Rechtbank Limburg
ECLI:NL:RBLIM:2025:292
2025-01-15
Civiel recht
10925043 \ CV EXPL 24-759
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Bijzondere overeenkomst; koop en ruil; consumentenkoop
Citeert (2)
- ECLI:NL:HR:2017:2902 Hoge Raad 17-11-2017
- ECLI:NL:HR:2013:2064 Hoge Raad 20-12-2013
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (10.578 tekens)
RECHTBANK
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 10925043 \ CV EXPL 24-759
Vonnis van 15 januari 2025
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
gemachtigde: mr. P.D. Bosma,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde]
,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
gemachtigde: mr. J.A.M. Janssen.
Partijen zullen hierna “ [eiser] ” en “ [gedaagde] ” genoemd worden.
1De procedure
1.1.
De kantonrechter heeft de volgende stukken ontvangen en gelezen:
- de dagvaarding van 23 januari 2024 met producties 1 t/m 9;- de conclusie van antwoord met producties 1 en 2;- de conclusie van repliek, tevens vermeerdering van eis, met producties 10 t/m 14;- de conclusie van dupliek.
1.2.
Daarna heeft de kantonrechter bepaald dat er een vonnis zal worden gewezen.
2De kern van de zaak
2.1.
[eiser] heeft van [gedaagde] op 19 augustus 2021 een gebruikte Ford Mustang Convertible (hierna: “de auto”) gekocht. Volgens [eiser] beantwoordt de auto vanwege de gestelde gebreken niet aan de overeenkomst en heeft [gedaagde] hem niet juist voorgelicht over de auto en de eventuele gebreken. [eiser] vordert dat de overeenkomst wordt ontbonden dan wel vernietigd en dat hij de koopprijs terugkrijgt van [gedaagde] . Ook vordert hij een aanvullende schadevergoeding, naast de rente en de buitengerechtelijke incassokosten. [gedaagde] betwist dat hij aansprakelijk is en hij stelt dat de vordering van [eiser] verjaard is. [eiser] krijgt in deze zaak ongelijk. Dit zal hieronder verder toegelicht worden.
3. De beoordeling
De Nederlandse rechter is bevoegd
3.1.
[eiser] woont in het buitenland, dus heeft de zaak een grensoverschrijdend karakter. Dit betekent dat de kantonrechter ambtshalve moet beoordelen of hij bevoegd is om van de vorderingen van [eiser] kennis te nemen. [eiser] en [gedaagde] wonen dan wel zijn gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie. Op grond van artikel 4, artikel 18 en artikel 63 Verordening (EU) nr. 1215/2012 (hierna: “Brussel I-bis”) is de Nederlandse rechter (mede) bevoegd om van de zaak kennis te nemen, omdat het een consumentenkoop betreft die gesloten is in Nederland en [gedaagde] in Nederland is gevestigd.
Nederlands recht is van toepassing
3.2.
Vervolgens moet de kantonrechter beoordelen welk recht van toepassing is. Hiervoor moet er gekeken worden naar Verordening (EU) nr. 592/2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (hierna: “Rome I”). Het uitgangspunt van Rome I is dat een overeenkomst wordt beheerst door het recht dat partijen hebben gekozen. In deze zaak is een rechtskeuze gemaakt voor Nederlands recht, zo blijkt uit artikel 24 van de algemene (BOVAG) voorwaarden. [gedaagde] heeft deze voorwaarden op 19 augustus 2021 op de overeenkomst van toepassing verklaard, omdat op de factuur staat dat zij van toepassing zijn.
3.3.
Het betoog van [gedaagde] dat de door haar gehanteerde algemene voorwaarden niet van toepassing zijn, wordt niet gevolgd. Dat de algemene voorwaarden (met daarin het hiervoor genoemde rechtskeuzebeding) niet ter hand zijn gesteld, maakt niet dat de algemene voorwaarden niet zijn overeengekomen of anderszins (ver-)nietig(-baar) zijn. Dit geldt ook voor het betoog dat [eiser] de algemene voorwaarden niet kon lezen of dat ze niet vindbaar zouden zijn op de website. Een dergelijk beroep op nietigheid of vernietigbaarheid komt alleen toe aan de wederpartij van de gebruiker van algemene voorwaarden. Het ontbreken van een waarschuwing in de algemene voorwaarden leidt ook niet tot nietigheid of vernietigbaarheid, omdat [gedaagde] als gebruiker van deze algemene voorwaarden een dergelijk beroep op vernietigbaarheid niet toekomt.
