Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2026:1842

2026-03-11 Civiel recht; Verbintenissenrecht 11808178 CV EXPL 25-3243
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Uitspraakdatum
2026-03-11
Publicatiedatum
2026-02-24
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
11808178 CV EXPL 25-3243
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Vordering VvE appartementencomplex tegen eigenaar appartement deel toewijsbaar

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (14.694 tekens)
RECHTBANK
LIMBURG



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Roermond



Zaaknummer: 11808178 \ CV EXPL 25-3243




Vonnis van 11 maart 2026




in de zaak van




VERENIGING VAN EIGENAARS [V.V.E.],
te [plaats 1] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [V.V.E.] ,
gemachtigde: Armaere B.V.,



tegen





[eigenaar]
,
te [plaats 2] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eigenaar] ,
procederend in persoon.






1De procedure


1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie- de conclusie van repliek in conventie, tevens vermeerdering c.q. wijziging van eis, en van antwoord in reconventie.




1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.






2De feiten


2.1.


[eigenaar] is eigenaar van het appartement aan [adres] . Op grond van de wet is [eigenaar] als eigenaar van rechtswege lid van [V.V.E.] .

3. Het geschil





in conventie





3.1.

[V.V.E.] vordert - samengevat - veroordeling van [eigenaar] tot betaling van € 5.926,42, vermeerderd met rente en kosten. Het gevorderde bedrag is als volgt opgebouwd:


Factuur van 2 december 2021 ad € 453,75


Factuur van 17 mei 2022 ad € 3.169,01


Meerwerk € 1.085,21


Buitengerechtelijke incassokosten € 487,28


Btw over de buitengerechtelijke incassokosten € 102,33


Wettelijke rente € 628,84





3.2.

[eigenaar] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [V.V.E.] .



3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.



in reconventie





3.4.

[eigenaar] vordert - samengevat - veroordeling van [V.V.E.] tot betaling van € 2.200,00, vermeerderd met rente en kosten.



3.5.

[V.V.E.] voert verweer. [V.V.E.] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eigenaar] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eigenaar] , met veroordeling van [eigenaar] in de proceskosten.



3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.






4De beoordeling



in conventie




4.1.
De gevorderde hoofdsom is opgebouwd uit drie onderdelen. De kantonrechter zal deze hierna afzonderlijk bespreken en beoordelen.



Extra bijdrage meerjarenonderhoud





4.2.

[V.V.E.] stelt dat in de Algemene Leden Vergadering van 11 januari 2022 is besloten dat alle leden een extra bijdrage zullen storten in de “spaarpot” voor het meerjarenonderhoud. Deze extra bijdrage is nodig in verband met het aanstaande onderhoud van de balkons. De hoogte van de extra eigen bijdrage wordt per eigenaar berekend.



4.3.
Voorafgaand aan de vergadering van 11 januari 2022 was al een vergadering gepland op 2 december 2021. Bij de uitnodiging voor deze vergadering heeft iedere appartementseigenaar een overzicht van het extra te betalen bedrag ontvangen. Voor [eigenaar] bedroeg dit € 3.169,01. Omdat er op 2 december 2021 te weinig leden aanwezig waren om rechtsgeldig besluiten te nemen is de vergadering verplaatst naar 11 januari 2022. Daar is alsnog gestemd en is het voorstel aangenomen.



4.4.

[eigenaar] stelt dat er op 11 januari 2022 nog geen besluit is genomen en verwijst naar punt 9 van de notulen. Daar staat dat er nog geen besluit is genomen over de opdrachtverstrekking voor de balkonrenovatie maar dat 2022 gebruikt zal worden om nadere informatie te verkrijgen. Later is er wel een besluit genomen en is opdracht tot het verrichten van werkzaamheden verstrekt maar daar is [eigenaar] het niet mee eens omdat de gekozen oplossing tot een slechter resultaat zou leiden dan in 2022 sprake van was.



4.5.

Naar het oordeel van de kantonrechter verwart [eigenaar] twee onderwerpen, de verhoging van het bedrag in de spaarpot en de verstrekking van de opdracht voor de balkonrenovatie. Over het eerste onderwerp is op 11 januari 2022 een besluit genomen, over het tweede niet. Maar de betalingsverplichting van [eigenaar] is gebaseerd op dat eerste besluit en staat formeel los van het tweede onderwerp. [V.V.E.] heeft, simpel gezegd, besloten de spaarpot alvast extra te vullen in afwachting van de opdrachtverstrekking. Daar is niets op tegen.
Er is dus wel degelijk een besluit genomen tot het doen van een extra storting en [eigenaar] is daartoe dan ook gehouden. Het bedrag ad € 3.169,01 zal daarom worden toegewezen.




4.6.
Ten overvloede. Als [eigenaar] het niet eens was met het besluit tot een extra storting had hij daartegen bezwaar kunnen maken bij de kantonrechter. Hetzelfde geldt voor de gekozen wijze van renoveren. Maar er geldt een termijn van één maand nadat [eigenaar] van de betreffende besluiten kennis had kunnen nemen. Die termijn is in beide gevallen al lang verstreken.



