Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2026:3012

2026-04-01 Civiel recht 11982800 \ CV EXPL 25-5286
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Uitspraakdatum
2026-04-01
Publicatiedatum
2026-03-31
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
11982800 \ CV EXPL 25-5286
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Onbetaalde factuur. Gedaagden voeren verweer dat de overeenkomst is opgezegd, maar onderbouwen dat niet (bevrijdend verweer). Ontbonden vennootschap ontslaat gedaagden niet van hun betaalverplichting.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (17.009 tekens)
RECHTBANK
LIMBURG



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Roermond



Zaaknummer: 11982800 \ CV EXPL 25-5286




Vonnis van 1 april 2026




in de zaak van




MIJNDOMEIN B.V.,
te Lelystad,
eisende partij,
hierna te noemen: Mijndomein B.V.,
gemachtigde: [gemachtigde] ,



tegen



1. [gedaagde 1], voormalige vennoot van de reeds ontbonden vennootschap onder firma [V.O.F.] ,
te [plaats] ,2. [gedaagde 2], voormalige vennoot van de reeds ontbonden vennootschap onder firma [V.O.F.] ,
te [plaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagden] ,
procederend in persoon.






1De procedure


1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,- de conclusie van antwoord,- de conclusie van repliek tevens akte wijziging eis,- de conclusie van dupliek.




1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.






2De feiten


2.1.
Mijndomein B.V. exploiteert onder de handelsnamen ‘Mijndomein B.V.’ en ‘Mijndomein Webhosting’ een webhostingbedrijf. Zij heeft in ieder geval in 2023 diensten (webhosting) geleverd aan [gedaagden] voor de [domeinnaam] .



2.2.
Mijndomein B.V. heeft op 16 april 2024 aan [V.O.F.] een factuur gestuurd voor een bedrag van € 249,57 inclusief btw.



2.3.
Mijndomein B.V. heeft de vordering uit handen gegeven aan incasso-organisatie coeo Incasso B.V., die [gedaagden] op 23 juli 2024 heeft gemaand om de openstaande vordering te betalen. Daarna heeft coeo Incasso B.V. meerdere incassohandelingen verricht.



2.4.

Op 17 september 2025 heeft [gemachtigde] [gedaagden] gesommeerd om een bedrag van in totaal € 311,76 te betalen. Dit bedrag bestaat uit
€ 234,57 aan hoofdsom, € 37,19 aan rente en € 40,00 aan incassokosten.




2.5.

[gedaagden] hebben de openstaande vordering tot op heden niet betaald.



2.6.
De vennootschap onder firma van [gedaagden] , [V.O.F.] , is met ingang van 31 juli 2025 ontbonden.






3Het geschil


3.1.
Mijndomein B.V vordert (na wijziging van eis) kort gezegd dat de kantonrechter [gedaagden] hoofdelijk veroordeelt om aan Mijndomein B.V. een bedrag van € 315,26 te betalen, plus wettelijke handelsrente en proceskosten. Het bedrag van € 315,26 bestaat uit een hoofdsom van € 234,57, plus € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 40,69 aan wettelijke rente tot en met de dag van dagvaarden.



3.2.

Mijndomein B.V. legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagden] hun betalingsverplichting op grond van de tussen [gedaagden] en Mijndomein B.V. gesloten overeenkomst niet zijn nagekomen. Mijndomein B.V. stelt dat [gedaagden]
hebben nagelaten de factuur voor een bedrag van € 234,57 aan Mijndomein B.V. te voldoen. Mijndomein B.V. heeft diverse pogingen ondernomen om zowel via coeo Incasso B.V. als [gemachtigde] de bij haar openstaande vordering bij [gedaagden]
te innen. Echter, [gedaagden] hebben de openstaande vordering niet betaald. Dit alles maakt dat Mijndomein B.V. een bedrag aan hoofdsom vordert van € 234,57, plus buitengerechtelijke kosten en rente.




3.3.

[gedaagden] betwisten de vordering. [gedaagden] erkennen dat zij in het verleden diensten bij Mijndomein B.V. hebben afgenomen, maar zij herinneren zich niet dat zij in de periode waarop de factuur ziet diensten hebben afgenomen van Mijndomein B.V. Daarbij voeren [gedaagden] aan dat zij bezig waren met de beëindiging van hun onderneming in de periode waarop de vordering betrekking heeft. Hun Vof is formeel ontbonden per 31 juli 2025. In dat kader waren alle zakelijke accounts, abonnementen en diensten beëindigd, waaronder die van Mijndomein B.V. Volgens [gedaagden] kan Mijndomein B.V. haar vordering niet bewijzen. Zij heeft niet aangetoond dat er een onderliggende overeenkomst is. Het AVG- inzageverzoek dat [gedaagden] hebben gedaan, heeft evenmin bewijs opgeleverd voor een overeenkomst. Het bedrag op de factuur klopt rekenkundig gezien ook niet.



3.4.

