk gewezen op deze overlast en hem voor de eerste keer gewaarschuwd c.q. gesommeerd zijn gedrag aan te passen.



2.5.
Omdat Wonen Zuid ook in 2023 en 2024 overlastmeldingen ontving, heeft zij meerdere huisbezoeken bij [gedaagde] afgelegd om afspraken te maken. Ook daarna bleef Wonen Zuid overlastmeldingen van omwonenden ontvangen over [gedaagde] . Uit verschillende brieven, waaronder ook waarschuwingsbrieven, die Wonen Zuid naar [gedaagde] heeft gestuurd, blijkt dat het gaat om geluidsoverlast (muziek, ruzies, hard praten door bezoek en hinder doordat op het balkon werd geblowd en gedronken) en het afsteken van vuurwerk vanaf zijn balkon.



2.6.
Tijdens een huisbezoek op 12 december 2024, waarbij ook de politie aanwezig was, is geconstateerd dat [gedaagde] hennep in de woning kweekte. In de slaapkamer van de woning stond een kweektent met twee hennepplanten met verlichting erboven en een afzuigsysteem. Ook zijn die dag meerdere lanceerbuizen voor ‘shells’ (vuurwerk) aangetroffen. Gelet op de geringe hoeveelheid van twee hennepplanten heeft Wonen Zuid destijds geen verdere stappen ondernomen gericht op beëindiging van de huurovereenkomst.



2.7.
In maart 2025 ontving Wonen Zuid opnieuw diverse overlastmeldingen over [gedaagde] . De meldingen hadden betrekking op gebonk, gestamp, geluidsoverlast van bezoekers in de avond en nacht, klusgeluiden, geschreeuw, gescheld, stankoverlast door het roken van wiet, het gooien van spullen op het platte dak van het wooncomplex, het – opnieuw – afsteken van vuurwerk vanuit het wooncomplex en vermoedelijk dealen. Naar aanleiding van deze overlastklachten heeft Wonen Zuid bij brief van 6 maart 2025 [gedaagde] gesommeerd om alle wangedragingen te staken.



2.8.
Op 12 en 13 december 2025 kwamen er bij de politie meerdere overlastmeldingen binnen van overlast van vuurwerk vanuit de woning van [gedaagde] . Bewoners van het wooncomplex hebben de volgende melding gedaan: [gedaagde] zou vanaf zijn balkon zwaar vuurwerk afsteken en deze ook op voorbijrijdende voertuigen gooien. Ook zou [gedaagde] vuurwerk afsteken op de galerij van de flat.



2.9.
Op 14 december 2025 werd door de politie, met een machtiging, de woning binnengetreden ter inbeslagname van het vuurwerk. De politie heeft de woning tevens doorzocht. In de woning werden de volgende zaken aangetroffen:


een 9 mm patroon / munitie,


een duizendklapper categorie 2 knalvuurwerk en


drie stuks zelfgemaakte explosieven met een totaalgewicht van 506 gram.




De zelfgemaakte explosieven werden door de Explosievenopruimingsdienst Defensie (EOD) onderzocht, veiliggesteld en op open terrein tot ontploffing gebracht.




2.10.
Op maandag 15 december 2025 heeft de burgemeester het mondelinge besluit genomen om de woning te sluiten en gesloten te houden voor de duur van drie weken, ingaande op dinsdag 16 december 2025 om 12:00 uur en eindigend op maandag 5 januari 2026 om 12:00 uur. Bij brief van 18 december 2025 heeft de burgemeester haar besluit bekrachtigd, nader gemotiveerd en geconcludeerd dat de woning is gesloten wegens ernstige gevaarzetting voor openbare orde en veiligheid, herhaalde vuurwerkoverlast, bezit van explosieven en munitie en de agressieve houding van [gedaagde] .



2.11.
Tijdens de sluiting van de woning op 16 december 2025 is [gedaagde] door de politie aangehouden wegens het niet voldoen aan het ambtelijk bevel (artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht). Tijdens de sluiting zijn nog een gasfles, pijpen en 30 gram hennep in de woning aangetroffen en in beslag genomen.



2.12.
Bij brief van 22 december 2025 heeft Wonen Zuid de huurovereenkomst met de bewindvoerder en/of [gedaagde] buitengerechtelijk ontbonden op de voet van artikel 7:231 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW), naar aanleiding van de sluiting van de woning door de burgemeester.



2.13.
De woning was op het moment van dagvaarden weer geopend. [gedaagde] verblijft nog steeds in de woning.



2.14.

Ter voorkoming van de onderhavige procedure hebben Wonen Zuid en de bewindvoerder op 19 januari 2026 een vaststellingsovereenkomst opgesteld, welke op
21 januari 2026 door Wonen Zuid en de bewindvoerder is ondertekend. Achteraf heeft [gedaagde] deze overeenkomst eveneens ondertekend door het plaatsen van zijn initialen.




