Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2025:9604

2025-10-06 Civiel recht; Personen- en familierecht C/03/345355 BZ RK 25-1860
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Uitspraakdatum
2025-10-06
Publicatiedatum
2025-10-06
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zaaknummer
C/03/345355 BZ RK 25-1860
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Beschikking zorgmachtiging aansluitend op zorgmachtiging

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (2)

Volledige tekst

Volledige tekst (7.306 tekens)
RECHTBANK LIMBURG


Familie- en Jeugdrecht



Locatie Maastricht



Zaaknummer: C/03/345355 / BZ RK 25-1860
Datum uitspraak: 22 september 2025




Beschikking zorgmachtiging aansluitend op zorgmachtiging




op het verzoek van de officier van justitie voor





[betrokkene]
,
geboren op [geboortedatum] 1956 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. E.J.A. Roeleven uit Heerlen.






1Het verloop van de procedure


1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 12 september 2025.




1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 22 september 2025. Daarbij zijn gehoord:


betrokkene, bijgestaan door mr. K.D. Regter, waarnemend voor mr. E.J.A. Roeleven;



[naam basisarts] , basisarts;



[naam verpleegkundig specialist] , verpleegkundig specialist.







2Wat vaststaat


2.1.
De rechtbank heeft voor betrokkene eerder een zorgmachtiging verleend tot en met 19 september 2025. Betrokkene verblijft met deze machtiging bij [locatie GGZ-instelling] .





3Het verzoek


3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.





4De beoordeling


4.1.
De rechtbank zal de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden verlenen. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.



4.2.
Op grond van artikel 7:11 Wvggz in samenhang gelezen met het bepaalde in artikel 6:4 Wvggz verleent de rechtbank een zorgmachtiging indien naar haar oordeel is voldaan aan de criteria voor verplichte zorg, bedoeld in artikel 3:3 Wvggz en het doel van verplichte zorg, bedoeld in artikel 3:4 Wvggz, onderdelen b tot en met e. De rechtbank neemt hierbij de algemene uitgangspunten van artikel 2:1 Wvggz in acht.



4.3.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis in de vorm van schizofrenie. Daarnaast zijn er aanwijzingen voor een (neuro)cognitieve stoornis.



4.4.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze stoornis leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.


Uit het verzoek volgt dat betrokkene langdurig bekend is in de psychiatrie en als gevolg van zijn ziekte paranoïde wanen en visuele hallucinaties heeft. In zijn beleving is betrokkene door toedoen van criminelen op de afdeling beland.
Betrokkene toont weerstand tegen zijn lichamelijke verzorging en zit geregeld vervuild in de woonkamer. Dit heeft geleid tot een schimmelinfectie.
Doordat betrokkene in de thuissituatie zijn rekeningen niet betaalde is hij dakloos geraakt. Bovendien was zijn woning ernstig vervuild en veroorzaakte hij overlast in zijn omgeving.




4.5.

Betrokkene heeft tijdens de zitting aangegeven dat hij niet ziek is en dat de voorgeschreven medicatie hem ‘kapot maakt’. Betrokkene wil niet opgenomen zijn.
De behandelaren zien een lichte verbetering in de samenwerking met betrokkene. Hij accepteert inmiddels de medicatie en hij komt gemaakte afspraken na. Wel is er nog sprake van achterdocht. Een ontslag uit de kliniek wordt niet mogelijk geacht omdat betrokkene zichzelf, ondanks de ondersteuning van de afdeling, verwaarloost. Bovendien heeft hij geen woning en wordt het risico dat het opnieuw fout gaat, hoog ingeschat.




4.6.
De advocaat stelt namens betrokkene dat hij terug naar huis wil, terug naar zijn ouders in Libanon. Verder voert de advocaat geen inhoudelijk verweer.



4.7.
De rechtbank is van oordeel dat bij betrokkene sprake is van een psychische stoornis die behandeld moet worden, waarbij het ernstig nadeel, voortvloeiend uit de psychische stoornis alleen afgewend kan worden met verplichte zorg. Door een gebrek aan ziektebesef en -inzicht bij betrokkene is zorg op vrijwillige basis niet mogelijk. Binnen de huidige setting kan betrokkene stabiliseren en is de behandeling van betrokkene gewaarborgd. Het is voorzienbaar dat betrokkene opnieuw in de problemen raakt wanneer hij de instelling zou verlaten.



4.8.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.



4.9.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst, zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving. De verzochte duur van de zorgmachtiging van twaalf maanden is, gelet op de problematiek, passend.






5De beslissing


De rechtbank:



5.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1956 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.8. staan kunnen worden toegepast;



5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt voor de duur van twaalf maanden, aldus tot en met uiterlijk 22 september 2026.









Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 september 2025 door mr. D.J. Klock, rechter, in aanwezigheid van S.F.C. Egbers-Hoebe, griffier en op schrift gesteld op 6 oktober 2025.




































Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.