[gedaagden] voeren ook verweer tegen de buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente. Volgens hen heeft Mijndomein B.V. geen deugdelijke veertiendagenbrief gestuurd. Door de vordering deels gelijktijdig aan coeo Incasso B.V. en aan [gemachtigde] uit handen te geven, zijn de incassokosten bovendien onredelijk en onevenredig.



3.5.

[gedaagden] concluderen dan ook tot niet-ontvankelijkheid van Mijndomein B.V., dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Mijndomein B.V., met veroordeling van Mijndomein B.V. in de kosten van deze procedure.



3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.






4De beoordeling


4.1.
De kantonrechter wijst de vordering van Mijndomein B.V. toe. Hierna zal de kantonrechter toelichten waarom hij tot dat oordeel komt.



4.2.
Vooropgesteld dient te worden dat het in deze zaak gaat om een door Mijndomein B.V. gestelde nakomingsverplichting. Zij stelt namelijk dat tussen partijen een overeenkomst is gesloten op grond waarvan [gedaagden] verplicht zijn de verstuurde factuur te betalen. Partijen verschillen echter van mening over het bestaan van die overeenkomst voor de periode waarop de factuur ziet.



4.3.

[gedaagden] erkennen dat zij in het verleden diensten hebben afgenomen, maar volgens hen gold geen overeenkomst in april 2024 toen de factuur werd gestuurd. De kantonrechter stelt voorop dat voor het sluiten van een overeenkomst geen vormvereiste geldt. Een overeenkomst kan schriftelijk tot stand komen. Zij kan echter ook mondeling tot stand komen. De kantonrechter stelt vast dat [gedaagden] de facturen die in 2023 zijn verstuurd, volledig hebben betaald. Zij betwisten ook niet dat die facturen destijds terecht zijn verstuurd en dat zij in ieder geval in 2023 diensten hebben afgenomen van Mijndomein B.V. Daarmee staat vast dat tussen partijen in 2023 een overeenkomst gold, inhoudende dat Mijndomein B.V. (webhosting)diensten verrichte tegen betaling door [gedaagden] . [gedaagden] hebben verder ook niet betwist dat de door Mijndomein B.V. overgelegde algemene voorwaarden van toepassing waren op die overeenkomst in 2023.



4.4.

[gedaagden] betwisten wel dat de overeenkomst in 2024 is verlengd of dat opnieuw een overeenkomst is gesloten.



4.5.

Artikel 14.1 van de algemene voorwaarden van Mijndomein B.V. luidt als volgt:
“14. Duur en einde Overeenkomst
De overeenkomst wordt steeds aangegaan voor de in de Overeenkomst bepaalde termijn. De Overeenkomst zal worden verlengd met eenzelfde termijn, tenzij Wederpartij uiterlijk 30 dagen voor de einddatum van de lopende termijn de Overeenkomst Schriftelijk opzegt overeenkomstig artikel 14.2. (…)”



4.6.
Op grond van de algemene voorwaarden geldt dus dat de overeenkomst wordt verlengd, tenzij de overeenkomst wordt opgezegd voor het einde van de looptijd. Het verweer dat de overeenkomst door [gedaagden] is opgezegd, is een bevrijdend verweer. De wet bepaalt dat de partij die zich beroept op rechtsgevolgen van door haar gestelde feiten of rechten, de bewijslast van die feiten of rechten draagt. In dit geval beroepen [gedaagden] zich erop dat de eerder geldende overeenkomst is geëindigd. Omdat de overeenkomst in beginsel wordt verlengd, rust, anders dan [gedaagden] aanvoeren, op hen de stelplicht en bewijslast van het feit dat de overeenkomst met Mijndomein B.V. is opgezegd.



4.7.
Mijndomein B.V. heeft betwist dat zij een opzegging heeft ontvangen. [gedaagden] hebben niet aangetoond dat en wanneer de overeenkomst met Mijndomein B.V. door hen is opgezegd. Het enkele feit dat hun vennootschap is ontbonden, betekent niet dat daardoor lopende overeenkomsten zijn geëindigd. Uit het tijdsverloop kan ook niet worden geconcludeerd dat de opzegging logisch zou zijn in het licht van het einde van de vennootschap. De vennootschap is namelijk pas meer dan een jaar ná de datum van de factuur ontbonden. Nu [gedaagden] er niet in zijn geslaagd om hun opzegging voldoende te onderbouwen, is niet vast komen te staan dat er door [gedaagden] rechtsgeldig is opgezegd. Gelet op artikel 14.1 van de algemene voorwaarden van Mijndomein B.V. is de overeenkomst dus in 2024 verlengd. Op grond daarvan was Mijndomein B.V. gerechtigd een factuur te versturen voor de door haar te leveren diensten.



4.8.

[gedaagden] hebben nog aangevoerd dat zij zich niet herinneren dat zij diensten hebben afgenomen van Mijndomein B.V. in 2024, maar een dergelijke blote betwisting is onvoldoende om aan te nemen dat geen dienstverlening heeft plaatsgevonden.



4.9.