2.15.
In de vaststellingsovereenkomst zijn partijen overeengekomen dat [gedaagde] en de bewindvoerder berusten in de buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst en dat [gedaagde] de woning uiterlijk op 27 februari 2026 dient te ontruimen. Daarbij is tevens afgesproken dat op 2 februari 2026 om 15:00 uur een voorinspectie en op 27 februari 2026 om 14:00 uur een eindinspectie zouden plaatsvinden, waaraan [gedaagde] zijn volledige medewerking zou verlenen.



2.16.

[gedaagde] heeft geen medewerking verleend aan de voorinspectie en de eindinspectie heeft tot op heden niet plaatsgevonden. Tevens hebben de bewindvoerder en/of [gedaagde] tot op heden de woning niet ontruimd (of laten ontruimen).







3Het geschil


3.1.
Wonen Zuid vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, samengevat - de bewindvoerder over alle goederen die (zullen) toebehoren aan [gedaagde] , veroordeelt:


I. tot ontruiming van de woning aan het [adres] , binnen zeven dagen na betekening van het vonnis,
II. tot betaling van een bedrag van € 707,82 per maand voor het gebruik van de woning met ingang van 1 maart 2026 tot aan de ontruiming, te vermeerderen met de wettelijke rente,
III. tot betaling van de proceskosten en de nakosten.




3.2.
Wonen Zuid legt aan de vordering primair ten grondslag dat zij gerechtigd is nakoming van de afspraken in de vaststellingsovereenkomst af te dwingen op grond van artikel 3:296 lid 1 BW. De bewindvoerder en/of [gedaagde] zijn de verplichtingen uit die overeenkomst om de woning uiterlijk op 27 februari 2026 te ontruimen, niet nagekomen. [gedaagde] heeft geen recht of titel meer om de woning te bewonen en/of te gebruiken, zodat de woning dient te worden ontruimd. Subsidiair vordert Wonen Zuid dat de bewindvoerder en/of [gedaagde] de woning ontruimen op grond van de buitengerechtelijke ontbinding van de huurovereenkomst. Wonen Zuid stelt dat zij gerechtigd was de huurovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden tijdens de periode dat de woning door de burgemeester was gesloten. Meer subsidiair vordert Wonen Zuid ontruiming van de woning wegens ernstige tekortkoming van [gedaagde] in de nakoming van zijn verplichtingen als huurder.



3.3.
De bewindvoerder voert verweer. De bewindvoerder voert aan dat hij de vaststellingsovereenkomst heeft ondertekend, met de bedoeling kosten te besparen en deze procedure te voorkomen.



3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.





4De beoordeling



Spoedeisend belang




4.1.
De vordering in kort geding kan alleen worden toegewezen als Wonen Zuid daarbij een spoedeisend belang heeft. Wonen Zuid heeft als sociale verhuurder de taak om betaalbare woningen te verhuren aan huurders die zijn aangewezen op sociale huurwoningen. Als voldoende aannemelijk is dat partijen afspraken hebben gemaakt over het einde van de huurovereenkomst of als voldoende aannemelijk is dat de buitengerechtelijke ontbinding stand houdt, dan heeft Wonen Zuid er een zwaarwegend belang bij om op korte termijn weer de beschikking over de woning te krijgen. [gedaagde] verblijft dan namelijk zonder recht of titel in de woning en verhindert daarmee dat Wonen Zuid de (schaarse) sociale huurwoning opnieuw kan verhuren. Gelet hierop is sprake van een voldoende spoedeisend belang bij de gevorderde voorzieningen.




Ontruiming van de woning





4.2.
In dit kort geding dient, mede op basis van wat Wonen Zuid naar voren heeft gebracht, te worden beoordeeld of de vordering van Wonen Zuid in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen door het treffen van een voorziening zoals gevorderd. Daar komt bij dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet - volgens vaste jurisprudentie - grote terughoudendheid worden betracht, gelet op de omstandigheid dat in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een (diepgaand) onderzoek naar bestreden feiten en gezien de vergaande, veelal onomkeerbare gevolgen van een ontruiming in kort geding. De voorzieningenrechter zal de gevorderde ontruiming toewijzen en licht dat hierna toe.



4.3.
Wonen Zuid heeft haar vordering tot ontruiming primair gegrond op nakoming van de in de vaststellingsovereenkomst vastgelegde afspraken, inhoudende dat [gedaagde] de woning uiterlijk op 27 februari 2026 dient te ontruimen en te verlaten.



