Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2026:2129

2026-03-18 Civiel recht; Verbintenissenrecht 11994097 \ CV EXPL 25-5512
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Uitspraakdatum
2026-03-18
Publicatiedatum
2026-03-04
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
11994097 \ CV EXPL 25-5512
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RAV 2026/46 | JA 2026/66 | VR 2026/94

Inhoudsindicatie

Verzekering betaalt schade uit, sluit het dossier en vordert enkele maanden later betaling terug omdat de schade niet onder de dekking viel. Vordering wordt afgewezen in verband met schending van de zorgplicht.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (10.312 tekens)
RECHTBANK
LIMBURG



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Roermond



Zaaknummer: 11994097 \ CV EXPL 25-5512




Vonnis van 18 maart 2026




in de zaak van




ALLIANZ DIRECT VERSICHERUNGS-AG, m.h.o.d.n. Allianz Direct Versicherungs-AG, Dutch Branch, Allianz Direct, Allsecur,

te München,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: Allianz,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,



tegen





[verzekerde]
,
te [plaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [verzekerde] ,
gemachtigde: mr. R.G.J. Deuss.






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de door Allianz bij brief van 2 februari 2026 overgelegde producties 11, 12 en 13
- de mondelinge behandeling van 12 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.



1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.






2De feiten


2.1.

[verzekerde] heeft een auto van het merk Lynk & Co met [kenteken] bij Allianz verzekerd. De auto was op naam gesteld van [B.V.] . [verzekerde] is directeur-eigenaar van deze BV.


2.2.
Met bovengenoemd voertuig heeft op 14 mei 2024 een aanrijding plaatsgevonden. De schade is aangemeld bij Allianz en Allianz heeft een schadebedrag van € 10.270,29 uitbetaald.



2.3.
Per e-mail van 11 oktober 2024 laat Allianz weten dat de tegenpartij schadeloos is gesteld en dat het dossier wordt gesloten.



2.4.
Bij brief van 9 januari 2025 laat Allianz aan [verzekerde] weten dat hij niet verzekerd is voor de schade omdat tijdens het voorval het voertuig niet op naam van [verzekerde] stond.






3Het geschil



in conventie




3.1.
Allianz vordert - samengevat - veroordeling van [verzekerde] tot betaling van € 12.207,11, (€ 10.270,29 aan hoofdsom, € 877,70 aan buitengerechtelijke incassokosten en de btw daarover ad € 184,32 en € 874,80 aan rente), vermeerderd met rente en kosten.



3.2.

[verzekerde] voert verweer. [verzekerde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Allianz. Volgens [verzekerde] heeft Allianz hem niet voorafgaand aan de uitbetalingen, geinformeerd dat er eigenlijk geen dekking bestond. Daarmee heeft Allianz de indruk gewekt dat een en ander correct was afgewikkeld. Door niet te waarschuwen heeft Allianz ook haar zorgplicht geschonden.



3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.



in reconventie





3.4.

[verzekerde] vordert - samengevat - terugbetaling van de door hem betaalde premies en betaling van een financiële schadevergoeding voor alle gemaakte uren en geleden psychische schade.



3.5.
Allianz voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [verzekerde] .



3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.






4De beoordeling



in conventie




4.1.
Allianz vordert betaling van de door haar uitbetaalde schade, incassokosten en proceskosten. Haar vordering met betrekking tot de rente heeft zij op de mondelinge behandeling ingetrokken, zodat deze niet beoordeeld hoeft te worden. De kantonrechter is van oordeel dat de (gewijzigde) vordering moet worden afgewezen. Hierna licht zij toe hoe zij aan dit oordeel komt.


4.2.
De kantonrechter stelt vast dat [verzekerde] als meest verstrekkende verweer aanvoert dat sprake is van rechtsverwerking. De kantonrechter zal daarom dit verweer eerst beoordelen. Een beroep op rechtsverwerking kan slagen als sprake is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan (i) bij de wederpartij gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat de rechthebbende zijn aanspraak niet meer geldend zal maken of (ii) waardoor de positie van de wederpartij onredelijk verzwaard of benadeeld zou worden indien het recht of de bevoegdheid alsnog geldend wordt gemaakt.



