Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2026:2266

2026-03-11 Civiel recht; Verbintenissenrecht 11825620 CV EXPL 25-3369
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Uitspraakdatum
2026-03-11
Publicatiedatum
2026-03-10
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
11825620 CV EXPL 25-3369
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Wanprestatie schilderwerkzaamheden. Vervangende schadevergoeding deels toegewezen. Schade ten gevolge van de donkere kleurstelling is niet te wijten aan gedaagde

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (29.654 tekens)
RECHTBANK
LIMBURG



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Roermond



Zaaknummer: 11825620 \ CV EXPL 25-3369




Vonnis van 11 maart 2026




in de zaak van





1 [eiser] ,

te [plaats] ,2. [eiseres],
te [plaats] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers] ,
gemachtigde: mr. J.J.M. van Santvoort,



tegen





[gedaagde] H.O.D.N. [bedrijf 1],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: Stichting Achmea Rechtsbijstand.






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties,- de conclusie van antwoord met producties,
- de twee aktes van [eisers] ten behoeve van de mondelinge behandeling,
- de mondelinge behandeling van 28 januari 2026,
- de spreekaantekeningen van mr. Th.S.A. Berkhout.



1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De feiten


2.1.

[eisers] hebben [gedaagde] gevraagd een offerte op te stellen voor het verrichten van onderhoud aan het buitenschilderwerk van hun woning. Gezien de slechte staat van het houtwerk heeft [gedaagde] vóór het uitbrengen van de offerte contact opgenomen met [bedrijf 2] , de betrokken verfleverancier. [gedaagde] heeft met de heer [naam 1] van [bedrijf 2] op 28 september 2022 een bezoek gebracht aan de woning [eisers]



2.2.
Op 30 september 2022 is het bestaande hout- en schildwerk geïnspecteerd door Caparol/DAW Nederland B.V. De heer [naam 2] heeft namens Caparol de inspectie uitgevoerd in aanwezigheid van partijen. Caparol heeft een verftechnisch advies uitgebracht op 3 oktober 2022 (productie 3 van [eisers] ).



2.3.
Op basis van het verftechnisch advies van Caparol heeft [gedaagde] op 16 oktober 2022 een offerte uitgebracht voor het buitenschilderwerk (met uitzondering van de Red Pine aftimmering van de garage), welke offerte door [eisers] voor akkoord is ondertekend. In de offerte is vermeld dat de kleurstelling en glansgraad nog nader door partijen in overleg wordt bepaald (productie 5 [eisers] ). Naar aanleiding van het verftechnisch advies van Caparol hebben [eisers] de buitengevelkozijnen van de aanbouw aan de onderzijde door een derde aangepast en zijn nieuwe onderdorpels geplaatst.



2.4.

[gedaagde] heeft in juni 2023 de schilderwerkzaamheden uitgevoerd aan de buitenzijde van de woning van [eisers] [gedaagde] heeft hierbij conform het verftechnisch advies van Caparol de voorbereidende (herstel)werkzaamheden verricht. [eisers] hebben voor een hoogglans zwarte kleurstelling gekozen voor de kozijnen, ramen en deuren en een matte coating voor de voordeur en de aan de voorgevel aanwezige stalen kolommen. Ook de nieuw aangebrachte beplating aan de onderzijde van de carport is door [gedaagde] voorzien van een zwarte coating. Op 29 juni 2023 heeft [gedaagde] het werk afgerond.



2.5.
Twee weken na de afronding van de werkzaamheden hebben [eisers] een aantal gebreken aan het schilderwerk geconstateerd. [eisers] hebben [gedaagde] op 24 augustus 2023 in gebreke gesteld tot herstel over te gaan (productie 9 van de dagvaarding).



2.6.

[gedaagde] heeft naar aanleiding van de ingebrekestelling van [eisers] een onderzoek laten uitvoeren door Renovaid B.V. te Dongen. Op 25 september 2023 hebben de heren [naam 3] en [naam 4] , adviseurs van Renovaid, in het bijzijn van onder meer partijen en de heer [naam 1] van [bedrijf 2] een onderzoek gedaan naar de uitgevoerde werkzaamheden en een rapport uitgebracht (productie 11 van [eisers] ).