3.4.
[gedaagde] voert verder nog aan dat de vorige gemachtigde van [eiser] een beroep heeft gedaan op de nietigheid dan wel vernietigbaarheid dan wel heeft ingestemd met het toepassen van Duits recht. Hierin wordt [gedaagde] ook niet gevolgd. In de eerste plaats blijkt nergens uit dat de vorige gemachtigde van [eiser] een beroep deed op nietigheid dan wel vernietigbaarheid van de algemene voorwaarden. Dit valt in ieder geval niet terug te lezen in de correspondentie. Dat de vorige gemachtigde van [eiser] op enig moment meeging in de aanname van de gemachtigde van [gedaagde] dat Duits recht van toepassing is, betekent niet dat partijen expliciet een tweede gezamenlijke keuze voor toepasselijk recht hebben gemaakt.
3.5.
Dit betekent dat Nederlands recht, als zijnde het gekozen recht, van toepassing is.
Er is sprake van consumentenkoop
3.6.
[eiser] heeft de auto als natuurlijk persoon, die niet handelde in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf, gekocht en [gedaagde] handelde als verkoper in het kader van de uitoefening van haar bedrijf. Dit betekent dat er sprake is van consumentenkoop zoals bedoeld in artikel 7:5 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: “BW”).
De vordering van [eiser] is verjaard
3.7.
Op grond van artikel 7:23 lid 2 BW verjaren rechtsvorderingen die gegrond zijn op non-conformiteit door verloop van twee jaren na kennisgeving dat het afgeleverde niet aan de overeenkomst beantwoordt. Deze bepaling is in het leven geroepen om de verkoper te beschermen tegen late en daardoor moeilijk te betwisten klachten.
3.8.
Verjaring is een bevrijdend verweer. Dit betekent dat het aan [gedaagde] is om feiten en omstandigheden te stellen en, bij betwisting, te bewijzen die het beroep op verjaring kunnen rechtvaardigen. Het is dus aan [gedaagde] om te stellen en, bij betwisting, te bewijzen wanneer, als aanvangsmoment van de verjaringstermijn, [eiser] de kennisgeving heeft gedaan.
3.9.
Partijen zijn het erover eens dat op of omstreeks 25 september 2021 voor het eerst is geklaagd. Dat is het moment waarop de kennisgeving als bedoeld in artikel 7:23 lid 2 BW is gedaan en de verjaringstermijn van twee jaar ging lopen. De verjaringstermijn is dus op of omstreeks 25 september 2023 geëindigd en daarmee zijn de rechtsvorderingen van [eiser] die gegrond zijn op non-conformiteit verjaard. De dagvaarding is immers pas op 23 januari 2024 uitgebracht. Artikel 23 lid 2 BW gaat ervan uit dat de koper zich weliswaar naast de bijzondere aanspraken uit hoofde van de gebrekkige koop kan beroepen op de algemene rechtsmiddelen op grond van wanprestatie, dwaling of onrechtmatige daad, maar te allen tijde gebonden blijft aan de tweejarige verjaringstermijn. Ook het beroep op dwaling is derhalve verjaard (vergelijk HR 17 november 2017: ECLI:NL:HR:2017:2902)
3.10.
Het is aan [eiser] om te stellen, en bij betwisting te bewijzen, dat de verjaring in de periode tussen (op of omstreeks) 25 september 2021 en (op of omstreeks) 25 september 2023 is gestuit (HR 20 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:2064). Dat heeft [eiser] evenwel niet gedaan.
3.11.
Gezien de vastgestelde verjaring komen de vorderingen van [eiser] niet voor toewijzing in aanmerking.
De proceskosten
3.12.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van hemzelf en van [gedaagde] (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
1.086,00
(2 punt × € 543,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.221,00.
3.13.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Uitvoerbaar bij voorraad
3.14.
[gedaagde] heeft gevorderd om dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren en dat wordt toegewezen. Dat betekent dat de veroordelingen direct moeten worden nagekomen en dat het vonnis haar werking behoudt als hoger beroep wordt ingesteld, totdat de rechter in hoger beroep uitspraak heeft gedaan.
