Rechtbank Limburg
ECLI:NL:RBLIM:2026:1995
2026-02-27
Civiel recht; Verbintenissenrecht
12018316 \ CV EXPL 25-5708
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Mondelinge uitspraak. Bemiddelingsovereenkomst makelaar. Beding onkostenvergoeding van 0,2% van de verkoopprijs na intrekking opdracht binnen 6 maanden niet onredelijk bezwarend. Geen ontbinding. Vordering toegewezen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (8.580 tekens)
RECHTBANK
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 12018316 \ CV EXPL 25-5708
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 27 februari 2026
in de zaak van
[eiser] , h.o.d.n. [bedrijf],
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: De Ruijter & Willemsen gerechtsdeurwaarders en incasso B.V.,
tegen
[gedaagde]
,
te [plaats 2] (België),
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: [gemachtigde] .
De zitting wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Maastricht.
De zaak wordt behandeld door mr. Bisscheroux, kantonrechter, bijgestaan door mr. Hollanders als griffier.
Aanwezig zijn:
- [eiser] - [gemachtigde] .
Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de kantonrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.
1De beoordeling
1.1.
[gedaagde] heeft de bemiddelingsovereenkomst getekend. In de voorwaarden staat in artikel 9 dat bij intrekking van de opdracht binnen zes maanden een onkostenvergoeding verschuldigd is van 0,2% van de vraagprijs (inclusief btw). Niet betwist is dat de vraagprijs € 249.000,00 was en dat de gevorderde vergoeding inclusief btw 0,2% hiervan bedraagt.
1.2.
[gedaagde] is een consument en [eiser] is een professionele partij. De kantonrechter is daarom gehouden om onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. De kantonrechter moet daarom ambtshalve onderzoeken of artikel 9 van de overeenkomst een oneerlijk beding is.
1.3.
De kantonrechter vindt het beding niet oneerlijk. Op grond van de wet heeft [eiser] ook recht op loon als een opdracht wordt ingetrokken voordat de opdracht is volbracht. In artikel 9 wordt dit recht op loon bepaald op 0,2 % van de vraagprijs als de opdracht binnen zes maanden wordt ingetrokken. De kantonrechter acht dit een redelijk percentage dat niet tot een buitensporige vergoeding leidt. Het is dan ook een geldig beding en [eiser] mag zich hierop beroepen.
1.4.
[eiser] heeft [gedaagde] ook gewaarschuwd dat hij een bedrag van € 498,00 in rekening zou brengen als zij inderdaad de opdracht zou intrekken. [gedaagde] heeft geantwoord dat zij wilde dat [eiser] het huis van internet zou verwijderen, de borden zou weghalen en de sleutel zou achterlaten zodat de nieuwe makelaar zijn werk kon doen. [gedaagde] heeft toen dus niet geprotesteerd tegen de aangekondigd facturering van de onkostenvergoeding.
1.5.
Voor zover [gedaagde] verweer voert dat sprake zou zijn van ontbinding van de overeenkomst wegens een tekortkoming aan de zijde van [eiser] , overweegt de kantonrechter als volgt. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Volgens [gedaagde] heeft [eiser] zich niet aan het contract gehouden omdat [eiser] [gedaagde] niet voldoende op de hoogte hield van de verkoopactiviteiten en had [eiser] contact moeten opnemen toen bleek dat er nauwelijks bezichtigingen werden aangevraagd. In artikel 4 van de voorwaarden is opgenomen dat [eiser] de opdracht naar beste weten en kennis zal uitvoeren en [gedaagde] als opdrachtgever regelmatig op de hoogte zal houden van verkoopactiviteiten. Het “regelmatig op de hoogte houden” is niet verder uitgewerkt. [gedaagde] kleurt dit “regelmatig op de hoogte houden” kennelijk anders in dan [eiser] . De kantonrechter vindt de uitleg van [eiser] niet evident juist. In de periode dat de overeenkomst heeft geduurd (iets meer dan twee maanden) heeft [eiser] twee bezichtigingen gepland en begeleid. Ook is de vraagprijs tussentijds aangepast. Er is dus wel degelijk contact geweest tussen [eiser] en [gedaagde] .
Indien [gedaagde] niet tevreden was, dan had [gedaagde] bij [eiser] dienen te klagen en eerst een ingebrekestelling moeten sturen waarin zij op correcte nakoming aandrong. Dat is niet gebeurd. Dat [eiser] tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen in de overeenkomst, kan dan ook niet worden vastgesteld. In ieder geval is het verzuim niet ingetreden omdat [gedaagde] zonder enige aankondiging de opdracht heeft ingetrokken. Aan de vereisten voor ontbinding van een overeenkomst is dus niet voldaan. De kantonrechter gaat dan ook niet mee in dit verweer van [gedaagde] . De overeenkomst is niet ontbonden, maar de opdracht is ingetrokken. Artikel 9 van de overeenkomst is dus wel van toepassing.
1.6.
Uit dit alles volgt dat [gedaagde] het bedrag van € 498,00 moet betalen. De wettelijke rente vanaf de vervaldag van de factuur is zij ook verschuldigd.
1.7.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. [eiser] is zonder zijn gemachtigde ter mondelinge behandeling verschenen, zodat aan gemachtigdensalaris één punt wordt toegekend. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
120,78
- griffierecht
€
90,00
- salaris gemachtigde
€
87,00
(1 punt × € 87,00)
- nakosten
€
43,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
341,28
2De beslissing
De kantonrechter
2.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 498,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 12 september 2024, tot de dag van volledige betaling,
2.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 341,28, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
2.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de kantonrechter.