2.7.
Naar aanleiding van het onderzoek van Renovaid heeft [gedaagde] onder meer (herstel)werkzaamheden uitgevoerd aan het schilderwerk tot en met de vlieslaag. Partijen hebben afgesproken dat een derde partij voor rekening van [eisers] de neuslatten zou monteren en afwerken. [gedaagde] heeft werkzaamheden verricht op 16 en 17 oktober 2023. [gedaagde] heeft [eisers] een bedrag van € 263,43 in rekening gebracht voor de verrichte werkzaamheden (productie 12 van [eisers] ).



2.8.
Omdat [eisers] niet tevreden waren met de (herstel)werkzaamheden hebben zij een externe schilder het werk van [gedaagde] laten beoordelen. Bij brief van 24 november 2023 hebben [eisers] de vordering tot nakoming omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding (productie 14 van [eisers] ).




2.9.

[eisers] hebben ZNEB Expertise en Taxatie B.V. te Breda opdracht gegeven om de werkzaamheden van [gedaagde] te beoordelen en een taxatie van de herstelkosten te maken. Op 22 maart 2024 heeft een inspectie door ZNEB plaatsgevonden in het bijzijn van partijen. Op 15 juli 2024 heeft ZNEB een expertiserapport uitgebracht. De totale herstelkosten worden door ZNEB geschat op € 7.114,00 (productie 17 van [eisers] ).



2.10.
Bij brief van 16 juli 2024 hebben [eisers] [gedaagde] op basis van de uitkomst van het expertiserapport van ZNEB gesommeerd tot betaling van € 7.114,00 (productie 18 van [eisers] ). [gedaagde] is niet tot betaling overgegaan.



2.11.
ZNEB heeft bij factuur van 14 mei 2024 de kosten van de expertise bij [eisers] in rekening gebracht ten bedrage van € 1.855,10 (productie 24 van [eisers] ).



2.12.

[eisers] hebben in 2025 een derde partij herstelwerkzaamheden laten verrichten aan het schilderwerk ten bedrage van € 6.889,56 inclusief btw. Het verfwerk is verricht in de kleur hoogglans ral 9005 (productie 23 en 27 van [eisers] ).





3Het geschil


3.1.

[eisers] vorderen - kort samengevat -;



primair

I. te verklaren voor recht dat [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van de tussen partijen gesloten overeenkomst,
II. te verklaren voor recht dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de door [eisers] geleden schade ad € 6.889,56 inclusief btw, te vermeerderen met de wettelijke rente,
III. te verklaren voor recht dat [gedaagde] geen aanspraak kan maken op betaling van de factuur met factuurnummer d.d. 17-10-2023 te hoogte van € 263,43 en [gedaagde] te veroordelen tot het intrekken van voornoemde factuur en tot het staken van alle incassomaatregelen,




subsidiair

I. te verklaren voor recht dat de tussen partijen gesloten overeenkomst tot stand is gekomen onder invloed van dwaling,
II. de gevolgen van de overeenkomst zodanig te wijzigen dat de verschuldigde aannemingsprijs wordt verminderd met € 6.889,56 inclusief btw en [gedaagde] te veroordelen tot betaling van dit bedrag aan [eisers] , te vermeerderen met de wettelijke rente,




meer subsidiair




I. de overeenkomst gedeeltelijk te ontbinden, zodanig dat [eisers] het ondeugdelijk werk mag behouden en de aannemingsprijs wordt verminderd met € 6.889,56 inclusief btw, althans [gedaagde] te veroordelen tot betaling van dit bedrag aan [eisers] , te vermeerderen met de wettelijke rente,







zowel primair als subsidiair als meer subsidiair




IV. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de expertisekosten ad € 1.855,10, te vermeerderen met de wettelijke rente,
V. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten ad
€ 870,57 inclusief btw, te vermeerderen met de wettelijke rente,
VI. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van de procedure, inclusief nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.