4.4.
Tussen partijen staat vast dat zij op 19 januari 2026 een vaststellingsovereenkomst hebben gesloten, welke op 21 januari 2026 door Wonen Zuid en de bewindvoerder is ondertekend. [gedaagde] heeft zijn instemming met de afspraken kenbaar gemaakt door het plaatsen van zijn initialen daaronder. De bewindvoerder behartigt de vermogensrechtelijke belangen van [gedaagde] . Niet is gesteld of gebleken dat de bewindvoerder niet bevoegd was de vaststellingsovereenkomst aan te gaan. De enkele omstandigheid dat de bewindvoerder de vaststellingsovereenkomst heeft ondertekend om kosten te besparen, maakt niet dat de overeenkomst niet rechtsgeldig is. Een vaststellingsovereenkomst is bindend voor partijen. Dat betekent dat partijen gehouden zijn de daarin vastgelegde afspraken na te komen. In de vaststellingsovereenkomst is bepaald dat [gedaagde] de woning uiterlijk op 27 februari 2026 dient te ontruimen. Vaststaat dat [gedaagde] hieraan geen gevolg heeft gegeven. Hij verblijft daarom zonder recht of titel in de woning. Op grond van artikel 3:296 BW kan Wonen Zuid dan ook nakoming van de vaststellingsovereenkomst vorderen.



4.5.
Daar komt bij dat vaststaat dat de burgemeester op 16 december 2025 de woning heeft gesloten wegens ernstige gevaarzetting voor openbare orde en veiligheid, herhaalde vuurwerkoverlast, bezit van explosieven en munitie en de agressieve houding van [gedaagde] . Niet is gebleken dat de bewindvoerder bezwaar heeft gemaakt tegen deze sluiting of dat de sluiting onrechtmatig zou hebben plaatsgevonden. Gelet op het sluitingsbesluit van de burgemeester was Wonen Zuid bevoegd om op 22 december 2025 de huurovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden, zonder dat een nadere tekortkoming is vereist. Ook dit heeft tot gevolg dat [gedaagde] zonder recht of titel in de woning verblijft.



4.6.
Het voorgaande brengt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat het voldoende aannemelijk is dat de ontbinding van de huurovereenkomst in een bodemprocedure stand zal houden en dat geoordeeld wordt dat de door partijen gemaakte afspraken in de vaststellingsovereenkomst bindend zijn. Dat betekent dat [gedaagde] sinds 27 februari 2026 geen recht meer heeft om in de woning te verblijven en daarvan gebruik te maken. De voorzieningenrechter veroordeelt de bewindvoerder daarom tot ontruiming van de woning.



4.7.
De voorzieningenrechter zal een redelijke ontruimingstermijn vaststellen van veertien dagen, gelet op het feit dat was overeengekomen dat de woning uiterlijk op 27 februari 2026 zou worden ontruimd. Sindsdien heeft de bewindvoerder c.q. [gedaagde] al extra tijd gehad.



Gebruiksvergoeding





4.8.
De bewindvoerder heeft de vordering tot betaling van de gebruiksvergoeding van € 707,82 per maand vanaf 1 maart 2026 tot de ontruiming van de woning niet weersproken, zodat deze zal worden toegewezen.



Proceskosten





4.9.
De bewindvoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Wonen Zuid worden begroot op:









- griffierecht


€


139,00







- salaris gemachtigde


€


577,00







- nakosten


€


21,50


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


737,50











Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad





4.10.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat de voorzieningenrechter van oordeel is dat het belang van Wonen Zuid om het vonnis ten uitvoer te kunnen leggen zwaarder weegt dan het belang van de bewindvoerder en/of [gedaagde] . [gedaagde] verblijft immers thans zonder recht of titel in de woning. Wonen Zuid heeft er belang bij om de veroordeling direct te kunnen executeren zodat zij weer vrij over deze (schaarse) sociale huurwoning kan beschikken om deze aan de eerstvolgende kandidaat-huurder, die daarvoor in aanmerking komt, te kunnen verhuren. Dit betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen. Overigens zou het treffen van een voorlopige voorziening zonder die uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, ook indruisen tegen het doel van een kort geding procedure.





5De beslissing


De voorzieningenrechter



5.1.
veroordeelt de bewindvoerder om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan het [adres] te ontruimen en te verlaten met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Wonen Zuid zijn, en de sleutels af te geven aan Wonen Zuid,



5.2.
veroordeelt de bewindvoerder om te betalen aan Wonen Zuid van € 707,82 per maand vanaf 1 maart 2026 tot aan het moment van ontruiming van de woning, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van opeisbaarheid van de vorderingen tot aan de dag der algehele voldoening,



5.3.
veroordeelt de bewindvoerder in de proceskosten van € 737,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de bewindvoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.


Dit vonnis is gewezen door mr. Dohmen en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2026.





Productie 7 dagvaarding.


Productie 19 dagvaarding (interne interactielogposten).


Productie 20 dagvaarding.


Productie 23 dagvaarding.


Artikel 254 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).


Artikel 1:438 BW.


Artikel 7:900 BW.


Artikel 7:231 lid 2 BW.


Zie ook de conclusie van de procureur-generaal van 30 januari 2026, ECLI:NL:PHR:2026:115.


Artikel 233 Rv.