[gedaagden] hebben verder aangevoerd dat het bedrag van de factuur niet klopt. De afzonderlijke posten op de factuur komen namelijk niet uit op het totaalbedrag dat op de factuur staat. Volgens [gedaagden] sluit de rekensom op € 237,17. In de dagvaarding wordt een lager bedrag gevorderd, zonder dat dit is uitgelegd. Anderzijds zou Mijndomein B.V. de prijs van de dienstverlening hebben verhoogd zonder die prijswijziging aan te kondigen.



4.10.
Ten aanzien van het factuurbedrag heeft Mijndomein B.V. inderdaad minder gevorderd dan het factuurbedrag en minder dan het bedrag dat [gedaagden] heeft berekend. Dat betekent niet dat de vordering moet worden afgewezen. Het staat Mijndomein B.V. vrij om minder te vorderen dan waar zij eventueel recht op heeft. Ten aanzien van de prijsverhoging heeft Mijndomein B.V. de actievoorwaarden uit 2023 overgelegd. [gedaagden] heeft niet betwist dat die voorwaarden in 2023 golden. Uit die voorwaarden blijkt dat een tijdelijke korting wordt verleend, voor de duur van een jaar, en dat na dat jaar de gewone prijs zonder korting in rekening zal worden gebracht. Daarmee is voldoende verklaard dat in 2024 een hoger bedrag in rekening is gebracht dan in 2023. Omdat geen sprake was van een verhoging van de prijs, maar van het vervallen van een korting, was er ook geen reden om een verhoging aan te kondigen.



4.11.
De overeenkomst waarvan Mijndomein B.V. nakoming vordert, is gesloten met [V.O.F.] . Gelet op artikel 18 van het Wetboek van Koophandel zijn alle vennoten, in dit geval [gedaagden] , hoofdelijk verbonden. Dat betekent dat [gedaagden] kunnen worden aangesproken voor de vorderingen die Mijndomein B.V. op de vennootschap heeft of had.



4.12.
Dit alles maakt dat de kantonrechter van oordeel is dat de vordering voor een bedrag van € 234,57 in hoofdsom wordt toegewezen.



4.13.
Voorts oordeelt de kantonrechter dat [gedaagden] een AVG- inzageverzoek hebben gedaan daar verder niets aan afdoet. Zoals hiervoor overwogen heeft Mijndomein B.V. voldoende gesteld en onderbouwd dat er een overeenkomst is tussen Mijndomein B.V. en [gedaagden] die nimmer is opgezegd. Een AVG-inzageverzoek laat onverlet dat Mijndomein B.V. gerechtigd was om de incassoprocedure en procedure via de deurwaarder verder voort te zetten.



Klachttermijn




Partijen hebben een discussie gevoerd over de klachttermijn. [gedaagden] zou te laat hebben geklaagd over de hoogte van de factuur. De kantonrechter zal daar verder niet over oordelen, omdat uit het voorgaande volgt dat de klachttermijn niet relevant is. De klachttermijn had slechts relevant kunnen zijn als op Mijndomein B.V. een verplichting rustte om in dit geval een prijsverhoging aan te kondigen en zij die verplichting had geschonden. Dat is niet het geval.




Buitengerechtelijke incassokosten





4.14.

Mijndomein B.V. vordert een bedrag van € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten. Er is sprake van een handelsovereenkomst als bedoeld in artikel 6:119a lid 1 BW die op of na 16 maart 2013 is gesloten. De overeengekomen wettelijke betalingstermijn is verstreken. [gedaagden] zijn daarom op grond van het bepaalde in artikel 6:96 lid 4 BW ook zonder aanmaning € 40,00 verschuldigd als vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. [gedaagden] hebben aangevoerd dat er geen geldige veertiendagenbrief is gestuurd hetgeen wel een verplichting zou zijn. Nu het gaat om een handelsovereenkomst bestaat bij te late betaling altijd recht op een minimumbedrag van
€ 40,00. Daarvoor is verzuim, noch een aanmaning of andere incassohandeling nodig. De genoemde veertiendagenbrief geldt alleen voor consumentschuldenaren. [gedaagden] zijn dat niet. De kantonrechter zal daarom € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten toewijzen.




Handelsrente





4.15.
De kantonrechter oordeelt dat de gevorderde handelsrente over de hoofdsom wordt toegewezen, omdat hiervoor al is geoordeeld dat sprake was van een handelsovereenkomst, dat [gedaagden] verplicht waren de factuur te betalen en dat zij dit niet op tijd hebben gedaan.




[gedaagden] worden in de proceskosten veroordeeld





4.16.

[gedaagden] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Mijndomein B.V., worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


243,27







- griffierecht


€


135,00







- salaris gemachtigde


€


174,00


(2 punten × € 87,00)




- nakosten


€


87,00


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


639,27











Hoofdelijkheid




De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.







5De beslissing


De kantonrechter



5.1.
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om aan Mijndomein B.V., tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 315,26, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 234,57, met ingang van 4 november 2025, tot de dag van volledige betaling,



5.2.
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Mijndomein B.V. gevallen en tot vandaag begroot op € 639,27, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagden] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.


Dit vonnis is gewezen door mr. Dohmen en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026.




Artikel 3:296 BW.


Artikel 150 Rv.