3.2.

[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eisers] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eisers] in de kosten van deze procedure, alsmede de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.



3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





4De beoordeling


4.1.
De kern van het geschil tussen partijen betreft allereerst de vraag of [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten bij het verrichten van de verfwerkzaamheden, zodat hij aansprakelijk is voor de door [eisers] geleden schade ad € 6.889,56 inclusief btw en de aanvullende schade, bestaande uit onder meer de expertisekosten ad € 1.855,10.



4.2.

[eisers] stellen dat [gedaagde] tekort is geschoten omdat het schilderwerk van het kozijn van de aanbouw en het garageraam na twee weken begon te scheuren en de herstelwerkzaamheden aan de kozijnen goed zichtbaar zijn, de binnenkant van het slaapkamerraam niet geschilderd is en de voordeur verfstrepen laat zien. Ook is er op verschillende plaatsen blaarvorming te zien en heeft de verf op het kozijn bij de voordeur losgelaten. Volgens Renovaid is bij de inspectie gebleken dat de scheurvorming en andere schades waarschijnlijk mede het gevolg zijn van de donkere kleur van de coating, waardoor het hout sneller droogt ten opzichte van lichtere lakkleuren, aldus [eisers]



4.3.

[gedaagde] betwist - kort gezegd - dat hij tekort is geschoten. Volgens [gedaagde] heeft hij correct gehandeld en zelfs meer gedaan dan van hem kon worden verwacht.



4.4.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Nu [gedaagde] betwist dat hij tekort is geschoten ligt de bewijslast van de gestelde wanprestatie op grond van artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bij [eisers]



4.5.

De kantonrechter stelt vast dat bewijs door het aanstellen van een gerechtelijk deskundige niet meer geleverd kan worden. [eisers] hebben het betreffende schilderwerk immers laten overschilderen zodat de kwaliteit van het door [gedaagde] geleverde werk niet meer kan worden vastgesteld,

[eisers] hebben echter zelf ook een deskundigenonderzoek laten uitvoeren, door ZNEB Expertise. De vraag is of dit onderzoek voldoet aan de vereisten om als bewijsmiddel in de procedure tussen partijen te kunnen dienen.




ZNEB heeft op 22 maart 2024 in het bijzijn van beide partijen het werk geïnspecteerd. Daarnaast waren namens [gedaagde] aanwezig de heer [naam 1] van [bedrijf 2] en de heer [naam 4] van Renovaid. Op 15 juli 2024 heeft ZNEB haar rapportage uitgebracht. Uit de rapportage blijkt dat beide partijen in de gelegenheid zijn gesteld om een toelichting te geven en stukken in te brengen en hier ook gebruik van hebben gemaakt.




4.6.
De kantonrechter zal dit rapport van ZNEB volgen. [gedaagde] stelt zich weliswaar op het standpunt dat ZNEB verkeerd is ingelicht door [eisers] , waardoor het rapport gekleurd en onbetrouwbaar zou zijn, maar deze stelling van [gedaagde] wordt niet gevolgd. [gedaagde] is immers voldoende vertegenwoordigd geweest bij de inspectie. Daarnaast heeft hij de gelegenheid gehad commentaar te leveren op het concept rapport. Dat de deskundige de expertise zou missen om inhoudelijk een deugdelijke onderzoek te doen is niet gesteld noch gebleken. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat het rapport beantwoord en de eisen die daaraan gesteld mogen worden.



4.7.
De kantonrechter zal hierna de in het rapport van ZNEB geconstateerde gebreken/schade en de schadevaststelling van ZNEB onder punt 10 van het rapport bespreken.