Artikel 7:411 BW en 7:426 BW
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 12018316 \ CV EXPL 25-5708
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 27 februari 2026
in de zaak van
[eiser] , h.o.d.n. [bedrijf],
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: De Ruijter & Willemsen gerechtsdeurwaarders en incasso B.V.,
tegen
[gedaagde]
,
te [plaats 2] (België),
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: [gemachtigde] .
De zitting wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Maastricht.
De zaak wordt behandeld door mr. Bisscheroux, kantonrechter, bijgestaan door mr. Hollanders als griffier.
Aanwezig zijn:
- [eiser] - [gemachtigde] .
Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de kantonrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.
1De beoordeling
1.1.
[gedaagde] heeft de bemiddelingsovereenkomst getekend. In de voorwaarden staat in artikel 9 dat bij intrekking van de opdracht binnen zes maanden een onkostenvergoeding verschuldigd is van 0,2% van de vraagprijs (inclusief btw). Niet betwist is dat de vraagprijs € 249.000,00 was en dat de gevorderde vergoeding inclusief btw 0,2% hiervan bedraagt.
1.2.
[gedaagde] is een consument en [eiser] is een professionele partij. De kantonrechter is daarom gehouden om onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. De kantonrechter moet daarom ambtshalve onderzoeken of artikel 9 van de overeenkomst een oneerlijk beding is.
1.3.
De kantonrechter vindt het beding niet oneerlijk. Op grond van de wet heeft [eiser] ook recht op loon als een opdracht wordt ingetrokken voordat de opdracht is volbracht. In artikel 9 wordt dit recht op loon bepaald op 0,2 % van de vraagprijs als de opdracht binnen zes maanden wordt ingetrokken. De kantonrechter acht dit een redelijk percentage dat niet tot een buitensporige vergoeding leidt. Het is dan ook een geldig beding en [eiser] mag zich hierop beroepen.
1.4.
[eiser] heeft [gedaagde] ook gewaarschuwd dat hij een bedrag van € 498,00 in rekening zou brengen als zij inderdaad de opdracht zou intrekken. [gedaagde] heeft geantwoord dat zij wilde dat [eiser] het huis van internet zou verwijderen, de borden zou weghalen en de sleutel zou achterlaten zodat de nieuwe makelaar zijn werk kon doen. [gedaagde] heeft toen dus niet geprotesteerd tegen de aangekondigd facturering van de onkostenvergoeding.
1.5.
Voor zover [gedaagde] verweer voert dat sprake zou zijn van ontbinding van de overeenkomst wegens een tekortkoming aan de zijde van [eiser] , overweegt de kantonrechter als volgt. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Volgens [gedaagde] heeft [eiser] zich niet aan het contract gehouden omdat [eiser] [gedaagde] niet voldoende op de hoogte hield van de verkoopactiviteiten en had [eiser] contact moeten opnemen toen bleek dat er nauwelijks bezichtigingen werden aangevraagd. In artikel 4 van de voorwaarden is opgenomen dat [eiser] de opdracht naar beste weten en kennis zal uitvoeren en [gedaagde] als opdrachtgever regelmatig op de hoogte zal houden van verkoopactiviteiten. Het “regelmatig op de hoogte houden” is niet verder uitgewerkt. [gedaagde] kleurt dit “regelmatig op de hoogte houden” kennelijk anders in dan [eiser] . De kantonrechter vindt de uitleg van [eiser] niet evident juist. In de periode dat de overeenkomst heeft geduurd (iets meer dan twee maanden) heeft [eiser] twee bezichtigingen gepland en begeleid. Ook is de vraagprijs tussentijds aangepast. Er is dus wel degelijk contact geweest tussen [eiser] en [gedaagde] .
Indien [gedaagde] niet tevreden was, dan had [gedaagde] bij [eiser] dienen te klagen en eerst een ingebrekestelling moeten sturen waarin zij op correcte nakoming aandrong. Dat is niet gebeurd. Dat [eiser] tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen in de overeenkomst, kan dan ook niet worden vastgesteld. In ieder geval is het verzuim niet ingetreden omdat [gedaagde] zonder enige aankondiging de opdracht heeft ingetrokken. Aan de vereisten voor ontbinding van een overeenkomst is dus niet voldaan. De kantonrechter gaat dan ook niet mee in dit verweer van [gedaagde] . De overeenkomst is niet ontbonden, maar de opdracht is ingetrokken. Artikel 9 van de overeenkomst is dus wel van toepassing.
1.6.
Uit dit alles volgt dat [gedaagde] het bedrag van € 498,00 moet betalen. De wettelijke rente vanaf de vervaldag van de factuur is zij ook verschuldigd.
1.7.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. [eiser] is zonder zijn gemachtigde ter mondelinge behandeling verschenen, zodat aan gemachtigdensalaris één punt wordt toegekend. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
120,78
- griffierecht
€
90,00
- salaris gemachtigde
€
87,00
(1 punt × € 87,00)
- nakosten
€
43,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
341,28
2De beslissing
De kantonrechter
2.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 498,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 12 september 2024, tot de dag van volledige betaling,
2.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 341,28, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
2.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de kantonrechter.
Artikel 7:411 BW en 7:426 BW