4.3.
Ook aangenomen dat [verzekerde] bij het aangaan van de verzekeringsovereenkomst zou hebben opgegeven dat de auto op naam van [verzekerde] stond – hetgeen overigens door [verzekerde] wordt betwist – en de verzekering inderdaad geen dekking verleent voor auto’s op naam van een BV, geldt het volgende. Voor Allianz had het bij het in behandeling nemen van de schade duidelijk kunnen en moeten zijn dat het kenteken van de auto op naam van een bv stond. Dit is immers zo op het aanrijdingsformulier ingevuld. Voor Allianz had dit aanleiding moeten zijn om op dat moment meteen nader te verifiëren op wiens naam de auto stond en of een uitkering op grond van de verzekering eigenlijk wel mogelijk is. Allianz heeft evenwel nagelaten om dergelijk onderzoek te doen. Een dergelijk onderzoek is kennelijk pas enkele maanden na de uitkering van de schade geweest. Allianz heeft immers pas drie maanden nadat zij [verzekerde] had laten weten dat het dossier gesloten was aan [verzekerde] bericht dat hij niet verzekerd is voor de schade en dat deze daarom terugbetaald moet worden.



4.4.
Door niet meteen adequaat te handelen en te constateren dat [verzekerde] niet verzekerd was voor de schade heeft Allianz naar het oordeel van de kantonrechter haar recht op terugbetaling verwerkt. Niet het enkele tijdsverloop maar het feit dat Allianz na indiening van de claim daadwerkelijk tot uitbetaling is overgegaan en bij brief van 11 oktober 2024 heeft meegedeeld dat het dossier werd gesloten, zijn bijzondere omstandigheden op grond waarvan bij [verzekerde] het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat Allianz niet terug zou komen op haar beslissing tot uitkering. [verzekerde] heeft bovendien onbetwist gesteld dat hem de mogelijkheid is ontnomen om te beoordelen of hij met minder kosten tot reparatie kon overgaan. De positie van [verzekerde] zou onredelijk worden benadeeld indien het recht alsnog geldend zou worden gemaakt. Het verweer van [verzekerde] slaagt daarom en de vordering van Allianz zal worden afgewezen. De omstandigheid dat er verschillende schadeafdelingen zijn leidt niet tot een ander oordeel omdat dit een omstandigheid is die voor rekening en risico van Allianz komt.




in reconventie





4.5.

[verzekerde] vordert in de eerste plaats terugbetaling van de door hem betaalde premies. Allianz heeft hiertegen op de mondelinge behandeling verweer gevoerd.



4.6.

De kantonrechter is van oordeel dat dit deel van de vordering moet worden afgewezen. Daarvoor is het volgende van belang.
In de wet is geregeld dat – samengevat – geen premie verschuldigd is indien in het geheel geen risico is gelopen. Met de woorden ‘geen risico gelopen’ wordt tot uitdrukking gebracht dat de bepaling eerst toepassing vindt, indien noch de verzekerde noch de tot uitkering gerechtigde het risico heeft gelopen waartegen werd verzekerd. Hierbij kan gedacht worden aan de situatie waarbij koopmansgoederen voor een bepaalde reis zijn verzekerd, maar niet worden verzonden. Zij vindt bijvoorbeeld geen toepassing in de situatie indien een gebouw tegen brand is verzekerd op voorwaarde dat bepaalde blusmiddelen aanwezig zijn, terwijl aan die voorwaarden gedurende een vol verzekeringsjaar niet is voldaan. De situatie in deze zaak is vergelijkbaar met het laatste voorbeeld. Er is dan wel een verzekering afgesloten, maar de schade valt niet onder de dekking omdat het kenteken op naam van een besloten vennootschap staat. Terugbetaling van reeds betaalde premies is daarom niet aan de orde.




4.7.
Verder vordert [verzekerde] betaling van een schadevergoeding voor alle gemaakte uren. Behalve het feit dat deze vordering niet geconcretiseerd of onderbouwd, vindt deze vordering geen steun in de wet. Voor het geval [verzekerde] gelijk zou krijgen in deze procedure heeft hij recht op een gebruikelijke proceskostenvergoeding, maar dat gelijk heeft hij niet gekregen.



4.8.
Tot slot vordert [verzekerde] vergoeding van psychische schade. Hiermee bedoelt [verzekerde] een immateriële schadevergoeding. De kantonrechter stelt voorop dat de wetgever zeer terughoudend is bij de toekenning van een dergelijke vergoeding. Er kan onder meer een recht op immateriële bestaan indien er sprake is van aantoonbaar geestelijk letsel. Daarvan is in deze zaak geen sprake, althans dat is niet onderbouwd aangetoond. Daarom wordt ook dit deel van de vordering afgewezen.



In conventie en in reconventie





4.9.
Omdat beide partijen gedeeltelijk ongelijk krijgen, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.






5De beslissing


De kantonrechter




in conventie en in reconventie




5.1.
wijst de vorderingen af,



5.2.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,



5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.





Dit vonnis is gewezen door mr. Van den Berg Jeths-van Meerwijk en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026.






Artikel 7:938 BW