Kleurverschil plafond carport (punt a)





4.8.
Volgens van [eisers] werd een deel van de houten beplating aan de onderzijde van de carport door [gedaagde] hersteld door één plaat over te schilderen waardoor een kleurverschil is ontstaan. ZNEB heeft geconstateerd dat er enige kleur-/glansnuance zichtbaar was in de zwarte matte coating tussen de plaat rechtsachter en de aangrenzende beplating. Volgens ZNEB is dit het gevolg van het niet in één bewerking met een identiek product uit dezelfde productiebatch uitvoeren van het lakwerk door [gedaagde] . ZNEB begroot de herstelkosten hiervan op 1 mandag van 8 uur x € 63,00 plus materiaalkosten ad € 200,00, ofwel in totaal € 704,00 inclusief 9% btw.



4.9.
Volgens [gedaagde] is er geen sprake van een tekortkoming omdat het schilderwerk aan het plafond van de carport meerwerk betrof en hij beroept zich op de afspraken die met [eisers] zijn gemaakt over de uitvoering van (herstel)werkzaamheden tijdens de inspectie van Renovaid op 25 september 2023.



4.10.
De kantonrechter is van oordeel dat het verweer van [gedaagde] niet kan slagen. Voor zover het verweer van [gedaagde] zo begrepen moet worden dat hij zou hebben afgesproken dat hij slechts één plaat zou verven, en eventueel kleurverschil zou worden geaccepteerd, slaagt dat verweer niet omdat die afspraak nergens uit blijkt.



4.11.
Door ZNEB is vastgesteld dat er sprake is van enige kleur-/glansnuance in de zwarte matte coating tussen de plaat die [gedaagde] heeft geverfd en de aangrenzende beplating. Daarmee acht de kantonrechter het uitgevoerde werk, ongeacht de vraag of het meerwerk betrof, niet deugdelijk. Het bedrag aan begrote herstelkosten ad € 704,00 inclusief btw komt de kantonrechter niet onredelijk voor en is ook niet betwist door [gedaagde] . De kantonrechter zal dit bedrag als vervangende schadevergoeding toewijzen.




4.12.
Voor zover van belang heeft ZNEB in haar rapport bij dit onderdeel nog opgenomen dat het niet met de nodige open naden en ventilatie aanbrengen van de beplating door haar wordt gezien als een gebrek in de applicatie van de houten beplating, ofwel niet te wijten aan [gedaagde] . Dit onderdeel ziet de kantonrechter ook niet terugkomen in de vordering [eisers] , zodat hier niet verder op zal worden ingegaan.



Streepvorming voordeur (punt b)





4.13.
Volgens [eisers] zijn er ondanks herstelwerkzaamheden door [gedaagde] strepen in de matte lak zichtbaar gebleven en vlekvorming bij regen. Volgens ZNEB is er inderdaad enige mate van streepvorming op de voordeur zichtbaar, maar is die van dien aard dat het verkregen beeld doet vermoeden dat de oorsprong daarvan is gelegen in de ondergrond (vlakheid/structuur van de vlakke voordeur), zijnde niet een gevolg van het schuurwerk en/of lakwerk van [gedaagde] . Volgens ZNEB is het niet verwijtbaar aan [gedaagde] gezien de bouwtechnische uitvoering waarop [gedaagde] diens werkzaamheden heeft moeten voortzetten en is er geen sprake van een gebrek.



4.14.

[eisers] stellen zich op het standpunt dat het gebrekkige schilderwerk als gevolg van de bouwtechnische gebreken aan de ondergrond wel aan [gedaagde] te verwijten is en dat [gedaagde] hen hiervoor had moeten waarschuwen. [gedaagde] stelt zich op het standpunt dat [eisers] aan de hand van het verftechnisch advies van Caparol naast de op 30 september 2022 besproken risico’s is gewaarschuwd voor de slechte staat van het houtwerk c.q. ondergrond.



4.15.

De kantonrechter is van oordeel dat het standpunt van [eisers] niet kan slagen. [gedaagde] heeft voldoende gemotiveerd gesteld dat [eisers] gewaarschuwd was voor de gebreken in de ondergrond en ZNEB heeft geconcludeerd dat de streepvorming niet het gevolg is van het schuurwerk en/of lakwerk van [gedaagde] . Daarnaast heeft ZNEB in haar rapport vastgesteld dat zij geen vlekvorming heeft geconstateerd.
Voor zover de vordering van [eisers] ziet op vervangende schadevergoeding voor de streepvorming op de voordeur wordt deze afgewezen.