Lekkage appartement [eigenaar]





4.7.
De kantonrechter begrijpt dat de gefactureerde werkzaamheden betrekking hebben op een lekkage die zich geopenbaard heeft in de keuken van het appartement van [eigenaar] . [V.V.E.] stelt dat de oorzaak in het appartement lag – en dus voor rekening van [eigenaar] kwam – terwijl [eigenaar] stelt dat de oorzaak was gelegen in een algemene aan/afvoerleiding zodat [V.V.E.] verantwoordelijk is, en de kosten moet dragen.



4.8.
Naar het oordeel van de kantonrechter kan deze discussie verder in het midden blijven. [V.V.E.] bestrijdt immers niet dat op een gegeven moment, naar aanleiding van bezwaren van [eigenaar] , de betreffende factuur is gecrediteerd. [eigenaar] mocht er dus op vertrouwen dat de kwestie daarmee was afgedaan en het gaat niet aan om de factuur op enig moment, zonder toelichting waarom de creditering ongedaan gemaakt wordt, weer op te voeren. Het feit dat in de Algemene Leden Vergadering van [V.V.E.] besloten is dit bedrag alsnog te innen maakt dat niet anders. De betreffende vordering van [V.V.E.] wordt daarom afgewezen.





Meerwerk ad € 1.085,16





4.9.

[eigenaar] heeft geen verweer gevoerd tegen deze vordering. Het bedrag zal daarom worden toegewezen.



Tussenconclusie





4.10.
De gevorderde hoofdsommen van [V.V.E.] zullen worden toegewezen tot een bedrag van € 4.254,22.



De wettelijke rente





4.11.
Omdat [eigenaar] de facturen niet heeft betaald is verzuim ingetreden. Dit houdt in dat de gevorderde rente over € 3.169,01 toewijsbaar is vanaf de datum van verzuim. Volgens de brief van 19 april 2025 is verzuim ingetreden 8 dagen na die datum, derhalve op 28 april 2025. Over een bedrag van € 1.085,16 zal vanaf 25 september 2025 de wettelijke rente worden toegewezen.



Buitengerechtelijke kosten





4.12.

[V.V.E.] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [eigenaar] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. [V.V.E.] heeft aan [eigenaar] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. [V.V.E.] heeft het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met btw. Omdat [V.V.E.] geen ondernemer is, wordt de vergoeding verhoogd met btw. Gelet op de toe te wijzen hoofdsom van € 3.169,01 zal een bedrag van € 534,70 worden toegewezen. Over de hoofdsom van het meerwerk worden geen buitengerechtelijke incassokosten toegewezen omdat er met betrekking tot deze vordering geen buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht.



4.13.

[eigenaar] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [V.V.E.] worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


146,14







- griffierecht


€


514,00







- salaris gemachtigde


€


576,00


(2 punten × € 288,00)




- nakosten


€


144,00


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


1.380,14















in reconventie





4.14.

[eigenaar] maakt aanspraak op een schadevergoeding ter hoogte van de vrijwilligersvergoeding ad € 2.200,00 omdat hij diverse keren werkzaamheden ten behoeve van [V.V.E.] zou hebben verricht. [V.V.E.] is het hier niet mee eens.



4.15.
De kantonrechter begrijpt het verweer van [V.V.E.] aldus dat er enkel een vrijwilligersvergoeding bestaat voor de bestuursleden. [eigenaar] is geen bestuurslid en dus heeft hij daar ook geen recht op. Daarnaast klopt het wel dat [eigenaar] diverse keren betrokken is geweest bij bouwkundige aangelegenheden in het complex maar dat gebeurde steeds vanuit zijn eigen bedrijf [eigenaar] Vastgoed en Renovaties. Voor zover daar concrete werkzaamheden uit zijn gekomen heeft [eigenaar] Vastgoed en Renovaties die ook in rekening gebracht zodat er geen aanleiding bestaat nog een aparte vergoeding voor verrichte werkzaamheden te voldoen.



4.16.
Naar aanleiding van dit verweer van [V.V.E.] heeft [eigenaar] niet meer gereageerd zodat het verweer van [V.V.E.] niet is weerlegd. Dit verweer komt de kantonrechter overigens ook niet onaannemelijk voor zodat de vordering van [eigenaar] zal worden afgewezen.



4.17.

[eigenaar] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [V.V.E.] worden begroot op:









- salaris gemachtigde


€


288,00


(1 punt × € 288,00)




Totaal


€


288,00














5De beslissing


De kantonrechter




in conventie




5.1.
veroordeelt [eigenaar] om aan [V.V.E.] te betalen een bedrag van € 4.254,22, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over € 3.169,01,met ingang van 28 april 2025 en over € 1.085,16 vanaf 25 september 2025, telkens tot de dag van volledige betaling,



5.2.
veroordeelt [eigenaar] om aan [V.V.E.] te betalen een bedrag van € 534,70 aan buitengerechtelijke kosten,



5.3.
veroordeelt [eigenaar] in de proceskosten van € 1.380,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,



in reconventie





5.4.
wijst de vorderingen van [eigenaar] af,



5.5.
veroordeelt [eigenaar] in de proceskosten van € 288,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,



in conventie en in reconventie





5.6.
veroordeelt [eigenaar] tot betaling van de kosten van betekening als [eigenaar] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



5.7.
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 5.1., 5.2., 5.3. en 5.5. genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad,



5.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.


Dit vonnis is gewezen door mr. Van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026.






Artikel 5:125 lid 2 BW


Punt 10 van de notulen, productie 3 bij dagvaarding


Productie 4 bij dagvaarding