4De beslissing
De kantonrechter:
4.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
4.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 1.221,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
4.4.
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.A. Swildens en in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2025
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 10925043 \ CV EXPL 24-759
Vonnis van 15 januari 2025
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
gemachtigde: mr. P.D. Bosma,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde]
,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
gemachtigde: mr. J.A.M. Janssen.
Partijen zullen hierna “ [eiser] ” en “ [gedaagde] ” genoemd worden.
1De procedure
1.1.
De kantonrechter heeft de volgende stukken ontvangen en gelezen:
- de dagvaarding van 23 januari 2024 met producties 1 t/m 9;- de conclusie van antwoord met producties 1 en 2;- de conclusie van repliek, tevens vermeerdering van eis, met producties 10 t/m 14;- de conclusie van dupliek.
1.2.
Daarna heeft de kantonrechter bepaald dat er een vonnis zal worden gewezen.
2De kern van de zaak
2.1.
[eiser] heeft van [gedaagde] op 19 augustus 2021 een gebruikte Ford Mustang Convertible (hierna: “de auto”) gekocht. Volgens [eiser] beantwoordt de auto vanwege de gestelde gebreken niet aan de overeenkomst en heeft [gedaagde] hem niet juist voorgelicht over de auto en de eventuele gebreken. [eiser] vordert dat de overeenkomst wordt ontbonden dan wel vernietigd en dat hij de koopprijs terugkrijgt van [gedaagde] . Ook vordert hij een aanvullende schadevergoeding, naast de rente en de buitengerechtelijke incassokosten. [gedaagde] betwist dat hij aansprakelijk is en hij stelt dat de vordering van [eiser] verjaard is. [eiser] krijgt in deze zaak ongelijk. Dit zal hieronder verder toegelicht worden.
3. De beoordeling
De Nederlandse rechter is bevoegd
3.1.
[eiser] woont in het buitenland, dus heeft de zaak een grensoverschrijdend karakter. Dit betekent dat de kantonrechter ambtshalve moet beoordelen of hij bevoegd is om van de vorderingen van [eiser] kennis te nemen. [eiser] en [gedaagde] wonen dan wel zijn gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie. Op grond van artikel 4, artikel 18 en artikel 63 Verordening (EU) nr. 1215/2012 (hierna: “Brussel I-bis”) is de Nederlandse rechter (mede) bevoegd om van de zaak kennis te nemen, omdat het een consumentenkoop betreft die gesloten is in Nederland en [gedaagde] in Nederland is gevestigd.
Nederlands recht is van toepassing
3.2.
Vervolgens moet de kantonrechter beoordelen welk recht van toepassing is. Hiervoor moet er gekeken worden naar Verordening (EU) nr. 592/2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (hierna: “Rome I”). Het uitgangspunt van Rome I is dat een overeenkomst wordt beheerst door het recht dat partijen hebben gekozen. In deze zaak is een rechtskeuze gemaakt voor Nederlands recht, zo blijkt uit artikel 24 van de algemene (BOVAG) voorwaarden. [gedaagde] heeft deze voorwaarden op 19 augustus 2021 op de overeenkomst van toepassing verklaard, omdat op de factuur staat dat zij van toepassing zijn.
3.3.
Het betoog van [gedaagde] dat de door haar gehanteerde algemene voorwaarden niet van toepassing zijn, wordt niet gevolgd. Dat de algemene voorwaarden (met daarin het hiervoor genoemde rechtskeuzebeding) niet ter hand zijn gesteld, maakt niet dat de algemene voorwaarden niet zijn overeengekomen of anderszins (ver-)nietig(-baar) zijn. Dit geldt ook voor het betoog dat [eiser] de algemene voorwaarden niet kon lezen of dat ze niet vindbaar zouden zijn op de website. Een dergelijk beroep op nietigheid of vernietigbaarheid komt alleen toe aan de wederpartij van de gebruiker van algemene voorwaarden. Het ontbreken van een waarschuwing in de algemene voorwaarden leidt ook niet tot nietigheid of vernietigbaarheid, omdat [gedaagde] als gebruiker van deze algemene voorwaarden een dergelijk beroep op vernietigbaarheid niet toekomt.