Scheurvormingen/opvullingen in coating kozijnen aanbouw rechtsachter en in coating raamkozijn garage linksachter en opvulling in coating raamkozijn keuken (punt c, d en e).





4.16.

Tijdens de mondelinge behandeling hebben [eisers] aangevoerd dat de post ‘houtwerk’ ziet op reparatiewerkzaamheden die [gedaagde] onjuist zou hebben uitgevoerd. De kantonrechter kan dit echter uit het rapport van ZNEB niet opmaken. Hierin is nergens opgenomen dat de post houtwerk voortvloeit uit onjuiste reparatiewerkzaamheden van [gedaagde] . ZNEB geeft in haar rapport aan dat de afwijkende uitvoering van de aansluitingen van de tussenstijlen op de kalven (punt c) en de staat van het houtwerk an sich (punt c, d en e) niet verwijtbaar kan worden geacht aan [gedaagde] . De kantonrechter heeft niet kunnen vaststellen dat [eisers] dit punt in de conceptfase van het rapport bij de deskundige hebben aangekaart. De kantonrechter ziet nu geen aanleiding om van deze bevinding van de deskundige af te wijken.
Dat betekent dat de begrote kosten voor vervanging van aangetast houtwerk van de kozijnen ad € 2.430,00 niet wordt toegewezen.




4.17.

Volgens ZNEB heeft [gedaagde] de aansluitnaden van de (tussen)stijlen op de kalven en dorpels (opnieuw) opgevuld in plaats van dat de ronde kantjes zijn behouden/aansluitnaden ‘open’ zijn gemaakt, zoals geadviseerd door Caparol (in het rapport van Caparol aangeduid als ‘visbekken’). [gedaagde] heeft de visbekken opgevuld bij de kozijnen van de aanbouw rechtsachter en/of deels opgevuld bij het raamkozijn van de garage linksachter. Als gevolg van natuurlijke werking van haaks op elkaar staand hout ontstaat dan scheurvorming ter plaatse van de aansluitnaden, aldus ZNEB. Dit is volgens ZNEB het gevolg van handelen/nalaten van [gedaagde] . [gedaagde] heeft dit onvoldoende weersproken.
De kantonrechter is van oordeel dat dit een gebrek betreft die voor rekening van [gedaagde] dient te komen.
Nu bij de schadevaststelling geen duidelijkheid wordt gegeven over de hoogte van deze schade zal de kantonrechter de schade als gevolg van het niet opvolgen van het advies van Caparol over de visbekken, inclusief de eventuele kosten voor het opnieuw dekkend schilderen, schatten op een bedrag van in totaal € 500,00. Dit bedrag zal worden toegewezen.




4.18.

Het houtwerk van de kozijnen is onderhevig aan werking, onder andere onder invloed van het vochtgehalte van de lucht en de hitteontwikkeling. Omdat het houtwerk is voorzien van een zeer donkere tint wordt het hout als de zon schijnt een veelvoud warmer dan bij een kozijn met een lichtere lakkleur, aldus ZNEB. Dit versterkt het ontstaan van scheurvorming en onvlakheden in het kozijnwerk.
Volgens ZNEB heeft [gedaagde] ondanks het advies van Renovaid bij het herstelwerk de zwarte coating gehandhaafd. In de zwarte laklagen heeft ZNEB op diverse locaties onvlakheden en scheurvormingen aangetroffen. Verwezen wordt naar pagina 12 en verder van het rapport. ZNEB legt de verantwoordelijkheid daarvoor bij [gedaagde] .

[gedaagde] heeft aangevoerd dat [eisers] nadrukkelijk heeft gekozen voor een donkere kleurstelling, ook nadat hij voor de mogelijke gevolgen was gewaarschuwd.




4.19.

