Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2025:2835

2025-03-13 Civiel recht NL:TZ:0000177469:B001, CBM-nummer: BM381103
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Uitspraakdatum
2025-03-13
Publicatiedatum
2025-03-27
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Beschikking
Zaaknummer
NL:TZ:0000177469:B001, CBM-nummer: BM381103
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

CBM. Bewindvoerder niet-ontvankelijk in het verzoek omdat het geen verzoek betreft als bedoeld in artikel 1:441 BW (rechthebbende die weigerachtig is of niet in staat), maar als bedoeld in artikel 1:438 lid 2 BW (bewindvoerder wil geen medewerking verlenen). Dat verzoek zou door rechthebbende moeten worden ingediend.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.466 tekens)
RECHTBANK LIMBURG


Toezicht


Locatie Maastricht









toezichtnummer


:


NL:TZ:0000177469:B001




CBM-nummer


:


BM381103




beschikkingsnummer


:


001




datum


:


13 maart 2025






Beschikking van de kantonrechter

op verzoek van:



Zuyd Financieel Beheer B.V.,Transportlaan 127, 6163 CX Geleen,Kamer van Koophandel-nummer 66361400,

hierna te noemen: verzoeker,

met betrekking tot:





[betrokkene] ,geboren te [geboorteplaats] , op [geboortedatum] 1956,wonende te [adres] , [woonplaats] ,hierna te noemen: betrokkene.



Procedure


De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 12 maart 2025.



De kantonrechter heeft op grond van de ontvangen informatie afgezien van een mondelinge behandeling.




Beoordeling


Verzoeker doet het volgende verzoek:“Mevrouw wenst €2000 extra te ontvangen. Ze is in Tunesië en wil familie helpen met een woning repareren. Wij zijn van mening dat het vermogen te laag is voor een schenking.”



De bewindvoerder kan een machtiging vragen voor handelingen als bedoeld in artikel 1:441 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) indien de rechthebbende niet in staat of weigerachtig is toestemming te verlenen. Deze situatie is hier niet aan de hand. Het is juist betrokkene die een handeling wil verrichten (namelijk geld geven aan familie in Tunesië), waaraan de bewindvoerder niet wil meewerken. Aldus is sprake van een situatie als bedoeld in artikel 1:438 lid 2 BW. Het is derhalve aan de rechthebbende om een verzoek in te dienen; niet aan de bewindvoerder, reden waarom de bewindvoerder niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar verzoek.



Uit het verzoek lijkt te volgen dat betrokkene op dit moment in Tunesië is en het geld dus per ommegaande wil hebben, wat het indienen van een verzoek voor haar lastig, zo niet onmogelijk, maakt. Om deze reden merkt de kantonrechter ten overvloede het volgende op. Op basis van de gegeven informatie bedraagt de stand van het vermogen van rechthebbende slechts € 5.000,-. Het lijkt financieel niet verantwoord hiervan € 2.000,- weg te geven. Gelet hierop lijkt het te verantwoorden dat de bewindvoerder van mening is dat het vermogen te laag is voor de verzochte schenking en hieraan dus haar medewerking niet verleent.




Beslissing


De kantonrechter:
- verklaart de bewindvoerder niet-ontvankelijk in haar verzoek.










Deze beschikking is gegeven door mr. G.M. Drenth, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2025.
























































Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch:a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.