3.4.
[gedaagde] voert verder nog aan dat de vorige gemachtigde van [eiser] een beroep heeft gedaan op de nietigheid dan wel vernietigbaarheid dan wel heeft ingestemd met het toepassen van Duits recht. Hierin wordt [gedaagde] ook niet gevolgd. In de eerste plaats blijkt nergens uit dat de vorige gemachtigde van [eiser] een beroep deed op nietigheid dan wel vernietigbaarheid van de algemene voorwaarden. Dit valt in ieder geval niet terug te lezen in de correspondentie. Dat de vorige gemachtigde van [eiser] op enig moment meeging in de aanname van de gemachtigde van [gedaagde] dat Duits recht van toepassing is, betekent niet dat partijen expliciet een tweede gezamenlijke keuze voor toepasselijk recht hebben gemaakt.
3.5.
Dit betekent dat Nederlands recht, als zijnde het gekozen recht, van toepassing is.
Er is sprake van consumentenkoop
3.6.
[eiser] heeft de auto als natuurlijk persoon, die niet handelde in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf, gekocht en [gedaagde] handelde als verkoper in het kader van de uitoefening van haar bedrijf. Dit betekent dat er sprake is van consumentenkoop zoals bedoeld in artikel 7:5 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: “BW”).
De vordering van [eiser] is verjaard
3.7.
Op grond van artikel 7:23 lid 2 BW verjaren rechtsvorderingen die gegrond zijn op non-conformiteit door verloop van twee jaren na kennisgeving dat het afgeleverde niet aan de overeenkomst beantwoordt. Deze bepaling is in het leven geroepen om de verkoper te beschermen tegen late en daardoor moeilijk te betwisten klachten.
3.8.
Verjaring is een bevrijdend verweer. Dit betekent dat het aan [gedaagde] is om feiten en omstandigheden te stellen en, bij betwisting, te bewijzen die het beroep op verjaring kunnen rechtvaardigen. Het is dus aan [gedaagde] om te stellen en, bij betwisting, te bewijzen wanneer, als aanvangsmoment van de verjaringstermijn, [eiser] de kennisgeving heeft gedaan.
3.9.
Partijen zijn het erover eens dat op of omstreeks 25 september 2021 voor het eerst is geklaagd. Dat is het moment waarop de kennisgeving als bedoeld in artikel 7:23 lid 2 BW is gedaan en de verjaringstermijn van twee jaar ging lopen. De verjaringstermijn is dus op of omstreeks 25 september 2023 geëindigd en daarmee zijn de rechtsvorderingen van [eiser] die gegrond zijn op non-conformiteit verjaard. De dagvaarding is immers pas op 23 januari 2024 uitgebracht. Artikel 23 lid 2 BW gaat ervan uit dat de koper zich weliswaar naast de bijzondere aanspraken uit hoofde van de gebrekkige koop kan beroepen op de algemene rechtsmiddelen op grond van wanprestatie, dwaling of onrechtmatige daad, maar te allen tijde gebonden blijft aan de tweejarige verjaringstermijn. Ook het beroep op dwaling is derhalve verjaard (vergelijk HR 17 november 2017: ECLI:NL:HR:2017:2902)
3.10.
Het is aan [eiser] om te stellen, en bij betwisting te bewijzen, dat de verjaring in de periode tussen (op of omstreeks) 25 september 2021 en (op of omstreeks) 25 september 2023 is gestuit (HR 20 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:2064). Dat heeft [eiser] evenwel niet gedaan.
3.11.
Gezien de vastgestelde verjaring komen de vorderingen van [eiser] niet voor toewijzing in aanmerking.
De proceskosten
3.12.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van hemzelf en van [gedaagde] (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
1.086,00
(2 punt × € 543,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.221,00.
3.13.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Uitvoerbaar bij voorraad
3.14.
[gedaagde] heeft gevorderd om dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren en dat wordt toegewezen. Dat betekent dat de veroordelingen direct moeten worden nagekomen en dat het vonnis haar werking behoudt als hoger beroep wordt ingesteld, totdat de rechter in hoger beroep uitspraak heeft gedaan.
4De beslissing
De kantonrechter:
4.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
4.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 1.221,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
4.4.
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.A. Swildens en in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2025