De kantonrechter is van oordeel dat voor zover de schade terug te voeren is op het gebruik van een donkere kleurstelling dit niet te wijten is aan [gedaagde] . [eisers] heeft immers nadrukkelijk voor een donkere kleurstelling gekozen.
Dit volgt voldoende uit de als producties 2 en 3 door [gedaagde] overgelegde stukken.
Productie 2 betreft het schrijven van de heer [naam 2] van Caparol aan [gedaagde] . Deze verklaart onder meer het volgende:
“ (..) technische opname van het schilderwerk, dat plaats vond op 30 september 2022 aan het [adres] (..). Bij deze rondgang met [bedrijf 1] , is ook met de eigenaar van het object dhr. [eisers] gesproken over de risico’s ten aanzien van het uit te voeren schilderwerk. Specifiek is hierbij gewezen op het gebruik van een donkere kleurstelling en de risico’s daarvan. Hierbij is tevens aangegeven dat bij het toepassen van lichtere kleuren in de gegeven situatie door een hogere reflectiewaarde, deze meer duurzaam zijn en in deze situatie ook minder risicovol. De heer [eisers] heeft tijdens dit gesprek, om specifieke redenen, aangegeven de kleurstelling te willen behouden.”
Productie 3 betreft het schrijven van de heer [naam 1] van [bedrijf 2] aan [gedaagde] . Deze verklaart onder meer als volgt:
“Op 25 september 2023 ben ik aanwezig geweest bij de afspraak met dhr. [eisers] aan de Dudokstraat 3 in [plaats] (..). Ik meen me te herinneren, dat tijdens dit gesprek is gezegd en met dhr. [eisers] besproken, dat het gebruik van een donkere kleurstelling voor het lakwerk, niet is aan te raden.




Aangegeven werd destijds, dat donkere kleuren leiden tot risico’s ten aanzien van het schilderwerk. Indien de opdrachtgever gekozen zou hebben voor een lichtere kleurstelling, waren de risico’s beduidend minder geweest.


Echter, een andere kleurstelling dan de gebruikte donkere kleur, was voor dhr. [eisers] niet acceptabel.”

[eisers] stellen zich op het standpunt dat de verklaringen onjuist zijn, maar de kantonrechter ziet geen aanleiding om aan de inhoud hiervan te twijfelen. Immers, zelfs nadat [eisers] kennis droeg van het rapport van ZNEB (met de hiervoor geciteerde waarschuwing met betrekking tot een donkere kleur) koos hij bij het laten uitvoeren van herstelwerk door een derde voor de kleurstelling Ral 9005 (omschrijving: de meest donkere RAL kleur zwart).
De vordering tot betaling van vervangende schadevergoeding die ziet op schade die is ontstaan ten gevolge van het gebruik door [gedaagde] van een donkere kleur wordt daarom afgewezen.




4.20.

Ten aanzien van de in het rapport van ZNEB opgenomen kosten voor het gelijkend aan de aanbouw plaatsen van neuslijsten op de kalven en onderdorpels ten bedrage van
€ 860,00 inclusief btw oordeelt de kantonrechter dat [eisers] zelf heeft aangegeven dat zij de kosten voor de neuslatten zouden dragen. Dat volgt ook uit punt 14 van de pleitnota van mr. Van Berkhout. Voor zover de vordering tot vervangende schadevergoeding hierop ziet, wordt deze afgewezen.




4.21.
Tot slot zijn in de schadevaststelling kosten opgenomen voor het na de daarin genoemde aanpassingen opnieuw dekkend schilderen van 5 stuks aangepaste/ herstelde kozijnen ten bedrage van 5 mandagen ad € 504,00 per dag en € 600,00 aan materiaal, geraamd op € 3.120,00. Nu het herstel van het hout, zoals hiervoor onder overweging 4.16 is overwogen, niet voor rekening van [gedaagde] komt, komen de daaruit voortvloeiende kosten voor het opnieuw dekkend schilderen eveneens niet voor rekening van [gedaagde] . Voor zover de vordering tot vervangende schadevergoeding hierop ziet, wordt deze eveneens afgewezen.



Conclusie tekortkoming en schade





4.22.


[gedaagde] is toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van de tussen partijen gesloten overeenkomst. [eisers] heeft op grond van artikel 6:87 BW haar vordering tot nakoming omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding. [gedaagde] is ten gevolge van de tekortkoming aansprakelijk voor de door [eisers] geleden schade, die wordt vastgesteld op een totaalbedrag van
€ 1.204,00. Dat betekent dat de primaire vordering tot verklaring voor recht wordt toegewezen. Daarnaast wordt voornoemd bedrag aan schade toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 18 oktober 2023 tot aan de dag van volledige betaling.




Verklaring voor recht dat [gedaagde] geen aanspraak kan maken op betaling van de factuur ter hoogte van € 263,43 en tot intrekking van de factuur





4.23.


[eisers] stellen zich op het standpunt dat zij de door [gedaagde] in rekening gebrachte herstelkosten (productie 12 bij de dagvaarding) niet verschuldigd zijn, omdat partijen ten aanzien van de herstelwerkzaamheden hadden afgesproken dat uitsluitend de kosten voor het monteren en afwerken van de neuslatten voor rekening van [eisers] zouden zijn.

[gedaagde] stelt zich op het standpunt dat het hier om meerwerk gaat en niet om herstelkosten en verwijst naar de afspraken die zijn gemaakt op 25 september 2023 tijdens de bezichtiging van Renovaid.

[eisers] betwist dat er een afspraak tot het verrichten van meerwerk tussen partijen is gemaakt.




4.24.

[gedaagde] beroept zich op meerwerk. De bewijslast voor die bewering rust op hem. Bewijs is echter niet geleverd. De kantonrechter zal daarom de gevorderde verklaring voor recht toewijzen voor wat betreft het deel dat [gedaagde] geen aanspraak kan maken op betaling van € 263,43. Voor het resterende deel van de vordering, een ‘verklaring voor recht … tot intrekking van de factuur’ bestaat geen juridische grondslag zodat dit deel van de vordering zal worden afgewezen



Subsidiaire en meer subsidiaire vordering





4.25.
Nu de primaire vordering (gedeeltelijk) wordt toegewezen, wordt aan de behandeling van de subsidiaire en meer subsidiaire vorderingen niet meer toegekomen.



Expertisekosten





4.26.


[eisers] vorderen op grond van artikel 6:74 BW juncto artikel 6:96 lid 2
sub b BW de expertisekosten de zij hebben moeten maken voor het onderzoek van ZNEB (productie 24 van de dagvaarding). De kantonrechter is van oordeel dat, nu vast is komen te staan dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de overeenkomst, de kosten voor het vaststellen van de aansprakelijkheid en de schade eveneens voor zijn rekening dienen te komen. [gedaagde] heeft de hoogte van de gevorderde expertisekosten niet betwist. Dat betekent dat een bedrag van € 1.855,10 wordt toegewezen.




Buitengerechtelijke incassokosten





4.27.

[eisers] vorderen vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eisers] hebben voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [eisers] hebben daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. [eisers] hebben het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met btw. Omdat [eisers] geen ondernemer zijn, wordt de vergoeding verhoogd met btw. Daarom zal een bedrag van € 218,53 inclusief btw worden toegewezen, berekend over het totaal toe te wijzen bedrag aan vervangende schadevergoeding. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten vanaf de dag van dagvaarding zal worden toegewezen.



Proceskosten





4.28.
Omdat beide partijen gedeeltelijk ongelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.






5De beslissing


De kantonrechter



5.1.
verklaart voor recht dat [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit hoofde van de tussen partijen gesloten overeenkomst,



5.2.

verklaart voor recht dat [gedaagde] geen aanspraak kan maken op betaling van
€ 263,43,




5.3.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eisers] te betalen een bedrag van € 1.204,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW,
met ingang van 18 oktober 2023, tot de dag van volledige betaling,




5.4.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eisers] te betalen een bedrag van € 218,53 inclusief btw aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,



5.5.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,



5.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,



5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.


Dit vonnis is gewezen door mr. Van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026.